Hoe kan men groepen onderzoeken? - Chapter 2

Hoe worden groepen wetenschappelijk onderzocht?

Groepsdynamiek valt binnen het wetenschappelijke veld dat zich bezighoudt met het bestuderen van groepen en hun dynamieken. Dit veld is ook ontstaan door groepsprocessen. Deze groepsprocessen gaven vorm aan de paradigma van dit veld. Een paradigma is de gedeelde assumpties van wetenschappers over het fenomeen dat ze bestuderen; het is ook een reeks van onderzoeksprocedures. De paradigma bepaalt de vragen die onderzoekers het waard vinden om te onderzoeken. Voor alle sociale wetenschappen is groepsdynamiek een belangrijk onderwerp.

Level of analysis verwijst naar de focus van studie bij het onderzoeken van een proces of fenomeen op meerdere niveaus. Er zijn verschillende soorten:

  • Group-level analysis: hierbij ligt de focus op de groep. Sociologen neigen naar deze vorm.
  • Individual-level analysis: hierbij ligt de focus op het individu in de groep. Psychologen neigen naar deze vorm.

Veel verschillende onderzoekers denken anders over welke vorm van analyse de voorkeur geniet.

Een belangrijk concept hier is group fallacy waaronder valt:

  • Het verklaren van sociale fenomenen in termen van de groep als geheel in plaats van de verklaring te baseren op de processen op individueel niveau binnen de groep...
  • en psychologische kwaliteiten, zoals wil, intentionaliteit, en geest, toeschrijven aan een groep in plaats van aan de individuen binnen de groep.

Het idee van group mind bracht de twee vormen van analyses recht tegenover elkaar. Group mind (collectief bewustzijn) is een hypothetische verenigende mentale kracht die groepsleden met elkaar verbindt; de fusie van individueel bewustzijn of geest in een transcendent bewustzijn.

De discussie tussen de indivual-level benadering en group-level benadering nam af naarmate theoretici sterkere modellen voor het begrijpen van group-level processen ontwikkelden. De theoretische analyses van groepen door Lewin waren voornamelijk invloedrijk. Zijn field theory gaat uit van het principe van interactionisme, en dat gaat er vanuit dat het gedrag van mensen in groepen bepaald wordt door de interactie van de persoon met de omgeving. De volgende formule vat deze veronderstelling samen:

B = f(P,E). In een groepscontext impliceert deze formule dat de reacties van groepsleden (B) een functie (f) zijn van de interactie van hun persoonlijke kenmerken (P) met omgevingsfactoren (E). Lewin geloofde dat een groep een verenigde eenheid is met tevoorschijn komende eigenschappen die niet volledig begrepen kunnen worden door het onderzoeken van gedeeltes van de groep.

De multilevel perspective is een visie die erkent dat een volledige verklaring van groepsprocessen en -fenomenen meerdere analyseniveaus vereist, inclusief individueel (micro), groep (meso) en organisatie of maatschappelijk (macro) niveau.

Hoe worden metingen verricht binnen groepsdynamieken?

Onderzoekers die groepen onderzoeken beginnen vaak met observatie. Dat is een methode van meten waarbij er gekeken wordt naar de activiteiten van individuen en groepen en dit wordt vastgelegd. Groepen zijn gecompliceerd, veelzijdig en dynamisch, maar observatie is mogelijk. Er zijn verschillende vormen van observatie:

  • Bij openlijke observaties doen de onderzoekers geen moeite om te verbergen waar ze mee bezig zijn.
  • Bij verborgen observaties wordt informatie over een groep vastgelegd zonder dat de groep hier kennis van heeft.
  • Bij participerende observaties wordt informatie over een groep vastgelegd door een onderzoeker die een lid van de groep is of deelnemer is in het sociale proces.

Observatie levert een bijzonder rijke soort data op: de eigenlijke woorden die leden gebruiken in hun discussies en gesprekken, indrukken getrokken uit non-verbale uitdrukkingen, informatie over het uiterlijk en de locatie van de leden in relatie tot elkaar, en de reeksen van gedragingen die zich ontvouwen binnen de groep na verloop van tijd.

Het Hawthorne effect is een verandering in gedrag dat zich voordoet wanneer individuen weten dat ze worden geobserveerd of onderzocht.

Kwalitatief onderzoek is een onderzoeksprocedure waarbij niet-numerieke, ongekwantificeerde vormen van data worden verzameld en geanalyseerd, zoals teksten, beelden of objecten.

Gestructureerde observationele methoden zijn onderzoeksprocedures die een systematisch document van groepsinteractie en activiteiten creëren door elke openlijke uitdrukking of actie in een gedefinieerde categorie te plaatsen. Dit is een manier om de objectiviteit van de observaties van onderzoekers te verhogen.

Kwantitatief onderzoek is een onderzoeksprocedure waarbij numerieke data wordt verzameld en geanalyseerd, zoals frequenties, proporties of hoeveelheden.

Bales ontwikkelde twee van de bekendste gestructureerde coderingssystemen voor het bestuderen van groepen. Hij gebruikte van de Interaction Process Analysis (IPA) om zijn observaties te structureren. Dit is een gestructureerd coderingssysteem om groepsactiviteit te meten door elk geobserveerd gedrag te classificeren in 1 van 12 categorieën. Bales verbeterde zijn systeem. De nieuwere versie is genaamd Systematic Multiple Level Observation of Groups (SYMLOG) en deze versie genereert meer globale samenvattingen van groepsgedrag. SYMLOG gebruikt 26 verschillende categorieën in plaats van de 12 zoals bij IPA.

Als observatoren goed getraind zijn in het gebruik van gestructureerde coderingssystemen kunnen zulke systemen data genereren wat zowel betrouwbaar als valide is.

Betrouwbaarheid is de mate waarin een meettechniek consequent op verschillende tijdstippen dezelfde conclusie oplevert. Voor meettechnieken met twee of meer componenten is betrouwbaarheid ook de mate waarin deze componenten vergelijkbare conclusies opleveren. Beoordelaarsbetrouwbaarheid is de mate waarin twee of meer beoordelaars onafhankelijk van elkaar op dezelfde manier coderen. Validiteit is de mate waarin de meettechniek meet wat hij moet meten.

Meettechnieken op basis van zelfrapportages zijn gebaseerd op de veronderstelling dat je kan weten wat een groepslid denkt, voelt of van plan is door het hem gewoon te vragen. Bij interviews legt de onderzoeker de antwoorden van de persoon vast, bij vragenlijsten legt de persoon zijn antwoorden zelf vast.

Sociometrie is een methode om de relaties tussen leden van een groep te meten en die relaties grafisch samen te vatten. Deze methode is ontwikkeld door de psychiater Moreno. Een sociogram is een grafische weergave van de patronen van relaties tussen leden gecreëerd door sociometrie. In de meeste gevallen wordt elk lid van de groep weergegeven met een symbool en worden relaties tussen leden aangegeven door lijnen van het ene lid naar het andere.

Sociometrie was een vroege vorm van social network analysis (SNA). Dat is een reeks procedures voor het wiskundig en grafisch bestuderen van de relationele structuur van groepen en netwerken. Met behulp van informatie over de relaties die leden verbinden, levert de methode indexen op ledenniveau, indexen op groepsniveau en een grafische weergave van de eenheid.

Methodes van zelfrapportages hebben zowel zwakheden als sterktes. Ze zijn erg afhankelijk van weten welke vragen te stellen aan de groepsleden. De vragenlijst heeft een gebrek aan validiteit als de vraag niet precies genoeg gesteld is en daardoor verkeerd begrepen kan worden. Validiteit is ook een probleem bij het niet willen delen van persoonlijke gevoelens, gedachten en percepties of als groepsleden niet bewust zijn van hun interne processen. Toch geven ze veel informatie over het groepsfenomeen.

Welke onderzoeksmethoden worden gebruikt bij het onderzoeken van groepsdynamieken?

Zodra onderzoekers hun data hebben verzameld, moeten ze de informatie gebruiken om hypotheses over het groepsfenomeen testen. De drie meest gebruikte technieken om dit te doen zijn:

Case studies van 1 of meerdere groepen

Een case study is een onderzoekstechniek dat is gebaseerd op meerdere informatiebronnen om de activiteiten en dynamiek van een groep of groepen diepgaand te onderzoeken. Door middel van een case study kwam Janis met het begrip groupthink. Dat is een reeks negatieve processen op groepsniveau, inclusief illusies van kwetsbaarheid, zelfcensuur en druk om te conformeren, die optreden wanneer groepen met een sterk samenlevingsvermogen samenvallen in plaats van objectieve analyse bij het nemen van een beslissing.

Door het richten op een beperkt aantal casussen kunnen onderzoekers komen tot rijk gedetailleerde kwalitatieve beschrijvingen van natuurlijk voorkomende groepen. Zulke groepen worden ook wel bona fide groups genoemd. Case studies kunnen ook gebruikt worden als een bepaald fenomeen gedocumenteerd is, maar het proces dat het fenomeen produceert onbekend is. Dit soort onderzoeken hebben ook beperkingen. De onderzochte groep kan uniek zijn en dat maakt het moeilijk om met de gevonden resultaten iets te zeggen over andere groepen. Daarnaast impliceren case studies een oorzakelijk verband, maar ze kunnen het niet bevestigen

Correlationeel onderzoek

Correlationeel onderzoek. Bij correlationeel onderzoek testen onderzoekers de sterkte van de relatie tussen twee variabelen die ze meten. Dit doen ze naast dat ze groepen en hun dynamieken beschrijven. Referentie groep is een belangrijk concept. Dat is een groep of een collectief die individuen gebruiken als een standaard of referentiekader bij het selecteren en beoordelen van hun capaciteiten, attitudes, of overtuigingen; dit omvat groepen waarmee personen zich identificeren en die ze bewonderen.

Bij correlationeel onderzoek wordt correlatie coefficiënten berekend. Dat is een gestandaardiseerde statistiek die de sterkte en richting van een relatie tussen twee variabelen meet. Het wordt vaak gesymboliseerd door r. De correlaties kunnen variëren van -1 tot +1. De plus en de min geven de richting van de relatie aan. Dit soort onderzoek geeft dus aan of er een relatie is. Het vertelt de onderzoekers echter niets over de oorzakelijke relatie tussen variabelen, omdat de onderzoekers niet direct een variabele manipuleren.

Experimenteel onderzoek

Een experiment is een onderzoeksontwerp waarin (1) de onderzoeker ten minste één variabele manipuleert door deelnemers willekeurig aan twee of meer verschillende voorwaarden toe te wijzen, (2) ten minste één andere variabele meet en (3) de invloed van andere variabelen op de uitkomst gelijk houdt. Belangrijk hier zijn de concepten onafhankelijke variabele en afhankelijke variabele. De onafhankelijke variabele is iets dat de onderzoekers verandert in een experimenteel onderzoek, terwijl zij de andere variabele in het onderzoek constant houdt en de afhankelijke variabele meet.

De afhankelijke variabele is het gemeten resultaat door de onderzoeker: dat wat verandert door het manipuleren van de onafhankelijke variabele. Met zulk soort onderzoek kunnen onderzoekers conclusies trekken over de oorzakelijke relatie tussen variabelen. Soms is het logistisch, methodologisch en ethisch niet mogelijk om experimenteel onderzoek goed uit te voeren. Het is niet altijd mogelijk om de situatie voldoende te controleren om de onafhankelijke variabele te manipuleren of andere variabelen constant te houden.

Een oplossing voor het omzeilen van de beperkingen van elke methode is het gebruik van meerdere methodes voor het bestuderen van een groep.

De Institutional Review Board (IRB) is een groep die onderzoeksprocedures beoordeelt om er zeker van te zijn dat deze consistent zijn met ethische richtlijnen voor het beschermen van menselijke deelnemers.

Welke theoretische perspectieven zijn er?

Onderzoekers ontwikkelen ook theoretische verklaringen voor het groepsfenomeen. Theorieën bieden de middelen om bekende feiten over groepen te organiseren en zo ordelijke kennis te creëren uit afzonderlijke stukjes informatie. Theorieën leveren ook suggesties op voor toekomstig onderzoek. Er bestaan veel theorieën en deze theorieën delen vaak bepaalde basisassumpties. Een aantal van deze basis theoretische perspectieven zijn:

  • Motiverende perspectieven. Motivaties zijn psychologische mechanismen die nut en richting geven aan gedrag; ze zetten mensen aan tot actie. Hier komen vaak emoties bij kijken. Een emoties is een subjectieve toestand van positieve of negatief gevoel. Motivatie theorieën suggereren dat groepen voor sommige mensen een fantastische manier is om een aantal basisbehoeften te bevredigen. Groepen bieden bijvoorbeeld veiligheid of bevredigen de behoefte om ergens bij te willen horen.
  • Gedragsperspectieven. Veel van deze theorieën zijn gebaseerd op het behaviorisme van Skinner. Het behaviorisme is een theoretische verklaring voor de manier waarop organismen nieuwe reacties aanleren op stimuli uit de omgeving via conditionering. Een voorbeeld van theorieën met dit perspectief is de social exchange theory. Dit is een economisch model van interpersoonlijke relaties dat ervan uitgaat dat individuen relaties zoeken die hen veel voordelen bieden en weinig kosten. Dit suggereert dus dat mensen zich bij groepen voegen, omdat lidmaatschap op een manier een goede deal is.
  • Systeemperspectieven. De systems theory is een algemene theoretische benadering die ervan uitgaat dat complexe fenomenen het resultaat zijn van de constante en dynamische aanpassingen die plaatsvinden tussen en tussen de onderling afhankelijke delen van het geheel. Toegepast op groepen, veronderstelt de theorie dat groepen open systemen zijn die dynamisch evenwicht tussen leden handhaven door een complexe reeks van onderling verbonden aanpassingen en processen.
  • Systems theory biedt een model voor het begrijpen van een verscheidenheid aan group-level processen, zoals groepsontwikkeling, productiviteit en onderling, persoonlijk conflict. Een vorm van systems theorieën zijn de input-process-output (I-P-O) modellen van groepsproductiviteit. Zij benadrukken de inputs die bijdragen aan de groepsinstelling, het proces dat binnen de groep plaatsvindt terwijl het aan de taak werkt en de outputs die door het systeem worden gegenereerd.
  • Cognitieve perspectieven. Soms worden de dynamieken van een groep begrijpelijk door het bestuderen van de cognitieve processen die bepalen hoe de leden informatie verzamelen en begrijpen. Cognitieve processen zijn processen die informatie verwerven, organiseren en integreren, waaronder geheugensystemen die gegevens opslaan en de psychologische mechanismen die deze informatie verwerken. Dit is belangrijk, omdat groepsleden continu bezig zijn met waarnemen, oordelen, redeneren en herinneren, en al deze mentale activiteiten beïnvloeden de manier waarop ze elkaar en zichzelf begrijpen. De volgende twee effecten zijn belangrijk bij dit perspectief:
  1. Self-reference effect: de neiging van mensen om betere herinneringen te hebben van acties en gebeurtenissen waarbij ze op een bepaalde manier betrokken zijn geweest.

  2. Group-reference effect: de neiging van mensen om betere herinneringen te hebben van acties en gebeurtenissen waarbij hun groep op een bepaalde betrokken was.

  • Biologische perspectieven. Groepsleden zijn levende wezens wiens reacties vaak gevormd worden door fysieke, genetische en neurologische kenmerken.

De bovenstaande perspectieven sluiten elkaar niet uit.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
3365
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector