Hoe maken groepen beslissingen? - Chapter 12

Hoe verloopt het proces van besluiten nemen?

Groepen zijn verre van perfect, maar hun keuzes, oordelen, inschattingen en oplossingen zijn vaak beter dan die van een individu.

Het ODDI proces model staat voor oriëntatie, discussie, besluiten (decision) en implementatie. Het model is een conceptuele analyse van de stappen of processen die in het algemeen bij het nemen van een beslissing worden genomen, op basis van het beoogde doel van elke stap of proces in de totale besluitvormingsvolgorde. In de oriëntatiefase worden problemen en doelen gedefinieerd, een proces gepland en een gedeeld mental model ontwikkeld. Tijdens de discussiefase verzamelt de groep informatie over de situatie en identificeert en overweegt de opties. Een discussie is de communicatie van informatie tussen twee of meer mensen voor een gemeenschappelijk doel. In de besluitfase kiest de groep voor een oplossing waar consensus over is. Tijdens de implementatiefase moet de groep het besluit uitvoeren en kijken wat de gevolgen zijn van hun keuze.

Groepen die tijd besteden aan het stellen van deadlines en het beoordelen van problemen die ze kunnen tegenkomen als ze hun doelen nastreven, zullen ook vaker de planningsfout (planning fallacy) vermijden: de neiging om te onderschatten hoe lang een taak zal duren om te voltooien.

Een collectief geheugen is de gecombineerde herinneringen van een groep, inclusief de herinneringen van elk lid, de gedeelde mentale modellen van de groep en transactieve geheugensystemen.

Groepen kunnen hun toegang tot informatie in het geheugen van leden verbeteren via cross-cuing. Dat is de verbetering van de terugroepactie (recall) die optreedt tijdens groepsdiscussie wanneer de verklaringen van groepsleden dienen als aanwijzingen voor het ophalen van informatie uit de herinneringen van andere groepsleden.

Groepen onthouden informatie niet alleen effectiever dan individuen, maar ze verwerken die informatie ook grondiger door middel van discussie.

Terwijl groepen informatie bespreken, beoordelen ze de geldigheid van ideeën die worden gedeeld, streven ze naar verhoogde nauwkeurigheid en identificeren ze feitelijke fouten of implicaties. Dit is error-checking process en geïdentificeerd door psycholoog Shaw als bepalend voor een succesvol besluitvorming.

Voor discussie is vaardigheid, motivatie en oefening nodig en niet alle groepen bezitten al deze drie sleutelingrediënten. Mensen nemen aan dat hun vaardigheden voldoende zijn om met problemen om te gaan via discussie, maar hun vertrouwen is hier vaak misplaatst, want:

  • Groepen zijn ook vergeetachtig.
  • Groepsleden begrijpen elkaar ook niet altijd goed. Veel mensen missen de vaardigheid om zichzelf duidelijk te uiten. Anderen missen de juiste luistervaardigheden om goed te begrijpen wat de ander zegt.

Groepen kunnen gebruik maken van een social decision scheme bij het maken van een beslissing. Dat kan je zo definiëren: het is een strategie of regel die in een groep wordt gebruikt om één alternatief te selecteren uit verschillende alternatieven die tijdens de beraadslagingen van de groep worden voorgesteld en besproken, inclusief expliciet erkende beslissingsregels en impliciete besluitvormingsprocedures.

Implementatie is in sommige opzichten min of meer succesvol, afhankelijk van de perceptie van de billijkheid van de beslissing. Eerlijkheidsoordelen worden bepaald door twee vormen van sociale rechtvaardigheid:

  • Verdelende rechtvaardigheid: ervaren rechtvaardigheid van de verdeling van rechten, middelen en kosten.
  • Procedurele rechtvaardigheid: ervaren rechtvaardigheid en legitimiteit van de methoden die worden gebruikt om beslissingen te nemen, geschillen op te lossen en middelen toe te wijzen.

Succesvolle implementatie is afhankelijk van beide vormen van rechtvaardigheid.

Veel factoren beïnvloeden de perceptie van procedurele rechtvaardigheid, maar wanneer mensen geloven dat ze een stem in de zaak hadden - dat ze hun bezorgdheid hadden kunnen uiten en anderen zouden hebben geluisterd en gereageerd - dan zijn ze meestal veel meer betrokken bij de implementatie van de uiteindelijke beslissing. Dit wordt ook wel de voice effect genoemd.

Welke fouten worden er gemaakt bij het maken van besluiten?

Groepen corrigeren niet altijd voor de fouten die individuen kunnen maken bij het nemen van beslissingen – soms versterken groepen deze zelfs.

Psychologen hebben een aantal cognitieve en motiverende vooroordelen geïdentificeerd die onze oordelen en beslissingen systematisch verstoren. Groepen zijn niet immuun voor deze vooroordelen. Sociaal psycholoog Kerr en zijn collega’s identificeerden drie algemene categorieën voor mogelijke bias:

  1. Zonden van commissie (sins of commission): misbruik van informatie op een bepaalde manier, inclusief het blijven baseren van oordelen op valse of irrelevante informatie.
  2. Zonden van weglating (sins of omission): nalaten informatie op te zoeken, nuttige informatie over het hoofd zien, of niet controleren op fouten en vergissingen.
  3. Onnauwkeurige zonden (sins of imprecision): ten onrechte vertrouwen op mentale vuistregels of heuristieken die de beslissing vereenvoudigen of fouten in het besluitvormingsproces introduceren.

Groepen vergroten deze vormen van bias in plaats van dat ze het tegengaan of verkleinen. Groepen kunnen stappen nemen om hun vatbaarheid voor deze vormen van bias te verkleinen.

Groepen kunnen de confirmation bias verkleinen als ze als ze opzettelijk openbare verklaringen van initiële voorkeuren verbieden. Confirmation bias is de neiging om informatie op te zoeken die iemands conclusies bevestigt in plaats van informatie die deze niet te bevestigt. Groepen kunnen deze bias ook omzeilen door volledig gebruik te maken van de diversiteit van de leden met betrekking tot ervaringen en expertise.

Groepen vertonen ook vaak de gedeelde informatie bias: dat is de neiging van groepen om meer tijd te besteden aan het bespreken van informatie die alle leden kennen en minder tijd aan het onderzoeken van informatie die slechts enkele leden kennen.

De gedeelde informatie bias is het sterkst wanneer groepsleden (snel) tot een besluit willen komen, als ze de groep willen overtuigen om hun initiële voorkeuren te ondersteunen of wanneer de problemen complex zijn en geen duidelijk goed of fout antwoord hebben. De bias wordt minder sterk als groepen onder tijdsdruk werken en relatief weinig alternatieven hebben om te overwegen.

De beslissingen van groepen zijn vaak extremer dan die van individuen. Groepen vragen niet altijd terughoudendheid; in plaats daarvan polariseren ze vaak. Voor onderzoek hiernaar wordt vaak gebruik gemaakt van de Choice Dilemmas Questionnaire. Dat is een zelfrapportage van de bereidheid om risicovolle beslissingen te nemen die de respondenten vraagt ​​om een ​​reeks scenario's te lezen met een handelwijze die al dan niet financiële, interpersoonlijke of educatieve voordelen oplevert en aangeven wat de kansen op succes moeten zijn voordat zij zouden de handelwijze aanbevelen. De onderzoeken die gebruik maakten van deze vragenlijst toonden een risky-shift effect aan. Dat is de neiging van groepen om risicovollere beslissingen te maken dan individuen.

Een proces dat hiervoor zorgt, is groepspolarisatie. Dat is de neiging van leden van een beraadslagende groep om naar een extremere positie te verschuiven en de richting van de verschuiving wordt bepaald door de meerderheid van of het gemiddelde van de voorkeuren van de leden voorafgaand aan de beraadslaging. Oorzaken voor deze polarisatie zijn:

  • Sociale vergelijking.
  • Overtuigende argumenten.
  • Sociale identiteit.

Zijn er slachtoffers van groepsdenken?

Sociaal psycholoog Janis onderzocht groepen die fouten hadden gemaakt in hun oordeel. Na zijn onderzoeken, concludeerden Janis dat groepen konden lijden aan groepsdenken. Hij definieerde dat als: een manier van denken waarmee mensen zich bezighouden wanneer ze diep betrokken zijn bij een samenhangende groep, wanneer het streven van de leden naar unanimiteit sterker is dan hun motivatie om alternatieve acties realistisch te beoordelen.

Janis identificeerde een aantal terugkerende patronen die naar voren komen in situaties van groepsdenken. Hij organiseerde deze symptomen in drie categorieën:

  1. Overschatting van de groep: illusie van onkwetsbaarheid en illusies van moraliteit.
  2. Gesloten manier van denken: collectieve rationalisatie en stereotyperen.
  3. Druk naar eenheid: zelfcensuur, illusie van unanimiteit, directe sociale druk en mindguards.

Mindguard is een groepslid dat de groep beschermt tegen negatieve of controversiële informatie door gatekeeping en dissidentie te onderdrukken.

Janis beschouwde een groep niet als iets dat door groepsdenken werd overgenomen, alleen omdat het een slechte beslissing nam, maar omdat het symptomen van groepsdenken en symptomen van gebrekkige besluitvorming vertoonde. Janis maakte onderscheid tussen symptomen van groepsdenken en zijn oorzaken:

  • Samenhang. In groepen met grote samenhang spreken leden zich minder snel uit tegen beslissingen, vermijden ze discussies met anderen en proberen ze zoveel mogelijke goede relaties te behouden.
  • Structurele fouten.
  • Situationele factoren.

Naast het model van Janis zijn er ook andere modellen en theorieën:

Group-centrism theory; Sociaal psycholoog Kruglanski en zijn collega’s identificeerden een syndroom die groepen kenmerkt en er vaak voor zorgt dat groepen foute beslissingen maken. Ze noemden dit syndroom group-centrism. Dat is een syndroom, op groepsniveau veroorzaakt door de buitensporige inspanningen van leden om de eenheid van hun groep te handhaven en te ondersteunen, wat leidt tot verstoringen in het beslissingsvermogen van de groep en intergroepsrelaties. De groep streeft ook vaak naar cognitive closure. Dat is de psychologische wens om snel en volledig een definitief besluit te nemen.

Sociale identiteit en de Ubiquity Model; Het Ubiquity Model van sociaal psycholoog Baron gaat er net zoals de theorie van Janis vanuit dat groepen vaak streven naar consensus en daardoor de neiging hebben om dissidentie te beperken, de outgroup te denigreren en de competenties van de eigen groep verkeerd te beoordelen. Volgens Baron’s ubiquity model zijn deze neigingen alom aanwezig in plaats van zeldzaam. Ze leiden alleen tot problemen als er sprake is van de volgende drie condities:

  1. De groep moet er een zijn die een reeks normen heeft ontwikkeld die de mening van de leden met betrekking tot het besproken onderwerp beperkt.
  2. Groepsdenken is waarschijnlijker wanneer groepsleden een gebrek aan zelfvertrouwen hebben.
  3. Het is niet per se groepseenheid die de symptomen van groepsdenken verhoogt, maar eerder een bedreiging voor een sociale identiteit die kan ontstaan ​​als de groep faalt.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
3007
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector