Wat is leiderschap? - Chapter 9
Leiderschap is één van de invloedrijkste processen van de onderlinge, beïnvloedingsprocessen die plaatsvinden binnen een groep. Het is de begeleiding van anderen bij het nastreven van individuele en collectieve doelen, vaak door hun inspanningen te sturen, coördineren, motiveren, ondersteunen en verenigen.
Hoe worden groepen geleid?
Wat is leiderschap?
- Leiderschap is een proces van beïnvloeding. Deze beïnvloeding kan verschillende vormen aannemen, zoals directe en indirecte vormen. Leiderschap gaat over een proces en niet over een positie.
- Leiderschap is een coöperatieve, wederkerige relatie.
- Leiderschap is een doelgericht proces, omdat het de pogingen van groepsleden om persoonlijke en groepsdoelen te bereiken organiseert en motiveert.
Onderzoekers van Ohio State University gebruikten factoranalyse om clusters van gedrag te beschrijven, die vaak worden toegeschreven aan leiders. De uitkomst resulteerde in het twee-factoren model van leiderschap:
- Taak leiderschap: richt zich op het werk van de groep en zijn doelen.
- Relationeel leiderschap: richt zich op de onderlinge relaties binnen de groep.
Een formele definitie van het model is: een beschrijvend leiderschapsmodel, dat beweert dat de meeste leiderschapsgedragingen kunnen worden geclassificeerd als prestatiebehoud of relatiebehoud.
De leadership substitutes theory is een conceptuele analyse van de factoren die de behoefte aan een leider verminderen of voorkomen dat de leider zijn of haar verantwoordelijkheden vervult.
Wanneer verschijnt leiderschap?
De historicus Carlyle bedacht de great leader theory. Dat is een visie op leiderschap die aangeeft dat succesvolle leiders bepaalde kenmerken bezitten die hen markeren voor grootheid en dat zulke grote leiders de loop van de geschiedenis bepalen. De Russische schrijver Tolstoy daarentegen kwam met de Zeitgeist theory. Dat is een visie op leiderschap die stelt dat geschiedenis vooral wordt bepaald door de 'geest van de tijd' in plaats van door de acties en keuzes van grote leiders.
Deze twee theorieën beïnvloeden nog steeds de theoretische analyses van de verschijning van leiderschap. Geen van de benadering is voldoende om de verschijning van leiderschap in zijn geheel te verklaren. Daar moeten ze worden gecombineerd in een interactionele benadering.
Toen onderzoekers de resultaten van 60 studies van persoonlijkheid en leiderschap meta-analytisch beoordeelden, ontdekten ze dat hoe meer men gewetensvol, extravert, aangenaam, emotioneel stabiel en open is, hoe waarschijnlijker het is dat hij naar voren komt als leider van een groep. De eigenschappen gewetensvol en extraversie correleerden het sterkst met leiderschap, daarna openheid en emotionele stabiliteit.
Er bestaat ook een Dark Triad (DT). Dat is de set van drie sociaal aversieve persoonlijkheidskwaliteiten bestaande uit Machiavellianisme, narcisme en psychopathie. Onderzoeksresultaten suggereren dat alle drie persoonlijkheidskwaliteiten gerelateerd zijn aan de verschijning van leiderschap.
Leiders scoren over het algemeen boven gemiddeld of goed op gestandaardiseerde testen van intelligentie. Daarentegen is het voor leiders ook handig om hoog te scoren op emotionele intelligentie. Dat is het onderdeel van sociale intelligentie dat betrekking heeft op iemands vermogen om emoties nauwkeurig waar te nemen, informatie over emoties te gebruiken bij het nemen van beslissingen en om de emotionele reacties van zichzelf en anderen te controleren en beheersen.
Volgens psycholoog Sternberg hebben goede leiders ook een hoge praktische en creatieve intelligentie, waarmee ze informatie op een snelle, logische en zinnige manier verkrijgen en verwerken. Daarnaast kunnen leiders hiermee ook goed problemen oplossen. Praktische intelligentie komt met ervaring.
Iemand kan qua intelligentie geschikt zijn om een groep te leiden, maar toch kan een groep kiezen voor iemand anders als leider. Hiervoor kunnen vaak geen goede redenen voor zijn:
- Uiterlijk: leiders zijn vaak langer, gezonder en ouder dan het gemiddelde groepslid. Stereotyperingen kunnen ervoor zorgen dat bepaalde mensen ondervertegenwoordigd zijn in leiderschapsposities, zoals mensen met blond haar.
- Diversiteit: individuen van een minderheidsgroep binnen een groep zijn minder vaak de leiders van de groep. Ook zijn individuen uit een minderheidsgroep minder vaak leiders in het algemeen.
- Geslacht: zowel vrouwen als mannen geven de voorkeur aan een man als leider. Er zijn veel meer mannelijke leiders dan vrouwelijke. Dit verschil wordt wel iets kleiner. De ironie is dat de persoonlijkheidskenmerken en competenties van vrouwen hen vaker beter kwalificeren als leiders, hebben ze minder kans om dergelijke posities te verwerven.
Welke theorieën over het verschijnen van leiderschap zijn er?
- Impliciete leiderschap theorie: de veronderstellingen van groepsleden over de eigenschappen, kenmerken en kwaliteiten die leiders onderscheiden van de mensen die zij leiden. Deze theorie is ontwikkeld door sociaal psycholoog Lord. De veronderstellingen worden als impliciet beschouwd, omdat ze niet openlijk worden vermeld. Ze geven volgers ook een prototype die ze kunnen gebruiken om onderscheid te maken tussen effectieve en ineffectieve leiders. Het nadeel zit hem ook in het impliciete gedeelte.
- Sociale identiteit theorie: deze theorie voorspelt dat bij een groep met een gedeelde sociale identiteit door de leden, de leden voorkeur geven aan individuen in de groep die het beste deze identiteit representeert.
- Sociale rol theorie: een conceptuele analyse van sekseverschillen waarin wordt erkend dat mannen en vrouwen verschillende soorten rollen vervullen in veel samenlevingen en dat deze rolverwachtingen genderstereotypen en verschillen in het gedrag van vrouwen en mannen genereren.
- Terror management theorie: een conceptuele analyse van de impliciete psychologische processen waarvan wordt gedacht dat ze individuen beschermen tegen de emotioneel angstaanjagende kennis dat ze sterfelijk zijn. Deze theorie gaat uit van minder rationele redenen om aangetrokken te zijn tot machtige leiders.
- Evolutionaire theorie: suggereert dat leiderschap een adaptatie is: een erfelijke eigenschap die zich gedurende een lange periode in een populatie ontwikkelde. Deze theorie ziet leiderschap niet als een dominantie wedstrijd. Verder heeft volgens deze theorie leiderschap alleen adaptieve voordelen als de groep de meest gekwalificeerde individu kiest als leider. Dit ontwikkelde zich in tijden die compleet anders zijn dan vandaag de dag.
Wanneer is een leider effectief?
The two-factor model suggereert ook wat leiders zouden moeten doen om effectief te zijn. Groepen hebben leiders nodig die in staat zijn om de onderlinge banden tussen leden goed te houden.
Robert Blake en Jane Mouton bedachten de Leadership Grid. Dat is een theorie van management en leiderschap in de veronderstelling dat mensen verschillen in hun bezorgdheid om resultaten en hun bezorgdheid om mensen en dat individuen die hoog op beide dimensies staan de beste leiders zijn. Deze theorie is een voorbeeld van een theorie over leiderschapsstijl. De bedenkers veronderstelde dat iemands leiderschapsstijl afhankelijk is van hoe ze twee vragen beantwoorden:
- Hoe belangrijk is de productieresultaten van de groep?
- Hoe belangrijk zijn de gevoelens van de groepsleden?
Paul Hersey en Kenneth Blanchard ontwikkelden de situationele leiderschap theorie. Dat is een theorie van leiderschap die suggereert dat groepen profiteren van leiderschap dat aansluit bij het ontwikkelingsstadium van een groep. Volgens deze theorie combineren effectieve leiders zowel ondersteunend als directief gedrag afhankelijke van wat de groep nodig heeft om te presteren.
Psycholoog Fiedler bedacht de contingency theory: elke theorie die de effectiviteit van een leider suggereert, is afhankelijk van situationele factoren.
Verder is er ook nog de leader-member exchange theory. Dat is een dyadische, relationele benadering van leiderschap in de veronderstelling dat leiders uitwisselingsrelaties ontwikkelen met elk van hun ondergeschikten en dat de kwaliteit van deze uitwisselingsrelaties tussen leiders en leden de verantwoordelijkheid van de ondergeschikten, beslissingsinvloed, toegang tot middelen en prestaties beïnvloedt.
Lewin, Lippitt en White onderzochten de effectiviteit van een democratisch benadering tot leiderschap ten opzichte van de effectiviteit van een autocratische benadering. De onderzoeksresultaten suggereerden dat gedeeld leiderschap net zo effectief is als gecentraliseerd leiderschap. De methode van gedeelde leiderschap is effectiever in kleiner groepen dan in grote groepen en past goed bij organisaties die leunen op kleine, zelfsturende teams.
Kelley, een organisatieonderzoeker, identificeerde vijf type volgers door rekening te houden met de mate van betrokkenheid en onafhankelijkheid:
- Conformistische volgers: zijn actief en sterk gewijd aan de leider.
- Passieve volgers: volgen de leiding van anderen, maar zonder veel enthousiasme of inzet.
- Pragmatische volgers: ze zijn niet duidelijk actief, passief, conformerend, of onafhankelijk, maar vormen de basis en een essentieel deel van het werkveld.
- Vervreemde volgers: zijn niet toegewijd aan de groep of zijn doelen, gedeeltelijk omdat ze hun onafhankelijkheid van de invloed van anderen standvastig willen behouden.
- Voorbeeldige volgers: zijn actief betrokken in de groep, maar doen niet simpelweg dat wat ze verteld worden te doen.
Kelley suggereert dat de taak van de leider is om de volgers te transformeren in voorbeeldige volgers. Leiders hebben ook de volgende taak: het transformeren van de groep zodat het meer bereikt in termen van zowel prestaties als wel de groei en tevredenheid van de leden.
Politicoloog Burns beargumenteerde dat de meeste leiders voornamelijk een transactionele leiderschapsstijl aanhouden. Dat is een traditionele vorm van leiderschap waarbij tijd, moeite en andere middelen worden betrokken bij het nastreven van samenwerkingsdoelen in ruil voor gewenste resultaten. Daar tegenover staat het transformationele leiderschap. Dat is een inspirerende methode om anderen te leiden, waarbij de motivatie, het vertrouwen en de tevredenheid van de volgers worden verhoogd, door hen te verenigen in het nastreven van gedeelde uitdagende doelen en hun overtuigingen, waarden en behoeften te veranderen.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2484 keer gelezen
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2773 keer gelezen
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








