Goede communicatie tussen arts en patiënt is de basis van een goede behandeling. Vaak behandelen artsen patiënten niet op de gewenste manier en meestal zitten de problemen op het gebied van communicatie. Een arts moet soms genezen, vaak verlichten en altijd steun bieden. Dat laatste gaat vooral via communicatie: een patiënt wil gehoord en begrepen worden. Het opbouwen van een goede arts-patiënt relatie is moeilijk, maar essentieel. Om een goede band op te bouwen is het van belang om warm en sympathiek te zijn. Als je als arts jezelf voorstelt en zelf verzekerd overkomt, maar toch goed naar de patiënt luistert en laat blijken dat je hem begrijpt, voelt de patiënt zich veel prettiger.
Het belang van goede communicatie
Een goede relatie tussen arts en patiënt heeft meerdere voordelen:
Het levert een betere diagnose op. Patiënten durven meer te vertellen zodat alle relevante informatie sneller naar bogen komt. Zeker bij geestelijke problemen is het erg belangrijk dat de patiënt zich genoeg op zijn gemak voelt om alles eerlijk te zeggen. Goede communicatie heeft de volgende voordelen:
- De arts herkent sneller of er echt iets met de patiënt is
- Patiënten hebben meer vertrouwen in de behandeling
- De therapietrouw van de patiënten is groter
De patiënt kan zelf fysiek beter worden van een goede arts-patiënt relatie. Vaak helpt het namelijk al heel erg als een patiënt zijn problemen bij iemand kwijt kan. Klachten van patiënten gaan vaak over de communicatie: de arts luistert niet goed, geeft geen heldere informatie of heeft geen respect voor de patiënt.
Het aanleren van communicatietechnieken
Naast het aanleren van kennis en vaardigheden is het belangrijk dat de opleiding tot arts ook gericht is op de houding. Een van de manieren om dit aan te leren is door goede voorbeelden te geven. Maar ook formele training is nodig. Bij artsen die in hun studententijd al moeite hadden met communiceren met de patiënt, is gebleken dat ook tijdens hun werk ze niet alle nodige informatie van de patiënt kregen, niet de goede vragen stelden, niet goed signalen konden oppikken en geen actieve houding hadden tijdens het gesprek. Het geven en ontvangen van feedback is een goede manier om studenten en artsen bewust te maken van de houding. Feedback zorgt ervoor dat de arts meer empathie toont, zelfverzekerder is en meer open vragen stelt.
Het belangrijkste bij het aanleren van communicatievaardigheden is beseffen dat je al kunt communiceren. Het is niet iets waar je pas op je opleiding mee begint. Je kunt jezelf wel trainen door veel te oefenen met medestudenten en acteurs/patiëntensimulaties. Zo kunnen ook de moeilijke situaties, zoals een slechte diagnose of een taboe, worden geoefend zonder dat een patiënt eronder lijdt als het misgaat.
Vaak denken studenten dat communiceren ze goed af gaat. Wees daar voorzichtig mee, de meest zelfverzekerde studenten krijgen vaak erg veel last met communiceren tijdens hun werk.
Het overbrengen van een nare boodschap is nooit makkelijk, maar er zijn veel factoren die een rol spelen. Voorbeelden hiervan zijn de ruimte (ben je alleen of in een drukke zaal), de stemming van arts en patiënt en persoonlijke factoren. Elke patiënt gaat anders met zijn ziekte om. Sommige zijn angstig of boos, andere ontkennen de ziekte en weer andere zijn erg bezig met beter worden. De manier omgang met ziekte bepaalt of de patiënt hulp zoekt en hoe de patiënt hiermee omgaat. Veel mensen vinden het spannend om naar de dokter te gaan: ze zijn in een vreemde omgeving en zijn bang voor de diagnose. Factoren die meespelen zijn fysieke symptomen, psychologische factoren rond de ziekte (angst, woede), eerdere ervaringen met medische zorg en de huidige ervaring met medische zorg. Het is voor een arts belangrijk te begrijpen hoe de patiënt denkt over ziekte en gezondheid, wat de patiënt wil bespreken, wat de patiënt verwacht en hoe de patiënt de dokter ziet.
Ook elke arts is anders: de een heeft veel meer moeite met het tonen van empathie dan de ander. Ook hebben sommige artsen moeite met het praten over taboes, zeker als de patiënt ouder is. De vermoeidheid van de arts speelt ook een rol bij de communicatie: als een arts al veel gezien heeft op een dag heeft hij minder aandacht voor een patiënt. Factoren die meespelen zijn de training in communicatievaardigheden, het zelfvertrouwen, de persoonlijkheid, de fysieke factoren (vermoeidheid) en de psychologische factoren (angst).
De plaats waar het gesprek plaats vindt is erg belangrijk. Privacy is essentieel, let daarom in een ziekenhuis op dat de kamergenoten niet horen wat er besproken wordt. Zorg ervoor dat jullie niet gestoord worden en dat temperatuur en licht aangenaam zijn. Hoe de arts en patiënt zitten is ook van belang. Als er een tafel tussen arts en patiënt staat, is het moeilijker om de patiënt op zijn gemak te stellen. Wel heeft een arts dan meer controle over het gesprek. Ook de afstand tussen de stoelen is van belang: staan deze te dicht bij elkaar dan voelt de patiënt zich bedreigd, maar als er teveel afstand is kan de patiënt het gevoel hebben dat de arts geen interesse heeft. Als de patiënt niet bewogen kan worden en vanuit een bed het gesprek voert, moet de arts zorgen dat de patiënt zich niet minderwaardig voelt. Dit kan bijvoorbeeld door op een stoel te gaan zitten, zodat jullie op dezelfde hoogte zijn.
Het gesprek
Het is belangrijk het gesprek te beginnen met een introductie. Patiënten vinden het fijn om uitleg te krijgen, dus laat zien waar de patiënt moet zitten en leg uit wat je gaat doen. Begin ook niet gelijk met moeilijke vragen. Vaak is er maar weinig tijd voor het gesprek, maar vergeet simpele dingen zoals jezelf voorstellen niet uit tijdsgebrek. Aan het einde van het gesprek is het belangrijk te vragen of de patiënt alles heeft begrepen en of er nog vragen zijn. Bedank de patiënt ook voor het gesprek.
Het grootste deel van het gesprek probeert de arts achter het probleem van de patiënt te komen. Het is hierbij van groot belang om goede vragen te stellen, goed te luisteren en de patiënt te helpen als hij vast zit in zijn verhaal.
Het stellen van vragen
Via het stellen van vragen en het luisteren naar de antwoorden wordt de meeste informatie verkregen. Pas op dat je niet te veel vragen stelt, de vragen niet te lang maakt, niet het antwoord al in de vraag noemt en altijd de vragen van de patiënt eerst beantwoord. Er zijn open en gesloten vragen. Open vragen geven heel veel informatie en geven de patiënt de mogelijkheid zijn eigen verhaal te vertellen. Daarom moet een gesprek met voornamelijk open vragen beginnen. Gesloten vragen geven veel minder antwoordmogelijkheden en vaak vertelt de patiënt niet over de angsten. De patiënt denkt bij open vragen veel meer dat de arts echt betrokken is bij de patiënt, en niet alleen bij de ziekte. Gesloten vragen maken het gesprek korter en zorgen ervoor dat er geen onnodige zijsporen worden genomen. Ook is het handig om gesloten vragen te stellen als het om specifieke informatie gaat. Daarbij zijn gesloten vragen makkelijker te beantwoorden, wat fijn is voor verlegen patiënten. Naast de normale vragen zijn er ook indringende vragen, deze zijn om de patiënt om verheldering en verklaring te vragen en om dingen te controleren.
Complexe vragen moeten voorkomen worden, als er teveel vragen worden gesteld in één zin weet de patiënt niet waarop hij moet antwoorden. Ook leidende vragen moeten voorkomen worden. Dit zijn vragen waarbij in de vraag al duidelijk wordt welk antwoord de arts wil horen. Een voorbeeld van een leidende vraag is: 'U slaapt zeker slecht, of niet?'. De patiënt zal op deze vraag veel vaker antwoorden dat hij slecht slaapt dan wanneer de arts 'Hoe slaapt u de laatste tijd?' had gevraagd.
Luisteren
Luisteren is de basis van goede communicatie, maar effectief en actief luisteren kan erg lastig zijn. Luisteren begint met de boodschap van de ander begrijpen. Daarnaast moet ook nog de essentie van het verhaal onthouden worden.
...
...more on this page, or read on below >>