Hoe werken daderprofilering en misdaadkoppeling? - Chapter 10
Wat komt er in dit chapter aan bod?
Er is een relatief klein groepje mensen verantwoordelijk voor het merendeel van alle misdaden. Deze chronische misdadigers zijn ook grotendeels verantwoordelijk voor de meer serieuze vormen van misdaad. Sommige misdadigers worden als seriële misdadigers gezien, die twee of meer misdaden van hetzelfde type tegen verschillende slachtoffers op verschillende momenten plegen. DNA is een betrouwbare manier om een verdachte te identificeren, maar het wordt helaas niet altijd achtergelaten op de plaats delict. Het is daarom belangrijk dat er nog iets is waarmee politieagenten verder kunnen komen met het vinden van een verdachte. Het profileren van overtreders en misdaadkoppeling zijn twee psychologische procedures die zouden kunnen helpen bij het identificeren van daders.
In dit chapter wordt uitgewerkt hoe misdaadkoppeling werkt en welke theorieën hierachter liggen. Ook wordt uitgelegd hoe misdaadkoppeling het beste werkt en hoe fouten voorkomen kunnen worden. Vervolgens wordt profilering op eenzelfde manier behandeld. Er zijn drie benaderingen die profilering kunnen sturen. Deze worden allemaal uitgewerkt. Vervolgens worden de aannames die achter misdaadkoppeling en profilering liggen, behandeld. Hier wordt met een kritische houding naar gekeken. Er zijn immers veel onderzoeken die pleiten voor misdaadkoppeling en profilering, omdat hierdoor meer misdadigers gevonden worden. Maar er is ook veel kritiek op het gebruik van de procedures, omdat er vaak vooroordelen insluipen en het kan leiden tot meer onschuldige mensen die vals beschuldigd worden.
Wat zijn misdaadkoppeling en profilering?
Misdaadkoppeling is een vorm van gedragsanalyse die gebruikt wordt om de misdaden die door dezelfde persoon zijn begaan te identificeren door middel van hun gelijkenissen in gedrag en soms door de geografische of temporele nabijheid. Het profileren van misdadigers is het voorspellen van karakteristieken van de misdadiger aan de hand van de misdaad die gepleegd is. Ook kan het profileren gebruikt worden om de toekomstige dreiging van een misdadiger in te schatten of te vertellen aan agenten hoe ze een verdachte het beste kunnen interviewen. Daarom wordt er ook soms niet gesproken van profileerders, maar van gedrag onderzoekende adviseurs. Misdaadkoppeling en profilering worden het vaakst toegepast voor serieuze vormen van misdaad, zoals seriemoord en verkrachting. De meeste onderzoekers vinden dat profilering alleen toegepast moet worden bij gewelddadige misdaden, misdaden waarbij de overtreder zijn persoonlijkheid laat zien of waar er sprake zou kunnen zijn van psychopathologie. De afgelopen paar jaren zijn er ook onderzoekers bij die pleiten voor een breder gebruik van profileren (bijvoorbeeld bij overvallen).
Hoe werkt misdaadkoppeling?
Misdaadkoppeling wordt in veel landen gedaan door politiemedewerkers, zoals misdaadanalisten, officiers en academische psychologen. Het is gericht op het identificeren van misdaden die door dezelfde overtreder begaan worden. Meestal wordt deze analyse gelimiteerd tot een specifiek type van misdaad. Om zo goed mogelijk een misdaad te kunnen identificeren die door dezelfde overtreder wordt begaan, is het nodig voor overtreders om zich elke keer op dezelfde manier te gedragen wanneer ze een misdaad van een bepaald type plegen. Dit wordt de overtreder-consistentie hypothese (offender consistency hypothesis) genoemd. Natuurlijk is het vrij lastig om een misdaad op exact dezelfde manier te doen als de misdaad ervoor, omdat de omgeving anders is en de interpersoonlijke karakteristieken ook. Het is dus nodig dat overtreders relatief gezien consistent zijn en iets typerend hebben voor hun stijl. Als dieven hun overvallen op precies dezelfde manier zouden doen, dan zouden we de ene dief niet van de andere kunnen onderscheiden. Deze voorwaarde wordt behavioural distinctiveness of discriminatie genoemd. Sommige misdaadtypes, zoals verkrachters, zijn moeilijk om te vervolgen en de betrouwbaarheid van het slachtoffer speelt een grote rol in het vervolgen van de misdadiger. Als er door misdaadkoppeling een overtreder vervolgd kan worden voor een serie van overtredingen, dan krijgt elk slachtoffer meer geloofwaardigheid door de anderen.
Voor misdaadkoppeling moet de plaats delict gedetailleerd bestudeerd worden en waar mogelijk moeten er ook ooggetuigen vertellen hoe de overtreder zich gedroeg. Vaak wordt er een misdaadkoppeling analist ingeschakeld als politieagenten veel overeenkomsten hebben aangetroffen bij misdaden en dus het idee hebben dat het door dezelfde persoon is uitgevoerd. Analisten kunnen ook ingeschakeld worden als er één erg serieuze misdaad is gepleegd waarvan politieagenten denken dat het door een seriemoordenaar is gedaan. Wanneer de analist denkt dat er twee of meer misdaden zijn begaan door dezelfde persoon, dan voert hij een gedetailleerde analyse uit van het gedrag dat getoond werd bij de verschillende plaats delicten. De analist probeert gedrag te identificeren dat bij beide plaatsen overeen kwam en het gedrag dat niet overeen kwam. Als er gedrag met elkaar overeen komt, dan moet de analist goed nadenken of dit gedrag bij alle overtreders voorkomt. De analist kan ook kijken naar de geografische locatie van de overtredingen en hoe dichtbij ze bij elkaar liggen. De geografische proximiteit van overtredingen wordt als een vrij betrouwbare indicator gezien om te bepalen of misdaden door dezelfde overtreder zijn begaan. Overtreders begaan hun misdaden in gebieden waar ze bekend mee zijn. In sommige landen heeft de politie een database waar overeenkomend gedrag, geografische locatie en de tijd/datum wanneer de misdaad gepleegd is opgeslagen is.
Natuurlijk moet er heel goed uitgekeken worden bij het maken van misdaadkoppelingen. Psychologen willen dat analisten voorzichtig handelen. Ze moeten niet zomaar uitgaan van overeenkomsten in gedrag. Er moet gekeken worden naar de best passende theorie en het beste bewijs dat er op dat moment beschikbaar is. Het is belangrijk dat de principes die ten grondslag liggen aan misdaadkoppeling empirisch gesteund moeten worden. Moderne modellen van persoonlijkheid herkennen dat gedrag een product is van persoonlijkheid en de situatie. Psychologische kenmerken van een situatie activeren of remmen mentale representaties en dit produceert gedrag. Er wordt verondersteld dat situaties met dezelfde psychologische kenmerken hetzelfde gedrag zullen produceren omdat ze dezelfde mentale representaties activeren. Persoonlijkheidssystemen ontwikkelen zich met de tijd en vooral tijdens de kindertijd en adolescentie. Ze zijn uniek voor het individu wat de patronen en sterkte van associaties tussen mentale representaties betreft. Deze modellen voorspellen gedragsconsistenties, maar ook inter-individuele variaties van gedrag. Psychologen hebben deze soort modellen ook getest en ze hebben gevonden dat een persoon inderdaad hetzelfde gedrag vertoont in een soortgelijke situatie en dat verschillend gedrag geproduceerd wordt door verschillende mensen in dezelfde situatie. Er is echter nog niet heel veel onderzoek gedaan naar gedragsconsistentie van crimineel gedrag. Het onderzoek dat er gedaan is, wijst uit dat voor veel soorten crimineel gedrag er gedragsconsistentie optreedt bij dezelfde situaties. Sommige vormen van criminaliteit (zoals het stelen van goederen) kunnen volgens onderzoek het beste bestudeerd worden met geografische proximiteit. Het gebruik van geografische proximiteit wordt vaak als goed gezien, want de locatie van misdaden is objectief en minder open voor interpretatie vergeleken met het gedrag dat er tijdens de misdaad vertoond werd. Misdaadkoppeling kan dus effectief zijn als de goede indicatoren worden gebruikt.
Hoe werkt het profileren van overtreders?
Het profileren van overtreders is veel bekender dan misdaadkoppeling. Profileren van misdadigers komt in veel boeken voor en is ook vaak te zien in de media. Er bestaan veel sterke meningen over het profileren van overtreders en het is een uitdagende richting. Er is veel debat in de wetenschappelijke wereld over profileren. Zo vraagt men zich af of het als een kunst of als wetenschap gezien moet worden. Voor psychologen moet ons handelen gebaseerd zijn op bewijs en het is daarom belangrijk dat er empirisch onderzoek naar het profileren van overtreders is.
De geschiedenis van het profileren gaat terug naar de 19de eeuw. Daar had Dr. Thomas Bond de politie zijn ideeën verteld over hoe Jack the Ripper er uit zou zien, wat hij zou dragen, zijn motivatie en zijn mentale staat (dit was in 1880). Maar het profileren werd pas bekend door de FBI. Het gebruik van het profileren van overtreders om politieonderzoek te helpen is door andere landen overgenomen. De mensen die zich bezighouden met het profileren hebben verschillende achtergronden, van forensische, klinische en academische psychologen, forensische en klinische psychiaters tot politie officieren. Deze mensen hebben allemaal als experts opgetreden tijdens rechtszaken. Ze kijken vooral naar de motivatie van een misdaad, of het gedrag overeenkomt met een bepaalde persoonlijkheidseigenschap en of er bewijs is voor het koppelen van meerdere misdaden. Met zo’n lange geschiedenis zou je verwachten dat het profileren van overtreders vaak wetenschappelijk onderzocht is. Toch is dit niet gedaan en de meeste artikelen die erover beschikbaar zijn, baseren hun conclusies niet op empirische feiten maar op rationele kennis. Empirisch onderzoek is nodig om het profileren als een legitieme studie te zien binnen psychologie.
Wanneer mensen praten over het profileren van overtreders dan kunnen ze het hebben over drie verschillende scholen van profileren:
De criminele onderzoeksbenadering: dit wordt ook vaak wel de FBI benadering genoemd. Het profileren bij deze benadering wordt vaak mogelijk gemaakt door de kennis van de onderzoeker. Deze kennis heeft hij/zij vergaard door het blootgesteld te zijn aan veel misdaden en ervaring met crimineel onderzoek. De FBI heeft opgepakte moordenaars en verkrachters geïnterviewd en aan de hand hiervan konden ze een typologie van overtreders opstellen. Er moet zo veel mogelijk data vergaard worden over een misdaad en de misdaad wordt vervolgens geclassificeerd in een bepaald type. Er wordt daarna nagedacht hoe de misdaad ontwikkeld is en hoe het plaats heeft gevonden. Met behulp van de eigenschappen van de overtreder, de socio-economische status van de overtreder, persoonlijkheid, gewoontes en alle informatie over de misdaad wordt het profiel gegenereerd.
De klinische benadering: de klinische benadering is er niet om een zaak op te lossen, maar om ons inzicht te geven over zowel de zaak als de misdadiger. Onderzoekers van deze benadering gebruiken psychologische theorieën en hun ervaring met misdadigers. Ze werken namelijk vaak samen met cliënten in een forensische mentale gezondheidskliniek. Er kunnen voorspellingen over de persoonlijkheid van misdadigers gemaakt. De klinische onderzoeker moet proberen om te begrijpen wat er is gebeurd en de criminele activiteit als het ware reconstrueren. De klinische onderzoeker zal kijken naar emoties, verlangens, stemmingen en psychopathologie. Vervolgens zal hij een persoonlijkheidstheorie opstellen die de misdaad helpen uit te leggen.
De statistische benadering: deze benadering is gebaseerd op de multivariate analyse van gedrag en andere informatie die gevonden is op de plaats delicten wordt gebruikt om de eigenschappen van de overtreder te voorspellen. De eerste die deze benadering gebruikte was Canter en hij ziet profileren als een onderdeel van de psychologie. De statisticus zal statistische relaties tussen het gedrag op de plaats delict en de karakteristieken van de overtreden bekijken. Er zal gekeken worden in de database naar gelijksoortige zaken om voorspellingen te maken over de eigenschappen van de verdachte. De statistische benadering is onderzoeksgeoriënteerd.
Misdaadkoppeling en het profilering van overtreders delen twee dingen met elkaar. Gedragsconsistentie is één van die dingen. Verder denkt profilering dat er een relatie is tussen de manier waarop iemand zich gedraagt op de plaats delict en de persoonlijkheid van de dader. Dit wordt ook wel de A(ctions) -> C(haracteristics) relatie genoemd. Dit stelt dat als er echt zo’n relatie bestaat, dat overtreders die op dezelfde manier handelen wanneer ze een misdaad begaan ze ook dezelfde eigenschappen hebben. Dit wordt de homologie assumptie genoemd. Er is echter niet veel steun gevonden voor de homologie assumptie. De schrijvers van dit boek menen dat er niet goed gekeken is naar de rol die situationele factoren spelen. Er moet een theoretisch raamwerk zijn dat uitlegt waarom we zouden verwachten dat bepaalde sociaal-demografische variabelen geassocieerd worden met bepaald gedrag tijdens een misdaad.
Er is ook veel kritiek op de inhoud van de profielen van overtreders. Een onderzoek werd gedaan naar de profielen die gebruikt zijn in de Verenigde Staten en Europa en deze bevatten 880 rapportages over de karakteristieken van overtreders. Deze rapportages werden bekritiseerd omdat meer dan de helft van die karakteristieken niet geverifieerd konden worden na de uitspraak (zoals hoe de overtreder zich voelde tijdens de misdaad). Ook waren veel beweringen vaag en open voor interpretatie en ze legden niet uit hoe de analist tot een bepaalde conclusie/advies gekomen is. Alhoewel er niet veel bewijs is voor het profileren, wordt het toch vaak gebruikt. Veel agenten of criminologen die er ervaring mee hebben geven ook aan dat ze het zullen blijven gebruiken.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2635 keer gelezen
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2962 keer gelezen
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








