Wat is er bekend over de mogelijkheid om erachter te komen of iemand liegt? - Chapter 9
- Wat komt er in dit chapter aan bod?
- Wat is deceptie?
- Wat zijn objectieve aanwijzingen voor deceptie?
- Hoe kan deceptie aan de hand van verbale inhoud worden gedetecteerd?
- Hoe kan deceptie aan de hand van computer-gebaseerde linguïstische analyse worden gedetecteerd?
- Hoe kunnen signalen in leugendetectie zo goed mogelijk worden geïnterpreteerd?
- Welke nieuwe manieren van onderzoeken of iemand liegt zijn er?
Wat komt er in dit chapter aan bod?
In de voorgaande chapters is het over verhoren gegaan en wat er bij het ophalen van herinneringen fout kan gaan, zowel bij getuigen als bij verdachten. Dit chapter gaat niet om onbewuste fouten die problemen voor de waarheidsvinding veroorzaken, maar om bewuste deceptie.
Eerst wordt uitgelegd wat we onder liegen verstaan. Dan wordt vanuit verschillende benaderingen gekeken naar hoe het kan dat iemand liegt. Vervolgens worden aanwijzingen voor deceptie uiteengezet; hoe leugenaars ontmaskerd kunnen worden. Hiervoor is het ten eerste belangrijk om goed te begrijpen hoe liegen psychologisch werkt. Toch zijn mensen veel slechter in het achterhalen of iemand liegt, dan zij zelf denken. Er moeten dus objectieve technieken worden gebruikt om deceptie te detecteren. In dit chapter wordt uitgelegd hoe detectie van deceptie kan gaan aan de hand van verbale inhoud, computer-gebaseerde linguïstische analyse en psychologische inzichten.
Ook wordt ingegaan op de interpretatie van de signalen van deceptie. Om te voorkomen dat onschuldige mensen voor leugenaars worden gezien, zijn er namelijk een aantal dingen om rekening mee te houden. Tenslotte worden een aantal nieuwe manieren om deceptie te achterhalen getoond, zoals fMRI, intentie-onderscheiding en training van leugendetectie.
Wat is deceptie?
Het definiëren van deceptie is moeilijk. De schrijvers zien deceptie als een actie om een ander iets te laten geloven waarvan de leugenaar weet dat het niet waar is. Als je je iets echt niet kunt herinneren, dan is dat dus geen deceptie. Verder zijn er drie vormen van deceptie: falsificatie (alles wat verteld wordt is onwaar), distorsie (de waarheid wordt veranderd om te passen bij het doel van de leugenaar) en verborgenheid (de leugenaar houdt de waarheid verborgen). Wat het detecteren van deceptie betreft, wordt heel vaak de ‘lie-catcher’ techniek gebruikt. Een persoon wordt geïnterviewd en hier wordt een video-opname van gemaakt. Dit wordt vervolgens aan observatoren laten zien en zij moeten oordelen of de persoon in beeld liegt of niet. Onderzoekers zijn al bijna veertig jaar bezig om deceptie en het detecteren van deceptie te bestuderen.
Er zijn een aantal verschillende benaderingen die gebruikt worden om erachter te komen of iemand liegt:
De emotionele benadering stelt dat liegen emoties veroorzaakt die anders zijn dan de emoties tijdens het vertellen van de waarheid. Het ervaren van emoties kan gedrag veranderen. Angst voor het betrapt worden zorgt voor stress, opwinding, meer blozen, zweten, meer versprekingen, stemverhoging en schuldgevoelens zorgen ervoor dat de leugenaar zijn ogen afwent. Volgens deze benadering zorgen sterke emoties ervoor dat deze emoties zullen ‘lekken’ en dat het zichtbaar wordt dat iemand aan het liegen is.
De cognitieve lading benadering stelt dat liegen mentaal meer vergt van iemand dan het vertellen van de waarheid. Liegen kan moeilijker zijn dan het vertellen van de waarheid, omdat de leugenaar een verhaal moet vertellen dat overeenkomt met de feiten die bekend zijn bij de interviewer. Daarnaast moet het een gedetailleerd verhaal zijn, want het moet wel lijken alsof de verdachte het echt heeft meegemaakt, maar het moet toch simpel genoeg zijn om het te kunnen onthouden. Onderzoek heeft uitgewezen dat taken die cognitief veel vergen van een persoon, ervoor kunnen zorgen dat iemand wegkijkt. Het kan namelijk afleidend zijn om te kijken naar een conversatiepartner. Deze benadering stelt dat iemand minder lichaamsbewegingen zal hebben als hij/zij bezig is met een taak die cognitief belastend is. Deze mensen zullen ook lange pauzes tussen stellingen hebben en zullen niet snel antwoorden op de vragen van de onderzoeker.
De controle benadering stelt dat leugenaars weten dat interne processen (zoals emoties) kunnen resulteren in deceptie. Zij zullen daarom proberen deze tekenen te minimaliseren om detectie te ontwijken. Gek genoeg zorgt het proberen om het gedrag te controleren er voor dat er juist aanwijzingen van deceptie te zien zullen zijn.
Vanuit het zelf-presenterende perspectief wordt er gekeken naar de overeenkomsten tussen leugenaars en personen die de waarheid vertellen. Zelfpresentatie wordt gedefinieerd als het reguleren van het gedrag om een bepaalde impressie op anderen achter te laten. Leugenaars en personen die de waarheid vertellen worden gezien als mensen met hetzelfde doel: eerlijk lijken. Het verschil tussen deze twee groepen is dat mensen die de waarheid vertellen echt grond hebben om op te staan en ze blijven binnen de grenzen van de waarheid. De consequentie hiervan is dat leugenaars en eerlijke mensen cognitief en gedragsmatig op twee manieren verschillen. Ten eerste zorgen leugens voor een negatief gevoel en dit zorgt ervoor dat leugenaars er meer gestrest en minder prettig uitzien. Ten tweede weten leugenaars dat ze dingen vertellen die niet op waarheid zijn gebaseerd en ze zullen daarom opzettelijk hun best doen om geloofwaardig over te komen. Hun pogingen om het gedrag te controleren zullen ervoor zorgen dat hun acties minder geloofwaardig en meer gespannen overkomen.
Wat zijn objectieve aanwijzingen voor deceptie?
Uit meta-analyses blijkt dat er maar enkele objectieve aanwijzingen zijn voor deceptie en dat gedragingen die met deceptie te maken hebben geen sterke voorspellende waarde hebben. Leugenaars zijn meer gespannen dan personen die de waarheid vertellen. Hun pupillen zijn meer verwijd en hun toon is hoger. Mensen die gevraagd worden om te oordelen over leugenaars en mensen die de waarheid spreken (ze zijn niet op de hoogte wie de leugenaars zijn) oordelen dat de leugenaars nerveuzer en meer gespannen zijn dan de personen die de waarheid vertellen. Leugenaars zien er ook minder coöperatief uit dan mensen die de waarheid vertellen en hun gezichten zijn minder plezierig. Er zijn ook enkele aanwijzingen die aantonen dat de verhalen van leugenaars verschillen van de verhalen van mensen die de waarheid vertellen. Leugenaars praten korter en vertellen minder details dan vertellers van de waarheid. De verhalen van leugenaars zijn ook minder logisch en minder plausibel. Ze klinken ook onzekerder en zijn minder direct en minder persoonlijk tijdens het gesprek. Leugenaars verbeteren zichzelf spontaan en zeggen minder vaak dat ze iets niet weten. De verhalen van de leugenaars lijken kleine imperfecties te missen, die elk verhaal nodig heeft. De resultaten ondersteunen de zelfpresentatiebenadering, de cognitieve-lading-benadering en de controlebenadering. Dit zijn allemaal dingen die slechts over het algemeen te zien zijn bij leugenaars. Het blijft moeilijk en kan zelfs gevaarlijk zijn om hierop een individu van deceptie te beschuldigen. Dit is de 'lie-catcher' techniek.
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer in iets meer dan 50% van de gevallen mensen goed kunnen voorspellen wie de waarheid vertelt en wie niet. Dit is iets meer dan kansniveau. Politieagenten en rechters zijn ook onderzocht en agenten denken zelf dat zij beter zijn in het herkennen van leugens dan ‘normale’ mensen. Ze denken dat ze een goede lie-catcher performance hebben. Onderzoek laat echter zien dat dit niet correct is. Agenten en rechters zijn net zo goed in het detecteren van leugens als normale mensen. Sterker nog, er zijn vrijwel geen individuele verschillen in het detecteren van deceptie. Sommige onderzoekers stellen dat mensen slecht zijn in het detecteren van leugens omdat ze verkeerde beelden over de eigenschappen van deceptie hebben. Ze combineren objectieve en subjectieve kenmerken van deceptie met elkaar. Mensen denken vaak dat leugenaars oogcontact ontwijken, twijfelen, langzaam spreken, langere en meer frequente pauzes en een verhoging van zelf-manipulatieve gedragingen, zoals hand/voet en vinger bewegingen. Dit gedrag wordt gezien als nerveusheid. Echter, leugenaars zijn niet nerveuzer dan mensen die de waarheid vertellen. Er is kritiek geweest op de externe validiteit van deceptie detectie onderzoek. Zo krijgen mensen in zulke onderzoeken alleen maar een video-opname van de verdachte te zien en kunnen niet echt met hem/haar interacteren. Ze kunnen geen vragen stellen en krijgen geen achtergrondinformatie. Politieagenten die echt met een verdachte te maken hebben krijgen juist wel achtergrondinformatie en kunnen wel interacteren met een verdachte.
Hoe kan deceptie aan de hand van verbale inhoud worden gedetecteerd?
Statement validity analysis (SVA) is de meest gebruikte methode om de waarheid van verbale stukken te detecteren. Het is ontwikkeld in Duitsland en Zweden om te achterhalen of kinderen wel echt de waarheid vertelden over seksueel misbruik. De onderliggende techniek is de Undeutsch hypothese welke stelt dat wanneer een bewering van een kind echt gebaseerd is op de herinneringen aan de echte gebeurtenis, het zal verschillen in kwaliteit en inhoud van een bewering die gefabriceerd is. SVA bestaat uit vier fases. In de eerste fase wordt de zaak geanalyseerd en er kunnen hypotheses gemaakt worden over de bron van de bewering. In het tweede deel wordt een interview gedaan, waarin het kind zijn of haar kant van het verhaal kan vertellen. Dit verhaal wordt opgenomen. De beweringen zullen vervolgens op hun geloofwaardigheid getoetst worden met behulp van een zogenaamde criteria-based content analysis, CBCA (bestaat uit 19 criteria). Tenslotte zal er met behulp van een validiteitschecklijst gekeken worden of er alternatieve verklaringen zijn voor de uitkomsten van de CBCA. CBCA is vrij accuraat gebleken en het kan ook gebruikt worden om de beweringen van volwassenen te toetsen. Reality monitoring is al jaren gebruikt bij het onderzoek naar herinneringen en dit proces probeert de echte herinneringen van de verzonnen te onderscheiden. Herinneringen van echte gebeurtenissen bevatten meer perceptuele informatie (smaak, gevoel, reuk) dan herinneringen van verzonnen gebeurtenissen. Herinneringen van verzonnen gebeurtenissen bevatten meer cognitieve handelingen (‘Ik moest wel moe geweest zijn, want het was laat’). Reality monitoring kan ook gebruikt worden om te kijken of anderen gebeurtenissen hebben verzonnen. Volgens onderzoek is RM vrij accuraat in het voorspellen van leugens.
De scientific content analysis (SCAN) techniek gaat er ook vanuit dat herinneringen van een echte ervaring anders zijn dan van een verzonnen ervaring. SCAN gebruikt geschreven beweringen en deze moeten geschreven worden door de onderzochte persoon. De lijst van de SCAN criteria is lang en bevat dingen als emoties, verandering van taalgebruik en ontkenning. Er is niet veel onderzoek gedaan naar SCAN, maar het onderzoek dat wel gedaan is, is niet erg positief.
Hoe kan deceptie aan de hand van computer-gebaseerde linguïstische analyse worden gedetecteerd?
Een andere benadering om deceptie te detecteren is om de linguïstische structuur van iemands verhaal te bekijken. Er zijn methoden die naar de taalstructuur van beweringen kijken. Linguistic inquiry and word count (LIWC) is een techniek waarbij alle woorden worden opgedeeld in klassen. Onderzoek heeft uitgewezen dat een paar woorden minder vaak voorkomen in beweringen van een leugenaar (persoonlijke voornaamwoorden) en sommige woorden juist vaker voorkomen (negatief emotionele woorden).
Ook kan er gekeken worden naar de stem van de verdachte. Door te kijken naar de spieren die verantwoordelijk zijn voor spraak, kan er met behulp van elektronen gekeken worden of een verdachte stress heeft. Dit kan gezien worden aan de hand van micro spierbewegingen. Dit heet de voice-stress analysis (VSA). Tegenwoordig is er ook een layered voice-stress analysis ontwikkeld. Hierbij bouwt een computer programma een waarheidswaarde op aan de hand van 'foutjes' in de spraak die door een mens niet zou worden opgevat. Voor deze methode is er echter niet veel wetenschappelijk bewijs.
Hoe werkt psychofysiologische detectie van deceptie?
Iedereen heeft wel van een leugendetector gehoord. Dit is een instrument waarmee fysiologische processen gemeten kunnen worden. Met deze gegevens zou men dan kunnen bepalen of iemand liegt of niet. De moderne leugendetectortest meet drie fysiologische systemen die alle drie door het autonome zenuwstelsel gestuurd worden. Dit zijn galvanische huidresponsen (zweten van de palmen), cardiovasculaire activiteit, zoals de bloeddruk, en ademhalingspatronen. Het is moeilijk om exacte informatie te geven over hoe en waar de leugendetector wordt gebruikt, maar het is veilig om te zeggen dat het veel wordt gebruikt over de hele wereld. In veel landen speelt het gebruik van leugendetectors een grote rol in het rechtssysteem. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de validiteit van een leugendetectortest gelimiteerd is.
Er zijn twee verschillende types leugendetectors. De test die het meest gebruikt wordt, is de control question test (CQT). De eerste fase bij deze test is het verkrijgen van informatie waarbij de verdachte wordt gevraagd om zijn kant van het verhaal te doen. Er worden vragen opgesteld en de onderzoeker en verdachte nemen de vragen samen door. De verdachte moet namelijk we begrijpen wat elke vraag inhoudt. Na deze fase komt de vraagfase. Elke vraag wordt een paar keer gesteld en van de antwoorden worden gemiddelden opgemaakt. Verdachten krijgen vragen die over drie verschillende categorieën vallen. De eerste categorie bestaat uit neutrale vragen, zoals het vragen naar de achternaam van de vader. Daarnaast zijn er de relevante vragen die direct over de misdaad gaan. Tenslotte kunnen er ook nog controlevragen gesteld worden die over gebeurtenissen uit het verleden gaan. Deze vragen forceren iedereen om een leugen te vertellen, omdat ze vaag geformuleerd zijn. Deze laatste categorie vragen is er om de leugens met een bepaalde drempelwaarde te kunnen vergelijken. Het verschil in de fysiologische responsen bepaalt wat de uitkomsten van de test zijn. Het idee is dat schuldige mensen sterker zullen reageren bij relevante vragen dan bij controlevragen. Veldstudies en laboratoriumonderzoek laten zien dat leugendetectortests goed zijn in het detecteren van deceptie, maar ook dat er soms valse positieven worden gegeven. Dit betekent dat onschuldige mensen als leugenaars worden gezien.
De tweede soort test is de concealed information test of guilty knowledge test (GKT). Het idee spreekt voor zich: het proberen te detecteren van verborgen informatie die alleen de schuldige heeft. Dit wordt gedaan door een vraag te presenteren met verschillende alternatieven, waarvan een alternatief juist is. Het idee is dat de schuldige, die het goede antwoord herkent, meer fysiologische opwinding ervaart wanneer het goede antwoord opgenoemd wordt. Een onschuldige persoon zal op dezelfde manier op alle vragen reageren. De GKT lijkt beter te zijn in het classificeren van onschuldige mensen dan leugenaars. Veel psychologen geloven ook dat de GKT een wetenschappelijkere methode is dan de CQT. Toch zijn er enkele kanttekeningen die er bij het gebruik van de GKT gemaakt moeten worden. Zo kan de validiteit van de test uitgedaagd worden als het goede antwoord opvalt naast de andere antwoorden. Ook moeten onschuldige mensen het goede antwoord niet weten, anders worden ze wellicht schuldig bevonden. Er moet dus goed rekening gehouden worden met wat mensen al weten over de zaak (door de media). Ook kan het zo zijn dat de schuldige persoon een bepaald detail niet opgemerkt heeft en dus een onschuldig antwoord geeft. Deze condities zorgen ervoor dat de toepasbaarheid van deze methode aangetast wordt. Deze methode is bij minder dan 10% van de FBI zaken toepasbaar!
Onderzoekers debatteren al heel lang over de mate waarin het mogelijk is voor verdachten om de leugendetectortests te beïnvloeden. Al deze acties noemen we tegenmaatregelen. Tijdens de CQT zou iemand kunnen proberen om reacties tijdens de controlevragen te verhogen. Mensen die gecoacht zijn in tegenmaatregelen, konden de betrouwbaarheid van de leugendetector beperken. De tegenmaatregelen waren fysiek, zoals het bijten van de tong, en cognitief, zoals dingen tellen. Als leugendetectors dus veel gebruikt blijven worden en mensen dit weten, zouden ze zich zo kunnen voorbereiden op een test dat de uitslag niet meer betrouwbaar is.
Hoe kunnen signalen in leugendetectie zo goed mogelijk worden geïnterpreteerd?
Waar het vaak fout gaat in de detectie van deceptie, is dat er verkeerde signalen worden geïnterpreteerd als signalen dat iemand liegt. Om te voorkomen dat hierdoor onschuldige mensen als leugenaars gezien worden, kan het goed zijn om de verkeerde signalen zo veel mogelijk in te perken en de correcte signalen te verduidelijken.
Dit kan ten eerste door de cognitive load approach. Hierbij krijgen mensen tijdens het vertellen van hun verhaal een andere taak, zoals het moeten blijven aankijken van degene die hen ondervraagt. Omdat liegen meer van iemand vereist dan eerlijk zijn, kan het hierdoor duidelijker worden wanneer het iemand te veel wordt. Fouten die nu optreden in het verhaal, zijn duidelijkere indicaties dat iemand liegt.
Ten tweede is er de unanticipated questions approach. Leugenaars bereiden zich meestal zo goed mogelijk voor op een interview. Het gedrag wat iemand vertoont in vooraf geoefende beantwoording van de vragen, kan een misleidend beeld geven. Daarom is het goed om ook vragen te stellen die de ondervraagde niet verwacht kon hebben. Als zijn gedrag in het beantwoorden van die vragen erg verschilt dan van de rest van de vragen, kan dit een indicatie zijn van voorbereiding en dus leugens.
Ten derde is er de verifiability approach. Er zijn twee aannames die hierbij een rol spelen: leugenaars vertellen minder details maar zijn zich wel bewust van het feit dat ze details moeten vertellen en leugenaars vertellen liever geen details die gecontroleerd zouden kunnen worden. Deze twee dingen leiden tot een dilemma in leugenaars: wel details moeten vertellen om geloofwaardig over te komen maar geen details kunnen vertellen die controleerbaar zijn. De verifiability approach stelt dat leugens te zien kunnen zijn in het feit dat leugenaars veel meer niet-controleerbare details noemen dan anderen en veel minder tot geen controleerbare details.
Welke nieuwe manieren van onderzoeken of iemand liegt zijn er?
Er zijn vele manieren om de hersenen van mensen te scannen. Een van die manieren is fMRI. Deze methode laat de neurale activiteit zien tijdens cognitieve handelingen. De fMRI is ook enkele keren gebruikt om deceptie op te sporen. De bevindingen van het onderzoek toonden aan dat de neurale activiteit tijdens het liegen anders is dan tijdens het vertellen van de waarheid. fMRI laat een verhoogde activiteit in de prefrontale cortex (executieve functies, probleem oplossend) zien tijdens deceptie. Dit sluit weer aan bij het idee dat liegen cognitief meer vergt dan de waarheid vertellen. Er moet echter wel meer onderzoek komen naar fMRI en deceptie voordat het op grotere schaal toegepast kan worden.
Een andere nieuwe techniek is het onderscheiden van echte en valse intenties. Dit bouwt voort op de techniek van de onverwachte vragen. Het gaat ervan uit dat leugenaars veel minder te zeggen hebben over de planningsfase omdat ze niet willen toegeven dat ze ooit iets gepland hebben. Mensen die de waarheid spreken, kunnen niet-belastende feiten vooraf aan een misdaad wel noemen. Leugenaars willen niks vertellen wat als aanleiding gezien kan worden tot de misdaad en bereiden dit dus ook niet voor. Op vragen zoals "waarom wilde je naar die plek toegaan" als de plek het plaats delict was, zal iemand die de waarheid vertelt veel meer details geven en minder gestrest zijn dan iemand die liegt.
Er worden ook meer en uitgebreidere trainingen gegeven in het detecteren van deceptie. Volgens een analyse van Frank en Feeley hebben die een zeer klein positief effect in de betrouwbaarheid van leugendetectie. Een analyse van Hauch, Sporer, Michael en Meissner laat zien dat dit positieve effect ligt in het aanwijzen van meer daadwerkelijke leugenaars en niet in het aanwijzen van meer daadwerkelijk eerlijke mensen.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2542 keer gelezen
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2450 keer gelezen
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








