Welke invloed hebben leeftijdsgenoten op de ontwikkeling van kinderen? - Chapter 13

Leeftijdsgenoten zijn mensen van ongeveer dezelfde leeftijd en status die geen verwanten zijn.

Wat is het belang van spelen?

Spel refereert naar vrijwillige activiteiten die kinderen doen zonder een andere motivatie dan voor hun eigen plezier. Onderzoek heeft aangetoond dat spel bijdraagt aan de sociale, emotionele, cognitieve, en fysieke ontwikkeling van kinderen. Kinderen houden zich bezig met steeds ingewikkeldere vormen van spel naarmate ze ouder worden. Spel wordt ook als basis gebruikt voor interventies om jonge kinderen te helpen met mentale problemen of het verwerken van trauma.

Welke vormen van spel bestaan er?

Er bestaan verschillende vormen van spel. Niet-sociale manieren van spelen zijn:

  1. Unoccupied spel: kinderen kijken naar objecten in hun omgeving, maar hun aandacht wordt nergens langs door vastgehouden.
  2. Toeschouwer spel: kinderen kijken naar het spelen van andere kinderen.
  3. Solitair spel: kinderen spelen op zichzelf en besteden geen aandacht aan het gedag van anderen om hen heen.

Sociale vormen van spel zijn:

  1. Parallel spel: kinderen speelt in het bijzijn maar niet samen met andere kinderen.
  2. Associatief spel: kinderen spelen samen met andere kinderen en doen een zelfde activiteit.
  3. Co-operatief spel: kinderen spelen samen met anderen op een georganiseerde manier waarbij ieder kind ene eigen rol heeft.

Waarom en hoe ontstaan vriendschappen?

Relaties met leeftijdsgenoten dragen bij aan de ontwikkelingen van een kind. Piaget stelde dat kinderen meer open en spontaan zijn over bepaalde ideeën en overtuigingen tegenover leeftijdsgenoten dan tegenover hun ouders of andere volwassenen. Vygotsky stelde dat kinderen nieuwe vaardigheden leren en hun cognitieve capaciteiten ontwikkelen door relaties met leeftijdsgenoten. Een vriend is een persoon met wie een individu een intieme, wederzijdse, positieve relatie heeft.

Hoe kiezen kinderen vrienden?

Kinderen zijn meestal vrienden met leeftijdsgenootjes die prettig in de omgang zijn en die zich prosociaal gedragen tegenover anderen. Een andere bepalende factor is gelijkheid van interesses en gedrag. Voor jonge kinderen is nabijheid een belangrijke factor, dit wordt minder belangrijk met de leeftijd. De meeste adolescenten rapporteren dat school de meest voorkomende setting is waarin ze tijd spenderen met hun goede vrienden. Een andere belangrijke factor is het geslacht, meisjes zijn meestal vrienden met meisjes en jongens met jongens. Daarnaast is er ook nog de neiging dat kinderen vrienden zijn met anderen van hun eigen raciale of etnische groep, alhoewel in mindere mate.

Cultuurverschillen beïnvloeden hoe kinderen relaties met hun leeftijdsgenootjes benaderen. Daarnaast beïnvloeden deze verschillen de rollen van leeftijdsgenootjes en families als bronnen van ondersteuning en gezelschap, kinderen in sommige culturen verlaten zich veel meer op familie dan op leeftijdsgenootjes voor ondersteuning. Culturen verschillen ook in het aantal uren dat kinderen spenderen met leeftijdsgenootjes. Tot slot zijn er verschillen gevonden in hoe kinderen van verschillende culturen interacteren met hun leeftijdsgenoten. Er zijn ook overeenkomsten in culturen, zoals dat agressie meer acceptabel is voor jongens dan voor meisjes.

Hoe zien vriendschappen op jonge leeftijd eruit?

Hele jonge kinderen laten al voorkeuren zien voor bepaalde kinderen. Als kinderen 3-4 jaar zijn kunnen ze vriendschappen maken en behouden. Terwijl de hoeveelheid coöperatie en positieve interacties tussen jonge vrienden meer is dan tussen niet-vrienden, is ook de hoeveelheid conflict meer. Dit is waarschijnlijk vanwege het feit dat ze ook meer tijd samen spenderen.

Hoe verandert vriendschap tijdens de ontwikkeling van het kind?

Als kinderen ouder worden veranderen hun vriendschappen wat betreft intimiteit. Kinderen tussen 6 en 8 jaar definiëren hun vriendschappen voornamelijk in termen van met wie ze het meeste spelen. Vanaf deze leeftijd tot de adolescentie worden dingen als gezelligheid, gelijkheid, acceptatie en vertrouwen belangrijker. In de adolescentie gaan individuen ook meer focussen op een paar hechte vrienden. Deze veranderingen zijn waarschijnlijk een gevolg van het steeds groter wordende vermogen om het perspectief van een ander in te nemen en van veranderingen in redeneren over vriendschap.

In de kindertijd en vroege adolescentie zijn de meeste kinderen zijn deel van een kliek. Dit is een leeftijdsgenotengroep die kinderen vrijwillig vormen of waar zij deel van uitmaken. Vaak bestaat een kliek uit kinderen met dezelfde ras, sekse, en heeft het een aantal van drie tot tien leden. Al doen leden van een kliek veel dingen samen, vaak zien ze elkaar niet als elkaars beste vrienden. Hierdoor is een kliek onstabiel. De functies van een kliek zijn voornamelijk om te socialiseren met elkaar, gezamenlijke interesses te delen en voornamelijk om ergens bij te horen.

Op latere leeftijd wordt het idee om ergens bij te horen en zich aan te passen aan de normen van de kliek minder belangrijk. Adolescenten gaan meer zoeken naar individuele vriendschappen dan naar groepsrelaties.

Hoewel kinderen niet meer tot een kliek behoren, vormen of behoren ze wel tot een menigte. Dit zijn groepen adolescenten die gelijke stereotype reputaties hebben, zoals de populaire mensen, de loners, of de freaks. Op de middelbare school ontstaan er uiteindelijk ook groepen die uit mannen en vrouwen bestaan, en niet alleen uit dezelfde sekse zoals daarvoor.

Welke rol speelt technologie in vriendschappen?

Sociale technologieën, zoals sociale media, spelen steeds meer een rol in interacties tussen kinderen met hun leeftijdsgenoten. Onderzoekers hebben een aantal manieren geïdentificeerd waarop elektronische communicatie het vormen en behouden van vriendschappen faciliteert:

  • Meer anonimiteit kan, voornamelijk voor verlegen kinderen, helpen met interacteren met anderen online.
  • Minder nadruk op fysieke verschijning zorgt ervoor dat kinderen meer verbinden op basis van gedeelde interesses en persoonlijkheid in plaats van op uiterlijk.
  • Meer controle over interacties geeft het gevoel de leiding te hebben over het sociale leven.
  • Het vinden van gelijke leeftijdsgenoten is makkelijker via het internet.
  • 24/7 toegang zorgt ervoor dat kinderen de hele dag kunnen connecten met hun vrienden.
  • Het is leuk om te connecten door het delen van bijvoorbeeld foto's en video's online.

De rich-get-richer hypothese stelt dat de jongeren die al goede sociale vaardigheden hebben vooral van het internet profiteren als het gaat om het ontwikkelen van vriendschappen. De sociale-compensatie hypothese stelt daarentegen dat vooral eenzame, depressieve en sociaal angstige jongeren baat hebben bij sociale media, omdat ze na kunnen denken over wat ze zeggen. Helaas zijn er ook nadelen, zoals cyberpesten. 

Welke effecten heeft vriendschap op het psychologisch functioneren en het gedrag van kinderen?

Vriendschap zorgt voor emotionele ondersteuning en de validatie van de eigen gedachten, gevoelens en waarde, daarnaast geeft het gelegenheid voor de ontwikkeling van belangrijke sociale en cognitieve vaardigheden. Vriendschap kan ook dienen als een buffer voor onplezierige ervaringen. Rond het 16e levensjaar geven adolescenten aan dat vrienden belangrijkere vertrouwenspersonen zijn dan hun ouders. 

Vrienden die emoties bespreken met elkaar en met elkaar omgaan op een positieve manier, ontwikkelen een begrip voor andermans mentale en emotionele staat. Openheid stimuleert de cognitieve vaardigheden en verbetert creatieve prestaties. Hechte, wederzijdse vriendschappen op de basisschool zijn gelinkt aan allerlei positieve psychologische en gedragsmatige uitkomsten. 

Vrienden kunnen ook negatieve effecten hebben op elkaar. Kinderen op de basisschool en in de vroege adolescentie die antisociale en agressieve vrienden hebben, laten zelf ook vaker dit gedrag zien. Het is alleen lastig om te bepalen of kinderen vrienden kiezen die op hen lijken of dat kinderen worden zoals hun vrienden over tijd. Jongeren die antisociaal zijn bekrachtigen agressie en afwijkend gedrag door hun praten en hun gedrag en door deze gedragingen acceptabel te laten lijken, een proces dat deviantie training wordt genoemd. 

Adolescenten die alcohol- of drugsmisbruik kennen, hebben vaker vrienden dit ook doen. Ook hier is het onduidelijk hoe de relatie in elkaar zit. Hierbij komt dat deze jongeren elkaar aantrekken vanwege een gelijke genetische samenstelling die hen dezelfde temperamentele karakteristieken geeft, zoals risicozoekend gedrag. Daarnaast geeft een niet-betrokken opvoeding en een autoritaire opvoeding extra risico doordat jongeren hierbij kwetsbaarder zijn voor groepsdruk.

Wat zijn negatieve invloeden van sociale netwerken?

Een gang is een losjes georganiseerde groep die bestaat uit adolescenten of jonge volwassenen die zich identificeren als een groep en vaak illegale activiteiten ondernemen. Een gang moedigt vaak probleemgedrag aan, zoals delinquentie en drugsgebruik, soms is dit zelfs een verplichting. De potentie voor vatbaarheid voor groepsdruk wordt beïnvloed door familie en cultuuromstandigheden, zo kan een gezaghebbende opvoeding dienen als bescherming. 

Wat is de invloed van pesten en victimisatie?

Er zijn vier vormen van pesten:

  1. Fysiek pesten: iemand fysiek pijn doen of dreigen pijn te doen.
  2. Verbaal pesten: iemand beledigen, kwellen, treiteren of intimideren.
  3. Sociaal pesten: iemand buitensluiten van conversaties of activiteiten, het verspreiden van roddels of geen vrienden willen worden.
  4. Cyberpesten: het gebruiken van technologie om iemand te kwetsen of treiteren, door bijvoorbeeld berichtjes, e-mails, websites, video's, foto's en nepprofielen.

    Pesters zijn vaak ongevoelig en antisociaal, vatbaar voor groepsdruk en hoger in sociale status, vaak hebben ze ongevoelige, ruwe ouders. Slachtoffers zijn vaak afgewezen door leeftijdsgenoten, depressief, doen het slecht op school en zijn soms agressief. Een klein percentage is zowel een pester als slachtoffer ervan, deze kinderen zijn vaak agressief en angstig. Er zijn kinderen die slachtoffers beschermen, dit helpt pesten verminderen en beschermt het slachtoffer.

    Romantische relaties tussen leeftijdsgenoten ontwikkelen in de vroege en midden adolescentie. Jonge adolescenten worden getrokken door karakteristieken die status brengen, zoals iemand die gewaardeerd wordt door leeftijdsgenootjes. Oudere adolescenten worden getrokken door kenmerken zoals vriendelijkheid, eerlijkheid en intelligentie. Een romantische relatie is belangrijk voor het gevoel erbij te horen en voor status, in de late adolescentie kan het ook zorgen voor een gevoel van eigenwaarde. Vroeg daten en vroege seksuele activiteit zijn geassocieerd met probleemgedrag. Een ander negatief effect is verdriet als de relatie stopt. De relatie met de ouders wordt gereflecteerd in de romantische relaties.

    Wat is cyberpesten?

    Cyberpesten komt helaas steeds vaker voor. De meest voorkomende vorm is het verspreiden van roddels online. Vooral meisjes en LGBTQ-jongeren zijn het meeste slachtoffer van cyberpesten. Pesters lijken sociaal te profiteren van hun gedrag, ze zijn populairder. Er bestaan succesvolle interventies om cyberpesten tegen te gaan.

    Welke gender verschillen zijn er als het gaat om vriendschap?

    Meisjes hebben vaker behoefte aan hechtheid en afhankelijkheid in hun vriendschappen dan jongens. Ze vallen ook sneller terug op vrienden voor advies of hulp dan jongens. Om deze reden rapporteren meisjes ook sneller overstuur te zijn als vrienden hen bijvoorbeeld bedriegen. Dit zorgt voor kwetsbaardere en kortere vriendschappen. Meisjes doen ook meer aan co-ruminatie dan jongens, wat angst of depressie bij elkaar kan versterken.

    Wat is de status van een kind in de groep?

    De sociometrische status is een meting die de mate waarin kinderen elkaar mogen of niet mogen weergeeft.

    Welke factoren zijn geassocieerd met sociometrische status?

    De sociometrische status wordt beïnvloed door de fysieke uitstraling, sociaal gedrag, persoonlijkheid, cognities over jezelf en anderen, en doelen. Het meest gebruikte sociometrische systeem, classificeert kinderen in een van de volgende vijf groepen:

    • Populaire kinderen. Kinderen die door leeftijdsgenootjes als geaccepteerd en impactvol worden beoordeeld. Deze kinderen hebben een hoge status, die vaak bovengemiddeld agressief zijn en daarom niet per se het meest sympathiek gevonden worden. Relationele agressie kan bestaan uit het buitensluiten van anderen, relaties tussen anderen kapot maken, roddels verspreiden, geen vrienden willen worden en het negeren van anderen.
    • Afgewezen kinderen. Kinderen of adolescenten die niet leuk gevonden worden door veel leeftijdsgenoten en die leuk gevonden worden door weinig leeftijdsgenoten. Er zijn agressieve-afgewezen kinderen en teruggetrokken-afgewezen kinderen. Agressieve-afgewezen kinderen zijn geneigd tot fysiek agressief gedrag, storend gedrag, delinquentie en negatieve gedragingen zoals vijandigheid en dreigen. Teruggetrokken-afgewezen kinderen zijn sociaal teruggetrokken, wantrouwig en timide.  
    • Genegeerde kinderen. Kinderen of adolescenten die door weinig leeftijdsgenoten leuk of niet leuk worden gevonden, omdat ze simpelweg niet worden opgemerkt.
    • Gemiddelde kinderen. Kinderen of adolescenten die door leeftijdsgenoten als gemiddeld leuk worden beschouwd.
    • Controversiële kinderen. Kinderen of adolescenten die door veel leeftijdsgenoten leuk worden gevonden en ook door veel leeftijdsgenoten niet leuk worden gevonden.

      Er zijn interventies ontwikkeld voor het verbeteren van de interacties van een kind met andere kinderen door hen te helpen met het begrijpen van hun eigen emoties en die van anderen en hen te helpen met het reguleren van hun eigen gedrag. In het PATHS (Promoting Alternative Thinking Strategies) programma leren kinderen emotionele expressies identificeren en te denken over de oorzaken en consequenties van verschillende manieren van emotie-expressie. Daarnaast geeft het kinderen mogelijkheden om bewuste strategieën te ontwikkelen voor zelfcontrole. PATHS is effectief gebleken uit verschillende studies. De verbeteringen in sociale competentie worden verwacht te resulteren in een betere sociale status.

      Welke cultuurverschillen en -overeenkomsten zijn er als het gaat over status in de groep?

      In landen variërend van Canada, Italië en Nederland tot Indonesië en China, zijn afgewezen kinderen vaak agressief en verstorend en in de meeste landen worden populaire kinderen beschreven als prosociaal en als het hebben van leiderschapsvaardigheden. Chinese verlegen, gevoelige, voorzichtige kinderen worden door hun docenten gezien als sociaal competent en als leiders en ze werden leuk gevonden door hun leeftijdsgenoten, terwijl dit niet zo is als Westerse kinderen verlegen zijn. De Chinese cultuur hecht waarde aan zelfeffectiviteit en teruggetrokken gedrag, Chinese kinderen worden ook gestimuleerd zich zo te gedragen. Westerse culturen leggen veel meer nadruk op onafhankelijkheid en assertiviteit. In China wordt het ook wel steeds belangrijker om assertief te zijn.

      Welke rol spelen de ouders in de relaties van kinderen met leeftijdsgenoten?

      Ouders kunnen verschillende actieve rollen spelen in de competenties van hun kinderen in de omgang met leeftijdsgenootjes. Twee opvallende rollen zijn het monitoren van het sociale leven van hun kinderen en het coachen van hun kinderen wat betreft sociale vaardigheden. Zo zijn jonge kinderen van wie de ouders mogelijkheden hebben gegeven om met leeftijdsgenoten te interacteren, vaak meer positief en sociaal met leeftijdsgenootjes. Daarnaast initiëren ze onder andere makkelijker sociaal contact. Kinderen hebben ook baat bij emotionele coaching van de ouders.

      Wat is de relatie tussen hechting en sociale competentie met leeftijdsgenoten?

      De hechting met de ouders beïnvloedt de sociale competentie van het kind en de kwaliteit van relaties met anderen. Een onveilige hechting voorspelt vaak een zwakke competentie tot sociale relaties. Een veilige hechting voorspelt juist een sterke competentie tot sociale relaties. 

      Wat is de relatie tussen de ouder-kindinteracties en relaties met leeftijdsgenoten?

      Sociaal competente, populaire kinderen, hebben vaker moeders die onder andere warm zijn en gevoelens bespreken met hun kinderen. Dit stimuleert de zelfregulatie van het kind. Echter, harde opvoeding met lage niveaus van monitoring is vaak geassocieerd met niet-populaire kinderen die vaak slachtoffer zijn. Waarschijnlijk zijn deze effecten bidirectioneel en spelen zowel omgevingsfactoren als biologische factoren een rol. Ouders kunnen ook dienen als buffer als relaties met leeftijdsgenootjes lastig gaan bij hun kind.

      Image

      Access: 
      Public

      Image

      Join: WorldSupporter!

      Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

      Check: concept of JoHo WorldSupporter

      Concept of JoHo WorldSupporter

      JoHo WorldSupporter mission and vision:

      • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

      JoHo concept:

      • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
      • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

      Join JoHo WorldSupporter!

      for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

      Check: how to help

      Image

       

       

      Contributions: posts

      Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

      Image

      Image

      Share: this page!
      Follow: Social Science Supporter (author)
      Add: this page to your favorites and profile
      Statistics
      2640
      Submenu & Search

      Search only via club, country, goal, study, topic or sector