Hoe verloopt de taalontwikkeling van kinderen? - Chapter 6

Hoe ontwikkelt taal bij kinderen?

We gebruiken symbolen om te communiceren met andere mensen en om onze gedachtes, gevoelens en kennis weer te geven uit te wisselen. Symbolen worden gebruikt bij het communiceren met andere mensen. Het gebruiken van taal omvat taalcomprehensie en taalproductie. Taalcomprehensie is het begrijpen van wat andere mensen zeggen, schrijven of uitbeelden (passief). Taalproductie is het spreken, schrijven of uitbeelden naar andere mensen (actief). Taalcomprehensie leidt tot taalproductie.

Uit welke componenten bestaat taal?

Generativiteit is een begrip dat laat zien dat communicatie erg belangrijk is. Generativiteit verwijst naar het idee dat door middel van het gebruik van een oneindige set van woorden in onze vocabulaire een oneindig aantal zinnen kan worden samengesteld en een oneindig aantal ideeën kan worden uitgedrukt. Er zijn verschillende begrippen in de taalkunde. Fonemen zijn de kleinste stukjes geluid die een taal kan produceren. Hieruit volgt een fonologische ontwikkeling, die de overname van kennis over geluiden van taal weergeeft. Daarnaast zijn er morfemen, dat zijn de kleinste stukjes taal die nog een betekenis hebben, samengesteld uit één of meerdere fonemen. Hieruit volgt een semantische ontwikkeling, die het leren van betekenissen van uitdrukkingen in taal weergeeft. Ten derde is er syntax, de regels van een taal die specificeren hoe woorden van verschillende categorieën (bijvoorbeeld werkwoorden, zelfstandig naamwoorden) kunnen worden gecombineerd. Hieruit volgt een syntactische ontwikkeling, die het leren van de regels van een taal weergeeft. Uiteindelijk is er ook sprake van een pragmatische ontwikkeling, die weergeeft hoe je een taal leert te gebruiken.

Wat is nodig voor taalontwikkeling?

Volwaardig gebruik van taal wordt alleen bereikt door mensen, een van de eisen is dan ook de hersenen. Een tweede eis is dat de taal gezien of gehoord moet worden om deze te leren.

De hersenen zijn mens-specifiek, omdat alleen mensen een taal kunnen spreken. De hersenen zijn ook mens-universeel, omdat alle mensen een taal leren, behalve mensen die een cognitieve beperking hebben. Honden, papagaaien en voornamelijk apen kunnen ook tot op zekere hoogte onze taal leren begrijpen. Apen kunnen geleerd worden te communiceren met behulp van een lexigram bord. Menselijke hersenen hebben een communicatief systeem met de complexheid, structuur en generativiteit van taal.

De linker hersenhelft is bij vrijwel iedereen dominant bij taal. De linker hersenhelft controleert en presenteert taalgerelateerde stimuli. De kritieke periode om een taal te leren is tussen het vijfde levensjaar en de puberteit. De kritieke periode voor taal is een periode waarin taal zich gemakkelijk ontwikkelt. Na deze kritieke periode wordt het veel moeilijker om een taal te leren en is het vrijwel onmogelijk om de taal nog perfect te leren spreken. 

Niet alleen de hersenen, maar ook andere mensen zijn belangrijk in de ontwikkeling van taal, kinderen moeten ook blootgesteld worden aan taal. Baby's identificeren taal al vroeg als iets belangrijks, ze luisteren liever naar taal dan andere geluiden. De zogenaamde infant-directed speech (IDS) is een speciale manier van praten tegen baby’s en kleine kinderen. Karakteristieken van IDS zijn: emotioneel, overdreven, langzaam, duidelijk en gepaard met overdreven gezichtsuitdrukkingen. De intonatie van woorden leidt ertoe dat kleine kinderen de betekenis van het woord gemakkelijker kunnen interpreteren. De hersenen reageren ook meer op IDS dan op volwassentaal. Toch wordt IDS niet universeel gebruikt. Mensen die dit niet gebruiken, denken dat kinderen taal niet kunnen begrijpen en dus vinden ze het niet nodig om tegen hen te praten. Wanneer kinderen hun eerste woorden uit zichzelf spreken, zorgen de ouders er op een directe manier voor dat het kind de taal kan leren door woorden/zinnen te zeggen en het kind instructies te geven om deze te herhalen.

Tweetaligheid is de vaardigheid om twee talen te gebruiken. Het aantal kinderen dat tweetalig opgroeit wordt steeds groter. Het leren kan al beginnen in de baarmoeder. Kinderen die tweetalig opgroeien hebben geen verwarring tussen de twee talen, ze bouwen twee verschillende taalsystemen op. Het maken van fouten is volstrekt normaal en duidt niet op verwarring, eerder op een kennisgat dat opgevuld wordt met de andere taal. 

Hoe verloopt het proces van taalverwerving?

Hoe ontwikkelt spraakperceptie?

De eerste stap bij het leren van taal is de perceptie van spraak. De basis van dit proces is prosodie. Dit is een karakteristiek ritme, tempo, cadans, melodie, intonatie patronen, etc. Zowel volwassenen als baby’s ontvangen bepaalde spraakgeluiden die behoren tot een bepaalde categorie. Dit wordt categorische perceptie genoemd. De voice onset time (VOT) is de tijdsduur tussen het moment dat lucht door de lippen gaat en het moment dat de stembanden beginnen te vibreren. De VOT is bepalend bij welke letter gesproken wordt. Uit studies naar VOT blijkt dat baby's beter kunnen onderscheiden tussen verschillende spraakgeluiden dan volwassenen, wat hen helpt om welke taal dan ook te leren. Als kinderen een jaar zijn is hun spraakperceptie al volledig ontwikkeld, ze kunnen niet meer zo goed verschillende spraakgeluiden onderscheiden als eerst.

Hoe ontwikkelt woordsegmentatie?

Woordsegmentatie is het proces waarbij ontdekt wordt waar woorden beginnen en eindigen in vloeiende spraak, dit begint in de tweede helft van het eerste levensjaar. Baby's zijn goed in het oppikken van regelmatigheden in hun moedertaal die helpen om woordgrenzen te vinden. Daarnaast zijn ze gevoelig voor de verdelingseigenschappen van spraak, dit is het fenomeen dat in elke taal, bepaalde geluiden vaker samen voorkomen dan andere geluiden. Een andere regelmatigheid is het terugkomen van de eigen naam.  

Hoe wordt taalproductie voorbereid?

Als tweede stap begint men met de voorbereiding van taalproductie. Eerst zijn dit ongecontroleerde geluiden, zoals huilen, schreeuwen, boeren, of smakken. Daarna komen de simpele geluiden, zoals ‘oooh’ of ‘aaah’. Deze vroege manier van taalproductie heet babbling. Hier komt steeds meer controle in. Dan beseffen baby’s dat er reacties ontstaan op hun geluiden en gaan ze de dialoog aan met de anderen, meestal zijn dit de ouders. Baby’s gebruiken ook veel non-verbale interacties om te communiceren, zoals wijzen naar objecten of personen.

Hoe worden de eerste woordjes gevormd?

Als derde stap komen de eerste woordjes. Echter, om echt woorden te leren en deze te gebruiken, moeten kinderen erkennen dat woorden betekenissen hebben. De eerste stap is dan ook om te richten op het probleem van referentie. Referentie in taal en spraak is de associatie van woorden en de betekenis van woorden. Het is daarnaast moeilijk voor een ouder om het eerste woordje van een kind vast te leggen. Kinderen hebben eerst een periode waarin ze één woord per keer uitspreken om iets duidelijk te maken. Dit wordt de holofrastische periodegenoemd. Dit kan soms problemen opleveren. Deze periode kan namelijk tot overextensie leiden. Dit is een vorm van generaliseren. Zo kan een kind in deze fase elk vierpotig dier een hond noemen.

Kinderen leren de betekenis van woorden voornamelijk van de ouders, door IDS, maar ook doordat ouders bijvoorbeeld nieuwe woorden benadrukken. Het kind is ook actief genoeg om zelf de betekenis van woorden te leren. Dit gaat door middel van fast mapping, een proces waarbij op een snelle manier een nieuw woord wordt geleerd door het horen van een bekend woord tegenover een tegengesteld onbekend woord, of omgekeerd. Ook door middel van pragmatische cues worden woorden geleerd, dit zijn aspecten van de sociale context. Een ander hulpmiddel is syntactische bootstrapping: een strategie om grammaticale structuren van hele zinnen te gebruiken om de betekenis te leren.

Verschillen in het aantal woorden dat kinderen kennen, kunnen verschillende redenen hebben. Het aantal woorden dat een kind kent, is gerelateerd aan het aantal woorden dat ze horen. Een van de determinanten van wat een kind hoort is de SES van de ouders. Hoe hoger de sociale klasse van het gezin, hoe meer woorden een kind kent. Dit voorspelt ook de hoeveelheid woorden die een kind gaat leren in de toekomst. Ook de kwaliteit van de taal die gesproken wordt is van belang. Hierbij is de fysieke omgeving van belang, in luidruchtige omgevingen, zal een kind minder makkelijk nieuwe woorden leren. Om verschillen tussen kinderen te reduceren kunnen interventies toegepast worden, zoals het meer lezen van boeken en het vergroten van de tijd dat ouders tegen hun kind praten.

Over het gebruik van technologie bij kinderen jonger dan twee jaar bestaan zorgen, omdat dit de tijd vermindert dat kinderen zich actief bezighouden met verzorgers en objecten, de beste bronnen voor leren. Het blijkt dat kinderen wel kunnen leren van actief communiceren via bijvoorbeeld live video-interacties, maar educatieve waardes van bepaalde spelletjes of programma's moeten benaderd worden met een sceptische blik. 

Hoe worden woorden samengevoegd?

Ten vierde worden woorden samengesteld tot hele zinnen. Kinderen beginnen met een soort telegramstijl van woorden samenstellen. Ze gebruiken hierbij twee of iets meer woorden. Elke taal heeft een bepaald set van regels en uitzonderingen die bepalen hoe elementen van taal gecombineerd kunnen worden, de grammatica. Kinderen leren dit door wat ze eerder hebben gehoord te generaliseren. Bewijs hiervoor is overregularisatie: spreekfouten waarbij kinderen onregelmatige vormen van woorden behandelen alsof ze regelmatig zijn (breek-breekte). 

Hoe ontwikkelen conversatievaardigheden?

Ten slotte worden de conversatiecapaciteiten ontwikkeld. Dit begint met collectieve monologen. Dit zijn conversaties tussen kinderen die niets met elkaar te bespreken hebben, niet reageren op wat de ander zegt, en het alleen over zichzelf hebben, maar toch tegen elkaar praten. Later beginnen ze te praten door middel van narratives: beschrijvingen van gebeurtenissen uit het verleden die de basisstructuur hebben van een verhaal. De ontwikkeling van het nemen van perspectief in een conversatie, is gerelateerd aan het executief functioneren van een kind. Hoe meer controle er is over hun eigen perspectief, hoe makkelijker ze het perspectief van een ander in kunnen nemen. Op de leeftijd van ongeveer 5 tot 6 jaar zijn de fundamentele taalelementen aanwezig.

Wat zijn verschillende theorieën over taalontwikkeling bij kinderen?

Er is bewijs voor zowel nature (de hersenen) als nurture (ervaring met taal) in het proces van taalontwikkeling. 

Hoe kijken nativisten naar taalontwikkeling bij kinderen?

Chomsky weerlegde Skinners theorie dat taal wordt geleerd door processen van straf en beloning. Chomsky stelde dat dit niet mogelijk is, omdat we zinnen kunnen begrijpen en produceren die we nooit eerder hebben gehoord. De verklaring hiervoor is dat we aangeboren kennis hebben van de structuur van taal die niet aangeleerd is. Volgens Chomsky worden mensen geboren met Universele Grammatica, een set van abstracte en onbewuste regels die bekend zijn in alle talen.

Welke debatten zijn er gaande over taalontwikkeling bij kinderen?

Huidige theorieën erkennen een deel van Chomsky's observaties. De vraag is echter in hoeverre bepaalde verklaringen in de genen of in de omgeving liggen en in hoeverre het kind bijdraagt: zijn cognitieve en neurale mechanismen die ten grondslag liggen aan het leren van taal alleen geëvolueerd om het leren van taal te ondersteunen (domein-specifiek) of worden ze gebruikt voor het leren van allerlei dingen (domein-algemeen). Kinderen zijn gemotiveerd om te interacteren met anderen, kinderen zouden zo langzamerhand regelmatigheden in taal ontdekken. Aan de andere kant wordt dit ook deels geleerd volgens Skinners principes, doordat ouders bijvoorbeeld lachen in reactie op gebrabbel van het kind (positieve bekrachtiging). Wat betreft de tweede vraag, stellen nativisten dat de hersenen van kinderen een aangeboren taalmodel bevat dat anders is dan alle andere aspecten van het cognitief functioneren. Dit wordt de zogenaamde modulariteitshypothese genoemd. Een alternatieve kijk suggereert dat de leermechanismen die ten grondslag liggen aan het leren van taal algemeen zijn. Zo is de vaardigheid om kleine stukjes informatie selecteren ook nuttig in andere domeinen en daarnaast zijn er bij taalontwikkelingsstoornissen niet alleen taalaspecten betrokken, maar ook aspecten van meer algemeen cognitief functioneren. Connectionisten hanteren een soort verwerkingsproces van informatie, dat de gelijke activiteit benadrukt van een aantal stukken die met elkaar verbonden zijn. Zij geloven voornamelijk in de algemene taalmechanismen, in tegenstelling tot de andere twee soorten theoretici die geloven in taalspecifieke mechanismen.

Het maken van gebaren is iets wat vaak samengaat met spreken. Het maken van gebaren begint al vroeg. Hoe meer gebaren kinderen maken op jonge leeftijd, hoe groter hun vocabulaire als ze wat ouder zijn. Dove kinderen kunnen hun eigen gebarentaal ontwikkelen. In een school in Nicaragua waar de kinderen en leraren geen gebarentaal kenden, werd al snel een eigen gebarentaal ontwikkeld. Kinderen die later ook op de school kwamen, leerden snel deze taal, die langzaam veranderde in een volledige, complexe taal met eigen grammatica.

De belangrijkste individuele verschillen vallen onder de categorie van taalontwikkelingsstoornissen. Veel stoornissen worden pas ontdekt als een kind naar school gaat. Ongeveer 7% van de schoolgaande kinderen in de VS zijn gediagnosticeerd met specific language impairment (SLI). Deze kinderen hebben moeite met veel taalgerelateerde taken. Kinderen met genetisch overgeërfde ontwikkelingsstoornissen hebben ook vaak een achterstand op verschillende aspecten van taalontwikkeling. Voor kinderen met een autisme spectrum stoornis zijn de taalvaardigheden een indicatie voor uitkomsten later in het leven. Dove kinderen kunnen ook taalstoornissen ontwikkelen als ze niet al vroeg gebarentaal leren. Deze kinderen kunnen ook een cochleair implantaat krijgen, die de auditieve zenuw stimuleren. 

Hoe werkt het gebruik van non-verbale symbolen in de taalontwikkeling?

Om symbolen te gebruiken in non-verbale taal is duale representatie nodig. Dit is een idee dat symbolische artefacten mentaal gepresenteerd moet worden op twee manieren tegelijk: op zowel een realistische manier als op een symbolische manier. Als kinderen ouder worden leren ze symbolen steeds beter begrijpen. Zo begrijpt een schoolgaand kind dat een rode lijn op een plattegrond niet betekent dat de weg in het echt werkelijk rood is, terwijl jongere kinderen dat wel denken. Tekenen is ook een symbolische manier van non-verbale taal. Eerst heeft tekenen geen specifiek doel. Als kinderen drie tot ver jaar oud zijn, proberen ze iets specifieks te tekenen, zoals een mens. 

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Social Science Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2515
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector