Wat zijn determinanten van opvoeding? - Chapter 5
- Wat zijn de verschillende categorieën determinanten?
- Wat zijn de verschillende culturele en distale determinanten van opvoeding?
- Wat zijn de verschillende contextuele determinanten van opvoeding?
- Wat zijn de stabiele karakteristieken determinanten van opvoeding?
- Wat zijn de situationele determinanten van opvoeding?
- Hoe kunnen determinanten elkaar beïnvloeden?
Wat zijn de verschillende categorieën determinanten?
Determinanten of predictoren zijn variabelen die het opvoedgedrag van ouders kunnen beïnvloeden. Harmon en Brim concludeerden dat er vier basiscategorieën determinanten zijn.
- Algemene culturele factoren (bijvoorbeeld nationaliteit).
- Individuele factoren (bijvoorbeeld eigenschappen van de ouders, onbewuste invloeden).
- Interpersoonlijke factoren (bijvoorbeeld familiestructuur).
- Setting/omgeving (bijvoorbeeld thuis, de speeltuin).
Hoe werken deze determinanten samen?
Belsky kwam met een model dat liet zien hoe deze vier categorieën determinanten samenwerken. Er zijn volgens hem drie centrale categorieën die de determinanten beïnvloeden:
- De psychologische middelen van de ouders (bijvoorbeeld hun ontwikkelingsgeschiedenis, persoonlijkheid).
- Karakteristieken van het kind (bijvoorbeeld gender, gedrag).
- Contextuele bronnen van stress en sociale ondersteuning (bijvoorbeeld sociale netwerken).
Volgens dit model werken de bovenstaande drie dingen samen om te bepalen hoe een ouder met een kind omgaat. De ontwikkelingsgeschiedenis van de ouders bepaalt in combinatie met hun genen wat voor persoonlijkheid zij krijgen. De persoonlijkheid van de ouders beïnvloedt de contextuele bronnen van stress en sociale ondersteuning zoals het huwelijk, het werk, en het sociale netwerk. Deze contextuele bronnen bepalen op hun beurt samen met de karakteristieken van het kind hoe de ouder zich gedraagt. Volgens Belsky was persoonlijkheid van de ouder het allerbelangrijkst: een stabiele en emotioneel sterke ouder kon volgens hem beter met 'slechte' karakteristieken van het kind en een stressvolle context omgaan. Belsky dacht zelfs dat de persoonlijkheid van de ouder een mediator was van alle andere determinanten. Wat de invloed van stress verder kan verminderen zijn sociale steun en hulpmiddelen.
Dit model is een model van mid-level determinanten: invloeden op hoe ouders hun kind opvoeden die ergens tussen proximale of onmiddellijke determinanten en distale of verre of culturele determinanten liggen.
Wat zijn de verschillende culturele en distale determinanten van opvoeding?
Deze determinanten beïnvloeden opvoeding via de doelen, waarden en het gedrag van de ouders. Hieronder volgen drie voorbeelden van deze determinanten.
1. Wat voor invloed heeft cultuur op de opvoeding?
De culturele context is de gedeelde cultuur tussen iedereen die in dezelfde omstandigheden en omgeving opgroeit. Het reflecteert de sociale, economische en psychologische aanpassingen van mensen. Gerelateerd aan opvoeding gaat het hier om de setting waarin kinderen opgroeien, de opvoedingsmethodes die ouders gebruiken, het speelgoed wat kinderen krijgen en de doelen en normen en waarden van de ouders over wat acceptabel gedrag is voor kinderen. Door groepen ouders uit verschillende culturen te vergelijken hopen wetenschappers inzicht te krijgen welke gelijkenissen en verschillen er zijn in de opvoeding van kinderen.
2. Wat voor invloed heeft sociaaleconomische status (SES) op opvoedingsgedrag?
SES is een variabele die staat voor de hoeveelheid middelen, macht en invloed die mensen hebben. Meestal wordt dit gemeten aan de hand van inkomen, opleiding en baan. De meeste onderzoeken vergelijken ouders uit de lagere- en middenklasse met elkaar op een aantal opvoedingsvariabelen. Het blijkt dat ouders met een lagere SES vaker fysiek straffen.
Deze relatie tussen SES en opvoedingsgedrag komt volgens Kohn doordat bepaalde levenssituaties of banen ouders bepaalde opvoedingsovertuigingen opleveren. Ouders met een hoge SES hebben bijvoorbeeld vaak banen waar verantwoordelijkheid, initiatief en zelfstandigheid centraal staan, waardoor ze dit ook belangrijk vinden voor hun kinderen. Ouders met een lage SES die in hun baan vaak ondergeschikt zijn promoten juist luisteren gehoorzaamheid bij hun kinderen. In het kort zegt het model van Kohn dus dat SES leidt tot overtuigingen, wat leidt tot opvoedingsovertuigingen wat vervolgens leidt tot het ouderlijke gedrag.
Lareau zegt dat er op basis van SES ook twee beïnvloedingstactieken van ouders ontstaan. Hoge SES-ouders stimuleren de ontwikkeling van hun kind door hen dingen te geven en hen voor dingen op te geven die passen bij de vaardigheden die ze willen die kinderen ontwikkelen. Vaak zijn dit dingen die niet beschikbaar zijn in de lagere klassen (denk hierbij aan muziekles, of bijles). Contrasterend laten ouders met een lage SES de opvoeding vaak op zijn natuurlijke beloop: kinderen zijn vrij hun eigen interesses te ontdekken.
3. Hoe beïnvloedt geloof opvoedingsgedrag?
Religie heeft veel invloed op onder andere rechtspraak, culturele normen en waarden, seksuele expressie, interpersoonlijke relaties en opvoeding. In elk geloof staat wel iets voorgeschreven over opvoeding. Het Boeddhisme heeft bijvoorbeeld mindful opvoeden: waarbij een ouder onbevooroordeeld, in het moment en intentioneel opvoedingsacties kiest voor het kind. Hierbij heeft de ouder compassie voor zowel zichzelf als het kind. De drie grootste geloven, namelijk het christendom, jodendom en de islam zijn voorstander van veel tijd doorbrengen met je kinderen en besteden aan familie. Religieuze ouders lijken ook andere waardes te hebben dan niet religieuze ouders. Religieuze ouders zijn vaker betrokken bij wat hun kind doet, begeleiden hen, geven hun sneller liefde, maar straffen ook steviger. Daarnaast geven ze vaker het goede voorbeeld.
Wat zijn de verschillende contextuele determinanten van opvoeding?
Hoe beïnvloedt het werk van ouders de opvoeding?
Niet alleen de objectieve kenmerken van een baan zoals bijvoorbeeld hoeveel uur iemand werkt, maar ook allerlei gerelateerde dingen zoals de financiële situatie van het gezin en hoe belangrijk iemand de baan vindt spelen mee bij de invloed op opvoeding. Dit beïnvloedt namelijk welke waarden ouders hebben, hun psychologische en fysieke gezondheid, hun humeur en hoeveel tijd ze voor hun kinderen hebben. Wat de laatste jaren een groot verschil heeft gemaakt in familiestructuur en opvoeding is dat veel moeders weer fulltime werken. Als gevolg hiervan zijn vaders vaak meer betrokken, maar zijn ouders ook meer afhankelijk van kinderopvang of een oppas. Wel kan de baan van de moeder zorgen voor zelfvertrouwen en een pauze van het huishouden en opvoeden wat ze hier vaak nog naast doen. Daarnaast is werk hebben een buffer die beschermt tegen stress (van bijvoorbeeld een moeilijk kind of relatieproblemen). Hierdoor gaat de kwaliteit van de opvoeding omhoog als de moeder wel thuis is. Een andere variabele die een belangrijke rol speelt in de relatie tussen werk en opvoeding is opvoedingsinzet: in hoeverre een ouder toegewijd is aan het kind (en hun welzijn).
Wat voor invloed heeft stress op de opvoeding?
Stress kan door allerlei dingen ontstaan, door grote levensveranderende gebeurtenissen of stressoren van het dagelijks leven. Deze kunnen onderverdeeld worden in vier klassen:
- Relatie.
- Werk en financiën.
- Persoonlijke karakteristieken.
- Kind-gerelateerde stressoren.
Deze laatste groep wordt ook wel opvoedingsstress genoemd: dit wordt veroorzaakt door fysieke en psychologische reacties op het zijn van een ouder. Hoeveel opvoedingsstress een ouder heeft wordt bepaald door een combinatie van de karakteristieken van het kind, de karakteristieken van de ouder en situaties waarin de ouder zich bevindt (bijvoorbeeld wonen in een slechte buurt). Stressoren kunnen ook combineren en samen meer stress veroorzaken. De stress wordt dan additief genoemd.
Wat is de invloed van sociale steun op de opvoeding?
Sociale steun helpt tegen stress. Het kan komen van familie, vrienden, buren en andere leden van een geloofsovertuiging, maar meestal is het de partner. Een partner steunt de andere ouder vaak op emotioneel en instrumenteel gebied (bijvoorbeeld oppassen, boodschappen doen). Sociale steun heeft een positieve invloed op de opvoeding.
Wat voor invloed heeft de buurt op de opvoeding?
Het wonen in een arme buurt is slecht voor de ontwikkeling van een kind. De opvoeding in een buurt met veel criminaliteit bestaat vaak uit: weinig vertrouwen in mensen die geen familie zijn, het vroeg zelfstandig moeten zijn, weinig emotionele ondersteuning krijgen en positief staan tegenover agressie. Volgens sommige onderzoekers komt dit doordat de moeders gestrest zijn en zelf ook niet hun behoeften kunnen vervullen. Volgens Ogbu komt het echter doordat de opvoeding wordt aangepast aan de omgeving zodat de beste kans op overleving ontstaat. Er zijn ook in deze criminele buurten ouders die proberen hun kinderen zo op te voeden dat ze negatieve uitkomsten zoals criminaliteit, drugs, verkeerde vrienden of stoppen met school vermijden en als gevolg hiervan komen deze kinderen vaak beter terecht.
Wat zijn de stabiele karakteristieken determinanten van opvoeding?
Wat zijn de stabiele ouder-karakteristieken gerelateerd aan opvoeding?
Er zijn vier centrale karakteristieken gerelateerd aan opvoeding:
- Geslacht: er wordt veel onderzoek gedaan naar het verschil in opvoeding tussen vaders en moeders en één duidelijk verschil is de hoeveelheid tijd die ze besteden aan het kind en de opvoeding. Moeders besteden hier vaak meer tijd aan. Een ander verschil is hun gedrag en attitudes. Vaders spelen fysieker en ruiger, terwijl moeders meer interactieve dingen doen zoals kiekeboe. Als laatste is er een verschil in hun attitudes: moeders vinden dat een kind moet leren emoties en intimiteit te tonen, terwijl vaders zich focussen op prestatie en verantwoordelijkheid.
- Eerdere ervaringen: er zijn hierbij drie soorten eerdere ervaring belangrijk. Ten eerste ervaringen uit de jeugd van de ouder, ervaringen van de ouder met andere kinderen en eerdere opvoed-ervaringen. Zo bepaalt bijvoorbeeld de manier waarop de ouder is opgevoegd hoe zij zelf hun kind opvoeden. Daarnaast kan een ouder ervaringen hebben met kinderen via bijvoorbeeld oppassen en blijkt dat zij met meer oppaservaring beter kunnen omgaan met problemen die zich tijdens de opvoeding voordoen. Als laatste kan een ouder ervaring hebben met opvoeding via training of een eerder kind, waaruit vaak blijkt dat ouders leren van hun ervaringen en effectievere ouders worden als er nog een kind komt.
- Sociale cognities: zijn verbonden met onze emoties en gedrag en zijn relatief stabiel. Zo kunnen bepaalde overtuigingen (bijvoorbeeld 'fysiek straffen is effectief') ervoor zorgen dat gedrag (fysiek straffen) eerder uitgevoerd wordt. De stemming van een ouder wordt ook beïnvloedt door sociale cognitie, specifiek in hoeverre ouders geloven dat ze het gedrag van hun kind kunnen controleren heeft invloed op hun stemming. Dit wordt ook wel opvoedings-self-efficacy genoemd. Als deze niet hoog is worden ouders gestrester. Via deze sociale cognities kan ouderlijk gedrag ook veranderd worden.
- Persoonlijkheid: volgens Belsky is dit het belangrijkste onderdeel, specifiek de volwassenheid en het psychologische welzijn van de ouders bepaalden volgens hem hoe effectief ze waren in de opvoeding. Kochanska vond bewijs dat ouders die zelf een negatieve, onstabiele kindertijd hebben gehad een assertieve opvoedstijl gebruiken, behalve als hun persoonlijkheid hiertegen beschermde via eigenschappen als optimisme en vertrouwen. Een andere eigenschap die invloed uitoefent is empathie: dingen kunnen zien vanuit het perspectief van het kind en dus beter kunnen begrijpen wat ze voelen. Meer empathie leidt tot beter begrip voor de gevoelens van een kind en wat het kind wil.
Wat zijn de stabiele kind-karakteristieken gerelateerd aan opvoeding?
Deze karakteristieken zijn:
- Leeftijd: dit karakteristiek heeft de belangrijkste invloed op het opvoedingsgedrag van ouders. Dit komt omdat terwijl het kind ouder wordt hij of zij door heel erg veel veranderingen heen gaat. Doordat hun karakteristieken veranderen laten ouders op verschillende manieren affectie zien, communiceren en disciplineren ze anders en zorgen ze op een andere manier voor het kind.
- Temperament: dit is de biologische bepaalde gedragsstijl van een kind en bepaalt of een kind emotioneel expressief is en hoe het reageert op veranderingen in de omgeving. Hieronder valt ook hoe actief en sociaal het kind is. Dit is na leeftijd de belangrijkste invloed op oudergedrag. Niet het temperament zelf, maar hoe de ouders ermee omgaan is het belangrijkst voor de ontwikkeling (bijvoorbeeld een kind 'onbeleefd' versus 'nadenkend' noemen als ze niet durven te praten). Dit heeft een grote impact op de zelf-perceptie van een kind. De mate waarin de reacties van ouders passen bij het temperament van het kind wordt ook wel matching of goodness of fit genoemd. Verder blijkt dat ouders met moeilijke kinderen negatiever en straffender zijn, terwijl ouders met makkelijker kinderen meer autoratief en responsief reageren.
- Geslacht: dit oefent ten eerste invloed uit op het gedrag van ouders omdat ze soms aan de hand van geslacht bepalen hoeveel kinderen ze willen (bijvoorbeeld twee meisjes en een jongetje willen en dan zwanger blijven worden totdat dit zo is). Ten tweede kan het geslacht van het kind invloed hebben als het niet past bij wat de ouder wilde, ze spelen dan minder met het kind. Ook op latere leeftijd heeft geslacht nog invloed op hoe ouders zich gedragen: zo moedigen ze bij jongens autonomie en ontdekking aan en leren ze meisjes hoe het huishouden en interpersoonlijke relaties werken.
- Geboortevolgorde: in de jaren vijftig is al gevonden dat de eerstgeborene meer aandacht, affectie en zorg ontvangt omdat de ouders dan nog meer energie hebben. Echter staat de eerstgeborene ook meer onder druk om iets te bereiken, omdat ouders vaak hogere verwachtingen hebben bij hun eerste kind. Later onderzoek liet zien dat er drie variabelen belangrijk zijn: geslacht van het kind, de tijd tussen de geboortes en de grootte van de familie.
Wat zijn de stabiele familie-karakteristieken gerelateerd aan opvoeding?
- Familiestructuur: de belangrijkste variabele hierbinnen is of een kind opgroeit in een gezin met één of twee ouders. Bij eenoudergezinnen staat de ouder meer onder tijdsdruk, heeft stress, monitort kinderen minder en spendeert minder tijd met ze in verhouding tot gezinnen met twee ouders. Een tweede variabele is hoeveel kinderen een gezin heeft. In grotere gezinnen van vier of meer kinderen wordt vaker straffend en autoritair gedisciplineerd in verhouding tot kleinere gezinnen.
- Echtelijke relaties: een relatie die liefdevol en ondersteunend is en voldoening geeft, is gerelateerd aan een positieve opvoeding. Ouders in een ongelukkige relatie zijn minder consistent in de opvoeding, minder emotioneel beschikbaar en ze disciplineren ook vaak straffender. Daarnaast zorgt ruzie bij de ouders soms voor ruzie met het kind, waardoor het kind aanpassingsproblemen krijgt. Dit laatste wordt de spillover hypothese genoemd: de kwaliteit van interacties in een domein (in dit geval tussen ouders) worden meegenomen naar een ander domein (in dit geval tussen ouder en kind). Een alternatief hiervoor is de compensatie hypothese: een variabele kan de negatieve effecten van iets anders opheffen (bijvoorbeeld een moeder die compenseert voor de slechte relatie met de andere ouder door extra aandacht en warmte te tonen richting het kind). Hierdoor zou het kind geen last hebben van de problemen die de ouders onderling hebben.
Wat zijn de situationele determinanten van opvoeding?
Hoe beïnvloedt context de opvoeding?
De context is erg belangrijk voor het bepalen van opvoedingsgedrag. Ouders veranderen hun gedrag richting hun kind op basis van de context waarin ze zich bevinden. Centraal hierin zijn:
- De setting (locatie) waarin iets gebeurt.
- Of er anderen zijn of niet: als het bijvoorbeeld druk is in huis praten ouders in minder complexe taal richting hun kinderen omdat het huis chaotischer is.
- De tijd van de dag of in het jaar: zo zijn ouders bijvoorbeeld vaak meer aanwezig in de zomer als ze vakantie hebben van hun werk of hebben ze haast in de ochtend. In beide gevallen verandert hun opvoedingsstijl.
Hoe beïnvloeden voorbijgaande ouderkenmerken de opvoeding?
Onder voorbijgaand vallen die karakteristieken die binnen korte tijd aanzienlijk kunnen veranderen, namelijk gedachten en emoties. Denk bij gedachten bijvoorbeeld aan korte-termijndoelen die per minuut kunnen verschillen maar mede bepalen hoe een ouder tegen een kind doet. Denk bij emoties aan positieve of negatieve emoties die opkomen als een ouder dit doel wel of niet bereikt. Deze emoties kunnen te sterk, zwak of verkeerd zijn voor de situatie en oefenen daardoor ook invloed uit op de opvoeding van het kind.
Hoe beïnvloeden voorbijgaande kinderkenmerken de opvoeding?
De elkaar snel wisselende emoties en gedachten van een kind kunnen ook het gedrag van ouders beïnvloeden. Effectieve opvoeding houdt in dat ouders compassie kunnen tonen voor de extreme reacties van kinderen, omdat ze snappen dat kinderen gevoeliger zijn voor veranderingen in hun fysiologische of emotionele staat van zijn. Hierbij maakt wat voor type misdraging een kind pleegt uit voor de reactie van ouders, maar ook de opvoedingsstijl van de moeder en het gender van het kind zijn belangrijk.
Hoe kunnen determinanten elkaar beïnvloeden?
- Ze kunnen een additief effect op elkaar hebben: hierbij versterken de variabelen elkaar. De invloed van de variabelen samen is dan groter dan die van elke variabele alleen.
- Er kunnen eerdergenoemde moderator effecten aanwezig zijn: wanneer een variabele de kracht of richting van een relatie tussen twee andere variabelen beïnvloedt. Voor opvoeding is de belangrijkste moderator de echtelijke relatie/het huwelijk: als ouders elkaar steunen beschermt dit tegen stress en ook kan een goed huwelijk negatieve opvoedingseffecten voorkomen.
- Er kunnen mediator effecten zijn: wanneer één variabele kan verklaren waarom of hoe andere variabelen met elkaar geassocieerd zijn. Een variabele beïnvloedt dan hoe sterk het effect van een andere variabele is en kan zelfs zorgen dat deze helemaal geen effect meer heeft. Een voorbeeld hiervan is dat het vroeger gedacht werd dat economische problemen oudergedrag zouden beïnvloeden, maar eigenlijk zijn het niet de economische problemen zelf, maar hoe belast de ouder hier zich door voelt wat bepaalt of het invloed heeft op hun gedrag.
- Er kan een interactie zijn tussen determinanten: hierbij hangt het effect van de ene determinant af van de andere. Een voorbeeld hiervan is de relatie tussen het geslacht van de ouder en die van het kind, deze beïnvloeden elkaar.
- Er kan sprake zijn van compensatie: hierbij wordt een negatieve determinant gecompenseerd door een sterke positieve determinant. Bijvoorbeeld, de invloed van stress van de ouders op de ontwikkeling van het kind kan gecompenseerd worden door een grote hoeveelheid sociale steun.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2440 keer gelezen
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2467 keer gelezen
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








