In hoeverre hebben ouders invloed op de ontwikkeling van een kind? - Chapter 4

Wat is het historische bewijs van ouderlijke invloed op de ontwikkeling van kinderen?

Hedendaags maar ook in de vroege geschiedenis geloofden mensen dat hoe ouders hun kinderen opvoeden van groot belang is voor hoe het kind zich ontwikkelt. Dat dit altijd al belangrijk gevonden werd is terug te zien in bijvoorbeeld gezegdes (like father, like son). Daarnaast worden heel erg veel problemen in de samenleving geassocieerd met de problematische opvoeding van kinderen. Denk hierbij aan middelen misbruik, criminaliteit, of tienerzwangerschap.

Hoe zien natuur-experimenten eruit?

Natuur-experimenten ontstaan wanneer het kind in een abnormale situatie opgroeit zonder dat daar wetenschappelijke manipulatie aan te pas komt; door deze situaties te bestuderen krijgen we informatie over de ontwikkeling. Het extreemste voorbeeld hiervan zijn kinderen die opgevoed zijn door dieren. De kinderen die veel bestudeerd worden zijn kinderen die opgroeien in weeshuizen en dus zonder ouders. René Spitz was een van de eersten die zei dat kinderen zich slecht ontwikkelden zonder hun moeder, kinderen krijgen dan te weinig liefde. Hij noemde dit ‘hospitalism’. Latere psychologen gingen verder met zijn werk. Toen is gevonden dat ook sociale interactie en cognitieve stimulatie belangrijk was voor de ontwikkeling van het kind.

Hoe ziet het onderzoek naar dieren eruit?

Zing-Yang Kuo was een Chinese onderzoeker, hij onderzocht de effecten van omgeving en training op dieren. Hij kon dieren dingen laten doen die tegen hun natuur in gingen. Dit was duidelijk bewijs voor het idee dat een dier door ervaring heel veel verschillende vormen van gedrag kan leren vertonen.

Konrad Lorenz was grondlegger van de ethologie: de gedragsstudie van dieren in hun natuurlijke omgeving. Zijn belangrijkste ontdekking was imprinting: het ontzettend snel leren van bepaalde gedragingen al vroeg in het leven, onafhankelijk van de consequenties van dit gedrag. Lorenz dacht dat er voor bepaalde vormen van leren kritieke periodes waren: een begrensde periode waarin een dier of mens iets kan leren. Dit is onomkeerbaar. Hierna kunnen ze dus bepaalde dingen niet meer aanleren. Ook zijn er sensitieve periodes, waarin de effecten van iets wat aangeleerd is of juist niet wel onomkeerbaar zijn.

Harry Harlow was een onderzoeker die onderzoek deed naar ouder-kind relaties via hechtingsonderzoek bij rhesus-aapjes. Hij ontdekte dat babyaapjes die werden opgevoed in isolatie anders waren dan de normale aapjes. Zij ontwikkelden extreem pathologisch gedrag, in de vorm van stereotype en antisociale gedragingen. Later lieten zij abnormaal seksueel gedrag zien. Hiermee liet hij zien dat baby's hun moeder dus niet alleen nodig hadden voor het eten dat ze gaven, maar ook gewoon voor liefde. Dit geldt voor mensen ook.

Wat zijn de associaties tussen opvoeding en uitkomsten bij het kind?

Vroeger werd gedacht dat ouders een uni-directioneel effect hadden op het kind: hun gedrag beïnvloedde het kind, maar niet andersom. Tegenwoordig is dit niet meer zo. Als er gekeken wordt naar de associatie tussen opvoeding en uitkomsten bij het kind dan kunnen deze positief, negatief of niet bestaand zijn. Als we het hebben over positieve relaties wordt er vooral gekeken naar competentie: gebruik kunnen maken van persoonlijke bronnen en die uit de omgeving om jezelf positief te ontwikkelen; en welzijn. Bij het onderzoek naar competentie worden drie specifieke gebieden onderzocht: ouder-kind hechting, opvoedingsstijlen of patronen en specifieke opvoedingsgedragingen.

Wat zegt het onderzoek over ouder-kind-hechting?

Dit onderzoek geeft aan dat kinderen die met twaalf maanden veilig gehecht zijn aan de ouders positieve ideeën ontwikkelen over zichzelf en anderen. Deze gebruiken ze dan bij het vormen van nieuwe relaties. Daarnaast zijn veilig gehechte kinderen enthousiaster, meewerkender en hebben een beter probleemoplossend vermogen. Ze zijn vaak als volwassenen ook gezonder. Toch is er ook kritiek op dit onderzoek: de ecologische validiteit - in hoeverre we onderzoeksresultaten kunnen generaliseren naar de echte wereld - is vrij slecht. Daarnaast kan het temperament van het kind ervoor zorgen dat hij of zij verkeerd geclassificeerd wordt. Verder levert dit onderzoek gemixte resultaten op. Ten eerste omdat relaties veranderlijk en dynamisch zijn en ten tweede omdat kinderen een andere hechting kunnen hebben met hun vader dan met hun moeder.

Tegenwoordig wordt er minder gekeken vanuit hechtingstijlen wanneer kinderen 12 maanden zijn, maar meer vanuit interne-workingmodels. Dit zijn de mentale representaties die kinderen hebben van zichzelf en anderen. Deze kunnen vier verschillende vormen aannemen, die passen bij een bepaalde hechtingsstijl:

  • Veilig: positief beeld van jezelf en anderen.
  • Gepreoccupeerd: positief beeld van anderen maar een negatief beeld van jezelf.
  • Afwijzend: positief beeld van jezelf maar een negatief beeld van anderen.
  • Angstig: negatief beeld van jezelf en anderen.

Wat zegt het onderzoek over opvoedingsstijlen of patronen?

Een andere manier om opvoeding aan de competentie van kinderen te koppelen is via het onderzoek naar opvoedingsstijlen. Diana Baumrind heeft met haar onderzoek opvoedingsstijlen aan verschillende gedragingen van kinderen gekoppeld.

  • De autoritatieve opvoedingsstijl die gekarakteriseerd wordt door warme, open communicatie maar ook strenge grenzen heeft een erg positieve impact op kinderen. Ze worden onafhankelijk, sociaal sterk en competent.
  • Autoritaire ouders tonen weinig liefde en straffen streng, waardoor kinderen minder zelfstandig en assertief worden en ook minder prestatiegericht.
  • De permissieve of toegeeflijke opvoedingsstijl betekent dat ouders warm zijn, maar weinig regels hebben, waardoor kinderen helemaal niet zelfstandig of prestatiegericht worden.

De associaties tussen competentie van kinderen en opvoedingsstijl is complex, met name omdat opvoedingsstijl beïnvloed wordt door cultuur, etniciteit, sociaaleconomische omstandigheden en de situatie en tijd waarin het plaatsvindt. Daarnaast lokken unieke eigenschappen van kinderen ook verschillende opvoedingsstijlen uit.

Wat zegt het onderzoek over specifieke oudergedragingen?

Deze benadering kijkt naar specifieke oudergedragingen. Deze benadering vond dat een aantal specifieke gedragingen gerelateerd zijn aan de competentie van een kind, zoals: empathisch reageren, warmte, consistentie, modeleren en monitoren.

Hoe ziet de gedragsgenetica benadering eruit?

Het nadeel van alle bovenstaande theorieën is dat er geen aandacht wordt besteed aan het belang van genen, terwijl deze wel veel invloed hebben. Tegenwoordig wordt er vanuit deze benadering veel gekeken naar de interactie tussen genen en omgeving. Een voorbeeld hiervan is het diathese-stress model. Het idee van dit model is dat mensen een genetische predispositie kunnen hebben voor bepaalde problemen, maar dat dit alleen tot uiting komt als het individu in aanraking komt met bepaalde omgevingsstressoren.

Vanuit deze benadering concludeerden David Rowe, Sandra Scarr en Judith Rich Harris dat zolang het kind in een normale omgeving opgroeit, genen de uitkomsten van het kind bepalen en dat de opvoeding irrelevant is. Harris concludeerde later dat de omgeving wel degelijk invloed had, maar dat deze komt van leeftijdsgenoten en niet van ouders.

Is er een ander perspectief over het belang van ouders?

Er bestaat nog veel discussie over de mate waarin ouders invloed hebben op hun kinderen.  Opvoeden is multi-dimensioneel en het bestaat uit veel verschillende taken. Denk hierbij aan het voeden, beschermen, disciplineren en stimuleren van het kind. Welke taak vaak vergeten wordt is die van begeleiding (guidance) Dit kan een groot effect hebben op hoe een kind zich ontwikkelt. Holden suggereert dat ouders hun kind begeleiden op drie belangrijke manieren:

  • Establish trajectories/een route creëren: ouders bepalen het traject of de richting van de ontwikkeling van het kind.
  • Mediate trajectories/een route bemiddelen: ouders oefenen invloed uit op hoe kinderen hun omgeving en bepaalde ervaringen ervaren, erop reageren en begrijpen.
  • Modify the speed of the trajectory/het aanpassen van de snelheid: ouders hebben invloed wanneer en op welke snelheid kinderen ervaringen hebben die hun ontwikkeling bevorderen of juist remmen.

Hoe creëren ouders een route?

Een kind bewandeld altijd meerdere routes of paden tegelijk. Ouders bepalen op welke paden een kind terechtkomt door het kind een bepaalde richting op te wijzen of juist toegang tot bepaalde routes te blokkeren. We kunnen zien op welk pad een kind zich bevindt door te kijken naar de directe omgeving van het kind: staan daar bijvoorbeeld veel dingen gerelateerd aan sport, muziek, of juist boeken? Een andere manier om te zien op welk pad een kind zich bevindt is door te kijken naar het gedrag van de ouders, specifiek de beslissingen die zij maken over en voor hun kinderen: welke activiteiten, omgevingen en sociale interacties selecteren zij voor het kind? Dit kan bewust of onbewust gebeuren en ouders worden hierin beïnvloed door hun sociaaleconomische status, doelen, waarden, of hun eigen opvoedingsgeschiedenis. Ook kan een pad beïnvloed worden door andere familieleden zoals broertjes of zusjes. Hoe ouder een kind wordt, hoe bewuster een ouder ervaringen probeert aan te bieden die het kind helpen te ontwikkelen, wat ook wel promotive strategies genoemd wordt. Een kind op een bepaalde pad zetten kan ook door directe instructie over wat goed of fout gedrag is. Preventive strategies worden toegepast als een ouder een kind bepaalde ervaringen biedt om te zorgen dat ze niet op het verkeerde pad terecht komen. Een voorbeeld van zo'n strategie is ontwikkeld door Goodnow en heet cocooning: ouders beschermen dan hun kinderen van blootstelling aan negatieve ervaringen. Het blijkt belangrijk om een kind niet alleen op het pad te zetten, maar hem of haar er ook op te houden. Dit doen ouders door hun kind te steunen in hun interesses en hen te stimuleren.

Hoe bemiddelen ouders een route?

Sommige routes kunnen niet aangeboden worden aan kinderen omdat ouders te weinig tijd, kennis of geld hebben. Maar gecreëerde routes kunnen bemiddeld worden op 3 manieren:

  • Pre-arming: het voorbereiden van een kind op een bepaalde gebeurtenis die stressvol voor hen zou kunnen zijn (bijvoorbeeld een verhuizing) zodat ouders enigszins kunnen controleren hoe een kind reageert. Dit wordt ook wel opvoedingsinoculatie genoemd. Voorbeelden hiervan zijn kinderen voorbereiden op mogelijke discriminatie, of een kind wijzen op mogelijke gevaren.
  • Gelijktijdige bemiddeling (concurrent mediation): de perceptie van kinderen bepalen door het helpen interpreteren van een situatie terwijl/vlak nadat een kind de ervaring heeft gehad. Dit kan zowel negatieve dingen verminderen (bijvoorbeeld gepest worden) als positieve dingen versterken. Deze bemiddeling gaat meestal over omgaan met stress, maar kan ook coaching zijn over hoe een kind moet reageren op een situatie.
  • Nabespreken (debriefing): na een ervaring samen met een kind praten over deze gebeurtenis, om zo de manier waarop een kind over de ervaring denkt te beïnvloeden. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar debriefing. Er is alleen onderzoek gedaan naar debriefing na traumatische gebeurtenissen. Een belangrijke rol van debriefing is kinderen hun emoties te laten uiten door zelf aanmoedigend en zonder vooroordeel te zijn. Zo kunnen ouders hun kinderen helpen weer op een positieve route te komen.

Hoe passen ouders de snelheid aan?

Waarom en hoe versnellen ouders de route?

Ouders willen veelal de ontwikkeling van hun kinderen versnellen, iets wat door Piaget de 'Amerikaanse vraag' genoemd wordt. Volgens Elkind zorgt dit voor kinderen die druk voelen om sneller op te groeien dan ze doen, welke 'gehaaste kinderen' genoemd worden. Ouders hebben volgens Elkind meerdere redenen om hun kind sneller te willen laten opgroeien, bijvoorbeeld het zelfvertrouwen van het kind te laten groeien, communicatie met niet-leeftijdsgenoten te bevorderen of het zelf trots kunnen zijn op de prestaties van het kind.

Waarom en hoe vertragen ouders de route?

Het vertragen van de snelheid wordt ook gedaan door ouders om het kind te beschermen, ze beter met leeftijdsgenoten te laten spelen of om controle over een kind te houden. Ouders doen dit door overbescherming (kinderen krijgen niet te autonomie die bij hun leeftijd hoort) of cognitieve naïviteit (kinderen langer laten geloven in bijvoorbeeld sinterklaas). Het kan ook via een sociale route, waarbij kinderen weggehouden worden van bepaalde interacties zoals een jaar later naar school gaan (‘academic redshirting’).

Kunnen er voorbeelden van deze routes gegeven worden?

Hoe ziet de route van gezonde fysieke ontwikkeling eruit?

Gedurende het leven van een kind doen ouders verschillende dingen om de gezondheid en veiligheid van hun kind te waarborgen, bijvoorbeeld het aanpassen van de omgeving, het voordoen van goede gewoontes, instructies geven aan het kind, regels maken voor het kind, belonen en straffen. Een voorbeeld hiervan is het kindvriendelijk maken van een huis als het kind heel erg klein is, of het monitoren van het kind als het wat ouder is. Wat ouders doen wordt vooral belangrijk in de adolescentie, waar een kind in aanraking kan komen met veel dingen die slecht zijn voor de gezondheid, zoals roken, alcohol en drugsgebruik, maar ook seksueel overdraagbare aandoeningen. Alles wat ouders doen om hun kind hiertegen te beschermen en ze op een gezonde route te houden wordt ook wel risico socialisatie genoemd.

Hoe ziet de route van competente sociale relaties eruit?

Een route die ouders ook veel promoten is die van sociale competentie. Een kind wordt in de vroege kindertijd sociaal competent als ouders gevoelig zijn voor hun behoeftes, waardoor er veilige hechting ontstaat. Ouders kunnen hier verder ook directe invloed op uitoefenen door de relaties die hun kind heeft met andere kinderen te bemiddelen en te monitoren. Om succesvol te kunnen monitoren moet een kind wel dingen over zichzelf vertellen, hierom moet gelijktijdig goede communicatie aangemoedigd worden. Voor mensen uit minderheidsgroepen is het moeilijker om hun kind op het goede pad te houden, omdat zij aan ethnic-racial socialisatie moeten doen, waarbij ze moeten zorgen dat een kind aan kan sluiten bij de meerderheidscultuur, terwijl ze wel hun eigen identiteit en cultuur ook behouden.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2287
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector