Standaard schattingsfout: fout als je een schatting doet van een testuitkomst
Testscore X bestaat uit de ware score + syst. fout + toevallige fout
Een groot interval is minder betrouwbaar.
De testscore valt hoger uit dan de ware score: wel betrouwbaar (want klein interval) maar niet valide (meet niet wat het wil meten).
Soorten validiteit:
Inhoudsvaliditeit: je beoordeelt de inhoud en achtergronden van de test. Alle testitems moeten het hele domein goed representeren. Beoordeling: ga na in hoeverre testitems gehele domein dekken (oordeel van deskundigen en/of oordeel van gebruikers (indruksvaliditeit)
Begripsvaliditeit: meet je wat je beoogt te meten? Beoordeling: ga Interne structuur van de test na (homogeniteit) en ga externe structuur van test na:
- Convergente validiteit
- Discriminante validiteit
- Nomologisch netwerk (betekenis afleiden uit relaties)
Criteriumvaliditeit: is mijn test in staat om te voorspellen? Kan voor cerleden, heden (concurrent validity) of toekomst (predictieve validiteit)
Inter-rater reliability/Cohen’s kappa: in hoeverre delen twee beoordelaars een test hetzelfde op. Hoe meer overeenkomst, hoe betrouwbaarder (houdt rekening met toeval)
Analyses waarmee de validiteit bepaald kan woorden:
- Factoranalyse, itemanalyse
- Vergelijken van groepen (t-toets, ANOVA)
- Berekenen van samenhang met tests voor (niet) verwante constructen (r, rho, tau, eta, phi, Cramer’s V)
- Multitrek-multimethode analyse
- Multiple regressieanalyse
Factoranalyse: de items die hoog correleren in een correlatiematrix identificeren (die hebben een gemeenschappelijke oorzaak)
Multitrek-multimethode analyse: meerdere constructen (trekken) tegelijkertijd meten op verschillende manieren
Multipele regressieanalyse: beoordeelt criteriumvaliditeit, selecteert tests die kunnen voorspellen en voorspelt uitkomsten bij bepaalde waarschijnlijkheid (90%, 95%, 99%)
R = multipele correlatiecoëfficiënt: relatie tussen de geobserveerde en de voorspelde score. Hoe hoger hoe beter. Als die .24 is voor een bepaalde factor, wordt de uitkomst voor 24% bepaald door die factor.
R2 = proportie verklaarde variantie: totaal aan spreiding
b-coëfficiënt: gebruik je bij het voorspellen. Één eenheid verandering in X zorgt voor zoveel eenheden toename in Y.
Béta: gestandaardiseerde b-coëfficiënt
Standaardschattingsfout (Sy.x): standaardafwijking van schattingsfouten (residuen)
Als je deze aantekeningen handig vond, volg dan gelijk mijn WorldSupport account! Dit kan door rechts naast deze samenvatting op '+ Follow' te klikken. Wordt erg gewaardeerd :)