Wat zijn de verschillende benaderingen voor onderzoek naar opvoeding? - Chapter 3
- Hoe ziet de benadering die kijkt naar oudereigenschappen (traits) eruit?
- Hoe ziet de benadering die kijkt naar kinder-effecten en transacties eruit?
- Hoe ziet de benadering van sociaal leren eruit?
- Hoe ziet de sociale richtingen-benadering eruit?
- Hoe ziet de natuurlijke tijdelijke (momentary) procesbenadering eruit?
- Hoe ziet de ouderlijke of sociale cognitie benadering eruit?
- Hoe ziet de gedragsgenetische benadering eruit?
- Wat is het voordeel van werken met grote datasets?
- Hoe kunnen we de verschillende benaderingen vergelijken?
Hoe ziet de benadering die kijkt naar oudereigenschappen (traits) eruit?
De eigenschappen van ouders hebben invloed op de ontwikkeling van het kind. Bijvoorbeeld ‘helikopter-ouders’ die zich te veel met het leven van hun kind bemoeien. Ouders kwalificeren op basis van één belangrijk kenmerk in hun opvoedstijl is de oudste manier van conceptualiseren en onderzoeken van ouders. Een grondlegger hiervan was David Levy. Er bestaan verschillende namen voor deze benadering, onder andere ouderschapsstijl, typologie of patroon. De meest bekende naam is de trait benadering: deze benadering gaat ervan uit dat we ouders kunnen indelen in één stabiele categorie die de essentie van hun opvoedingsstijl omvat. Het bekendste schema waar een aantal van deze traits van ouders instaan is die van Diana Baumrind. Ze zei dat opvoeding kon gebeuren op drie manieren:
- Volgens een autoritaire stijl: strenge ouders die vaak straffen en disciplineren.
- Volgens een gezaghebbende/autoritatieve stijl: ouders die hun kinderen opvoeden door middel van liefde en redeneren, ze moedigen autonomie van de kinderen aan.
- Volgens een toegeeflijke/permissieve stijl: ouders die liefdevol zijn, maar weinig controle hebben over hun kinderen, ze straffen bijna nooit.
Doordat Baumrinds typologie zo belangrijk is geworden, zijn er veel mensen kritiek op gaan geven. Zo vindt Lewis dat deze oudereigenschappen eigenlijk onderdeel zijn van de al eerdergenoemde kinder-effecten: gedrag van de ouders wordt bepaald door het gedrag/karakteristieken van het kind. Daarnaast vinden Maccoby en Martin dat er een vierde opvoedingsstijl zou moeten zijn, namelijk een verwaarlozende stijl, waarbij de ouders niet veeleisend maar ook niet responsief zijn.
Hoe ziet de benadering die kijkt naar kinder-effecten en transacties eruit?
De trait benadering gaat ervan uit dat ouders het gedrag van hun kinderen bepalen. De kinder-effecten en transacties benadering focust zich daarentegen op hoe de karakteristieken van kinderen invloed uitoefenen op of interacteren met de eigenschappen of het gedrag van ouders. Deze benadering is bekend geworden door Richard Bell. Hij zei dat deze kindereigenschappen in drie categorieën ingedeeld kunnen worden:
- Algemene eigenschappen: bijvoorbeeld leeftijd en geslacht.
- Fysieke eigenschappen: bijvoorbeeld hoe groot iemand is.
- Gedrag: bijvoorbeeld de mate van hyperactiviteit.
Naast dat kinderen reacties uitlokken bij ouders met deze eigenschappen zijn er andere manieren waarop ze invloed uitoefenen. Ten eerste door hun persoonlijkheid en interesses, waardoor ze bijdragen aan de ouder-kind relatie. Ten tweede heeft het temperament van een kind ook invloed, omdat dit bepaalt hoe ze op het gedrag van een ouder reageren. Een nieuw idee wat valt onder deze kinder-effecten is dat van differentiële susceptibiliteit: het idee dat kinderen met bepaalde eigenschappen reageren op bepaalde opvoedingstypes/stijlen. Deze benadering zegt echter nog steeds niet alles. We kunnen beter bi-directioneel kijken: kinderen beïnvloeden ouders, maar ouders beïnvloeden kinderen ook. Uit dit nieuwe idee is een transactioneel ontwikkelingsmodel voortgekomen, waarvan de kern is dat kinderen niet alleen beïnvloed worden door belangrijke anderen en de omgeving waarin ze leven, maar dat kinderen ook effect hebben op deze belangrijke anderen.
Hoe ziet de benadering van sociaal leren eruit?
Sociaal leren refereert naar hoe individuen leren van hun sociale omgeving. Aanhangers van deze theorieën kijken naar de leerprincipes die ouders vertonen (of juist niet) bij het opvoeden van hun kinderen. Het gedrag van ouders komt voort uit door hun eigen sociale leerprocessen. Ze oefenen invloed op het kind uit door modeling en door belonen en straffen. Het goede of foute gedrag van kinderen komt voort uit door sociaal leren. Er zijn verschillende fouten die ouders kunnen maken in de opvoeding volgens dit perspectief:
- Ouders belonen vaak fout gedrag door er aandacht aan te geven (bijvoorbeeld lachen als een jong kind vloekt).
- Ouders vergeten kinderen te belonen voor goed gedrag.
- Ouders reageren vaak te heftig en vaak in de vorm van straffen, terwijl ze in plaats straffen van fout gedrag zouden moeten focussen op het belonen van gedrag wat ze willen zien.
- Ouders geven vaak uitleg over waarom iets fout was, terwijl jonge kinderen dit nog niet begrijpen en de ouderlijke aandacht die hieruit voortkomt dus opvatten als belonend.
Hoe ziet de sociale richtingen-benadering eruit?
De sociale richtingen benadering van Bronfenbrenner vergelijkt ouders van verschillende locaties of achtergronden met elkaar (bijvoorbeeld ouders met een andere cultuur, religie, etniciteit). Het idee van deze benadering is dat de culturele groep de opvoedingsstijl en ook de invloed van ouders op de ontwikkeling van het kind bepaalt. Culturele antropologen waren de eersten die deze benadering gebruikten. Ook psychologen begonnen zich al snel te interesseren voor culturele invloeden, en geografische, economische en ethische verschillen tussen ouders werden onderzocht. Huidige voorbeelden van de sociale richtingen-benadering zijn te vinden in cross-culturele onderzoeken. Er moet wel rekening mee gehouden worden dat er ook bewijs is dat er een grote variatie bestaat binnen culturele groepen welke nu vaak genegeerd wordt.
Hoe ziet de natuurlijke tijdelijke (momentary) procesbenadering eruit?
De natuurlijke tijdelijke procesbenadering bekijkt voortdurend moment-tot-moment gedrag tussen ouders en kinderen in de context waarin het normaal plaatsvindt. Dit gebeurt aan de hand van micro-analytische observaties (hele nauwkeurige observaties). De kernvraag van de theorie is hoe huidig gedrag gereguleerd, aangepast of beïnvloed wordt door één of beide ouders. Tijdens onderzoeken wordt gekeken naar manier van lachen, praten, hoofdbewegingen, etcetera. Hierbij is synchronisatie, samen op hetzelfde ding focussen en je op elkaar afstemmen, belangrijk. Dyadische synchronisatie ontstaat wanneer ouder-kind interacties onderling afgestemd, wederkerig en harmonieus zijn. Dit is het ideale type interactie. Deze benadering is vooral nuttig geweest bij bestuderen hoe ouders hun kinderen disciplineren.
Hoe ziet de ouderlijke of sociale cognitie benadering eruit?
De ouderlijke cognitie of sociale cognitie benadering wil begrijpen wat en hoe ouders denken over hun kinderen en de opvoeding. Er zijn verschillende typen ouderlijke cognities:
- Attitude: een predispositie, reactie op, of affectieve evaluatie een feit over kinderen of het ouderschap. Deze attitudes kunnen zich ontwikkelen op basis van verschillende bronnen, zoals ervaringen uit het verleden.
- Attributies: een oordeel over waarom een kind of ouder zich gedraagt zoals ze doen. Ouders maken vier attributies: over de rol van nature en nurture in de ontwikkeling van hun kind, in hoeverre ze invloed hebben op hun kinderen, wat er nodig is om succes te hebben op school en waardoor hun eigen gedrag bepaald wordt.
- Overtuigingen: wanneer iemand volledig gelooft in een feit over het opvoeden van kinderen. Overtuigingen hebben vier domeinen: de inhoud van de overtuiging (vaak gaat deze over de ontwikkeling van kinderen en over hoe ouders deze kunnen beïnvloeden), de kwaliteit van overtuigingen (gaat over de structuur, intensiteit, en accuraatheid), de bronnen van de overtuigingen (bijvoorbeeld familieleden, autoriteitsfiguren, het internet) en effecten van de overtuigingen.
- Besluitvormingsvermogen: het cognitieve proces van een opvoedingsbeslissing maken. Dit kan gaan om kleine maar ook grote beslissingen.
- Verwachtingen: de anticipatie dat iets gaat of zou moeten gaan gebeuren, omdat het past bij wat een kind kan.
- Doelen: redenen om bepaald gedrag te vertonen; wat je wil bereiken.
- Meta-opvoeding: evaluatief reflecteren over je kinderen of hun opvoeding. Dit gebeurt meestal als kinderen zelf niet aanwezig zijn. Ouders die dit doen en daardoor leren op situaties en problemen te anticiperen zijn vaak effectiever dan ouders die slechts reageren in het moment.
- Perceptie: het herkennen en interpreteren van stimuli.
- Probleem-oplossend vermogen: kunnen omgaan met een opvoedkundig probleem.
- Zelf-perceptie: als ouder je eigen karakteristieken kennen; zelfkennis hebben.
Hoe ziet de gedragsgenetische benadering eruit?
De gedragsgenetische benadering kijkt naar de rol van genen en de omgeving op menselijke karakteristieken en gedrag. De rol van genen wordt ook wel nature, en die van de omgeving wordt ook wel nurture genoemd. De centrale vraag is: ‘In hoeverre beïnvloedt de opvoeding de uitkomsten van kinderen?’
Er is veel onderzoek gedaan naar de erfelijkheid van bepaalde eigenschappen. Onderzoekers kunnen hier een inschatting van maken door monozygote of eeneiige tweelingen (die dezelfde genen hebben) te vergelijken met dyzygote of twee-eiige tweelingen (die slechts voor 50% hetzelfde genetische materiaal hebben) en te kijken in hoeverre ze op elkaar lijken als het aankomt op een bepaalde eigenschap. Een probleem bij dit onderzoek is dat we nooit helemaal zeker weten of iets door erfelijkheid komt, omdat eeneiige tweelingen naast het bezitten van dezelfde genen, ook vaak blootgesteld worden aan dezelfde omgeving (ze dragen bijvoorbeeld vaker dezelfde kleding, en worden hierdoor ook vaak door hun ouders hetzelfde behandeld). Nog een probleem is assortatieve paren, wat betekent dat mensen vaak een partner kiezen die op hen lijkt. Als dit zo is voor de ouders van twee-eiige tweelingen maakt dit dat de twee-eiige tweeling ook meer gelijkenissen vertoond dan normaal. Hierdoor is het verschil tussen eeneiige en twee-eiige tweelingen dan kleiner en wordt het lastiger om de mate van erfelijkheid van een eigenschap goed in te schatten.
Bij adoptiestudies wordt er gekeken naar de erfelijkheid van eigenschappen door te kijken naar correlaties tussen het adoptiekind en de biologische- en adoptie-ouders. Hoe hoger de erfelijkheid van de eigenschap, hoe hoger de correlatie tussen het adoptiekind en de biologische ouders. Als de omgeving een grotere rol speelt zou de correlatie tussen het adoptiekind en de adoptie-ouders hoger moeten zijn. Er moet rekening mee gehouden worden dat adoptie-ouders mogelijk eigenschappen delen met het kind, wat de correlatie beïnvloedt. Daarnaast kan er al invloed zijn vanuit de baarmoeder waar zowel de biologische ouders als de adoptie-ouders niet verantwoordelijk voor zijn.
Belangrijk voor deze benadering is het idee van gedeelde omgeving: dingen die hetzelfde zijn voor alle kinderen, en niet-gedeelde omgeving: de unieke ervaringen van elk kind. Door deze uit elkaar te houden kunnen we een betere inschatting maken van de invloed die de omgeving heeft op de eigenschappen van het kind.
Wat is het voordeel van werken met grote datasets?
We doen nu onderzoek naar opvoeding door gebruik te maken van hele grote datasets. Het eerste voordeel hiervan is dat we makkelijker de relaties tussen verschillende variabelen kunnen testen. Bijvoorbeeld, als een grote dataset longitudinaal is kunnen we kijken naar de temporele relatie tussen variabelen (wat kwam eerst). Wat bijzonder is aan deze benadering met grote datasets is dat deze afhankelijk is van statistische methoden om de relatie tussen ouderlijk gedrag en de uitkomsten bij het kind te bekijken. Een tweede kracht van het gebruik van grote datasets is dat we met grotere precisie kunnen zien hoe variabelen gerelateerd zijn aan elkaar. Zo kunnen we bijvoorbeeld zien of variabelen een moderator of mediator zijn. Moderator: een variabele die de richting van de relatie tussen twee andere variabelen of hoe sterk deze relatie is beïnvloed. Mediator: een variabele die uitlegt hoe of waarom twee andere variabelen aan elkaar gerelateerd zijn, een soort link die de relatie tussen de twee andere variabelen verklaart.
Hoe kunnen we de verschillende benaderingen vergelijken?
We kunnen de benaderingen vergelijken aan de hand van vijf verschillende vragen:
- Wat is de hoofdvraag van de benadering?
- Welke aannames worden door de benadering gemaakt over wat het gedrag van ouders bepaald?
- Op welk niveau analyseert de benadering het gedrag van ouders?
- Welke aanname wordt er gemaakt over de richting van de ouder-kind invloed?
- In hoeverre wordt er naar causale relaties gekeken?
Een manier om de verschillende benaderingen te integreren is het persoon-proces-contextmodel van ontwikkeling. Hierin worden de eigenschappen van de ouder, het kind en de omgeving meegenomen.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2440 keer gelezen
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2613 keer gelezen
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








