Wat is de rol van sociale psychologie voor immigranten en diversiteit? - Chapter 11
Wat is diversiteit?
Door globalisatie, toenemende culturele diversiteit binnen landen en door migratie is er een groeiende behoefte aan het begrijpen en versterken van interculturele relaties.
Er zijn ongeveer 190 miljoen migranten wereldwijd. In Europa bestaat 8% van de populatie uit immigranten. Over de gehele populatie gezien, hebben Oceanië en Noord-Amerika relatief het grootste aantal.
- Canada heeft de meeste culturen. De twee grootste zijn de Anglo meerderheidsgroep en de Franse minderheidsgroep. Het Anglo deel van de populatie neemt af en is tegenwoordig niet meer de grootste groep. Het Franse deel neemt ook af. Na WOII immigreerden andere Europese nationaliteiten naar Canada. Oost-Europese mensen volgden. Na de invoering van de nieuwe Immigratie wet in ’78 (deze haalde de discriminerende elementen weg) kwamen nog meer nationaliteiten naar Canada. In ’88 kwam de multiculturalisme wet. Engels zal de dominante taal blijven, maar de Anglo culturele identiteit zal ingeruild worden.
- De VS werd jaren cultureel gedomineerd door Europese Amerikanen, terwijl Afrikaanse Amerikanen de grootste minderheid vormden. Nu vormen de Amerikanen met een Spaanse achtergrond de grootste minderheid. De VS wordt een land met 2 krachtige culturen, de Anglo-Westerse en de spaanstalige cultuur (Engels en Spaans zijn de belangrijkste talen).
- West-Europa is meer divers dan de VS, elk land heeft een eigen taal en immigratiegeschiedenis. In 1960 leidde de economische groei tot een schaarsheid van arbeidskrachten. Hierdoor kwamen veel gastarbeiders uit Mediterrane landen naar West-Europa. Nu is 5-10% van de populatie Moslim in West-Europa. Het aantal groeit nog steeds terwijl de inheemse populatie afneemt. Ook West-Europa is bicultureel. Eerder was er een lange christelijke traditie en nu is er een vitale en groeiende input van de Islam.
- Australië is het meest Anglo gedomineerde immigratieland. In ’71 kwam 83% van de populatie uit Engeland. In de vroege jaren 70 (ontmanteling van het ‘Wit Australisch beleid’) kwamen er ook immigranten uit niet-Europese landen. Nu is 7% van de populatie in Australië Aziatisch. In ’86 kwam het beleid van multiculturalisme. De verwachting is dat de Aziatische culturele input nog groter wordt door het hoge geboortegetal van Aziaten in Australië en door de nabijheid van de dichtbevolkte Aziatische landen.
Wat zijn acculturatiestrategieën?
Acculturatie is het proces van het aanpassen aan een andere cultuur. Er zijn al veel verschillende theoretische modellen ontwikkeld en deze kunnen in twee brede categorieën worden ingedeeld:
- Eendimensionale modellen: de culturele verandering wordt gezien als een lineair proces die van originele cultuur naar gastcultuur gaat.
- Multi-dimensionale modellen: de processen van culturele veranderingen vinden onafhankelijk plaats in de originele- en gastculturen.
Tegenwoordig vindt men de ontvangende maatschappij belangrijk in de acculturatieprocessen.
Eendimensionale modellen
In eendimensionale modellen wordt de eigen cultuur opgegeven en identificeert men zich geleidelijk met de gastcultuur. De culturele normen, waarden, houdingen en het gedrag van de gastcultuur worden aangenomen. Dit model was eerder beter toepasbaar dan tegenwoordig, dit komt door verschillende omstandigheden. Het model is goed toepasbaar als gastmaatschappijen een homogene cultuur hebben, immigranten relatief welkom zijn (om economische, ideologische en morele redenen), wanneer ze een klein deel van de populatie vormen en wanneer het culturele verschil klein is. Daarom konden ex-koloniën zich zo goed aanpassen aan de gastmaatschappij waar ze een kolonie van waren. In het algemeen conformeerden immigranten zich aan de lichte druk van assimilatie. Bij latere generaties gebeurde dit vanzelf.
De melting pot ideologie zegt dat immigranten zelf hun eigen acculturatie in eigen waarden mogen kiezen, maar er is een sterke informele druk om met de hoofdcultuur te mengen. Deze ideologie is realistisch in het geval dat de gastcultuur homogeen is. De VS had een Europees karakter en de meeste immigranten kwamen uit Europa. In de 20ste eeuw kwamen grote groepen immigranten uit niet-westerse landen naar de VS, zij konden zich moeilijker mengen in de gastcultuur. Iedere culturele groep werd een stukje van het mozaïek. Eendimensionale modellen werden op een gegeven moment te simplistisch en identificatie met de originele en de gastcultuur werden als onafhankelijk gezien.
Multi-dimensionale modellen
Er kunnen twee aannames gedaan worden:
- Het acculturatieproces functioneert op verschillende afzonderlijke domeinen zoals houdingen, waarden, culturele identiteit, taal en gedrag. Immigranten zouden dus op de verschillende domeinen en in verschillende mate gerelateerd zijn aan hun originele en aan hun gastcultuur.
- De originele cultuur en de gastcultuur zijn onafhankelijke domeinen. Berry meent dat immigranten met twee fundamentele vragen te maken krijgen, of het waardevol is om de originele cultuur te behouden en of het waardevol is om relaties met de gastmaatschappij te houden. Op basis van de antwoorden kunnen vier strategieën onderscheiden worden, namelijk marginalisatie (er wordt geen rekening gehouden met beide vragen), integratie (het behouden van zowel de culturele identiteit als het onderhouden van een positieve relatie met de gastmaatschappij), separatie (alleen de eigen cultuur wordt behouden), assimilatie (alleen een positieve relatie met de gastmaatschappij is belangrijk). Berry meent dat het proces van veranderingen op tenminste zes gebieden van psychologisch functioneren invloed heeft, namelijk taal, cognitieve stijl, persoonlijkheid, identiteit, houding en stress met betrekking tot acculturatie. Individuen kunnen veranderen van strategie. De culturele afstand tussen de originele en de gastcultuur is breder geworden. Gastculturen zijn niet meer homogeen, maar er is vaak wel een dominante cultuur.
Marginalisatie zou moeilijk te veranderen zijn, sinds migranten niet kiezen voor marginalisatie, maar hier eerder toe gedwongen worden. Ook is het mogelijk dat ze zich niet gelijk identificeren met beide culturen omdat ze een meer individualistische acculturatiestrategie hebben bedacht. Er is dan vaak sprake van een hoog niveau van kosmopolitisme (selectief aannemen van elementen van een aantal culturen).
Nu is er meestal de keuze of er geassimileerd of geïntegreerd wordt. Integratie is het meest gewild en het is ook de meest adaptieve strategie voor immigranten. Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar de verwachtingen van de ontvangende maatschappij ten opzichte van acculturatie.
Het interactief acculturatie model van Bourhis is gefocust op de rol van acculturatieverwachtingen van de ontvangende maatschappij, en de acculturatie oriëntaties die door immigranten worden aangenomen. Vijf acculturatie oriëntaties zijn integratie (zie Berry’s integratie; multiculturele maatschappij), segregatie (zie Berry’s separatie; de immigrant culturen scheiden van mainstream maatschappij), assimilatie (zie Berry’s assimilatie; opgeven van originele cultuur voor cultuur van gastland), exclusie (variant van Berry’s marginalisatie; immigranten zijn een bedreiging voor de nationale maatschappij) en individualisme (variant van Berry’s marginalisatie; individuen zien zelf welke strategie het beste aansluit). Een overeenkomst tussen de acculturatievoorkeuren van immigrant en gastland komt niet altijd voor, daardoor zijn er soms problematische of conflictuitkomsten (deze zijn nog niet goed onderzocht). Immigranten willen over het algemeen integratie, gastmaatschappijen willen liever assimilatie. Als de druk op assimilatie te groot wordt, zullen sommigen assimileren en anderen juist niet. Dit laatste leidt dan tot versterking van separatie of marginalisatie. In Canada en Nieuw-Zeeland geven immigranten en gastmaatschappijen voorkeur aan integratie (in tegenstelling tot veel andere landen).
Welke sociaal psychologische theorieën zijn er over intergroepsrelaties?
Sociaal psychologische theorieën van intergroepsrelaties zijn toepasselijk bij de analyse van relaties tussen groepen immigrant en gastmaatschappijen. Vaak worden deze theorieën gecombineerd met individuele verschilmetingen in intergroep onderzoek.
Volgens de gelijkheid-aantrekkelijkheid hypothese, leidt gelijkheid tot aantrekkelijkheid. We vinden mensen en groepen aardig die gelijk zijn aan ons en onze groep. Gelijkheid neemt onzekerheid weg in inter-persoonlijke en intergroepsrelaties. Culturele gelijkheid suggereert dat ons geloof en onze waarden correct zijn.
Zolang iemand niet gelijk is aan alle karakteristieken van een in-group, zal diegene minder aardig gevonden worden. Etnische hiërarchie is een volgorde van voorkeuren volgens de culturele afstand ten opzichte van de in-group.
Contacthypothese stelt dat de negatieve houding van een groep ten opzichte van een andere groep komt door een gebrek aan kennis over die groep. Individuen van groepen moeten zorgen voor een positief, persoonlijk en samenwerkend contact.
Daarnaast moet de interactie plaatsvinden tussen individuen met een gelijke status, autoriteiten moeten het contact steunen. De groepen zullen positiever worden door de groeiende herkenning van gelijkenissen.
Sociale identiteitstheorie (SIT) heeft een toepasselijker perspectief op intergroepsprocessen tussen immigranten en gastmaatschappijen. Twee kernpunten zijn sociale categorisatie en vergelijking. Individuen streven naar een positieve identiteit.‘Bij een groep horen’ is een belangrijk deel van de identiteit, daarom zoeken individuen naar positieve groepsonderscheidingen, hierdoor krijgen of houden ze een positief zelfbeeld. Dit komt door de vergelijkingen tussen in-group en verschillende out-groups zodanig te maken, dat ze gunstig zijn voor de in-group. Etnocentrisme (voorkeur voor in-group en afbreuk aan out-group) is dan een onvermijdelijke consequentie van sociale identificatie. De SIT wordt wereldwijd gebruikt om intergroepsrelaties te interpreteren vanuit beide perspectieven (zowel migrant als gast).
Het common In-group Identity Model stelt dat als sommige mensen eenmaal gezien worden als een deel van een in-group, ze op een gelijke manier behandeld worden als in-group mensen. Door cognitieve representaties van in-group en out-group mensen te veranderen in een inclusieve sociale identiteit binnen een enkele groep, zullen meer gunstige houdingen ten opzichte van de eerdere out-group gemaakt worden. Dit gebeurt door pro-in-group bias. Een gemeenschappelijke in-group identiteit kan bereikt worden door de opvallendheid van bestaande superordinate leden toe te laten nemen, of door factoren te introduceren die gedeeld moeten worden door beide groepen. De originele, minder inclusieve groepsidentiteit hoeft niet opgegeven te worden. Mensen behoren tegelijk tot verschillende groepen en hebben multipele identiteiten.
Manipulatie van nationale in-groups vermindert de negatieve houdingen ten opzichte van immigranten onder sociaal dominanter georiënteerde Canadese deelnemers. Het versterkt echter juist de negatieve houdingen van sociaal dominanter georiënteerde Duitse deelnemers. Het onderzoek laat de waarde zien van het promoten van een algemeen nationale in-group die non-immigranten en immigranten betreft. Daarnaast laat het onderzoek zien dat een dergelijke strategie niet zonder discriminatie toegepast kan worden. Historische en eigentijdse vragen binnen een land moeten in acht genomen worden.
Het Instrumentaal Model van GroepsConflict is geïnspireerd op de groepconflicttheorie en identificeert twee determinanten van intergroepsvijandschap, ten eerste de aanwezigheid van een relevante out-group die moet opvallend, onderscheidend en een haalbare concurrent zijn voor waardevolle bronnen. Een toenemend aantal out-group leden of een onderscheidend uiterlijk kunnen bijdragen aan het opvallen en het onderscheiden. Daarnaast de bron van stress die voortkomt uit begrensde bronnen, ongelijke toebedeling van bronnen en de acceptatie van ongelijke toebedeling gebaseerd op sociale hiërarchie. De toebedeling door sociale hiërarchie is een individuele verschilvariabele en wordt vaak bediscussieerd in de rubriek Sociale Dominantie Oriëntatie.
Mensen met een sociaal dominante oriëntatie moedigen groepshiërarchie en ongelijkheid in de maatschappij aan, ze zien de wereld als een competitieve plek en ze discrimineren.
Een combinatie van de twee determinanten resulteert in intergroepscompetitie met een cognitieve en affectieve perceptie van bedreiging. Het cognitieve component draait rond een zero-sum geloof systeem, enkele gelegenheden en voordelen die een groep ontvangt worden gezien als een directe vermindering van de gelegenheden en voordelen van andere groepen. Het affectieve component houdt in dat uitdagingen van out-group concurrenten leiden tot waarneembare angst en vrees.
Sociaal psychologische theorieën in combinatie met acculturatieonderzoek
Twee lijnen van onderzoek zijn onafhankelijk van elkaar voortgekomen uit het onderzoek naar gastland-immigrant relaties. Sociaal psychologen hebben steeds maar naar een geïsoleerd deel van intergroepsrelaties gekeken, terwijl het acculturatieonderzoek heel breed is. Acculturatieonderzoekers moedigden de sociaal psychologen aan om breder onderzoek te doen en om ook te kijken naar de context van immigratie. Sociaal psychologen moedigden de acculturatieonderzoekers aan een meer nauwkeurige theoretische verklaring te formuleren. Sociaal psychologen demonstreerden een samensmelting van theorieën van acculturatieonderzoek en intergroepsonderzoek. Een nieuw concept hierbij is hechting, dit is de neiging om andere mensen in nieuwe situaties te benaderen.
Onderzoek laat zien dat contextuele activatie verzwakt door het gevoel van een zekere basis, negatieve reageren op een out-group en negatief of kritisch reageren op het wereldbeeld van een ander. Hierbij speelt de hechtingsstijl geen rol. Het gevoel geliefd te zijn en omgeven te worden door steunende anderen laat mensen meer open staan voor alternatieve wereldbeelden.
Er zijn verschillende innnovaties op het gebied, voorbeelden zijn de SIT en de Sociale Categorisatie Theorie die worden toegepast bij het onderzoek naar immigratie en geleid hebben tot nieuwe theorieën zoals Common In-Group Identity Model. Daarnaast zijn er vergelijkende onderzoeken gedaan naar de perspectieven van gastland en immigranten en van verschillende groepen immigranten, landen, leeftijden, culturen. Er moet meer aandacht besteed worden aan de verfijning van kernconstructen, identiteit en cultuur. Cultuur houdt omvattende artefacts, sociale instituties, tradities, gedeelde meningen, gewoonten en taal in. Culturele identiteit is het gevoel van trots en saamhorigheid van een groep. Immigranten kunnen zo de nieuwe cultuur overnemen, maar niet perse de culturele identiteit.
Sociale inclusie is een normatief concept, omdat het gewenst is om condities te promoten die voordelig zijn voor de inclusie van individuen en groepen in de maatschappij. Aan de andere kant is het niet normatief, omdat immigranten de eigen cultuur of identiteit kunnen aanhouden.
Interventies
Verschillende interventies kunnen gebruikt worden om de intergroepsrelaties te verbeteren:
- Acceptatie van en respect voor de identiteit van de andere: de groep waar iemand bij hoort is een deel van de identiteit van die persoon.
- Training van vaardigheden: culturele scripts zijn cultuur specifiek en zouden ouderwets zijn. Er is meer bewijs dat persoonlijke factoren een belangrijke rol spelen. Sommige mensen zijn intercultureel effectief, anderen niet en daar kan dan wat aan gedaan worden. De vaardigheden zijn in elke cultuur zinvol en ze zijn nooit ouderwets.
- Verminderen van onnodige sociale categorisatie: sociale categorisatie is een normaal en noodzakelijk cognitief proces. Als men in de out-group ingedeeld is, zijn er ongewenste reacties. Technieken die hiermee te maken hebben zijn gebaseerd op de SIT. Een stap die onnodige sociale categorisatie helpt te voorkomen is door nieuwkomers geen vreemdelingen te noemen.
- Verbeteren van het contact tussen leden van verschillende groepen: het contact moet een persoonlijk karakter hebben, autoriteiten moeten het gedrag goedkeuren, het verschil in status moet niet te groot zijn en er moet een gemeenschappelijk of overkoepelend doel zijn. Samenwerking verbetert de interculturele relatie (vooral als de kans op succes goed is).
Wat is de context van de sociale psychologie?
Het is belangrijk om ook aandacht te geven aan de invloeden van globalisatie op acculturatie en intergroepsrelaties. Er zijn twee factoren die een rol spelen bij een verandering in de mogelijkheden voor immigranten en hun gast-maatschappijen. Dit zijn de niet-parallelle gelegenheden voor transnationaal contact en het steeds maar groeiend aantal immigranten op wereldbasis.
Transnationalisme zijn de verscheidene banden en interacties die mensen en instituties met verschillende landen hebben. Vaak refereert deze term naar het proces waarbij immigranten sociale relaties creëren en onderhouden die hun oorspronkelijke en hun nieuwe maatschappij aan elkaar verbinden. Belangrijk hierbij is de veelzijdigheid en omvangrijkheid van de verhoudingen die immigranten met de oorspronkelijke en de nieuwe maatschappij hebben. Transnationalisme wordt makkelijker gemaakt door geografische nabijheid en goede telecommunicatie. Sommigen menen dat het goed zou zijn dat immigranten een aanzienlijk deel van het land vormen. Aan de twee vragen die Berry opstelde kan dus een derde vraag worden toegevoegd: “Wens om transnationaal contact te hebben?”. De wens voor transnationaal contact kan op verschillende manieren gecombineerd worden met de vier acculturatiestrategieën. Dergelijke etnische enclaves hebben veel connecties met de originele maatschappij. Het terugtrekken in etnische enclaves is aantrekkelijk voor immigranten die gediscrimineerd worden of voor immigranten die de druk om te assimileren als te groot ervaren.
Transnationalisme zorgt voor meer alternatieven voor het leven in de nieuwe maatschappij, daarnaast zijn er meer mogelijkheden voor immigranten om afstand te doen van de nieuwe maatschappij wanneer de identiteit bedreigd wordt. Paradoxaal is, dat men zich juist meer op zijn gemak voelt en zich thuis voelt door de verschillende mogelijkheden.
Immigranten veranderen in leden van een bepaalde gemeenschap en vormen nu een groot deel van de populatie, dit leidt tot culturele heterogeniteit. Dit leidt ook tot nieuwe acculturatiestrategieën en uitkomsten:
- Pluralisme: moedigt het houden van de cultuur en het intergroepscontact aan. De culturen worden niet gemixt, maar verschillende groepen vormen samen een nieuwe gemeenschap. Er kunnen statusverschillen zijn, maar iedere groep is een belangrijk deel van de maatschappij (geen meerderheidsgroepen). Het verschil met integratie is dat er bij integratie een tweevoudige relatie bestaat tussen immigrant (subgroep) en gastmaatschappij (dominante groep). Separatie en marginalisatie komen minder voor bij pluralisme omdat deze maatschappij culturele diversiteit aanvaardt.
- Creolisatie: verschillende culturele groepen bestaan naast elkaar en er is geen duidelijke dominante groep. Tradities of culturen worden gemixt. Voorbeelden zijn de spontane vormen van een jeugdtaal, of muziek met elementen van verschillende etnische groepen. Creolisatie vindt vooral plaats onder de transnationale jeugd bij wie de eerste socialisatie plaatsvond op plekken waar verschillende culturele invloeden samenkomen. Gevolg van creolisatie is dat immigranten de gastcultuur vormen door elementen van de eigen cultuur eraan toe te voegen en zich gemakkelijker identificeren met de nationale cultuur.
De nationale identiteit in multiculturele maatschappijen is belangrijk en zou meer aandacht moeten krijgen. Landen met een hoge etnische tolerantie moedigen het behouden van de originele cultuur aan, terwijl ook een betere nationale identiteit wordt gepromoot. Voorbeelden zijn Canada en Singapore. De ontwikkelingen in deze landen komen overeen met het Common In-group Identity model van Gaertner.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2533 keer gelezen
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2582 keer gelezen
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








