Het weten en willen van een normaal mens in het strafrecht - De Jong - Artikel

Samenvatting bij het artikel: Het weten en willen van een normaal mens in het strafrecht (2004, pagina 1050-1069) - D.H. de Jong

Inleiding

Het begrip 'schuld' kent een belangrijke positie in ons strafrecht. Het feit dat het essenstieel vereiste voor strafbaarheid is is een voortbrengsel van de opvatting dat de mens beschikt over een zelfstandige psyche, die hem een bepaalde handelings- en wilsvrijheid geeft. Immers, als iemand een strafbaar feit begaat ten gevolge van een gestoorde psyche, zal het strafrecht hem niet verantwoordelijk houden voor zijn daad omdat schuld ontbreekt. De strafrechtelijke waarde van deze zelfstandige psyche van de mens zou tegen gesproken kunnen worden door de leer van het determinisme, maar het strafrecht gaat er vaak op een andere, juridische manier aan voorbij. In dit artikel wordt dit zogenaamde 'strafrechtelijke reductionisme' uitgelegd aan de hand van het opzetbegrip.

Het veruiterlijkend aspect en het begrip 'moeten weten'

De vraag of er sprake is van opzet, in welke gradatie daarvan dan ook, lijkt enkel te beantwoorden aan de hand van de innerlijke psychische gesteldheid van de dader ten tijde van de daad. Maar deze gesteldheid is lang niet altijd met zekerheid vast te stellen. In dit soort gevallen gaat het strafrecht af op uiterlijk waarneembare handelingen van de dader, waar zijn opzet uit blijkt. Dit heet het 'veruiterlijkend aspect' van het opzetbegrip; er wordt op dit moment al niet meer puur op de innerlijke psychische gesteldheid van de dader afgegaan. Vaak gebruikt de rechter hier de bewoording 'de verdachte had moeten weten dat A zou leiden tot B'. Maar wat hier bedoeld wordt met 'moeten weten', is dat 'een normaal mens' zou weten dat A tot B zou leiden, niet dat de verdachte dat per se wist; wederom een veruiterlijkend aspect, aangezien het niet relevant is wat de verdachte wist, maar wat van hem verwacht mocht worden aan algemene kennis. Het gevaar aan deze bewijsredenatie is, dat aangezien nooit vast staat wat wel en geen algemene kennis is, uiteindelijk de rechter bepaald of iets wel of niet als algemene kennis gezien kan worden, terwijl de rechter nooit zal kunnen weten wat de gemiddelde Nederlander aan algemene kennis bezit.

Het barkruk-arrest en andere gevallen

Zoals hierboven geschetst gaat de rechtspraak soms uit van een normatieve inkleuring van het opzetbegrip, waarbij (vrijwel) volledig voorbij wordt gegaan aan de psyche van de verdachte. Tekenend in deze situatie is het Barkruk-arrest (HR 9 mei 1995, NJ 1995, 501), waarbij X en Y in een kroeg in gevecht raakten. X ging Y te lijf met een barkruk, maar Y weerde deze af, waardoor X Z raakte. X werd schuldig bevonden aan mishandeling van Z, op grond van voorwaardelijke opzet, doordat, zo zei de HR, aangenomen werd dat X een mogelijke afweerreactie van Y, waardoor de richting van de barkruk naar Z veranderde, had 'voorzien'. Deze redenatie ziet niet op de psychische toestand van X ten tijde van het slaan met de barkruk, maar puur op het feit dat de mogelijkheid bestond dát het had kunnen gebeuren (het zou immers logisch zijn als X ten tijde van het gevecht dusdanig op Y gefixeerd was, dat hij niets of niemand anders om zich heen zag, en totaal geen rekening hield met het geopenbaarde risico).

Een nog verder doorgevoerde versie hiervan, zijn de verschillende zaken tegen automobilisten die doorrijden bij verkeerscontroles, en daarbij op een agent inrijden waardoor deze opzij moet springen. De betreffende automobilisten worden standaard veroordeeld voor poging tot doodslag; hier is een 'voornemen' om dat misdrijf te plegen vereist, 'voornemen' kan op dezelfde manier bewezen worden als voorwaardelijk opzet. Er wordt aldus gesteld dat de automobilist de kans op dodelijke afloop voor de agent op de koop toe heeft genomen, maar dat deze afloop niet is ingetreden, waardoor het bij een poging gebleven is. De rechter acht het in deze situaties in zijn geheel niet meer van belang wat de verdachte bezielde op het moment van begaan van het misdrijf: enkel het feit dat het gebeurt is, bewijst het voornemen op dodelijke afloop.

Opzet van de deelnemer

Voor de opzet van de deelnemer aan een gezamenlijk begaan strafbaar feit, is vereist dat de deelnemer opzet had op

  • het leveren van een bepaalde bijdrage,
  • in het algemeen en op de verschillende bestanddelen van het tot stand komende delict, en
  • in hoofdlijnen ook op de wijze waarop het delict tot stand komt.

Maar wat als het feit anders verloopt dan waar de deelnemer opzet op had? Volgens de huidige rechtspraak wordt, aldus de auteur, aangenomen dat als iemand (bijvoorbeeld) gaat inbreken terwijl hij weet dat zijn mededader een wapen bij zich heeft, hij mede aansprakelijk is voor eventueel geweld dat erbij komt kijken. Het geweld wordt ook hem toegerekend, ongeacht wat hem precies bezielde ten tijde van de inbraak. Ook in deze situatie gaat de rechtspraak dus voorbij aan de daadwerkelijke geestelijke toestand van de dader (of in dit geval de deelnemer). De auteur pleit voor herziening van dit systeem, waarbij duidelijker vast komt te staan onder welke voorwaarden een deelnemer wel of niet aansprakelijk is voor een afwijkende uitvoering door de uitvoerder of een andere deelnemer.

Conclusie: wenselijk recht volgens de auteur

De auteur stelt, Antoine W.M. Mooij citerend: 'Ook al is in een strafrechtelijke context een strafrechtelijke specificatie van begrippen onvermijdbaar, het mag niet zo zijn dat in de specificatie de band met het oorspronkelijke begrip doorsneden wordt'. Hij bepleit aldus dat de aanknopingspunten voor vaststellen van opzet in de zaak zelf worden gezocht, en niet in een normatieve omschrijving van het opzetbegrip, en waar mogelijk dient er ruimte overgelaten te worden voor het eigen verhaal van de verdachte.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Samenvatting artikelen Strafprocesrecht

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: more related
Rechtsfilosofie en Rechtstheorie. Inleiding voor Perspectieven op recht - Rosier - Artikel
Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Check: more related and most recent topics and summaries
Check more: study fields and working areas

Image

Share: this page!
Follow: Law Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2455
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector