Psychology and behavorial sciences - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 35319 keer gelezen
Psychologie: de wetenschap van gedrag en de geest.
Gedrag: de waarneembare acties van soorten.
Geest: iemands gewaarwordingen, percepties, herinneringen, gedachten, dromen, motieven, emoties en andere subjectieve ervaringen.
Wetenschap: het proberen om vragen te beantwoorden door systematische verzameling en logische analyse van data.
Dualisme: opvatting dat mensen bestaan uit een materieel lichaam en een immateriële ziel.
Materialisme: overtuiging dat de ziel betekenisloos is en alles bestaat uit materie en energie.
Reflexen: basisopstelling van het zenuwstelsel; automatische reacties op prikkels.
Locatie van functie: het idee dat specifieke hersengebieden verantwoordelijk zijn voor specifieke functies.
Empirisme: de overtuiging dat kennis en gedachten voortkomen uit zintuiglijke ervaringen.
Tabula rasa: de gedachte dat kinderen worden geboren als een onbeschreven blad.
Wet van associatie door contiguïteit: idee dat ervaringen die kort na elkaar optreden aan elkaar gekoppeld worden.
Nativisme: overtuiging dat bepaalde kennis aangeboren is.
A priori kennis: kennis die aangeboren is.
A posteriori kennis: kennis die voortkomt uit ervaring.
Onderzoek: een systematische manier om antwoorden te verkrijgen op vragen.
Observatie: het verzamelen van objectieve gegevens.
Theorie: een idee of model dat verklaart wat wordt geobserveerd.
Hypothese: een voorspelling over wat zal gebeuren onder bepaalde omstandigheden.
Onafhankelijke variabele: de variabele die wordt gemanipuleerd.
Afhankelijke variabele: de variabele die wordt gemeten.
Experimenteel onderzoek: onderzoek waarbij een variabele wordt gemanipuleerd en andere constant worden gehouden.
Correlationeel onderzoek: onderzoek waarbij gekeken wordt naar relaties tussen variabelen zonder manipulatie.
Beschrijvend onderzoek: onderzoek gericht op het beschrijven van gedrag zonder te zoeken naar oorzaken.
Bias: systematische fout in het verzamelen of interpreteren van data.
Blind onderzoek: onderzoek waarbij deelnemers of onderzoekers niet weten in welke groep iemand zit.
Replicatie: herhaling van een onderzoek om de betrouwbaarheid te testen.
Betrouwbaarheid: de mate waarin een meetinstrument consistente resultaten oplevert.
Validiteit: de mate waarin een meetinstrument meet wat het beoogt te meten.
Ethiek: het geheel aan normen en waarden over wat goed onderzoek is.
Informed consent: toestemming die gebaseerd is op volledige informatie over het onderzoek.
Vertrouwelijkheid: de belofte dat persoonlijke informatie van deelnemers privé blijft.
Deception: misleiding in onderzoek, alleen toegestaan als het essentieel is.
Debriefing: nabespreking waarin deelnemers geïnformeerd worden over het ware doel van het onderzoek.
IRB (Institutional Review Board): commissie die onderzoeksvoorstellen beoordeelt op ethiek.
Gen: een eenheid van erfelijk materiaal in DNA die bijdraagt aan gedrag en mentale processen.
Chromosoom: structuur in de celkern die genen bevat.
Fenotype: observeerbare eigenschappen van een organisme.
Genotype: genetische opmaak van een organisme.
Allelen: verschillende vormen van een gen.
Homozygoot: gelijke allelen op een locus.
Heterozygoot: verschillende allelen op een locus.
Mutatie: spontane verandering in genetisch materiaal.
Natuurlijke selectie: proces waarbij eigenschappen die bijdragen aan overleving en voortplanting worden doorgegeven.
Adaptatie: een erfelijke eigenschap die helpt bij overleven en voortplanting.
Neuronen: cellen die gespecialiseerd zijn in communicatie binnen het zenuwstelsel.
Synaps: contactpunt tussen twee neuronen.
Actiepotentiaal: elektrische impuls die informatie overbrengt binnen een neuron.
Neurotransmitter: chemische stof die signalen tussen neuronen doorgeeft.
Myelineschede: isolerende laag rond een axon die snelheid van impulsgeleiding verhoogt.
Receptor: structuur op postsynaptische cel die neurotransmitters ontvangt.
Excitatie: verhoogde kans op vuren van een neuron.
Inhibitie: verlaagde kans op vuren van een neuron.
Sensorische neuronen: neuronen die informatie van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel sturen.
Transductie: het proces waarbij fysieke energie wordt omgezet in neurale signalen.
Sensorisch coderen: het proces waarbij kenmerken van stimuli worden omgezet in patronen van neurale activiteit.
Adaptatie: afname van gevoeligheid na langdurige blootstelling aan een stimulus.
Absolute drempel: de minimale intensiteit die nodig is om een stimulus waar te nemen.
Verschil drempel: het kleinste verschil tussen twee stimuli dat nog waarneembaar is.
Webers wet: het principe dat de verschil drempel een constante verhouding is van de oorspronkelijke stimulus.
Olfactorisch systeem: het zintuiglijke systeem voor geur.
Gustatie: het zintuig van smaak.
Smaakpapillen: structuren op de tong die smaakreceptoren bevatten.
Smaakreceptorcellen: gespecialiseerde cellen die reageren op smaakstoffen.
Feromonen: chemische signalen die communicatie tussen individuen van een soort mogelijk maken.
Nociceptie: de neurale processen van pijnwaarneming.
Endorfines: lichaamseigen stoffen die pijn verminderen.
Pijnmodulatie: het proces waarbij pijnsignalen versterkt of verzwakt worden.
Plaatsvervangende pijn: pijn die gevoeld wordt op een andere plek dan waar de oorzaak ligt.
Netvlies (retina): het lichtgevoelige oppervlak achter in het oog waar transductie plaatsvindt.
Staafjes: lichtgevoelige cellen in het netvlies die zwart-wit waarnemen bij weinig licht.
Kegeltjes: cellen in het netvlies verantwoordelijk voor kleurenzicht en scherpte.
Fovea: het centrale punt van de retina met de hoogste concentratie kegeltjes.
Optische zenuw: bundel axonen die visuele informatie van het oog naar de hersenen vervoert.
Visuele cortex: hersengebied waar visuele informatie wordt verwerkt.
Cochlea: het slakkenhuis in het binnenoor waar geluidsgolven worden omgezet in neurale signalen.
Haarcellen: receptoren in het binnenoor die trillingen omzetten in elektrische signalen.
Basilaire membraan: structuur in de cochlea die trilt als reactie op geluidsgolven.
Auditieve cortex: hersengebied waar geluid wordt verwerkt.
Vestibulair systeem: systeem in het binnenoor dat informatie geeft over balans en beweging.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results