Organisatieverandering en leiderschap - RUG - Oefententamen 2018/2019
Vragen
Vraag 1
Vraag 1a
Senior en Swailes (2010) behandelen in hoofdstuk 2 het model van Greiner (‘the organizational lifecycle’). Teken en beschrijf dit model zo precies mogelijk. (3 punten)
Vraag 1b
Senior en Swailes (2010) behandelen in hoofdstuk 2 eveneens de veranderingstypologie van Tushman e.a.. Beschrijf deze typologie. Dat wil zeggen noem de typen en leg de betekenis van elk type verandering uit, zodat de verschillen helder zijn. (3 punten)
Vraag 1c
Welke relatie(s) kun je leggen tussen de fasen en gebeurtenissen beschreven in het model onder a. en de typen verandering onder b.? (2 punten)
Vraag 2
De professionele voetbalclub X United was gedurende het vorige decennium succesvol; ze behaalde kampioenschappen en ontving internationale waardering. De laatste jaren gaat het echter steeds minder goed, kampioenschappen en bekers blijven uit. Er bestaan verschillende theorieën over de redenen achter deze terugslag. De samenstelling, werkwijze en mores van de nationale competitie zijn overigens nauwelijks veranderd. Internationaal is er wel wat beweging, zoals clubs die worden opgekocht als ‘speeltjes’ van magnaten. Ondanks het aantrekken van nieuwe, dure spelers en het aanstellen en weer ontslaan van coaches en trainers wil het spel van weleer niet meer van de grond komen. De supporters mopperen. Een deel wil nog meer versterking. Anderen wijten het uitblijven van resultaat aan het teloor gaan van een echte clubgeest en willen terug naar vroeger toen de meeste spelers doorstroomden vanuit een eigen jeugdopleiding en vooral uit ‘stad en ommeland’ afkomstig waren. Ondertussen trekken de aandeelhouders vooral een zuinig gezicht en houden geldschieters de hand op de knip. Het bestuur zoekt de oplossing nu eerst een periode van rust waarin een nieuw evenwicht en betere teamspirit kan ontstaan.
Dit is een complexe veranderingssituatie, maar in hoeverre gaat het hier om harde of juist om zachte complexiteit? Gebruik minimaal vijf verschillende factoren uit de in Senior en Swailes aangereikte lijstjes waarmee je kunt bepalen in hoeverre er sprake is van een ‘difficult’ dan wel van een ‘messy’ situatie. Trek een beredeneerde conclusie. (4 punten)
Vraag 3
Senior en Swailes (2010) bespreken in hoofdstuk 3 wat je uit drie fundamentele theorieën over de structurering van de sociale werkelijkheid af kunt leiden over organisatieverandering.
Vraag 3a
Een van deze theoretische stromingen is de institutionele theorie. In hoeverre kan institutionele theorie (het optreden van) organisatieverandering verklaren? Met andere woorden, welke typen verandering kan institutionele theorie verklaren en welke niet? (2 punten)
Vraag 3b
Waarom is dat zo ? (Leg je antwoord onder a. uit met behulp van wat je weet over deze theorie) (2 punten)
In Nederland zijn de grote gevestigde thuiszorgorganisaties in de jaren tachtig en negentig uitgegroeid tot uitgebreide bureaucratische constellaties. Dit kan onder meer worden verklaard uit de wettelijke regelgeving en procedures in de zorg, aansprakelijkheidsissues, eisen van stakeholders, en de financieringsstromen (bijvoorbeeld welke zorg kan via welke weg en voor wie onder welke voorwaarden worden gedeclareerd).
Vraag 3c
Gebruik één van de drie fundamentele theorieën over structurering van de sociale werkelijkheid om uit te leggen hoe het kan dat organisaties die bedoeld zijn flexibel en efficiënt tegemoet te komen aan een maatschappelijke vraag zich ontwikkelen tot inflexibele bureaucratische structuren. (2 punten)
Desondanks was er een ervaren verpleegkundige die zich dermate gefrustreerd voelde door het werken binnen zo’n structuur, dat hij een alternatieve visie ontwikkelde op thuiszorg op basis van zijn praktijkervaringen en mede geënt op organisatiekundige inzichten die hij tijdens zijn studie had opgedaan. Zijn visie behelsde een organisch gestructureerde thuiszorgorganisatie met zelfsturende teams. Hij richtte in 2006 een nieuwe organisatie op genaamd ‘Buurtzorg’. Deze heeft inmiddels haar sporen verdiend binnen deze geïnstitutionaliseerde sector. Omdat Buurtzorg werkt met zelfsturende teams kan beter worden aangesloten bij de specifieke wensen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt en worden aangesloten bij de situatie in de buurt. Zoals vroeger wordt de relatie tussen cliënt en professional weer als uitgangspunt genomen en nu ondersteund door moderne organisatieprincipes. Teams zijn zelf verantwoordelijk voor de planning en uitvoering van de werkzaamheden. De teams worden ondersteund door een regiocoach en een klein landelijk hoofdkantoor, bijvoorbeeld voor wat betreft de administratie. Het oplossend vermogen en de professionaliteit van de teamleden kan zo ten volle worden benut. Buurtzorg is exponentieel gegroeid sinds haar oprichting en heeft prijzen gewonnen voor haar prestaties.
Vraag 3d
Gebruik een van de drie fundamentele theorieën over structurering van de sociale werkelijkheid om uit te leggen hoe het kan dat dit initiatief dat zo afweek van wat gebruikelijk was in de sector zich succesvol heeft ontwikkeld. (2 punten)
Vraag 4
Senior en Swailes (2010) bespreken in hoofdstuk 4 modellen van organisatiecultuur. Sommige zijn bruikbaar voor het beschrijven van de cultuur van een specifieke organisatie waarbij men met een ‘open mind’ probeert de essentie van de cultuur en de wijze waarop deze tot uiting komt te vatten. Andere cultuurmodellen zijn beter toegerust voor het analyseren van organisatiecultuur door het meten van een beperkte set vooraf gespecificeerde dimensies en het vergelijken van de organisatie op deze dimensies scoort met andere organisaties.
Vraag 4a
Geef een nauwkeurige beschrijving van het Competing Values Model van Quinn en Rohrbauch (1983) door het te tekenen en dit raamwerk toe te lichten (3 punten)
Vraag 4b
In welk van de twee hierboven geschetste categorieën lijkt het Competing Values Model van Quinn and Rohrbauch het best te passen? Leg uit waarom? (2 punten)
Vraag 4c
Neem een model dat in de andere categorie past. (1 punt)
Vraag 4d
In hoeverre zou Handy’s model geschikt kunnen zijn voor het bepalen van de mate van ‘value aligment’ bij verandering zoals beoogd door Burnes en Jackson? Leg uit. (2 punten)
Vraag 5
Vraag 5a
Senior en Swailes (2010) presenteren in hoofdstuk 5 het ‘model of conflict-handling styles’. Teken dit model en zorg dat je daarbij zowel de assen als de stijlen benoemt. (3 punten)
Vraag 5b
Het model lijkt een zgn. ‘one best way’ stijl aan te geven. Welke stijl is dat? Leg uit waarom deze stijl de ‘one best way’ zou zijn.(2 punten)
Vraag 5c
Senior and Swailes concluderen echter dat “effective management of conflict can call upon the use of any of these styles, depending on the circumstances”. Wat bedoelen zij met deze uitspraak? Maak in je beantwoording van deze vraag expliciet gebruik van een van de twee benaderingen van organisaties die ten grondslag liggen aan Senior en Swailes (2010).(2 punten)
Vraag 6
Vraag 6a
In hun paper ‘The effects of transformational and change leadership on employees’ commitment to a change: a multilevel study’, maken Herold, Fedor, Caldwell en Liu (2008) een onderscheid tussen transformationeel en change leiderschap. Wat is, volgens deze auteurs, precies het verschil tussen de twee? (2 punten)
Vraag 6b
Herold et al. (2008) analyseerden veranderingsprojecten in 30 organisaties. Wat waren hun drie hoofdbevindingen over de effecten van transformationeel leiderschap en van change leiderschap? (3 punten)
Vraag 6c
Wat concludeer je uit de studie van Herold et al. (2008) over de rol van leiderschap in veranderingsprojecten? (2 punten)
Vraag 7
‘Organisation Development’ (OD) ziet de organisatie als zijnde een ‘open systeem’ en gaat uit van een ‘lerende organisatie’. Hieronder wordt je gevraagd deze twee basisassumpties uit te leggen, en vervolgens te beargumenteren welk verband deze twee assumpties met elkaar hebben.
Vraag 7a
Wat wordt ermee bedoeld dat de organisatie als een open systeem wordt gezien en op welke manier is dit precies relevant binnen een OD benadering van verandering? (2 punten)
Vraag 7b
Wat wordt ermee bedoeld dat de organisatie als een lerende organisatie wordt gezien en op welke manier is dit precies relevant binnen een OD benadering van verandering? (2 punten)
Vraag 7c
Waarom en hoe precies hangen deze twee assumpties binnen OD met elkaar samen? (2 punten)
Antwoordindicatie
Vraag 1a
Levenscyclus model van groei in de tijd op het niveau van de individuele organisatie. Wel enige conroverse over in hoeverre het door onderzoeksresultaten wordt ondersteund. Of alle organisaties alle fasen en in deze volgorde moeten doorloopen.
Vraag 1b
Vraag 1c
Crises zullen leiden tot framebreaking change wil de organisatie volgend het model zich kunnen ontwikkelen tot een volgende fase. Tijdens een bepaalde fase zal er vooral sprake zijn van convergent change. Maw: Framebreaking change van Tushman e.a. refereert aan revolution, finetuning en incremental adaption referen aan evolution in Greiner’s model.
Vraag 2
This test provides a useful reference framework to help characterise and understand the parameters. Vraag 2a involved when facing change. It is important to recognise that this is a continuum, and many change programmes will combine elements of hard and soft change. Student zal moeten onderkennen dat er duidelijk factoren zijn die het messy maken, maar dat er ook enkele factoren meer difficult zijn dan messy. Die aan ‘messy’, dus soft complexity bijdragende factoren maken dat een harde aanpak niet zal werken.
Vraag 3
Vraag 3a
Can explain convergent, incremental change. Cannot explain radical change, diverging change
Vraag 3b
- coercion
- isomorphism, compliance
- mimese, eg because of risk aversion
Vraag 3c
Vraag 3d
Vraag 4
Vraag 4a
Vraag 4b
Vraag 4c
Cultural web van Johnson et al. bijvoorbeeld. Schein kunnen ze noemen. antwoord: Schein (2004), Hofstede, (1990) and Dyer (1985).
Vraag 4d
Answer: in zekere mate geschikt want je kunt er systematische vergelijkingen mee maken, doordat je de bestaande organisatie, de inhoud van de verandering en de voorgenomen aanpak van de verandering kunt vergelijken op deze typen. Bonuspunt als: Op zich minder dan modellen waarbij echt meetinstrumenten zijn ontwikkeld die separate dimensies schatten. Uit het boek blijkt niet dat dat zo is bij Handy. Die vier typen worden vrij verhalend beschreven.
Vraag 5a
Vraag 5b
Dat is ‘collaborating’, oftewel samenwerken. Het idee hierachter is dat je zowel oog hebt voor de belangen en zorgen van anderen, als die van jezelf. Alle andere opties zijn ofwel slecht voor de ander, ofwel slecht voor jezelf. En compromising is een beetje half: het is een soort compromise, terwijl collaborating echt een constructieve benadering is, die probeert beide kanten echt ter willet e zijn, veel informatie delen, etc.
Vraag 5c
Ze bedoelen hiermee dat de situatie zodanig kan zijn dat het ook wel eens goed kan zijn om een conflict bijvoorbeeld te vermijden, of om juist heel erg voor je eigen belang te gaan. Allemaal afhankelijk van de situatie. Dat is de contingentie-benadering: de situatie bepaalt wat de beste aanpak is (voor conflicthantering, organisatieverandering, organisatiestructuur, to name a few).
Vraag 6
Vraag 6a
Vraag 6b
- Resultaten laten zien dat transformational leadership sterker gerelateerd/verboden is met followers change commitment dan change-specific leadership
- Vooral wanneer de verandering significante personal impact had.
- Voor leiders die niet worden gezien als transformationeel, geld dat good change-management practices samenhangen met hogere niveaus van change commitment (dus het is dan wel ergens goed voor).
- Ook een punt voor: bleken empirisch verschillende typen leiderschapsstijlen
Vraag 6c
Vraag 7
Vraag 7a
- Uitleg wat systeem behelst (1p): meerdere niveaus, verandering totale systeem
- Interactie met omgeving (1p),
- Interrelated subsystems, veranderingen hebben dus invloed op elkaar (1p)
- Continue ontwikkeling (1 p)
- Link met OD (1 punt)
Vraag 7b
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 1581 keer gelezen
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden

Contributions: posts
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 1763 keer gelezen
WorldSupporter insurances for backpackers, digital nomads, interns, students, volunteers or working abroad:
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








