Pedagogy and education - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 19789 keer gelezen
Dit artikel gaat over recent onderzoek naar de hormoonspiegels van testosteron (T), prolactine (PRL), oxycotine (OT) en vasopressine (AVP) in vaders.
Vaderlijk opvoedgedrag kan ontstaan zijn om kindermoord te voorkomen of als voortplantingsstrategie voor minder dominante mannen. Daarnaast vergroot vaderlijk opvoedgedrag de overleving en kwaliteit van de kinderen.
T speelt een rol in het competitieve en partner aantrekkingsgedrag tijdens het zoeken van een partner. Eerder onderzoek toont aan dat vaders over het algemeen lagere T-niveaus hebben dan niet-vaders en dat vaders die meer betrokken zijn bij vaderactiviteiten nog lagere T-niveaus vertonen. De afname van T-niveaus is duidelijk te zien bij vaders van jongere kinderen en vaders die meer tijd doorbrengen met of samen slapen met kinderen. De effectgroottes zijn echter klein tot middelgroot en de context speelt een cruciale rol bij het begrijpen van deze variatie. De volgende factoren kunnen bijdragen aan de variatie in T-niveaus:
Er lijkt een continuüm te zijn in hoe de mate van interactie met jonge kinderen de T-niveaus bij mannen beïnvloedt. Vaderlijk opvoedgedrag worden vaak geïnterpreteerd in termen van de Uitdagingshypothese (Challenge Hypothesis). Volgens deze hypothese kunnen mannen die vaderlijke zorg bieden zogenaamde toestandsveranderingen ondergaan om te schakelen tussen hoge T-niveaus (tijdens bijvoorbeeld verdediging en partnerbewaking) en lage T-niveaus (tijdens bijvoorbeeld kuikens voeren).
PRL speelt een rol bij voortplanting, metabolisme en immuniteit. Vaders vertonen stabiele PRL-niveaus tijdens interactie met hun kinderen en partner, terwijl niet-vaders juist lagere PRL-niveaus hebben tijdens interacties met kinderen. Dit suggereert dat PRL een rol speelt bij het initiëren van contact. Daarnaast waren PRL-niveaus hoger bij vaders van jongere kinderen, vaders die zich meer bezighielden met verkennend spellen en meer ervaren vaders.
Er bestaan geen T/PRL-interactiestudies in de vaderlijke zorg, waardoor daar nog geen uitspraken over gedaan kunnen worden.
OT speelt een rol bij de voortplanting, sociaal gedrag en hechting. Hogere OT-niveaus verbeteren de interactie tussen vader en kind en kan de OT-niveaus van baby's beïnvloeden als reactie op het gedrag van vaders. Zo blijkt uit onderzoek dat baby's hogere OT-niveaus hebben als vaders ook hogere OT-niveaus hebben, doordat zij bijvoorbeeld OT toegediend hebben gekregen. Genetische variaties in oxytocinereceptoren beïnvloeden ook de gevoeligheid van ouders, waarbij mannen met met specifieke allelen hogere OT-niveaus hadden en hun baby's vaker aanraakten.
AVP speelt een rol bij vochtbalans en lijkt ook betrokken te zijn bij sociale interacties, zoals paren en ouderschap. Er is echter nog maar weinig onderzoek naar de rol van AVP in vaderlijk gedrag. Uit onderzoek blijkt dat jongere vaders en vaders die meer stimulerend spelen hogere AVP-niveaus hebben. Toegediende AVP kan vaders meer reactief maken op baby gerelateerde stimuli, maar dit kan ook als gevolg zijn van effecten van OT-niveaus vanwege een wisselwerking tussen de twee hormonen.
Er zijn in dit artikel twee theorieën die de wisselwerking tussen hormonen tijdens opvoedgedrag beschrijven:
Moeders en vaders ondergaan tijdens het ouderschap neurobiologische veranderingen. Het neurale circuit van ouderlijke zorg omvat subcorticale structuren en corticale netwerken die verband houden met:
Structurele veranderingen in de hersenen verschillen tussen moeders en vaders, waarbij moeders meer activiteit in subcorticale structuren hebben en vaders meer activiteit hebben in hersengebieden die betrokken zijn bij de sociaal-cognitieve corticale gebieden. Deze verschillen in hersenactiviteit kunnen voortkomen uit de werking van betrokken hormonen bij vaders, maar zijn niet per se sekse-specifiek. Bij homoseksuele mannelijke paren lijkt de hersenactivatie namelijk op die van moeders, wat duidt op een plastische en wederkerige relatie tussen vaderlijk gedrag en de hersenen.
Toekomstig onderzoek moet zich richten op het begrijpen van hormooninteractie in vaderlijk gedrag, het onderzoeken van genetische verschillen en het ontwikkelen van interventies om betrokken vaderschap te ondersteunen.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results