Pedagogy and education - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 19649 keer gelezen
Er zijn vele misvattingen op gedragsproblemen bij kinderen. Zo zijn er bijvoorbeeld veel mensen die denken dat agressiviteit en vijandig gedrag van kinderen hard moet worden bestraft. Echter, uit onderzoek is gebleken dat hard straffen vaak juist tot meer vijandig en agressief gedrag leidt. Over de oorzaken van deze gedragsproblemen zijn verschillende meningen. Sommige mensen denken dat een gedragsprobleem voortkomt uit een stoornis binnen het kind. Anderen denken dat de oorzaak juist buiten het kind, in de omgeving, ligt. In dit hoofdstuk worden een aantal belangrijke punten van gedragsproblemen behandeld.
Omdat gedragsproblemen in vele vormen en gradaties voorkomt, is het lastig een duidelijk prevalentiecijfer te stellen. De cijfers worden tussen de 4 en 23% geschat. Een van de typen gedragsproblemen zijn sociaal-emotionele problemen. Deze problemen komen zo’n 2 tot 10% voor en zijn als volgt te onderscheiden:
Aandachtstekort met hyperactiviteit (ADHD)
Sociale gedragsproblematiek, zoals ODD en CD.
Angstig en stemmingsverstoord gedrag, zoals de angststoornissen, depressies en fobieën.
Autistisch gedrag, zoals PDD-NOS en Asperger.
Angstig en stemmingsverstoord gedrag worden het meest waargenomen. Hoewel vaak wordt beweerd dat gedragsproblemen tegenwoordig meer voorkomen, lijkt onderzoekt dit niet te ondersteunen. Wel is het aantal diagnoses van ADHD en PDD-NOS toegenomen. En ook het feit dat veel leraren en ouders meer kennis hebben over gedragsproblemen, leidt tot ‘search for pathology’ en een overrapportage van problemen.
Veel kinderen vertonen weleens gedrag dat opvalt en niet hoort bij het normale gedrag van het kind. Om gedragsproblemen te onderscheiden, zijn een aantal criteria opgesteld:
Het gedrag past niet binnen het ontwikkelingsstadium en de leeftijd van het kind.
Het gedrag is aanhoudend en duurt lang.
Er is in de omgeving geen of nauwelijks aanleiding tot een probleem. Het komt vanuit het kind.
Het gedrag past niet binnen de normen en waarden van de cultuur.
Het gedrag komt veel en regelmatig voor.
Het gedrag is intens.
Het gedrag is geheel onverwachts begonnen.
Het gedrag komt in meerdere situaties voor.
De verklaringen van het probleemgedrag worden op twee manieren aangegeven:
Interne attributies, de oorzaak van het probleemgedrag wordt binnen zichzelf gezocht. Zowel ouders, leraren als het kind kunnen de verklaring van het probleemgedrag bij zichzelf leggen.
Externe attributies, de oorzaak van het probleemgedrag wordt buiten het kind gezocht. Omgevingsfactoren vormen de verklaring van het probleemgedrag van het kind.
Om gedragsproblemen te kunnen verklaren, wordt er gebruik gemaakt van een aantal modellen:
Ecologisch model: model van Bronfenbrenner dat uitgaat van een grote invloed van omgevingsfactoren op het gedrag van het kind. De ouders (microniveau), de werksituatie van de ouders (mesoniveau) en de samenleving waarin het gezin leeft (macroniveau) hebben allemaal invloed op de ontwikkeling van gedragsproblemen van kinderen.
Goodness-of-fit: interactiemodel die de interactie en afstemming tussen kindkenmerken en omgevingsfactoren verantwoordelijk stelt voor het gedrag van het kind. Wanneer de omgeving niet aangepast is op de kindkenmerken is er sprake van poorness-of-fit, wat zorgt voor negatieve interacties.
Transactioneel model: model dat niet uitgaat van onafhankelijke kindkenmerken en omgevingsfactoren, maar van een interactie, die de factoren elkaar en hunzelf veranderen. Er is dus geen sprake van causaliteit, maar van een transactie.
Tot slot worden er vier verschillende aspecten van gedragsproblemen besproken. Gedragsproblemen kunnen situationeel (1) zijn, wat inhoudt dat het gedrag zich alleen in een bepaalde situatie (bijvoorbeeld school) voortdoet. Daarnaast zijn gedragsproblemen relationeel (2), wat inhoudt dat de problemen zich altijd in relatie met iets anders voor doen (bijvoorbeeld slechte interactie). Gedragsproblemen zijn relatief (3), omdat het afhangt van je normen en waarden of je iets als probleemgedrag omschrijft. Tot slot zijn gedragsproblemen fluctuerend (4), wat inhoudt dat de problemen zich op verschillende momenten in verschillende gradaties voort kunnen spelen.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results