Wat is de invloed van sociale psychologie met betrekking tot omgeving en milieu? - Chapter 9

Hoe beïnvloedt de fysieke omgeving ons gedrag?

Omgeving en milieu

De fysieke omgeving is erg belangrijk voor gedrag, gedachten, gevoelens, welzijn en prestatie. Bijna iedereen leeft in een stedelijke omgeving, we komen nooit een omgeving tegen die niet gemaakt is door mensen. Eerder was sociaal psychologisch onderzoek gericht op hoe de fysieke omgeving ons beïnvloed, tegenwoordig is het gericht op hoe wij de omgeving beïnvloeden. Deze twee richtingen zijn nauw met elkaar verbonden. Omdat veel onderwerpen die onderzocht worden door omgevingspsychologen sociaal psychologische aspecten hebben, houden sociaal psychologen zich bezig met het verband tussen mens en omgeving. 

De omgeving kan een negatieve of positieve invloed hebben. De mate waarin stressoren van de omgeving ons beïnvloeden hangt voor een deel van sociaalpsychologische factoren af. Niet alleen objectieve blootstelling aan bepaalde stressoren moet beschouwd worden, maar ook veroorzakers van de subjectieve ergernis. Dat sociaal psychologische factoren ergernisniveaus beïnvloeden heeft een belangrijke implicatie voor het beleid: naast het verminderen van objectieve blootstelling, moet er ook wat gedaan worden aan sociaal psychologische factoren. Robert Summer is een van de pioniers van het sociaal design. Dit design is nuttig voor mensen die in een gebouw werken of leven door hun ideeën en behoeften systematisch op te nemen in het ontwerp. Omgevingspsychologen zijn betrokken bij de planningsfase en het formele ontwerp van een constructie, ze moeten daarbij andere gebouwen evalueren.

Hoe beïnvloeden wij de omgeving?

De kwaliteit van de omgeving wordt over de hele wereld bedreigd (luchtvervuiling, geluidsoverlast, opwarming van de aarde). De klimaatverandering wordt veroorzaakt door uitstoot van broeikasgassen en dit komt weer door de verbranding van fossiele brandstoffen. EIA voorziet een toeneming van 71% voor energieconsumptie op aarde tussen 2003 en 2030, wat zorgt voor temperatuurstijgingen tussen de 3 tot 9 graden Celsius. Dit heeft als gevolg dat bijvoorbeeld de zeespiegel stijgt, de voedselproductie wordt verstoord, droogte vaker voorkomt en ziektedragende muggen in aantal toenemen.

Verschillende beleidsinitiatieven hebben niet bijgedragen aan een daling, de broeikasgasuitstoot is juist toegenomen de laatste 10 jaar. Het zal alleen maar verder stijgen vanwege de toename van consumptie van fossiele brandstoffen. De huishoudens dragen hieraan direct en indirect bij. Het elektriciteitsverbruik van huishoudens neemt alleen maar toe, dit wordt vooral veroorzaakt door de economische groei en de uitbreidende populatie. Omdat veel omgevingsproblemen door menselijk gedrag worden veroorzaakt, kunnen ze verminderd worden door gedragsveranderingen.

Gedragsveranderingen zijn nodig omdat fysieke of technische metingen niet voldoende zijn om de problemen op te lossen. Vooral de consumptieniveaus moeten aangepakt worden. Bij het aanpakken van de omgevingsproblemen door gedragsveranderingen moet er gelet worden op welk gedrag bijdraagt aan omgevingsproblemen, welke factoren dit gedrag veroorzaken en welke beleidsinterventies pro-omgevingsgedrag zullen promoten. Sociaal psychologen zijn vooral geïnteresseerd in de factoren en de beleidsinterventies.

Welk gedrag draagt bij aan omgevingsproblemen?

Sociaal psychologen werken samen met omgevingswetenschappers om vast te stellen wat voor invloed verschillend gedrag op de omgeving heeft. Omdat niet alleen sociale psychologische factoren de relatie tussen mensen en fysieke omgeving beïnvloeden, zijn ook andere disciplines betrokken. De omgevingsinvloed, de uitvoerbaarheid en aannemelijkheid van gedragsveranderingen moeten onderzocht worden. Daarbij kunnen omgevingspsychologen een rol spelen, ze kunnen bijvoorbeeld helpen bij het focussen op gedrag dat het belangrijkst is vanuit het oogpunt van de omgeving. Het werken in een interdisciplinair team is niet gemakkelijk, maar het levert betere en meer begrijpelijke zienswijzen op voor relaties tussen mens en omgeving en de manier waarop ze verbeterd kunnen worden.

Welke factoren veroorzaken gedrag dat leidt tot omgevingsproblemen?

Omgevingsgedrag is gedrag dat effect heeft op de beschikbaarheid van grondstoffen, de structuur en kracht van ecosystemen of de biosfeer. Dit beïnvloedt menselijk welzijn en welvaart. Volgens sommige mensen moet de omgeving gewaardeerd worden voor haar eigen belang (en niet voor de waarde die zij voor mensen heeft). Consequenties van gedrag voor de omgeving zijn vaak niet bekend. Echter, het ene gedrag beïnvloedt de omgeving meer dan het andere. Sociaal psychologen moeten zich richten op het gedrag dat de omgeving het meest beïnvloed.

Pro-omgevingsgedrag heeft vaak hogere persoonlijke kosten. Er zijn drie theoretische benaderingen die uitleggen onder welke voorwaarden mensen hun persoonlijke voordelen willen opofferen om de omgeving te beschermen.

Gemeenschappelijke dilemma’s zijn situaties waarin er een conflict is tussen individuele en collectieve interesses, denk bijvoorbeeld aan het gemak van autorijden tegenover de luchtvervuiling die het veroorzaakt. Sommigen zijn zich hier niet van bewust omdat ze de collectieve problemen die gepaard gaan met hun gedrag niet erkennen of waarderen. Er is een onderscheid tussen een actor (consument) en observer (wetenschapper of expert). Bij grote, gemeenschappelijke dilemma’s voelen individuen zich niet verantwoordelijk voor het bijdragen aan de oplossing. Dit komt door een gebrek aan vertrouwen in samenwerking met anderen. Ze kijken naar het korte termijn zelfbelang. De beloningen voor het niet uitvoeren van pro-omgevingsgedrag zijn groter dan de beloningen voor het wel uitvoeren ervan, ongeacht wat anderen doen. Veel mensen moeten hun gedrag veranderen.

Wat is het norm activatie model?

Sommige mensen gedragen zich niet in hun eigen belang. Beslissingen zijn niet altijd kost-voordeel afwegingen, maar soms ook een afweging van moraliteit. Kost-voordeel modellen zijn minder passend om moreel gedrag te verklaren, omdat ze geen morele kosten en voordelen beschouwen. Daarom is er een moraliteitmodel nodig: het norm activatie model.

Het norm activatie model (NAM) was oorspronkelijk bedoeld om pro-sociaal gedrag te verklaren. In de praktijk wordt het vaak toegepast om omgevingsgedrag te verklaren. Gedrag komt voor als reactie op persoonlijke normen (gevoelens van morele verplichting). Persoonlijke normen worden geactiveerd wanneer mensen nadelige consequenties van hun gedragingen voor anderen of voor de omgeving erkennen  (awareness of consequence of AC belief), of wanneer ze zien dat ze de consequenties om kunnen keren (ascription of responsibility of AR belief). Als de AC en de AR hoog zijn voelt men een sterke morele verplichting om bepaald gedrag te vertonen en andersom. De NAM kan beter gedrag verklaren dat geassocieerd is met relatief lage gedragskosten (in geld, tijd of moeite, denk aan recyclen) dan wanneer het geassocieerd wordt met relatief hoge gedragskosten (denk aan minder autorijden). Egoïstische interesses spelen mee wanneer de gedragskosten hoog zijn,  persoonlijke normen verdwijnen dan naar de achtergrond.

Een beslissingsconflict (eigen belang tegenover collectief belang) kan opgelost worden door self-serving denial. Hierbij wordt de eigen morele verplichting ontkent en zo de keuze gerechtvaardigd voor milieuonvriendelijk gedrag. Dit kan op vier manieren:

  1. Negeren, vervormen of minimaliseren van omgevingsproblemen. Mensen kunnen selectief gebruikmaken van wetenschappelijke resultaten om hun gedrag en positie te versterken. Er wordt bijvoorbeeld benadrukt dat onderzoek onder discussie staat. 
  2. Buiten beschouwing laten van verplichting van mensen. Het argument is dan dat de eigen bijdrage weinig verschil zal maken en problemen veroorzaakt worden door collectieve beslissingen (autoriteit of industrie zijn verantwoordelijk).
  3. Het ontkennen van persoonlijke bekwaamheid of competentie om pro-omgevingsgedrag uit te voeren.
  4. Individueel pro-omgevingsgedrag als niet effectief beschouwen om omgevingsproblemen te verminderen (vooral effectief voor omgevingsproblemen op grote schaal).

Bij het nemen van beslissingen spelen, naast omgevingsfactoren (zoals comfort, veiligheid, status en gemak), ook andere factoren mee. Deze factoren zijn vaak in conflict met de omgevingsfactoren en maken pro-omgevingsgedrag minder waarschijnlijk. De NAM is uitgebreid tot de value-belief-norm theory of environmentalism, waarbij ook gedrag dat resulteert in pro-omgevingsintentie verklaart wordt. Deze theorie stelt, net zoals VBN theorie, dat persoonlijke normen gedrag beïnvloeden en dat persoonlijke normen weer beïnvloed worden door AR en AC. De VBN theorie stelt dat AC belief is gebaseerd op algemene overtuigingen over het verband tussen mens en omgeving en op relatief stabiele waardeoriëntaties.

Welke rol spelen waarden en omgevingsbelang?

In 30 verschillende landen vindt 90% van de mensen dat opwarming van de aarde door het broeikaseffect een serieus probleem is. The new environmental paradigm (NEP) is een van de belangrijkste metingen van de mate waarin mensen bezorgd zijn over de omgeving. Het meet het fundamentele geloof dat men heeft over het verband tussen mens en omgeving. De mensen die de NEP goedkeuren menen dat er grenzen zijn voor groei. Volgens hen raakt bij te veel groei de balans van de natuur verstoort door menselijke gedragingen. Zij vinden daarnaast dat mensen de omgeving niet kunnen controleren en domineren. Er is vaak bevestigd dat er relaties bestaan tussen de NEP en gedrag specifiek geloof en normen, intenties en gedrag. De relaties zijn echter niet sterk en NEP support is alleen relevant voor gedrag met lage kosten.

Omgevingsgedrag wordt ook door waarden beïnvloed. Volgens Schwartz is een waarde een gewenst trans-situationeel doel dat varieert in importantie en dat dient als leidraad in het leven van een persoon of sociale entiteit (voorbeeld gezondheid, rechtvaardigheid of vrijheid). Er zijn vier kenmerken:

  1. Geloof over wenselijkheid van een zekere eindstaat (zoals gezondheid) is abstract en overtreft daardoor specifieke situaties (verschillende gedragingen worden tegelijk beïnvloed).
  2. Leidende principes voor de selectie of evaluatie van gedrag, gebeurtenissen of mensen.
  3. Waarden zijn geordend in een systeem van prioriteiten en keuzes worden gebaseerd op de meest belangrijke waarden.

Drie algemene waardenoriëntaties worden in de omgevingsliteratuur onderscheiden:

  1. Egoïstische waardeoriëntatie: mensen proberen hun eigen uitkomsten te maximaliseren (individuele kosten en voordelen), bijvoorbeeld in macht of materiële rijkdom.
  2. Altruïstische waardeoriëntatie: belang voor de welvaart van andere mensen, bijvoorbeeld door behulpzaamheid of sociale rechtvaardigheid.
  3. Biosferische/ecocentrische waardeoriëntatie: belang voor niet-menselijke soorten en biosfeer, bijvoorbeeld door respect te hebben voor de aarde en door vervuiling tegen te gaan. 

Mensen met de laatste twee waardeoriëntaties zullen eerder pro-omgevingsgedrag vertonen dan mensen met een egoïstische waardeoriëntatie, omdat deze waarden belangen voor anderen reflecteren. Echter wanneer altruïstische waarden en biosferische waarden conflicteren, zullen de mensen die altruïstische waarden nastreven minder snel pro-omgevingsgedrag vertonen dan de mensen met de biosferische waarden.

De besproken theorieën nemen aan dat we denken voor we doen. Dit is vaak het geval, denk bijvoorbeeld aan alledaags gedrag wat routine matig wordt uitgevoerd. De frequentie van het uitvoeren van gedrag is geen goede indicator van een gewoonte. Gewoontes wijzen namelijk naar de manier waarop we beslissingen maken.

Drie karakteristieken van gewoontes zijn:

  1. Ze worden geactiveerd wanneer een specifiek doel aanwezig is.
  2. Hetzelfde verloop van de actie wordt herhaald wanneer deze bevredigend is (hoe positiever de uitkomsten en hoe sterker de relatie tussen doel en actie om doel te bereiken, hoe sterker de gewoonte).
  3. Gewoontes worden bemiddeld door cognitieve processen, frequent gedrag in een bepaalde situatie zorgt ervoor dat de mentale representatie van de situatie wordt geassocieerd met de representatie van het doelgericht gedrag. Gewoontes worden veroorzaakt door een cognitieve structuur die geleerd, opgeslagen en opgehaald is uit het geheugen wanneer we een stimuli zien.

Doordat gewoontes gezien worden als doelgericht automatisch gedrag dat mentaal gerepresenteerd worden, is een responsefrequentie meting van de sterkte van een gewoonte ontwikkeld. Deze neemt aan dat doelen automatisch mentale representaties kunnen activeren. Automatische processen worden gemakkelijker door de opgelegde tijdsdruk en door te reageren met wat als eerst in je opkomt. Daarnaast zijn ze gebaseerd op cognitief beschikbare structuren. Als indicator van de sterkte van een gewoonte wordt de frequentie van reageren gebruikt. Bij sterke gewoontes worden geen beredeneerde keuzes gemaakt. Theorieën als the theory of reasoned action, the norm activation model en theory of planned behavior zijn dus niet geschikt om gewoontegedrag te verklaren. Wanneer gewoonten sterk zijn, is intentie niet gerelateerd aan gedrag. Gewoontes zijn geschikt om met veelvoorkomende, alledaagse situaties om te gaan. Echter, als omstandigheden veranderen zijn gewoontes niet geschikt. Mensen geven geen aandacht aan informatie die hun keuze kan veranderen, dit gebeurt echter wel wanneer de omstandigheden significant veranderd zijn.

Welke beleidsinterventies leiden tot pro-omgevingsgedrag?

Bij het ontwerpen van interventies om pro-omgevingsgedrag te promoten, is informatie nodig over welke factoren omgevingsgedrag beïnvloeden (aanmoedigen of tegenhouden). Er zijn twee manieren om gedrag te veranderen: 

  1. Interventies kunnen gericht zijn op het veranderen van de consequentie van gedrag, door middel van belonen van goed gedrag en straffen van slecht gedrag. Ze zijn het meest effectief wanneer ze gedragsverandering teweeg kunnen brengen. Mensen zullen de gedragsverandering dan toeschrijven aan persoonlijke overtuigingen in tegenstelling tot wanneer de beloningen of straffen te sterk zijn (dan is verandering namelijk slechts van korte duur). De stimulansen om te doen wat je zelf wilt zijn soms sterker dan de motivatie om pro-omgevingsgedrag te vertonen. Dan zijn veranderingen in stimulansen nodig, consequentiestrategieën genoemd. Men hoopt dat houdingen en voorkeuren in dezelfde richting veranderen, want dan zullen gedragsveranderingen meer robuust zijn. De beschikbaarheid en kwaliteit van producten en diensten kan veranderd worden. Daarnaast kunnen legale metingen gebruikt worden, deze zijn alleen effectief als de wetten en regels door de meeste mensen worden geaccepteerd en er daarnaast sancties zijn voor schendingen van de regels en wetten. Als laatste kan een prijsbeleid worden opgesteld zodat kosten worden verminderd van pro-omgevingsgedrag en kosten worden verhoogd voor omgevingsonvriendelijk gedrag. Dit zou effectief zijn omdat pro-omgevingsgedrag nu duurder is dan omgevingsonvriendelijk gedrag.
  2. Interventies kunnen gericht zijn op de waarnemingen, motivaties, cognities en normen. Het wordt aangenomen dat toegenomen kennis of positieve houdingen zouden leiden tot het vaker recyclen van spullen. 

Hoe kunnen percepties worden veranderd?

De meeste strategieën zijn antecedent strategieën (behalve feedback). Ze hebben als doel het verschaffen van informatie door middel van informatiecampagnes. Het doel hiervan is de consequenties van gedrag te laten zien en om informatie te geven over gedrag en verwachtingen van anderen. Op deze manier wordt er bewustzijn gecreëerd van gewenste sociale normen. Informatie is effectief om kennis te vergroten, maar de het informeren alleen zorgt niet meteen voor een gedragsverandering (vooral massamediacampagnes). Informatie gevormd naar behoeften, interesses en wensen van een doelgroep zorgen er voor dat mensen eerder erop gaan letten en de informatie goed verwerken (vergroot kans op attitude of gedragsverandering). Gedragstoezegging is een privé toezegging die door een belofte een de persoonlijke norm zal activeren. Wanneer die openbaar gemaakt wordt, zullen mensen hun belofte nakomen doordat ze afkeuring van anderen willen vermijden. Deze manier is beter dan feedback, vanwege de lange termijn effecten. Feedback wordt gegeven over de mate van gedragsverandering of de impact van de gedragsverandering op de omgeving. Feedback is effectief om pro-omgevingsgedrag te promoten (vooral wanneer het frequent en direct na het gedrag wordt gegeven).

De combinatie van interventies is het meest effectief, het is echter geen garantie voor verandering (gewoonten kunnen sterk zijn, weinig gelegenheid voor gedragsverandering of gedrag is minder aantrekkelijk, hiervoor zijn dan sterkere metingen nodig of metingen die aantrekkelijkheid van alternatief gedrag veranderen, zie vorige manier).

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2388
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector