Welke effect heeft de kinderopvang op kinderen? - Chapter 9

Wanneer wordt er gebruik gemaakt van de kinderopvang?

De hoeveelheid kinderen die naar een vorm van kinderopvang gaat, is de laatste jaren sterk toegenomen. Dit gaat gepaard met het feit dat meer moeders buitenhuis zijn gaan werken, waardoor er crèches werden opgericht vanaf 1960-1970. Pas in 1989 werd de Stimuleringsregel Kinderopvang ingesteld, waarbij er meer geld beschikbaar kwam voor kinderopvang. Vanaf dit moment groeide het aantal kinderen dat naar de opvang ging aanzienlijk: van 40.000 kinderen in eind jaren tachtig naar 200.000 in 2000. Door beperking van kinderopvangtoeslag voor ouders was er in 2015 een daling van het aantal kinderen. Nu de focus is verlegd naar de kwaliteit van kinderopvangen is er inmiddels weer een stijging zichtbaar. Kinderen van nul tot vier gaan gemiddeld 20 uur per week naar een kinderdagverblijf. Dit aantal verlaagt wanneer de kinderen naar school gaan. Het aantal uren dat Nederlandse kinderen naar de opvang gaan, is een van de laagste van Europa. Dit kan verklaard worden door de arbeidsparticipatie van moeders en vaders en de lengte van het ouderschapsverlof in de verschillende landen. Moeders in Nederland werken vaak in deeltijd, waardoor ze meer voor hun kind kunnen zorgen. In Nederland ligt de keuze voor kinderopvang bij de ouders zelf. Dit is in tegenstelling tot Scandinavische landen waarbij de kinderopvang gesubsidieerd wordt door de overheid en daardoor alle gezinnen toegang hebben tot opvang van hoge kwaliteit tegen zeer lage kosten. 

Is de kinderopvang goed of slecht?

Er is nog geen eenduidig antwoord of de kinderopvang goed of slecht is voor kinderen. Dit is afhankelijk van de onderzoeksvraag die wordt gesteld en welke steekproef wordt onderzocht. Daarnaast zijn er drie dimensies van kinderopvang te onderscheiden:

  1. Het type opvang.
  2. De kwaliteit van de opvang.
  3. De kwantiteit van de opvang.

De verschillen in onderzoeksresultaten worden voor een groot deel veroorzaakt doordat deze dimensies van kinderopvang los van elkaar bestudeerd worden.

Welke typen kinderopvang zijn er?

Kinderopvang kan onderverdeeld worden in kindercentra, zoals kinderdagverblijven en peuterspeelzalen, en opvang in thuisomgeving, genaamd gastouderopvang. Daarnaast zijn er informele vormen van opvang, zoals oppassen door familie of vrienden. Kinderdagverblijven bestaan uit meerdere groepen kinderen van maximaal zestien kinderen. De leidster-kindratio geeft aan hoeveel kinderen een pedagogisch medewerker mag begeleiden per leeftijdscategorie. Een horizontale groep bestaat uit leeftijdsgenoten en een verticale groep bestaat uit verschillende leeftijden binnen de groep. Elke groep heeft een gestructureerd dagprogramma met vaste dagelijkse routines. 

Gastouderopvang heeft kleinere groepen dan kinderdagopvang, deze groepen kennen een maximum van vijf kinderen. Hierbij verschilt het ook sterk per gastouder of er een gestructureerd dagprogramma is. In Nederland is gastouderopvang de minst gebruikte vorm van opvang. Welke vorm van opvang de ouders kiezen is afhankelijk van de financiering door de overheid. 

Wat zijn de effecten van type kinderopvang op de ontwikkeling van kinderen?

Wanneer jonge kinderen (van 0 tot 2 jaar) worden vergeleken met oudere kinderen (van 2 tot 4 jaar) is te zien dat jonge kinderen die naar het kinderdagverblijf gaan betere cognitieve vaardigheden hebben. Andere onderzoeken laten ook duidelijk zien dat opvang in kindercentra positieve effecten heeft op de cognitieve ontwikkelen van jonge kinderen. Voor oudere kinderen werd dit verschil alleen nog maar meer versterkt: hoe meer uren opvang in kindcentra, hoe hogere cognitieve en taalvaardigheden en hogere lees- en rekenscores. Dit is te verklaren doordat in de kinderopvang meer aandacht is voor instructie, communicatie en leermogelijkheden door middel van een vastgesteld programma. De effecten op sociale vaardigheden zijn minder vanzelfsprekend. Onderzoek uit Amerika stelt dat jonge kinderen in kindercentra lagere sociale vaardigheden hebben en oudere kinderen betere sociale vaardigheden dan leeftijdsgenoten die thuisbleven. Uit onderzoek van Nederland blijkt dat kinderen in een gastouderopvang een beter welbevinden hebben dan kinderen op kinderdagverblijven. Kinderen die naar de opvang gaan ervaren stress, omdat ze in een nieuwe omgeving terecht komen en gescheiden worden van de ouders. Een kinderopvang van lagere kwaliteit is gerelateerd aan hogere niveaus van het stresshormoon cortisol. Jonge kinderen ervaren de meeste stress vergeleken met leeftijdsgenoten die geen gebruik maken van de opvang of oudere kinderen in de opvang. De stressniveaus van kinderen in gastouderverblijven was ook lager dan van kinderen in kinderdagverblijven.

Hoe is de kwaliteit van kinderopvang te beoordelen?

De twee belangrijkste indicaties van kwaliteit zijn de structurele kenmerken en de proceskenmerken. 

Wat zijn structurele kenmerken van kwaliteit?

Er moet worden voldaan aan de randvoorwaarden van kwaliteit: de groepsgrootte, leidster-kindratio en opleiding van de pedagogisch medewerker. In Nederland mogen er niet meer dan zestien kinderen in een groep zitten en niet meer dan twaalf bij een babygroep (kinderen onder de 1 jaar). Er mogen niet te veel kinderen per pedagogisch medewerker zijn. Ten slotte mogen alleen voldoende geschoolde pedagogisch medewerkers in de kinderopvang werken. Daarnaast behoren verder nog het pedagogisch beleid van de kinderopvangorganisatie, de ruimte, de inrichting en materialen van het kindercentrum, het dagelijkse programma en de arbeidsvoorwaarden voor pedagogische medewerkers tot de structurele kenmerken. 

Wat zijn proceskenmerken van kwaliteit?

Proceskenmerken zijn de factoren die van invloed zijn op de pedagogische processen en interacties in de dagelijkse praktijk van de kinderopvang. Dit betreft de interacties van kinderen met de pedagogisch medewerkers en de interacties van kinderen met hun leeftijdsgenoten. Deze interacties worden proximale processen genoemd. Deze processen worden voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van interactie van de pedagogisch medewerker. Er zijn een aantal kernvaardigheden waar pedagogisch medewerkers aan moeten voldoen om deze interacties in goede banen te leiden:

  • Emotionele steun en warmte (ook wel responsiviteit of ondersteunende aanwezigheid genoemd): verwijst naar de sensitieve reacties op de signalen van het kind. 
  • Respect voor autonomie: kinderen de kans geven om dingen te proberen, kinderen mogen dingen zelf doen, ruimte geven aan de kinderen.
  • Structureren en grenzen stellen (ook wel controle genoemd): aangeven wat er van de kinderen verwacht wordt en zorgen dat ze zich aan de gestelde regels houden. 
  • Praten en uitleggen: de vaardigheid om zowel de frequentie, vorm als inhoud van de interacties af te stemmen op de leeftijd en het begrip van de kinderen.
  • Ontwikkelingsstimulering: het stimuleren van de taalontwikkeling, de motorische, cognitieve en creatieve ontwikkeling van kinderen. 
  • Begeleiden van interacties tussen kinderen: het in goede banen leiden van de interacties tussen de kinderen.

Deze vaardigheden vormen de kern van de proceskwaliteit.

Wat is het effect van kwaliteit van kinderopvang op de ontwikkeling van kinderen?

Het meeste onderzoek naar de kwaliteit van kinderopvang is gedaan door de proceskwaliteit te meten. Een hogere kwaliteit van de opvang, waarbij de pedagogisch medewerkers hun gedrag afstemmen op de behoeften en signalen van het kind, is gerelateerd aan betere uitkomsten op het gebied van taalontwikkeling, schoolse vaardigheden en sociale vaardigheden. Verder is hogere kwaliteit van opvang gerelateerd aan minder gedragsproblemen en minder negatieve interacties met leeftijdgenoten. Deze onderzoeken zijn voornamelijk in de Verenigde Staten uitgevoerd, maar vergelijkbare resultaten worden overal ter wereld gevonden. Ook in Nederland is gevonden dat een hogere kwaliteit van kinderopvang verband houdt met een hoger welbevinden en minder probleemgedrag. 

Bij onderzoek naar de kwaliteit van kinderopvang kan ook de structurele kwaliteit gemeten worden, waarbij leidster-kindratio en de opleiding van de pedagogisch medewerker vaak worden gebruikt als indicator. Uit onderzoek blijkt dat een lagere ratio (minder kinderen per pedagogisch medewerker) is gerelateerd aan zowel hogere kwaliteit als betere kind uitkomsten. De effecten van het niveau van opleiding van de pedagogisch medewerker laten geen eenduidige resultaten zien. Wel werd gevonden dat pedagogisch medewerkers die in een autoritatieve opvoedstijl geloven meer responsief waren naar de kinderen toe. De wisselende resultaten geven weer dat structurele kenmerken een minder goede indicatie geven van kwaliteit dan proceskenmerken. 

Hoe kan de kwantiteit van kinderopvang beoordeeld worden?

De kwantiteit van kinderopvang bestaat uit de verschillende onderdelen, waaronder het aantal uren die kinderen doorbrengen in de kinderopvang. Daarnaast kan de hoeveelheid opvang worden aangegeven door de leeftijd waarop het kind voor het eerst naar de kinderopvang ging. 

Wat zijn de effecten van kwantiteit van kinderopvang op de ontwikkeling van kinderen?

Er is geen verband tussen de kinderopvang en de kwaliteit van gehechtheid. Onderzoek toonde wel aan dat een combinatie van veel uren in de opvang en een minder sensitieve moeder kan leiden tot een minder veilige hechting. Kinderen die meer tijd doorbrengen in de kinderopvang laten meer gedragsproblemen zien. Voor kinderen uit achterstandsgezinnen hebben meer uren kinderopvang juist een positief effect, deze kinderen lieten minder gedragsproblemen zien. Meer tijd doorbrengen in de opvang zorgt niet direct voor een betere of minder goede cognitieve ontwikkeling. Hoe meer jaren en hoe meer uren kinderen gebruik maken van de kinderopvang, hoe beter de schoolse vaardigheden (dit geldt voor kinderen van 2 tot 4 jaar). Echter hebben deze kinderen mindere goede sociaal emotionele ontwikkeling. 

Type, kwaliteit of kwantiteit?

Kinderen die meer uren doorbrengen in de opvang (kwantiteit) hebben kans op een minder goede ontwikkeling, vooral baby's en jonge kinderen. Opvang in kinderdagverblijven (type) wordt geassocieerd met verbeterde taal en cognitie, maar minder goede sociale vaardigheden en hogere stressniveaus, ook hierbij komen minder positieve effecten meer voor bij jonge kinderen. Goede kwaliteit van kinderopvang is gerelateerd aan positieve uitkomsten voor het kind. Bij deze conclusies kunnen twee kanttekeningen gemaakt worden:

  1. De kwaliteit, kwantiteit en type opvang zijn in het dagelijks leven niet los van elkaar te zien en zijn afhankelijk van gezins- en kindkenmerken.
  2. De invloed van de opvoeding die het kind thuis ontvangt mist in deze resultaten. 

Kinderen uit gezinnen met hogere sociaaleconomische status gaan vaker naar kinderdagverblijven, naar opvangcentra van betere kwaliteit en brengen daar meer uren door. Dit selectie-effect laat zien dat een specifieke selectie van gezinnen kiest voor kinderopvang, namelijk gezinnen met een hoog gezinsinkomen, moeders die veel werken, gezinnen met een hoger opleidingsniveau en gezinnen die meer stimulerende interacties met hun kinderen hebben. De kinderen van deze gezinnen zijn oververtegenwoordigd in de kinderopvang, waardoor er een vertekend beeld kan ontstaan van de effecten van kinderopvang op de ontwikkeling van kinderen. Uit onderzoeken blijkt dat kinderen uit gezinnen met lagere sociaaleconomische status meer baat hebben bij opvang in kindercentra dan kinderen uit andere gezinnen. De effecten van kinderopvang zijn naar sociaaleconomische status ook afhankelijk van de kenmerken van het kind, zoals dat kinderen met een moeilijk temperament meer beïnvloed worden door de kwaliteit van kinderopvang (zowel positief als negatief). Deze individuele verschillen in ontvankelijkheid worden differential susceptibility genoemd. De kwaliteit van opvoeding die kinderen thuis krijgen, is de belangrijkste factor in het verklaren van verschillen in de ontwikkeling van kinderen.

Er is nog geen eenduidig antwoord of de kinderopvang goed of slecht is voor kinderen. Dit is afhankelijk van de onderzoeksvraag die wordt gesteld en welke steekproef wordt onderzocht

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Social Science Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2769
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector