Wat is de invloed van de media? - Chapter 10

Kinderen groeien op in een zich snel ontwikkelende wereld van televisie, smartphones, tablets en spelcomputers. Voor ouders is het een uitdaging om hun kinderen hierin te begeleiden. In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling en invloed van mediagebruik besproken.

Hoe heeft media zich ontwikkeld?

Na de uitvinding van de televisie in 1951 ontwikkelde de media zich enorm snel. Ook het aantal kinderprogramma's nam steeds meer toe en is nu onbeperkt te bereiken via internet. Het percentage kinderen tussen de 12 en 21 die in bezit is van een smartphone varieert van 93 tot 99%. We kunnen ons geen leven meer voorstellen zonder computers, smartphones en internet. Dit roept vragen op bij ouders, zoals hoeveel uur mag mijn kind achter een beeldscherm spenderen? Daarnaast maken ouders zich ook zorgen over de inhoud van programma's, websites, spellen en apps waaraan hun kinderen worden blootgesteld. 

Welke theorieën zijn er over de invloed van media?

De eerste helft van de twintigste eeuw staat bekend als de injectienaaldtheorie: de mediaboodschappen worden als het ware met een injectienaald ingespoten bij elk individu. Deze theorie is mogelijk ontstaan door de grote invloed van propaganda in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, waarbij de bevolking werd gemanipuleerd om mensen te mobiliseren. In het begin waren mensen angstig voor films en bioscopen, omdat mensen nieuw waren met het fenomeen beeld en geluid. Na de injectienaaldtheorie ontstonden er ook andere denkbeelden waarin er ruimte was voor selectieve effecten en waarbij media niet enkel als oorzaak worden gezien van verandering van de mens. Hieruit werd een theoretisch model opgesteld over hoe individuen kunnen variëren in hun ontvankelijkheid voor omgevingsinvloeden: het differentieel ontvankelijkheidsmodel voor media-effecten. Deze theorie gaat uit van een wederkerig effect tussen media en de gebruiker. Met dit theoretisch model kan naar verklaringen worden gezocht naar de mogelijke negatieve en positieve effecten van media.  

Wat zijn negatieve effecten van media?

De discussie over de negatieve effecten van media bestaat al zolang media een rol innemen in het dagelijks leven en functioneren van de mens. Zorgen van ouders en professionals richtten zich op de inhoud van de media en de tijd die de jeugd aan media besteedt. Meer mediagebruik hangt samen met minder fysieke activiteiten, slechtere schoolprestaties en meer probleemgedrag. Het meeste onderzoek naar mediagebruik richt zich op televisiekijken. Een onderzoek bij Nederlandse kinderen liet zien dat kinderen die tussen hun tweede en derde levensjaar overmatig (meer dan één uur per dag) televisiekeken meer gedragsproblemen ontwikkelden dan kinderen die met mate of geen televisie keken. Met name kinderen die al externaliserende gedrag vertoonden, hadden een groter risico op gedragsproblemen op latere leeftijd. De gewenning aan het gebruik van beeldschermen begint vaak al op jonge leeftijd en veel en langdurig beeldschermgebruik kan gepaard gaan met zorgen van ouders over gezondheidseffecten. Het advies voor schermtijd stelt dat kinderen tot achttien maanden slechts mogen video-chatten, kinderen tot 24 maanden alleen high quality programming en kinderen van twee tot zes jaar maximaal één uur schermtijd per dag. Zelfs passieve blootstelling aan media (zoals het aan staan van de televisie op de achtergrond) kan negatieve effecten met zich meebrengen. Voornamelijk bij adolescenten heeft de invloed van mediagebruik een negatief effect op slaapgedrag: ze leveren slaaptijd in ten koste van schermtijd. Meisjes kunnen negatief getriggerd worden door het zien van 'perfecte' mensen op sociale media, waardoor ze zich meer bewust worden van hun uiterlijk en zich er sneller voor schamen. Daarnaast heeft het plaatsen van berichten of foto's ook invloed op de cognitie, emotie, houding en gedrag van degene die het plaatst, het zogenaamde self-effect. 

Wat is de invloed van geweld in de media?

Er worden relaties gevonden tussen geweld in de media en verhoogd agressief gedrag van kinderen en jongeren. De onderzoeken die zijn uitgevoerd naar het verband tussen media en agressie laten geen eenduidig resultaat zien. Een overkoepelend onderzoek die alle effecten naar dit verband heeft geïntegreerd, vond wel een verband tussen geweld in de media en agressie, maar deze relatie was zwak. Echter, volgende onderzoeken vonden dit resultaat niet. Deze verschillende uitkomsten zijn te verklaren door de manier waarop het onderzoek uitgevoerd is. De conclusie is dat de wetenschap tot heden niet kunnen aantonen dat gewelddadige spellen een oorzaak zijn van gewelddadig gedrag.

Er kan ook gekeken worden naar een bredere context van het effect van gewelddadige media, zoals welke factoren een negatieve of positieve relatie kunnen verklaren. Factoren die het effect van mediagebruik kunnen beïnvloeden zijn de leeftijd en de opvoedingsomgeving van het kind. Kinderen die opgroeien in een gewelddadige omgeving en jonge kinderen zijn het meest gevoelig voor gebruik van geweld in media. Dus het is belangrijk om ook te kijken naar de omstandigheden en bij welke kinderen dit effect optreedt om te kunnen bepalen of er een relatie is tussen geweld in de media en gedrag van kinderen. Toekomstige studies kunnen bijdragen aan het beantwoorden van deze vraag door hun onderzoek op te zetten vanuit het differentieel ontvankelijkheidsmodel, waarbij factoren die mogelijk een rol spelen in het bepalen van het effect van mediagebruik kunnen worden bestudeerd. 

Wat zijn positieve effecten van media?

Mediagebruik heeft voornamelijk een negatief imago, waardoor er weinig aandacht is voor de positieve effecten van mediagebruik. Media kan een positief effect hebben in het domein van educatie, zoals het kinderprogramma Sesamstraat leert kinderen sociale vaardigheden en is dit programma positief gerelateerd aan taalontwikkeling. Dit kan worden verklaard door het hoge educatieve gehalte en het gestructureerde karakter van Sesamstraat. Ook gamen kan een positieve uitkomst hebben op de ontwikkeling van jeugdigen, met name het plezier en amusement dat het kinderen oplevert. Het is steeds meer mogelijk om samen te spelen met vrienden, waardoor sociaal contact behouden blijft. Ook heeft het positieve effecten op de cognitieve ontwikkeling van kinderen, zoals de vaardigheid om te concentreren, informatie te selecteren en de aandacht te bewaren. Naast gamen voor het plezier is er ook de categorie serious games, waarbij het doel overdracht van informatie of een verandering in attitude of gedrag is, maar dan wel op een vermakelijke wijze. Deze spellen worden voornamelijk gebruikt op de basisschool om reken- of taalvaardigheden te oefenen op een speelse manier. E-health is een vorm van online hulpverlening waarbij een cliënt via online informatie, advies of ondersteuning krijgt, dit is een verbetering van de informatievoorziening in de zorg. 

Hoe wordt mediagebruik gemeten?

Om de effecten van het gebruik van digitale media op kinderen goed te kunnen onderzoeken, is een nauwkeurig en valide meting van mediagebruik essentieel. Er zijn verschillende methoden om mediagebruik te meten met elk hun voor- en nadelen:

  1. Globale tijdsschattingen: rapportages van mediagebruik vis een vragenlijst of interview. De informatie kan gemakkelijk en snel verkregen worden, maar het doet een groot beroep op het geheugen van de respondent.
  2. Tijdsdagboeken: rapporteren welke activiteiten de respondent heeft uitgevoerd en hoe media daarbij gebruikt werd in een relatief korte periode. Het is een goed overzicht van het mediagebruik van de respondent, maar het kost de respondent wel veel tijd en het is privacygevoelig. 
  3. Mediadagboeken: alleen het rapporteren van media gerelateerde activiteiten. Er kan snel informatie gewonnen worden over welke media de respondent gebruikt, maar de kans is groot dat korte mediatijdsbestedingen niet worden gerapporteerd en de context van het mediagebruik mist.
  4. Gestructureerde dagboeken: respondenten worden op willekeurige momenten op de dag gevraagd om de aard en beleving van de activiteit die zij op dat moment uitvoeren te benoemen. Voordeel is dat deze methode goed in kaart brengt welke vorm van media wordt gebruikt en hoe dit wordt ervaren. Nadeel is dat kinderen wel cognitief ver genoeg ontwikkeld moeten zijn om dit te kunnen benoemen. 
  5. Observatie: onderzoekers brengen een bepaalde tijd door bij gezinnen thuis om te observeren van welke media er gebruik gemaakt wordt, hoeveel en door wie. Het levert heel veel data op en kost veel tijd, waardoor het een zeer arbeidsintensieve en kostbare methode is. Daarnaast zijn dit soort onderzoeken moeilijk te generaliseren en bestaat er het risico van selectie-effecten. 

Inmiddels kan veel mediagebruik binnen het medium zelf gemeten worden, wat leidt tot meer nauwkeurige en goedkope manieren van meten. Naast de focus op de frequentie en de context van het gebruik van media, willen onderzoekers ook de inhoud in kaart brengen om hiervan de effecten te kunnen bepalen. 

Mediaopvoeding: samen kijken, regels stellen of bespreken?

Nu er op elk moment van de dag media gebruikt kan worden, hebben ouders minder zicht op de frequentie en inhoud van de gebruikte media. Mediaopvoeding vormt een deel van de totale opvoeding en wordt gedefinieerd als elke strategie die de ouder gebruikt om gebruik en inhoud van media te controleren, monitoren of toe te lichten. Er zijn verschillende vormen van mediaopvoeding:

  1. Samen kijken/spelen: ouder en kind kijken samen televisie of voeren samen een andere media gerelateerde acitiviteit uit, zonder dat er gesproken wordt over de inhoud. 
  2. Restrictieve begeleiding: ouders stellen regels op over het gebruik van media en houden toezicht op wat kinderen doen.
  3. Actieve begeleiding: er vindt een interactie tussen ouder en kind plaats. De ouder draagt bij aan een kritische blik van het kind.
  4. Technische begeleiding in veilig gebruik van bijvoorbeeld het internet.
  5. Monitoring: de ouder blijft in de buurt van het kind die gebruik maakt van internet via laptop, computer of smartphone. 

Doordat smartphonegebruik steeds meer toeneemt onder jongeren is het monitoren steeds moeilijker. De stijl van opvoeding in mediagebruik staat niet los van de algemene opvoedstijl die ouders toepassen. Daarnaast hangt de vorm van begeleiding voor een belangrijk deel samen met de opvattingen van de ouder over media en de mogelijke negatieve en positieve effecten. Dit alles maakt het formuleren van opvoedadviezen aan ouders die vragen hebben omtrent het gebruik en de effecten van media niet gemakkelijk. Onderzoek heeft laten zien dat het tonen van betrokkenheid bij wat kinderen met de media doen in combinatie met het bieden van structuur en regels een effectieve vorm is van begeleiding. Mediawijsheid is het ontwikkelen van competenties om goed en veilig om te gaan met media. 

Welke rol speelt de overheid? 

Op macroniveau zijn er verschillende instellingen en organisaties die zich richten op de veiligheid van mediagebruik en het versterken van de kritische blik van kinderen, jongeren en ouders. Wet- en regelgeving en door de media-industrie afgesproken gedragscodes zijn bedoeld om opvoeders te ondersteunen bij het begeleiden van hun kinderen in de omgang met media. Een voorbeeld van de Mediawet is dat programma's met een classificatie van geschiktheid boven de twaalf jaar niet eerder dan 20:00 uur uitgezonden mogen worden. De kijkwijzer-classificatiesystemen bestaan uit leeftijdsaanduidingen en inhoudelijke symbolen waarmee ouders kunnen zien of programma's, series of films schadelijk kunnen zijn voor kinderen onder een bepaalde leeftijd. Richtlijnen en wetten helpen het gebruik van media door kinderen en jongeren te stroomlijnen, maar zijn zeker niet voldoende voor de bescherming tegen mogelijke negatieve effecten of juist de versterkende positieve effecten. Mediawijsheid helpt beschermen tegen de risico's van ongezond mediagebruik, door kinderen, jongeren en ouders weerbaar en wijs te maken. 

Kinderen groeien op in een zich snel ontwikkelende wereld van televisie, smartphones, tablets en spelcomputers. Voor ouders is het een uitdaging om hun kinderen hierin te begeleiden. In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling en invloed van mediagebruik besproken.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Social Science Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2548
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector