Wat zijn de gesprekstechnieken in de gespreksvoering met kinderen? - Chapter 4

Een gesprek wordt gevoerd onder invloed van een aantal sociale codes, die meestal onbewust worden aangeleerd. Er zijn algemene regels die voor iedereen duidelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer beide gesprekspartners iets willen zeggen. Daarnaast zijn er ook regels die met het ouder worden duidelijk worden, zoals de regel van het om beurten spreken. Ook zijn er andere regels die bepalen hoe het gesprek verloopt, zoals het soort vragen dat gesteld wordt. Het leren van sociale codes is een belangrijk onderdeel binnen de opvoeding en is sterk cultuurgevoelig. Daarnaast verandert het tijdsbeeld sociale codes. De meeste sociale codes die bij het voeren van een gesprek horen, worden echter niet bewust geleerd. Bovendien bevinden veel signalen die een gesprek sturen zich op non-verbaal niveau. De subtiliteit en non-verbaliteit van sociale codes zijn voor jonge kinderen, voor mensen met een vertraagde of belemmerde sociaal-emotionele ontwikkeling en voor mensen uit andere culturen moeilijk te begrijpen. Het is voor hen dus extra nodig om de regels expliciet te maken en te verwoorden in talige regels.

Volwassenen besteden vaak weinig aandacht aan de introductie wanneer ze een onderwerp kwijt moeten. Ditzelfde geldt ook voor het afronden. Een goede introductie zet echter de toon van een gesprek, en beïnvloeden op die manier in belangrijke mate het verloop van het gesprek. Een goede afronding laat de gesprekspartners niet met spanning en vragen achter na het gesprek.

Hoe bouwt een gesprek zich met kinderen op?

Drie gesprekscategorieën zijn:

  1. Open vraaggesprek, waar gesprekken op school thuis of in de club onder vallen en die als doel hebben om de mening en de gevoelens van het kind te achterhalen.

  2. Het interview, dat is uitsluitend gericht op het verkrijgen van informatie van een kind met betrekking tot een bepaald onderwerp.

  3. Het hulpverleningsgesprek, dat tot doel heeft om de hulp aan het kind te bieden.

In gesprekken komen over het algemeen verschillende aspecten aan bod, een spontaan open vraaggesprek kan het karakter krijgen van een hulpverleningsgesprek bijvoorbeeld.

Een gesprek bestaat uit diverse fasen. Bij een interview zijn de fasen over het algemeen duidelijk te onderscheiden. De opbouw van het gesprek:

  • De voorbereiding, een mentale voorbereiding voor een gesprek door een volwassene kan bestaan uit het realiseren hoe het gesprek voor het kind zal worden. Mentaal voorbereiden betekent het creëren van een warme en respectvolle gemoedstoestand. Op deze manier verplaatst de volwassene zich in de wereld van het kind en zal de volwassene daardoor beter bij het kind aan kunnen sluiten en de signalen van het kind op kunnen vangen. Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat de kans van slagen van een gesprek verhoogt wordt. Een goede voorbereiding is aanvankelijk de attitude waarmee men het gesprek ingaat en in tweede instantie inhoudelijk. De kwaliteit van een gesprek staat of valt met de warmte en het respect van de gesprekspartners.

  • De introductie, de eerste stap is jezelf voorstellen als je een onbekende voor de gesprekspartner bent. Ook vraag de ander naar zijn of haar naam. Het is belangrijk om iemands naam te onthouden, want dat schept een gevoel van er toe doen. Een naam onthouden is dus belangrijk in de gespreksvoering met kinderen. Bij jonge kinderen is het bij het kennismaken vanzelfsprekend om naar hun leeftijd te vragen. Hiermee kan het intellectuele niveau van het kind tevens ingeschat worden. Tijdens het voorstellen is het bovendien belangrijk om duidelijk te maken wie je bent en wat je komt doen. Het doel van het gesprek moet bovendien duidelijk zijn, ook voor jezelf. Wanneer je je doel met een gesprek duidelijk wil maken, zal dat doel eerst voor jezelf helder moeten zijn. Het is daarom zinnig om eerst voor jezelf het doel van een gesprek onder woorden te brengen. Dat kan dan ook makkelijker aan een ander duidelijk worden gemaakt. Een doel heeft zowel een niet-persoonsgebonden aspect, zoals het verkrijgen van informatie over hoe een kind de groep beleeft, als een persoonsgebonden aspect, zoals als een goede interviewer over willen komen bij de bevraagde. Het bewustzijn van de persoonsgebonden doelen zorgt ervoor dat men beter in staat is om afstand te kunnen nemen van de eigen belangen en de aandacht meer te richten op de leefwereld van de bevraagde.

Het is belangrijk om het gesprekskader aan het kind duidelijk te maken. Dit houdt in dat het belangrijk is om herhaald en duidelijk aan te geven wat het doel van het gesprek is en wat de sociale codes zijn. Zeker jonge kinderen hebben dit door hun gebrek aan kennis en ervaring nodig bij aanvang en tijdens een gesprek. Het doel moet zowel uitgelegd worden in termen van het belang van de volwassene als het belang van het kind. Als men het gesprek wil opnemen, moet men daarvoor bij aanvang om toestemming vragen. Het is belangrijk om hier nog eens op terug te komen na het gesprek, aangezien een toestemming die aan het begin van het gesprek is gegeven, later betreurd kan worden. Het is dus belangrijk duidelijk aan te geven wat het gesprekskader is.

  • De startvraag: hoe het hoofdonderwerp van een gesprek aangesneden wordt is van belang. Wanneer het gaat om een interview is het goed om de eerste vragen uit je hoofd te kennen. De eerste introductievragen moeten voor het kind gemakkelijk te beantwoorden zijn. Dit zijn bij voorkeur open vragen, waar een breed scala aan antwoorden op mogelijk is, en ze zijn ook neutraal van aard. Het kan nuttig zijn om materiaal beschikbaar te hebben waarmee een activiteit gestart kan worden. De startvraag kan het kind inzicht geven in het onderwerp van het gesprek, de soort vragen die gesteld zullen gaan worden en de verwachting van de volwassene. Het is om deze reden belangrijk om een eerste vraag te verzinnen die informatief is, niet zo moeilijk te beantwoorden en die voor het kind meteen een duidelijke aanzet is tot het gespreksonderwerp. De introductievragen zijn aan deze vraag vooraf gegaan en de volwassene heeft een prettige sfeer geschept. In de startfase van het gesprek is het ook belangrijk om over het gesprek tot een overeenkomst te komen.

  • De romp: dit is na de start wanneer het gesprek in de fase komt waar het om gaat. Er ontstaat dan een gesprek waarin de bevraagde zijn of haar informatie prijsgeeft of het onderwerp waar de hulp betrekking op heeft aan de orde komt. Twee processen vinden gelijktijdig plaats tijdens deze fase van het gesprek. Het ene is inhoudelijk en betreft het onderwerp dat besproken moet worden. Het andere is de aandacht voor het onderhouden een goede relatie en sfeer. Deze beide onderwerpen moeten de aandacht van de volwassene hebben. Het kind is ook met deze onderwerpen bezig, maar eerder op het niveau van het al dan niet doorgaan met het gesprek met de volwassene. In dit gedeelte van het gesprek kunnen kinderen weerstand en vermoeidheid vertonen. Het kind kan dan passief of actief verzet gaan tonen wanneer het kind in feite het gesprek niet wil of zich in het gesprek niet op zijn of haar gemak voelt. Het is goed om dan de gaten die gevallen zijn vanuit eerdere fasen van het gesprek door metacommunicatie een poging te doen om deze te dichten. Laat de verantwoordelijkheid voor het gesprek zoveel als mogelijk bij het kind, niet bij jezelf als volwassene. Wanneer de motivatie, de spanningsboog en de warmte van het gesprek onvoldoende zijn, kunnen kinderen weerstand en vermoeidheid vertonen. Een onzekere volwassene heeft een ingebouwde afstand tot de mensen om zich heen, en dus ook tot het kind waarmee het gesprek wordt gevoerd. Volwassenen die gemakkelijk contact maken met kinderen zijn minder afhankelijk van hun ervaring. Metacommunicatie kan behulpzaam zijn in het doorbreken van je eigen onzekerheid als volwassene. Bedenk wat de belangrijkste vraag van het gesprek met het kind is.

  • De afronding: de afsluiting van een gesprek verdient ook zorg. Een gesprek dat abrupt wordt afgebroken, zal de bevraagde het gevoel geven dat hij of zij niet meer aandacht verdient. Dit kan het gevoel geven gebruikt te zijn. Een gesprek heeft spanning opgebouwd en deze spanning moet weer afgebouwd worden. Aan het einde van het gesprek moet om deze reden aandacht besteed worden aan vragen en emoties die het gesprek heeft opgeroepen. Het is de bedoeling dat het kind een gesprek met een positief gevoel afsluit, niet met een negatief gevoel. Als dat niet zo lijkt te zijn, is het gesprek blijkbaar nog niet afgelopen. De afronding van het gesprek moet bij de aard van het einde aansluiten. Het is goed om de afronding aan te kondigen. Dit is bij jonge kinderen zeker nodig omdat zij de codes van gesprekken vaak nog onvoldoende kennen. Bij het aan kondigen van het einde gesprek om de afronding plaats te laten vinden, kan gerefereerd worden aan uitspraken uit de introductie. Een afronding van een gesprek kan betekenen dat het gesprek door de partners geëvalueerd wordt. Dit is echter niet altijd gemakkelijk voor kinderen en daarom is het zinnig om als volwassene eerst zelf te zeggen wat je van het gesprek vond. Het is dan nodig om duidelijk te maken dat het niet nodig is dat het kind sociaal wenselijke antwoorden geeft. Dus kinderen hebben moeite met het evalueren. Het is van belang om een kind te bedanken voor het gesprek. Na een gesprek moet een kind uit kunnen razen, stoom afblazen. Jonge kinderen zijn minder geneigd vragen te beantwoorden, maar communiceren met name via spel en verhaal. Bij het spel zal er minder sprake zijn van sociaal wenselijke gedragingen van kinderen.

Belangrijk om te onthouden is dat een kind kan zorgen dat hij nooit alleen is met een volwassene zodat deze ook niet een gesprek met het kind kan beginnen. Bij jonge kinderen, onder de acht jaar, zal een half uur – spelend en pratend – vrij lang aanvoelen. Bezig zijn met het belang van het kind bevordert het gesprek. Bezig zijn met het eigen belang zit een goede gespreksvoering daarentegen in de weg. De plek waar een gesprek gevoerd wordt, heeft invloed op het verloop van het gesprek. Het kind kan kiezen, maar soms kan het kind minder goed beoordelen of de plek echt geschikt is. Kinderen moeten leren om gedachten te ordenen, te formuleren en woorden te geven naar buiten toe. Aan een belangrijke vraag gaat over het algemeen een hoorbare stilte vooraf.

Welke vraagtechnieken worden gebruikt in de gespreksvoering met kinderen?

Er zijn verschillende soorten vragen, zoals gesloten vragen en open vragen, en suggestief vragen en doorvragen:

  • Open vragen, dit zijn vragen waar een onbeperkt aantal antwoorden op mogelijk zijn.

  • Gesloten vragen, dit zijn vragen waar een beperkt aantal antwoorden op mogelijk is.

  • Toonvragen, dit zijn vragen waarop de vrager het antwoord weet en niet zeker is of de bevraagde dat ook weet en vraagt de kennis te tonen.

  • Retorische vragen, dit zijn vragen waarop het antwoord voor de vrager en de bevraagde duidelijk is en ze dat van elkaar weten.

  • Doorvragen, dit zijn vragen die op een opmerking doorgaan, op een zinsdeel doorgaan.

  • Suggestief vragen, dit zijn vragen die een antwoord suggereren.

  • Meervoudig vragen, dit zijn vragen die meer dan één vraag tegelijk bevatten.

  • Vraag herhalen, dit is het herhalen van een vraag.

  • Vraag verduidelijken, dit is uitleg geven over de vraag. De vraag wordt daardoor duidelijker.

  • Tegendeelvragen, dit zijn vragen die gesteld worden om een tegenreactie uit te lokken.

  • Waarom-vragen, dit zijn vragen die gesteld worden om naar verantwoording en motivatie te vragen.

  • Antwoord herhalen, het antwoord van de bevraagde wordt herhaald.

  • Antwoord samenvatten, het antwoord van de bevraagde wordt samengevat.

  • Samenvattend vragen, dit is een vraag waarin een samenvatting van wat de ander gezegd heeft besloten ligt.

Jonge kinderen zijn minder geneigd om vragen te beantwoorden. Jonge kinderen communiceren vaak liever door middel van spel, het afmaken van zinnen, door het vertellen van verhaaltjes of spelen met poppen en autootjes. Het kan daarom belangrijk zijn om naast vragen ook andere vormen te gebruiken.

Gesloten vragen kun je gebruiken om een gesprek op gang te krijgen. Jongens zijn gemiddeld meer ingesteld op communiceren met hun lichaam en vertellen ook gemakkelijker via gebeurtenissen. Kinderen die gesloten zijn, zullen aanvankelijk beter uit de voeten kunnen met gesloten vragen.

Toonvragen (de vrager kent het antwoord, maar geeft de bevraagde de kans zijn of haar kennis te tonen) is een zeer gebruikelijke techniek in schoolverband voor kinderen. Jonge kinderen moeten leren dat de volwassene het antwoord al weet en niet werkelijk het antwoord van het kind nodig heeft. Buiten schoolverband moet er voorzichtig met de techniek omgegaan worden.

Ouders hanteren veel retorische vragen bij kinderen vanaf ongeveer vijfjarige leeftijd. De meest gebruikte manier van doorvragen is door op een vragende toon een woord uit een zin te herhalen. Doorvragen is de meest geëigende manier om dieper contact te maken, om dieper op een onderwerp in te gaan, om de ander te laten merken dat je hem of haar serieus neemt en om te voorkomen dat misverstanden in de communicatie ontstaan. Verschillende mensen kunnen verschillende betekenissen hechten aan een zelfde woord.

Suggestieve vragen laten de bevraagde weten wat de mening is van de vrager en suggestieve vragen kunnen een waardeoordeel in zich dragen. Kinderen hebben de neiging om bij volwassenen sociaal wenselijke antwoorden te geven. Jonge kinderen en minder begaafde kinderen zijn bovendien extra gevoelig voor suggestieve vragen gesteld door volwassenen. Suggestieve vragen kunnen ook ondersteunend werken en het kind het gevoel geven begrepen te worden, wanneer de volwassene zeker is van zijn of haar zaak. Omdat in meervoudige, complexe vragen meer dan één vraag zitten, is het beantwoorden van de vraag moeilijk. Dit geldt ook voor het interpreteren van het antwoord, aangezien niet duidelijk is op welke vraag het antwoord slaat.

Jonge kinderen zijn minder geneigd op vragen in te gaan en ze gaan soms meer op in hun activiteit. Het lijkt voor volwassenen daarom vaak dat jonge kinderen een vraag niet gehoord hebben. Het is echter vaak meer een kwestie van doordringen dan van horen. Een vraag herhalen heeft in dat geval vaak weinig zin. Een variant herhalen van die vraag kan wel nuttig zijn, maar als het vaker gebeurt, is het zinvoller om op het doel van het gesprek terug te komen en samenwerking te vragen.

Tegendeel vragen zijn vaak minder geschikt voor (jonge) kinderen, omdat ze eerder bedoeld zijn om een discussie vorm te geven. Dit hoort dus eerder bij pubers dan bij kinderen. Waarom-vragen kunnen uitnodigend zijn naar verder vertellen, maar ook de indruk geven van verantwoording af te moeten leggen.

Samenvatten zal voor jonge kinderen kunnen oproepen dat het gesprek langdradig wordt. Kinderen spelen liever dan dat ze praten, dus zullen ze een gesprek niet langer willen laten duren dan dat nodig is. Maar het in eigen woorden herhalen van wat de bevraagde op een vraag heeft geantwoord, parafraseren, stimuleert over het algemeen het doorgaan met dat onderwerp. Dit kun je gebruiken als het onderwerp belangrijk is of als het antwoord je niet helemaal duidelijk is. Ditzelfde geldt voor het samenvatten van een antwoord. Deze technieken bevorderen de voortgang van het gesprek.

Bij samenvattend vragen geeft de volwassene in het kort de kern weer van wat de bevraagde heeft gezegd. De volwassene voegt daar niets aan toe, maar haalt de rode draad uit het verhaal van de bevraagde.

Goed samenvatten betekent:

  • De kern weergeven.

  • De samenvatting kort houden.

  • Eigen woorden van het kind gebruiken in het samenvatten.

De volwassene kan door samen te vatten:

  • Laten zien dat hij of zij aandachtig naar het kind heeft geluisterd.

  • Toetsen of hij of zij het kind goed begrepen heeft.

  • De aandacht richten op de belangrijke punten.

  • Orde scheppen in een verwarrend verhaal van het kind.

Samenvatten kan bovendien aan het einde van een gesprek. Het gaat daarbij niet om samenvattend doorvragen, maar om het gesprek af te ronden. Bij kinderen tot ongeveer tien jaar is deze techniek echter nauwelijks bruikbaar en kan de samenvatting verwarrend werken. Het vraagt namelijk om een abstractieniveau dat het kind wellicht zelf niet kan hanteren.

Welke invloed heeft de beleving van het kind?

In de gespreksvoering met kinderen is de beleving van het kind ten opzichte van een bepaald onderwerp belangrijk. Dat is zeker zo wanneer kinderen bevraagd worden over hun beleving van het hulpaanbod dat ze krijgen of over hun beleving van de school- of thuissituatie. Dit speelt ook wanneer over moeilijke onderwerpen met kinderen gesproken wordt en hulpverleningsgesprekken gevoerd worden. Daar staat ook de beleving van het kind ten opzichte van het onderwerp centraal. Een interviewer gaat in gesprek met een kind om achter diens houding, mening en gevoelens te komen. De interviewer wil dan weten wat het kind voelt, denkt en vindt.

Welke invloed heeft lichaamstaal in de gespreksvoering met kinderen?

Lichaamshouding

Non-verbale communicatie is bepalend voor het verloop van het gesprek. Wil een contact goed tot stand komen, dan zullen non-verbale en verbale communicatie overeen moeten stemmen. Met een goede lichaamshouding onderstreep je wat je zegt in een gesprek. Verzitten, geeft het kind de indruk dat iets te lang duurt. Knikken daarentegen is een bevestiging van wat gezegd wordt.

Stemgebruik

De betekenis van een zin is sterk afhankelijk van de toon waarop je de zin zegt. Het ideale vraagtempo is eerder wat langzaam dan snel:

  • Dit geeft de bevraagde voldoende tijd om de vraag te verwerken.

  • Dit werkt bovendien rustgevend.

  • Als je snel spreekt, geeft dat de ander het gevoel dat hij niet onderbroken wil worden.

  • Als je langzaam spreekt, geeft dat de ander het gevoel dat hij mag reageren.

  • De interviewer laat weten uitgepraat te zijn door aan het eind van een vraag te vertragen.

Het noemen van de naam houdt het kind alert en geeft het kind het gevoel dat je betrokken bent bij hem of haar. Een stem die melodieus klinkt, zal bovendien meer belangstelling wekken dat een monotone stem. Warmte in een stem zal het contact met het kind stimuleren. Ademhalen is bovendien een van de belangrijkste non-verbale aspecten waaruit afgeleid kan worden of je iets wil zeggen. Je moet daarom opletten of de bevraagde diep ademhaalt en je moet proberen daarop aan te sluiten.

Wat is de algemene houding van volwassenen tijdens het voeren van een gesprek met een kind?

Het is dus belangrijk om een warme en respectvolle houding ten opzichte van het kind te hebben. Ook is het belangrijk om het kind te helpen het gesprek te voeren op een wijze die voor het kind en voor de volwassene bevredigend is. Het is daarnaast van belang dat de grondhouding van het gesprek is en blijft dat de informatie vanuit het kind tot zijn recht moet komen, en niet alleen die van de volwassene. Het is en blijft om deze reden belangrijk om de eigen attitude te onderzoeken, ter discussie te stellen en steeds bij te schaven. Daarnaast willen we dat een kind zich uit en weerbaar opstelt. Dit is echter alleen mogelijk als de volwassene zich bescheiden opstelt. Het meest krachtige wapen in het weerbaar maken van het kind is de bescheidenheid van de volwassene.

Welke bijdrage heeft metacommunicatie in de gespreksvoering met kinderen?

Problemen die ontstaan door een verkeerd gebruik van vraagtechnieken kunnen opgelost worden door metacommunicatie.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Social Science Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
3103
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector