Wat is intelligentie en hoe ontwikkelt het zich? - Chapter 8
Wat is intelligentie?
Het begrip intelligentie is moeilijk te omschrijven. Intelligentie kan onder andere beschreven worden in drie analyseniveaus.
Sommigen zien intelligentie als één factor, die algemene intelligentie of g, wordt genoemd. Dat omvat de cognitieve processen die de vaardigheid om te denken en te leren op alle intellectuele taken beïnvloeden.
Er zijn ook goede argumenten om intelligentie te zien als bestaande uit twee typen intelligentie. Namelijk: vloeiende intelligentie en gekristalliseerde intelligentie. Vloeiende intelligentie is de vaardigheid om op een bepaald moment nieuwe problemen op te lossen, bijvoorbeeld door conclusies te trekken en relaties te begrijpen tussen concepten die men nooit eerder tegengekomen is. Vloeiende intelligentie piekt meestal in de vroege volwassenheid en vermindert daarna langzaam. Gekristalliseerde intelligentie is de feitelijke kennis over de wereld. Gekristalliseerde intelligentie begint vroeg in het leven en blijft vermeerderen. De intelligentie is op een complexe manier opgedeeld in zeven vaardigheden door Thurstone. Dit worden de zogenaamde zeven primaire mentale vaardigheden genoemd die cruciaal zijn voor de intelligentie: woordvloeiendheid, verbale betekenis, redeneren, ruimtelijke visualisatie, tellen/nummeren, geheugen en perceptuele snelheid. Deze opdeling van de intelligentie in zeven vaardigheden is gelijk aan het onderscheid tussen vloeiende en gekristalliseerde intelligentie. Sommige scores op bepaalde vaardigheden correleren meer met elkaar dan met scores van andere vaardigheden.
De derde kijk is dat intelligentie wordt gezien als veel verschillende processen die zijn betrokken bij de intelligentie. Dit leidt tot meer specificatie van processen in intellectueel gedrag dan de andere twee niveaus.
Deze perspectieven kunnen verzoend worden. Volgens Carroll is er een model voor intelligentie: de drie-lagentheorie van intelligentie. Dit model bevat algemene intelligentie in de toplaag van de hiërarchie, dan acht matig algemene mogelijkheden in de middelste laag, en uiteindelijk een grote hoeveelheid specifieke processen in de onderste laag van de hiërarchie. Kortom: alle drie de niveaus zijn nodig om intelligentie te kunnen begrijpen en meten.
Hoe kunnen we intelligentie meten?
Het meten van intelligentie is moeilijk, omdat het een onzichtbare capaciteit is. Daarom is waarneembaar gedrag de enige manier om intelligentie te meten. Er zijn verschillende testen om intelligentie te meten op verschillende leeftijden. De Wechsler Intelligentie Schaal (WISC) wordt gebruikt voor kinderen van zes jaar en ouder. Het ontwerp dat ten grondslag ligt aan de WISC-V is consistent met Carrolls drie-lagentheorie.
Wat is het intelligentiequotiënt?
Bij de meeste intelligentietesten wordt een algemeen kwantitatief meetinstrument gebruikt voor het meten van de intelligentie van een kind, die vergeleken kan worden met andere kinderen van dezelfde leeftijd. Dit wordt het intelligentiequotiënt (IQ) genoemd. Veel karakteristieken, waaronder intelligentie, zijn normaal verdeeld. Deze normale verdeling is een patroon van data waarin scores om het gemiddelde heen vallen, waarbij de meeste scores dicht bij het gemiddelde vallen en scores die minder vaak voorkomen ver weg van het gemiddelde vallen. Het gemiddelde van het intelligentiequotiënt is 100, waarbij de standaarddeviatie 15 is. Een standaarddeviatie(SD) is een meting van de variabiliteit van scores in een normale verdeling. In een normale verdeling valt 68% van de scores binnen 1 SD van het gemiddelde, en 95% van de scores valt binnen 2 SD van het gemiddelde. Hoe ouder een kind wordt, hoe hoger de scores op intelligentietesten worden.
Welke factoren zijn van invloed op IQ-scores?
Er zijn bepaalde aspecten die invloed hebben op de intelligentietesten: de alertheid (bijvoorbeeld als je weinig geslapen hebt, ben je minder alert), de kennis van de testen (bijvoorbeeld als je de procedure van de test niet snapt, zul je slechter scoren) en omgevingsfactoren (bijvoorbeeld als je net bent verhuisd of je ouders zijn net gescheiden).
Welke uitkomsten kunnen voorspeld worden door intelligentie?
Er zijn ook verschillende zaken die voorspeld kunnen worden aan de hand van het intelligentiequotiënt. IQ-scores zijn een sterke voorspeller voor academische, economische en werkgerelateerde successen. Wanneer je een hoge IQ-score hebt, is er een grote kans dat je later meer gaat verdienen, beter zult presteren op school en meer promoties gaat krijgen.
Echter, naast IQ-scores zijn er ook andere voorspellers die tot succes leiden, namelijk: de motivatie om te slagen, bewustzijn, creativiteit, fysieke en psychische gezondheid en sociale vaardigheden. Zelfdiscipline is een sterkere voorspeller van cijfers dan de IQ-score. Zelfdiscipline is een mogelijkheid om ongewenste acties niet uit te voeren, zich aan de regels te houden en impulsieve reacties te vermijden. Praktische intelligentie is de mentale mogelijkheid die niet wordt gemeten door intelligentietesten, maar die wel belangrijk is voor succes in vele situaties, zoals het kunnen aflezen andermans emoties en intenties en anderen motiveren om effectief samen te werken.
Er zijn voorbeelden bekend van begaafde kinderen die uitzonderlijk zijn in verschillende intellectuele gebieden. Deze talenten zijn vaak al heel vroeg in de ontwikkeling te zien. Uitzonderlijke kwaliteiten zijn vaak een vooraankondiging van uitzonderlijke prestaties later in het leven.
Welke invloed hebben genen en omgeving op intelligentie?
Er is veel debat over de factoren die intelligentie beïnvloeden. Een handig startpunt voor een overdenking over de genetische invloeden en omgevingsfactoren is het bio-ecologische model van Bronfenbrenner. Dit model stelt het leven van een kind voor als ingebed in series van steeds meer omvattende omgevingen. Het kind staat in het midden, daaromheen de directe omgeving en daaromheen de omgeving die meer op afstand is.
Hoe zijn de eigenschappen van het kind van invloed op de intelligentie?
Het genoom heeft grote invloed op de intelligentie. Deze invloed wordt groter met de leeftijd. De correlaties tussen individuele allelen van genen en IQ zijn heel klein, dit laat zien dat genetische invloeden op intelligentie bestaan uit allemaal kleine bijdragen van een groot aantal verschillende genen en interacties tussen deze genen.
De omgeving wordt beïnvloed door het genotype. Dit kan verschillende effecten hebben: passieve, evocatieve en actieve effecten. Passieve effecten van het genotype ontstaan, wanneer kinderen zijn opgevoed door hun biologische ouders, vanwege de overlap in genen tussen de ouders en het kind. Evocatieve effecten van het genotype ontstaan wanneer kinderen andermans gedrag beïnvloeden. Actieve effecten van het genotype ontstaan wanneer kinderen een eigen omgeving kiezen die zij fijn vinden.
Hoe is de directe omgeving van invloed op de intelligentie?
De directe omgeving heeft ook invloed op de intelligentie van een kind. Er is een meetinstrument ontworpen die de invloed van de thuisomgeving meet: de HOME (Home Observation for Measurement of the Environment). Dit meetinstrument meet verschillende aspecten van de thuissituatie van een kind, zoals de organisatie en veiligheid in het huis, de intellectuele stimulatie door de ouders, of kinderen hun eigen boeken hebben, de mate van ouder-kind-interactie en de emotionele steun die kinderen ontvangen van hun ouders. Er is gebleken dat de metingen van HOME positief correleren met de IQ-scores. De omgeving van de familie (HOME) is ook een goede voorspeller voor het IQ van een kind.
Het naar school gaan maakt een kind ook slimmer. Door educatie worden specifieke cognitieve vaardigheden verbeterd.
Wat is de invloed van de samenleving op de intelligentie?
Daarnaast heeft de bredere omgeving (de samenleving) ook invloed op de intelligentie van een kind. De gemiddelde IQ-scores zijn de laatste 80 jaar in veel landen gestegen. Dit wordt het Flynn-effect genoemd. Een mogelijke verklaring voor het Flynn effect kan de opkomst van nieuwe technologieën zoals videogames zijn. Het spelen van videogames is in verband gebracht met een verbetering van executief functioneren, probleem-oplossend vermogen, selectieve aandacht, en lees-, schrijf-, en rekenvaardigheid, dus fluide intelligence in het algemeen.
Armoede in bepaalde landen kan een grote invloed hebben op intelligentie. Mensen die in een armoedige bevolking wonen, hebben over het algemeen een lager IQ vergeleken met de rijkere bevolking. Omdat mensen in armoede weinig eten of zelfs maaltijden overslaan, wordt de hersenontwikkeling tegengehouden en daarmee wordt ook het intellectueel functioneren in het dagelijkse leven aangetast.
Er zijn ook invloeden van verschillen in ras en etniciteit. Het eerste feit is dat de gemiddelde IQ-scores van kinderen uit verschillende rassen en etnische groepen inderdaad verschillen. Namelijk, de gemiddelde IQ-score van Europeaans-Amerikanen ligt ongeveer tien punten hoger dan de gemiddelde IQ-score van Afrikaanse Amerikanen. Het tweede feit is dat de verschillen verwijzen naar groepsverschillen in IQ-scores en niet naar individuele verschillen in IQ-scores. Er is namelijk veel meer variabiliteit binnen een ras of etnische groep, dan tussen de groepen. Het derde feit is dat de verschillen in IQ en verwezenlijking van testscores van kinderen uit verschillende rassen en etnische groepen alleen worden beschreven als de prestaties van de omgeving waarin het kind leeft. De scores laten dus niet de potentiële intelligentie zien en geven ook niet weer wat met de intelligentie van de kinderen was gebeurd als ze in een andere omgeving hadden geleefd.
Er zijn altijd verschillende risicofactoren aanwezig die kunnen zorgen voor een lage IQ-score. De omgevings-risicoschaal meet tien kenmerken die kinderen een risico geven voor lage IQ-scores. Aan hoe meer kenmerken wordt voldaan, hoe meer risico een kind loopt. De risico's die ontstaan door armoede kunnen gecompenseerd worden door een hoge kwaliteit opvoeding.
Onderzoek naar interventies die ontworpen zijn voor onderontwikkelde families laten een consistent patroon zien. In eerste instantie wordt het IQ van de kinderen die participeren in interventies hoger, daarna wordt het IQ echter weer minder. Gelukkig zijn er ook effecten gevonden dat minder participanten terechtkwamen in het speciaal onderwijs. Dit komt blijkbaar niet door een verhoging van het IQ, maar waarschijnlijk door de langetermijneffecten van de interventie op de motivatie van het kind.
Het programma Head Start wordt aangeboden aan heel veel kinderen. Kinderen die deelgenomen hebben aan dit programma laten betere pre-lees- en pre-schrijfvaardigheden zien, verbeterde sociale vaardigheden, een betere gezondheid, blijven minder vaak zitten, hebben meer kans op het afmaken van de middelbare school en gebruiken minder vaak drugs.
Het Carolina Abecedarian Project is een uitgebreid en succesvol verrijkend programma voor kinderen uit lage-inkomensfamilies. Kinderen kwamen al op de leeftijd van 6 maanden in het programma. Het is gebaseerd op zeven principes: (1)
- Het stimuleren van exploratie.
- Het begeleiden van basale vaardigheden.
- Het vieren van vooruitgangen in de ontwikkeling.
- Het herhalen en generaliseren van nieuwe vaardigheden.
- Het beschermen van kinderen voor ongepaste afkeuring, pesten en straffen.
- Het rijk en responsief communiceren.
- Het leiden en limiteren van gedrag.
Dit programma bleek blijvende positieve effecten te hebben op het IQ en op prestaties omtrent lezen en wiskunde. Dit programma laat zien dat het belangrijk is om al vroeg te starten met interventies, dat verzorgers op een positieve, responsieve manier moeten communiceren met de kinderen, dat de verbeteringen waarschijnlijk vooral zijn vanwege verbeteringen in de zelfcontrole en het doorzettingsvermogen en het laat tot slot zien dat er blijkbaar interventies mogelijk zijn die blijvende positieve effecten hebben op de intellectuele ontwikkeling van kinderen die opgroeien in armoede.
Welke alternatieve perspectieven zijn er op intelligentie?
Sommige aspecten worden wel gemeten door de IQ-test: verbale, rekenkundige, en ruimtelijke vaardigheden. Andere aspecten worden echter niet gemeten door de IQ test: creativiteit, sociaal inzicht, kennis over eigen zwakke en sterke punten, etc. Dit leidde tot het ontwikkelen van een theorie die breder is dan de traditionele theorieën over intelligentie, namelijk de multipele intelligentietheorie, ontworpen door Gardner. Deze theorie is gebaseerd op een perspectief dat mensen op zijn minst acht typen intelligentie bezitten: de taalkundige, rekenkundige, en ruimtelijke vaardigheden die al worden gemeten in traditionele theorieën van IQ-testen, maar ook de muzikale, natuurlijke, lichamelijke, interpersoonlijke, en intra-persoonlijke vaardigheden.
Sternberg heeft ook kritiek op de traditionele theorieën van IQ-testen. Toch verschilt zijn theorie van die van Gardner. Sternbergs theorie van succesvolle intelligentie is gebaseerd op een perspectief dat intelligentie ziet als een mogelijkheid om succesvol te worden in het leven. Er zijn volgens Sternberg drie soorten vaardigheden die kunnen leiden tot succes in het leven: de analytische, de praktische, en de creatieve vaardigheden. De analytische vaardigheden bevatten taal, rekenkundige, en ruimtelijke vaardigheden die gemeten worden door de traditionele IQ testen. De praktische vaardigheden bevatten redeneren over dagelijkse problemen, zoals het oplossen van conflicten met andere mensen. Creatieve vaardigheden bevatten intellectuele flexibiliteit en innovatie, die leiden tot het effectief redeneren in nieuwe omstandigheden.
Hoe worden academische vaardigheden verworven?
Hoe ontstaat leesvaardigheid?
Lezen ontwikkelt zich in vijf stadia:
- Stadium 0: vanaf de geboorte tot groep 3. Hier wordt het alfabet en het fonemische bewustwording geleerd. De fonemische bewustwording is de mogelijkheid om geluidscomponenten in woorden te identificeren.
- Stadium 1: bij kinderen in groep 3 en 4. Hier creëren kinderen fonologische hercoderingsvaardigheden. Dit zijn vaardigheden om letters naar geluiden te vertalen en geluiden in woorden te mengen. Dit wordt ook wel ‘sounding out’ genoemd.
- Stadium 2: bij kinderen in groep 4 en 5. Hier leren kinderen vloeiend simpele teksten te lezen.
- Stadium 3: bij kinderen vanaf de 6e groep tot de 2e klas. Hier worden kinderen bekwaam genoeg om complexe, nieuwe informatie te verkrijgen, gelezen van papier. Zoals Chall zegt: ‘in de lagere klassen leren kinderen lezen, maar in de hogere klassen lezen kinderen om te leren’.
- Stadium 4: 2e klas tot 6e klas. Hier leren kinderen om vanuit meerdere perspectieven informatie te begrijpen, in plaats vanuit één enkel perspectief.
Voordat kinderen naar school zijn, verwerven ze al basale informatie over lezen, zoals dat je behoort te lezen van links naar rechts en van boven naar beneden. Fonemische gewaarwording is gecorreleerd met de leesprestaties op latere leeftijd en ook een oorzaak ervan en het blijkt een sterkere voorspeller te zijn dan IQ of sociale klasse. Kinderen met een grotere fonemische gewaarwording lezen meer en beter, wat vervolgens leidt tot een nog grotere fonemische gewaarwording en verbetering in de kwaliteit en kwantiteit van het lezen.
Woorden kunnen op twee manieren worden geïdentificeerd: fonologisch hercoderen en terughalen via visuele aspecten. Het terughalen via visuele aspecten is een procedure waarbij de betekenis van een woord direct vanuit de visuele vorm van een woord wordt herleid. De meeste jonge kinderen gebruiken beide benaderingen om woorden te identificeren. Meestal kiest men de manier die het meest geschikt is voor een bepaalde situatie vanaf groep 3. Dit wordt strategie-keuzeproces genoemd.
Volgens de simpele kijk op lezen wordt begrijpend lezen alleen bepaald door de vaardigheid om te ontcijferen en het begrip van mondelinge taal. De vaardigheid om woorden te ontcijferen is de beste voorspellende factor voor tekstbegrip in de onderbouw van de basisschool; vanaf de bovenbouw van de basisschool is luistervaardigheid een nog betere voorspellende factor. Om een tekst te begrijpen, wordt een mentaal model gevormd van de situatie of gebeurtenis die continu wordt geüpdatet tijdens het lezen van de tekst. Basale processen zoals encoding en automatisering zijn cruciaal voor begrijpend lezen. Begrijpend lezen monitoring helpt om de goede en slechte lezers te onderscheiden. Hierbij kijkt men naar het inzicht in het begrijpen van een tekst. Het pad naar goed of zwak begrijpend lezen begint al voordat kinderen naar school gaan, door bijvoorbeeld het horen van vertelde of voorgelezen verhalen. Als kinderen zelf kunnen lezen is het zo dat hoe meer ze lezen, hoe beter ze begrijpend kunnen lezen.
Dyslexie is het onvermogen om goed te lezen en schrijven, ondanks het hebben van een normale intelligentie. De oorzaak van dyslexie is niet helemaal bekend, maar het is duidelijk dat genen een rol spelen. Dyslexie komt voornamelijk door een zwak vermogen om te discrimineren tussen fonemen, zwak kortetermijngeheugen voor verbaal materiaal, een gelimiteerd vocabulaire en een trage terugroeping van de namen van objecten. Het bepalen van welk geluid bij welke klinker hoort is lastig voor kinderen met dyslexie. Problemen blijven vaak bestaan in de volwassenheid. Er zijn bij kinderen met dyslexie twee hersengebieden minder actief dan bij kinderen zonder dyslexie. Het ene gebied is betrokken bij het discrimineren tussen fonemen en de andere bij het integreren van visuele en auditieve informatie. De beste interventies verbeteren het begrijpend lezen van dyslectische kinderen door hun vocabulaire te vergroten en hen meer algemene kennis over de wereld te leren.
Hoe ontstaat schrijfvaardigheid?
Al voordat kinderen naar school gaan doen ze pogingen om te schrijven. Dit geeft weer dat ze verwachten dat er een betekenis zit in een afdruk. Het verwerven van strategieën draagt bij aan verbeteringen in schrijven. Een bekende strategie is het organiseren van een opeenvolging van doelen, ook wel een script genoemd: een opeenvolging van acties die gebruikt wordt om herhaalde gebeurtenissen (zoals het eten in een restaurant en het schrijven van een verslag) te organiseren en interpreteren. Metacognitief begrijpen speelt een aantal cruciale rollen bij schrijven. De meest basale vorm van metacognitief begrijpen is het inzien dat lezers misschien niet dezelfde kennis hebben als de schrijver, en dat daarom een tekst alle informatie moet bevatten die voor de lezer nodig is om de tekst compleet te begrijpen. Een ander belangrijk type van metacognitief begrijpen is dat een schrijver een plan moet hebben voordat hij/zij daadwerkelijk begint met het schrijven van een tekst. Goede schrijvers spenderen veel meer tijd in het plannen dan slechtere schrijvers, voordat ze daadwerkelijk beginnen met schrijven. Tot slot is kennis van de inhoud een belangrijke factor bij schrijven. Bekendheid met een onderwerp, zorgt voor betere geschreven stukken.
Hoe ontstaat rekenvaardigheid?
Bij rekenen bestaat een grote variatie aan strategieën die worden gebruikt om problemen op te lossen. Op jonge leeftijd beginnen kinderen met het simpelweg tellen. Later gebruiken kinderen verschillende strategie om bepaalde rekenkundige situaties op te lossen. Numerieke aantallen representaties zijn mentale modellen van de groottes van nummers, geordend langs een weinig-naar-meer dimensie. Zo hebben jonge kinderen geen idee of 4 groter is dan 8 en hebben volwassenen soms geen idee of 3/5 groter is dan 5/11. Dit zijn voorbeelden van een gebrek aan accurate representaties van numerieke groottes. De accuraatheid van deze representaties verschillen met de leeftijd, wat gerelateerd is aan de wiskundige kennis van kinderen. Op school creëren kinderen rekenkundige concepten, zoals rekenkundige gelijkheid. Dit is een concept dat de waarden van de ene kant van een som gelijk moet zijn aan de andere kant van een som door middel van het = teken. Kinderen kunnen hier fouten in maken, zoals de zogenaamde gebaarspraak discrepantie, waarbij de gebaren die kinderen maken een ander idee uitdrukken dan hun verbale verklaringen.
Kennis van de rekenkunde verschilt per land. Deze verschillen zijn al te zien voordat kinderen naar school gaan en lijken gerelateerd te zijn aan culturele nadruk op wiskunde, de kwaliteit van wiskundeleraren en tekstboeken en de tijd die aan wiskunde besteed wordt in de klas en thuis. Een andere belangrijke factor is taal. In het Chinees, Japans en Koreaans worden getallen bijvoorbeeld veel duidelijker geformuleerd dan in het Engels, waardoor deze makkelijker te leren zijn in deze talen.
Veel kinderen ervaren wiskunde angst, een negatieve emotionele staat die leidt tot angst een vermijding van wiskunde. Deze angst kan de prestaties van het werkgeheugen verminderen, die juist nodig zijn om wiskundige problemen op te lossen. Voor kinderen met deze angst helpt het om hun emoties op te schrijven voorafgaand aan bijvoorbeeld een tentamen. Alhoewel vaardigheid in wiskunde niet verschilt tussen jongens en meisjes, komt wiskunde-angst toch vaker voor bij meisjes.
Tussen de 5% en 8% van de kinderen presteren zo zwak in wiskunde, dat gezegd wordt dat ze een mathematische stoornis hebben. Deze kinderen hebben gemiddelde IQ-scores. Hun prestaties verbeteren wel met het ouder worden, maar zelfs op latere leeftijd hebben ze moeite met wiskundige vaardigheden. In ernstige gevallen is hersenschade in gebieden die verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld de verwerking van aantallen hiervan de oorzaak. In andere gevallen kan bijvoorbeeld minieme blootstelling aan getallen in de vroege kindertijd de oorzaak zijn. Er zijn verschillende interventies beschikbaar voor het verbeteren van de wiskundige vaardigheden.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2514 keer gelezen
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2773 keer gelezen
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








