rechtseconomie hoorcollege week 7a en b

Hoorcollege week 7

Gastcollege

Public interest benadering

Regulering als correctie voor marktfalen. Maar is regulering wel altijd nodig? Of is soms een andere vorm van interventie ook voldoende?

Marktfalen: externe effecten, collectieve goederen, marktmacht, informatiegebreken: informatieasymmetrie; begrensde rationaliteit. Wat moeten we doen met externe effecten? Altijd regulering voor nodig? Nee niet altijd. Coase: je moet gaan voor onderhandelingen (indien eigendomsrechten zijn gedefinieerd en de transactiekosten laag zijn).

Externe effecten:

  • Coase: onderhandelingen
  • Pigouviaanse belasting of subsidie
  • Regulering of aansprakelijkheidsregel
  • Market-based instruments

Collectieve goederen/publieke goederen

  • Subsidiëring van private productie
  • (belastingheffing en) productie door de overheid
  • In speciale gevallen: intellectuele eigendomsrechten

Zijn transactiekosten hoog, dan hebben we misschien regulering nodig. Dit is bijvoorbeeld het geval bij  vervuiling, dit kan men beter wel gaan belasten anders wordt er meer vervuild. Of de vervuiling gaan koppelen aan een bepaalde vergunning, vervuild men teveel dan verliest men de vergunning.  

Marktmacht/onvolledige mededinging:

  • Mededingingsbeleid: kartels, misbruik van economische marktposities, concentraties, staatssteun;
  • (prijs) regulering van natuurlijke monopolies.

 

Informatieasymmetrie: zoals bij verzekeringen:

  • Adverse selectie en moreel risico (agency-problemen)
  • In relatie tot verzekeringen
    • Monitoring, risicodifferentiatie en specialisatie
    • Eigen bijdragen, vergoedingslimieten etc.
  • In relatie tot corporate governance
    • Regulatory and governance strategies
  • In markten voor producten en diensten: regulering van informatie via verplichte openbaarmaking, certification, licensing

 

Certification of licensing.

Algemene regels met betrekking tot informatievoorziening:

  • een verbod op foutieve en misleidende informatie;
  • verplichte openbaarmaking van informatie (bv labels, websites).

Certification:

  • risico: te hoge investering in opleiding (en signaleringseffecten);
  • vaak in de vorm van private regulering, maar kan ondersteund worden door publieke handhaving.

Vergunningenstelsel:

  • geen discriminatie op basis van opleiding of intelligentie van de consument;
  • bepaalde producten of diensten worden van de markt geweerd;
  • risico: substitutie effect.

Heterogeniteit van consumentenvoorkeuren is een belangrijk criterium in het maken van de keuze tussen certification en licensing.

Marktfalen vs overheidsfalen.

Overheid wil problemen wel dienen, maar het resultaat is soms anders. Het werkt niet zoals wij dachten. Dat wordt bedoeld met overheidsfalen. De overheid weet het ook niet perfect. Daarom komt het wel eens voor dat de overheid dingen doet die eigenlijk niet goed zijn.

Private interest benadering.

Belangengroepen theorie: Men kan er twee onderscheiden: economische reguleringstheorie (chicago school); public choice (virgina school).

Tollbooth theorie. Olson’s criteria voor succesvolle lobbying. Hij hanteert eigenlijk 2 criteria met daaronder weer criteria die daarbij horen/passen: lage transactiekosten: relatief kleine groepen; die goed georganiseerd zijn; en die een duidelijk doel hebben (singe issue oriented). Het andere criterium is :oge informatiekosten.

Economische reguleringtheorie (chicago);

  • markt voor regulering: aanbod en vraag;
  • stigler, peltzman, posner, becker:
    • toetredingsbelemmeringen (wettelijk of traditioneel);
    • industrie vs andere belangengroepen;
    • ook: grandfather clauses en shadow interest groups.

Public choice (virginia school):

  • economische analyse van het gedrag van politici/bestuurders;
  • tullock, buchanan, krueger;
  • rent seeking gedrag: focus op de kosten van lobbying.

Deze twee theorieën hebben ook iets gemeenschappelijks: de passieve rol van de bestuurder.

Tollbooth theorie:

  • bestuurders als monopolist:

    • bewust inefficiënte regulering, met het doel om rents te behalen via bv omkoperij en campangebijdragen (bewust dingen moeilijker maken voor burgers);
    • corruptie.
  • Actieve rol van bestuurders.
  • Theoretische modellen.
  • Empirisch onderzoek.
  • Soms beschouwd als onderdeel van public choice.

Publieke en private regulering.

Private regulering omvat onder andere: private certificering; private normen en standaarden; zelfregulering; maatschappelijk verantwoord ondernemen. Soms ondersteund door de wetgever: bijvoorbeeld: geconditioneerde zelfregulering; collectieve arbeidsovereenkomsten.

Criteria voor zelfregulering:

  • specifieke kennis;
  • flexibiliteit van zelfregulerende instanties;
  • lagere kosten, bv naleving van zelfregulering (compliance costs).

Criteria gelden ook voor andere vormen van private regulering?

Nadelen;

  • vanuit een public choice perspectief:
  • kritische blik op criteria; handhavings en sanctioneringsmogelijkheden beperkt?;
  •  vanuit niet economisch perspectief: democratische legitimiteit beperkt.

Voorbeelden uit eerder METRO onderzoek: private standaarden industrie betreffende energie efficiëntie; private regulering van reclame. Zelfregulering, dan moet je ook handhaven, problemen zijn de rotte appels, de lastige bedrijven, die moet je gaan controleren anders houden ze zich er niet aan. Heterogeniteit van het veld is belangrijk.

Regulering vs aansprakelijkheidsregels.

Dit houdt verband met negatieve externe effecten.

 

Aansprakelijkheidsregels

Regulering

Werken indirect, via preventief effect van claim

Wijzigt gedrag rechtstreeks

Private partijen nemen het initiatief (indienen claim)

Onafhankelijk van eventuele schade

 

Handhaving: privaatrecht

Handhaving: bestuursrecht/strafrecht

 

4 criteria bepalen de keuze tussen regulering gaan of aansprakelijkheidsregels. Regulering misschien belangrijker of juist andersom?

  1. Beschikbare kennis (informatieasymmetrie)
  2. Insolventierisico
  3. Wel/geen dreiging rechtszaak
  4. Administratieve kosten

Beschikbare kennis: pleit dat voor regulering of aansprakelijkheidsregels? Dat hangt er vaak van af. Wie kan de benodigde informatie tegen de laagste kosten verkrijgen? Private partijen hebben vaak een informatievoordeel en dat pleit voor aansprakelijkheidsregels(noot: of private regulering?). Risico of schuldaansprakelijkheid: private partijen, rechtbanken, wetgever.

Insolventierisico: private partijen kunnen soms niet de volledige schade betalen; mate van zorg is gerelateerd aan de verwachte schade. Gevolg: aansprakelijkheidsregels leiden tot een te laag zorgniveau: underterrrence. Veiligheidsregulering werkt in dat geval beter; maar: dient door middel van een niet monetaire sancties gehandhaafd te worden. Bovendien: verzekering kan een insolventierisico verlagen.

Geen reëele dreiging rechtszaak (chance of escaping suit): schade is verspreid over vele slachtoffers. Er is schade aan een gemeenschappelijk eigendom. Er zit een lange periode tussen oorzaak en gevolg (schade). Het causaal verband is moeilijk te bewijzen. De dader is inmiddels buiten bedrijf. Geen preventief effect aansprakelijkheidsregels.

Administratieve kosten. Aansprakelijkheidssysteem:

  • publieke uitgaven rechtbanken, rechters, jury’s;
  • private kosten: tijd en griffierechten.

Regulering:

  • publieke kosten opstellen en handhaven van regulering;
  • private kosten van naleving; noot lagere kosten private regulering?

Ligt voordeel bij aansprakelijkheidsregels?

 

Een combinatie van regulering en aansprakelijkheidsregels is vaak meest efficiënt. Voorbeeld: arbowetgeving; bij ongevallen: werkgeversaansprakelijkheid (en verzekering).

Regulering en aanvullende aansprakelijkheidsregels, want:

  • handhaving van regulering laat vaak te wensen over;
  • regulering kan worden beïnvloed door lobbygroepen;
  • regulering kan inmiddels verouderd zijn.

 

Aan het volgende zijn we niet toegekomen:

  • Smart regulation’

    • Gunningham, Grabosky & Sinclair (1998)
  • Ook: ‘smart enforcement’
    • criminal, civil, administrative, disciplinary
    • handhavingspyramide (Ayres & Braithwaite)
  • ‘Smart mixes in environmental governance’
    • Van Erp, Faure, Nollkaemper, Philipsen (2018)
    • nationaal/internationaal recht
    • materieel recht/procesrecht
    • publieke/private regulering

en nog een afbeelding op dia 23

Wat je moet weten voor het tentamen

  • Hoofdstuk 9 en 10 behoren niet tot examenstof
  • Gastcollege is wel tentamenstof evenals bijbehorende tekst op nestor
  • Week 7b werden vragen gesteld over dingen die al voorbij waren gekomen op eerdere colleges

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: MarijeVenema (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
1097
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector