Onherkenbaar kenteken (HR 10-01-2018, ECLI:2018:29)
Feiten
Aan de verdachte is tenlastegelegd en bewezenverklaard dat hij een motorrijtuig op de weg heeft laten staan en daarmee op de weg heeft gereden, terwijl op dat motorrijtuig een teken was aangebracht, waardoor de herkenning, daaronder begrepen de herkenning met behulp van technische voorzieningen, van het ingevolge artikel 40 van de Wegenverkeerswet 1994 gevoerde kenteken werd bemoeilijkt.
Met andere woorden, de verdachte wordt dus verweten dat hij een motorrijtuig op de weg heeft laten staan en daarmee op de weg heeft gereden, terwijl het kenteken onherkenbaar was gemaakt.
Op grond van art. 41 lid 2 a WVW 1994 is bestanddeel van het desbetreffende delict dat de verdachte als eigenaar, houder of bestuurder "wist of redelijkerwijze kon vermoeden" dat op het motorrijtuig zo’n teken was aangebracht.
Hoge Raad
Het middel klaagt dat het bewezenverklaarde niet oplevert "Overtreding van artikel 41 lid 1, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd", aangezien het bewezenverklaarde niet alle bestanddelen van artikel 41, tweede lid, aanhef en onder a, van de WVW 1994 bevat.
In aanmerking genomen dat de tenlastelegging en de bewezenverklaring niet het laatstgenoemde bestanddeel bevatten, heeft het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als "Overtreding van artikel 41 lid 1, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd".
Kern
De tenlastelegging en bewezenverklaring bevatten niet het bestanddeel dat de bestuurder "wist of redelijkerwijze kon vermoeden" dat op het motorrijtuig een teken was aangebracht. Daarom concludeert de Hoge Raad dat het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als "Overtreding van artikel 41 lid 1, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd".
Uit welke bestanddelen bestond de tenlastelegging (en ook de bewezenverklaring) in de zaak?
In aanmerking genomen dat de tenlastelegging en bewezenverklaring niet het laatstgenoemde bestanddeel bevatten heeft het hof volgens het cassatiemiddel het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als overtreding van art. 41 lid 1 aanhef en onder b WvW 1994.
De HR vernietigt de bestreden uitspraak wat betreft de beslissingen t.a.v. het in de zaak met parketnummer tenlastegelegde en de strafoplegging; wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden (zodat de tenlastelegging zal kunnen worden gewijzigd)