Pedagogy and education - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 19696 keer gelezen
Lokale en landelijke politici, andere beleidsmakers, zorgverzekeraars en niet in de laatste plaats cliënten en uitvoerend werkers in instellingen vinden het belangrijk dat risico's en problemen van jeugdigen en hun gezinnen een effectieve aanpak krijgen. Velen van hen vinden dat interventies wetenschappelijk verantwoord meoten zijn en er bewijs voor de effectiviteit op tafel moet liggen. Evidence-based eereken is hierbij het sleutelwoord.
Hierbij is het dus van belang om te bedenken wat we eigenlijk onder evidence-based moeten verstaan en hoe we dit kunnen aantonen.
We moeten zoeken naar mogelijkheden om werkwijzen in de praktijk en de wetenschappelijke bijdrage aan de verdere ontwikkeling van die werkwijzen dichter bij elkaar te brengen. Het gaat dus om de samenwerking tussen praktijkwerkers, cliënten, onderzoekers, instellingsfunctionarissen en beleidsmakers om een beweging van meten, spreken en verbeteren in gang te zetten en te houden. Deze beweging zal leiden tot steeds betere resultaten in de praktijk.
Uiteindelijk heeft dit als doel om te leiden tot een effectievere praktijk met betere uitkomsten voor jeugdigen.
Een interventie noemen we effectief als deze aan het doel van de inzet beantwoordt. Om de effectiviteit vast te stellen, schetsen we een ontwikkelingspad dat elke interventie in wezen doorloopt, dat leidt van een impliciet geloof in de effectiviteit naar empirisch bewijs dat dekinterventie het effect heeft veroorzaakt.
Een interventie noemen we evidence-based all het beeld voer de werkzaamheid is gebaseerd op kennis over wat werkt. Die kennis bestaat vaak uit een mix van verschillende bronnen: bewijs uit wetenschappelijk onderzoek (research-based), ervaringskennis van praktijkwerkers (practice-based) en client-based kennis. In de jeugdhulp geldt dat hier nog een vierde bron aan toe te voegen is: namelijk kennis over ethische overwegingen en waarden in het opgroeien en opvoeden van jeugdigen. Het oordeel over wat werkt is hierbij value-based.
Werken met effectieve interventies is een cruciale factor in de jeugdsector. Er komen steeds meer internetdatadases met handzame overzichten van de effectiviteit van die interventies. Zo kennis we in Nederland de Databank Effectieve Jeugdinterventies, de databank voor justitiële interventies, en de databank Effectieve Sociale Interventies. In de meeste van deze databanken geldt het experimentele onderzoek als een aanpak om et sterkste bewijs voor effectiviteit aan te dragen. In het onderzoek wordt bij een experimentele en een controlegroep een beginmeting en een eindmeting verricht, waarbij het effect wordt afgelezen aan het verschil tussen deze twee groepen aan het eind van de interventie.
Preventie blijkt in het algemeen te werken, en erin investeren is dus verstandig. In Nederland besteden we jaarlijks tussen de 400 en 450 miljoen euro aan jeugdgezondheidszorg, wat ons 5,6 miljard euro aan besparingen oplevert. Ook lichte vormen van opvoedondersteuning werken kostenbesparend.
Ook jeugdhulpinterventies zijn vrij veel onderzocht, vaak door middel van experimenteel onderzoek. De resultaten van deze onderzoeken laten zien dat die interventies gemiddeld genomen effectief zijn. De effectiviteit drukt met in de wetenschappelijke literatuur vaak aan met behulp van een effect size. Er bestaan meta-analyses die aangeven welke interventies het meest effectief zijn voor specifieke problematiek.
De kennis die de wetenschap levert over de effectiviteit van interventies op het terrein van preventie en jeugdhulp is de laatste jaren enorm toegenomen. Die kennis kan ons helpen de effectiviteit van de preventie en de jeugdhulp te verhogen. Er is alleen één probleem; in de praktijk is er nog niet zo veel van te merken. Er bestaan namelijk een aantal belangrijke kanttekeningen:
Het opvullen van de kennislacune is geen doel op zich. Het gaat erom bij te dragen aan een gezond, veilig en kansrijk opgooien van jeugdigen. Om dat goed voor ogen te houden, is er een kwaliteitsmodel geschreven waarin effectieve interventies en de ontwikkeling daarvan helder zijn gepositioneerd. Het model gaat ervan uit dat die interventies ten dienste staan aan een resultaatgericht jeugdbeleid en een effectieve ondersteuning van jeugdigen en opvoeders. Het model bestaat uit zes elementen:
Het model laat als het gaat om het vullen van de kennislacune met betrekking tot de effectiviteit van interventies twee dingen zien: In de eerste plaats is helder dat deze kennis moet leiden tot betere uitkomsten voor cliënten en tot het realiseren van de beoogde maatschappelijke resultaten. Ten tweede is ook duidelijk dat de kennis over effectieve interventie geen statisch gegeven is, maar een voortdurende ontwikkeling doormaakt in een cyclus waarin bestaande kennis wordt ingebracht en waarin via de meet-, spreek- en verbeterbeweging nieuwe kennis wordt toegevoegd.
In theorie zijn er twee wegen om de kennislacune op te vullen.
Beide wegen zijn van belang en begaanbaar. De wetenschappelijke literatuur over effectonderzoek beveelt meestal de rest weg aan, om zo bij te dragen aan het ontwikkelen van de gewenste evidence-based practice. De tweede weg, beginnen bij wat er is en dat onderbouwen en uitbouwen, is veel minder uitgewerkt, maar kan vergeven aan het 'intussen'. Deze weg wordt naar de mening van de auteurs van dit artikel nog veel te weinig benut om kennis over de effectiviteit van de interventies te verkrijgen. Het gaat hier niet zozeer om het creëren van evidence-based practice, maar om het ontwikkelen van practice-based evidence.
De resultaatgerichte ontwikkeling van interventies wordt gezien als een gezamenlijk zoekproces van praktijkwerkers, instellingsfunctionarissen en beleidsfunctionarissen, ondersteund door onderzoekers en met actieve betrokkenheid van cliënten. Daarbij worden werkwijzen van de praktijk geëxpliciteerd en theoretisch onderbouwd en via uitkomstenmonitoring en gerichter effectonderzoek empirisch onderzoeken, met het doel preventie en jeugdhulp te verbeteren. RGOI is eruit 'to make things better'. We onderscheiden vier leidende principes bij de resultaatgericht ontwikkeling van interventies.
De vier leidende principes van de resultaatgerichte ontwikkeling van interventies helpen bij het op gang brengen van een meet-, spreke- en verbeterbeweging. Ze zijn te zien als de leidende principes van RGOI, met als doel de doorontwikkeling van interventies.
Idealiter ondersteunt de wetenschap de ontwikkeling van interventies met onderzoek dat dezelfde principes kent als RGOI. Dat wil zeggen dat het onderzoek aansluit bij de staat van ontwikkeling van de interventie, het is ingebed in het primaire proces en de organisatie, het wordt benut voor verbetering van de interventie, waarbij samenwerking de sleutel is tot het succes. Onderzoek dat op deze manier de ontwikkeling van interventies ondersteunt, zal in de meeste gevallen een sterk praktijkgestuurd karakter hebben. Onderzoekers sluiten op RGOI aan door met uiteenlopende onderzoeksmethoden bij te dragen aan het expliciteren van de werkwijzen en het vermeerderen van de kennis over de effectiviteit van de preventie en jeugdhulp. Sommig eivormen van onderzoek bieden door hun bewijskracht meer zekerheid over de causale relatie tussen de interventie en de uitkomsten dan andere onderzoeksvormen.
De effect ladder van bewijskracht onderscheidt vijf niveaus van bewijskracht die de effectiviteit van een interventie op vijf manieren kunnen aanduiden. Bij het startpunt weten we nog weinig van de interventie die in de praktijk van alledag wordt uitgevoerd. Op dit moment noemen we een interventie intuition-based. De effectladder biedt een algemeen methodisch kader voor praktijkgestuurd effectonderzoek.
Op elk volgend niveau kan men met meer graden van zekerheid inzicht verkrijgen in de causale relatie tussen de interventie en de uitkomsten. Bij de meeste databanken overheerst de overtuiging dat er pas van effectiviteit gesproken kan worden als er in het onderzoek een vergelijkingsgroep aanwezig is. De auteurs van het huidige artikel vinden dat onwenselijk, omdat de meeste interventies die in de praktijk worden uitgevoerd nog niet zulk bewijs hebben.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results