Artikelsamenvatting bij Intergroup contact and intergroup conflict van Hewstone e.a. - 2014

Een van de meest gewelddadige en langdurende strijden, is de strijd tussen etnische en religieuze groepen. Zelfs wanneer er een vredesverdrag is, blijven deze gemeenschappen na het conflict vaak fragiel. Dit wordt gekenmerkt door voortdurend wantrouwen, verdenking, wrok, toewijzing van schuld en zelfsegregatie. In dit artikel worden de contributies van het Oxford Centre for the Study of Intergroup Conflict (OCSIC) besproken, waarbij getracht wordt om de rol van intergroepscontact in de reductie van vooroordelen en conflicten te begrijpen. Hierbij wordt vooral de nadruk gelegd op het langdurige onderzoek van de OCSIC in Noord-Ierland, Maleisië, Zuid-Afrika en Cyprus.

Wat is het effect van direct contact tussen groepen?

Gordon Allport kwam in 1954 met het begrip ‘contacthypothese’ – hij veronderstelde dat contact tussen groepen zou leiden tot verminderde vooroordelen en betere relaties tussen groepen als aan vier optimale condities werd voldaan. Ten eerste zou er een gelijke status tussen de individuen moeten zijn, ten tweede zou de contactsituatie samenwerking tussen de groepen moeten vereisen, ten derde zouden groepen moeten werken naar gezamenlijke doelen, en ten slotte zou contact gelegitimeerd moeten worden door institutionele ondersteuning. Deze hypothese heeft veel invloed gehad op dit domein van het onderzoeksveld en op (sociale) beleidsvorming in verschillende landen.

Wat is het bewijs voor het directe contact?

Uit verschillende onderzoeken en een grote meta-analyse blijkt inderdaad een negatieve relatie tussen contact en vooroordelen, wat dus betekent dat meer contact tussen groepen leidt tot minder vooroordelen. Ook werd gevonden dat contactsituaties die voldoen aan de condities van Allport effectiever zijn in het reduceren van vooroordelen dan situaties die niet aan die voorwaarden voldoen. Echter, er wordt gesteld dat deze condities zouden moeten worden gezien als faciliterend in plaats van essentieel, omdat het ontbreken van deze condities wel nog steeds kan leiden tot een vermindering in vooroordelen. Ook blijkt uit de meta-analyse dat de vermindering in vooroordelen sterker geldt voor de meerderheidsgroep (en dus voor hun vooroordelen over minderheden) dan voor de minderheidsgroep (met hun vooroordelen over de meerderheid).  

Een nadeel van deze grote meta-analyse is dat veel onderzoeken cross-sectioneel zijn, in plaats van experimenteel of longitudinaal. Hierdoor is de mogelijkheid om causale verbanden te trekken gelimiteerd. Een ander nadeel is dat veel van de onderzoeken gedaan zijn in goedaardige omgevingen (zoals op een college campus) en niet in daadwerkelijke conflictsituaties.

Beide limitaties zijn meegenomen in later onderzoek van Hewstone en collega’s – zij deden een longitudinale studie naar de katholieken en protestanten in Noord Ierland, wie al decennialang met elkaar in conflict zijn. Uit het onderzoek bleek dat contact op het eerste tijdstip een negatief effect had op vooroordelen op het tweede tijdstip. Echter, de vooroordelen op het eerste tijdstip hadden geen invloed op het contact op het tweede tijdstip van de metingen. Deze resultaten zijn dus consistent met het idee dat contact tussen groepen een causaal effect heeft op het verminderen van vooroordelen, en niet andersom.

Wat zijn de modererende variabelen van direct contact?

Er zijn meerdere modererende variabelen gevonden, zoals de omgeving van het contact, de doelgroep en de meerderheid- versus minderheidsgroepsstatus. Een heel belangrijke modererende variabele die hier wordt uitgelicht zijn de variërende niveaus van categorisatie gedurende het contact. De auteurs stellen dat er voordelen zijn bij het behoud van opvallendheid tussen de groepen, zolang het contact positief is.

Als het contact zo is geregeld dat het plaatsvindt tussen ingroup- en outgroupleden die als voldoende typisch of representatief van hun groepen kunnen worden beschouwd, dan moeten de positieve veranderingen die zich voordoen te generaliseren zijn tot de groepen als geheel. Hoewel dit voorstel op het eerste gezicht paradoxaal lijkt te zijn, is een van de noodzakelijke voorwaarden om dit te laten gebeuren dat het groepslidmaatschap duidelijk zichtbaar blijft. Experimentele en correlationele onderzoeken bieden uitgebreid bewijs voor dit standpunt.

Welke factoren bemiddelen direct contact?

Behalve het feit dát contact werkt, zijn onderzoekers ook benieuwd naar hoe of waarom het werkt. Bewijs uit verschillende onderzoeken en een meta-analyse tonen drie belangrijke bemiddelende factoren die relevant zijn in gemeenschappen na conflict.

Als eerste factor speelt angst tussen de groepen een rol. Hiermee bedoelen we de gevoelens van discomfort en zenuwen wanneer de twee groepen elkaar tegenkomen. Wanneer deze angst vermindert door contact, zullen meer positieve attitudes hieruit volgen. De tweede factor is empathie, het vermogen om iemand anders’ gevoelens te begrijpen en te delen. Wanneer er meer empathie is tussen twee groepen, zal het contact effectiever zijn en zullen de vooroordelen sneller verdwijnen. De derde factor is de waargenomen bedreiging van de outgroup op de ingroupleden. Deze factor verschilt van de eerste, in de zin dat het hier gaat om de angst dat de groepsstructuur verandert door de andere groep (bijvoorbeeld macht verliest of het systeem van de groep moet aanpassen). Contact tussen de groepen kan deze waargenomen bedreiging verminderen. In sommige onderzoeken is gevonden dat deze vorm van bedreiging alleen een bemiddelende factor is wanneer iemand zich sterk identificeert met de ingroup, en dat de eerste factor in andere gevallen juist een grotere rol speelt. Uit nog een ander onderzoek blijkt ook dat positief contact tussen de groepen de bedreiging die minderheidsgroepen ervoeren verminderde (zij hadden meer positieve evaluaties van de meerderheidsgroep), maar dat dit effect niet gevonden werd voor de meerderheidsgroep.

Hoe zit het als groepen niet direct contact kunnen hebben met elkaar?

Dat direct contact een positieve invloed heeft op groepen is natuurlijk ontzettend mooi. Echter, dit effect kan alleen plaatsvinden als de groepsleden de mogelijkheid hebben tot direct contact. Nieuwe benaderingen hebben dan ook de bijdrage van verlengd contact (extended contact) onderzocht. Met verlengd contact wordt bedoeld dat iemand weet dat een ingroup lid directe contacten heeft met outgroup leden.

Wat is het bewijs voor het verlengd contact?

Uit onderzoek van Wright en collega’s (1997) blijkt zowel correlationeel als experimenteel bewijs voor verlengd contact. Zij toonden aan dat respondenten (ofwel uit een meerderheidsgroep ofwel uit een minderheidsgroep) die ten minste één ingroup lid kenden met een vriend uit een andere groep, minder vooroordelen hadden jegens de outgroup dan respondenten die niet zo iemand kenden. Ook was het zo dat hoe groter het aantal mensen van de ingroup met vrienden uit een outgroup, hoe lager de vooroordelen waren.

Wat zijn de modererende variabelen van verlengd contact?

Er zijn verschillende factoren die het verlengd contact modereren. In dit artikel worden er twee besproken. Als eerste is er de negatieve relatie tussen verlengd contact en vooroordelen. Deze relatie is sterker voor participanten met weinig directe vrienden uit andere groepen en voor mensen die gesegregeerd wonen (in plaats van in gemengde gemeenschappen). Dus, het verlengd contact kan vooral een positief effect hebben op mensen die weinig direct contact hebben met outgroup leden. Ten tweede is het zo dat de effectiviteit van verlengd contact wordt gemodereerd door de mate van nabijheid die ingroup leden voelen met andere ingroup leden die dus inderdaad contact hebben met de outgroup. Wanneer een ingroup lid zich veel verbonden voelt met dit andere lid, zal het vertrouwen naar de outgroup groter zijn.

Welke factoren bemiddelen verlengd contact?

Toen Wright en collega’s voor het eerst kwamen met het concept van verlengd contact, stelden ze vier mechanismen voor waarvan zij dachten dat die ten grondslag lagen aan het verminderen van de vooroordelen door verlengd contact: verminderde angst tussen de groepen, meer inclusieve ingroup en outgroup normen, en een hogere inclusie van de outgroup in het zelfbeeld van het individu. Deze mechanismen zijn in latere onderzoeken getest, en hier is inderdaad bewijs voor gevonden.

Wat zijn de uitkomsten voor conflictresolutie?

Het onderzoek naar conflictresolutie heeft het belang van intergroepsvertrouwen en vergeving benadrukt als opstap naar verzoening. Deze twee concepten zijn echter vaak lastig te ontwikkelen in gemeenschappen die in conflict zijn geweest. Het intergroepsvertrouwen is van belang omdat het vertrouwen van leden van de outgroup om samen te werken met de ingroup zorgt voor positievere verwachtingen van de outgroup. De groepen worden dan positiever naar elkaar en de vijandige neigingen en vooroordelen verdwijnen. Vergeving is belangrijk om als groep verder te kunnen met elkaar. De vergeving is groter wanneer mensen meer het gevoel hebben dat er een collectieve schuld is – door meer het perspectief van de ander in te kunnen nemen wordt vergeving gefaciliteerd.

Wat is het secundaire overdrachtseffect?

Recent onderzoek heeft aangetoond dat contact tussen groepen nog meer potentiële waarde heeft, door te laten zien dat de contacteffecten zich laten generaliseren. Het is dus zo dat de positieve effecten tegenover één outgroup (die waar het contact mee is) zich ook vertalen naar andere outgroups buiten de contactsituatie. Dit wordt het secundaire overdrachtseffect (secondary transfer effect) genoemd. Er is bewijs gevonden dat dit proces komt door attitude generalisatie. Hierbij worden attitudes die iemand heeft over een attitude object gegeneraliseerd naar andere, verwante attitude objecten.

Welke aspecten dienen nog verder te worden onderzocht?

De contacthypothese heeft verscheidene kritieken gehad. Ter afsluiting van de huidige samenvatting van contactonderzoek worden vijf problemen genoemd waar vervolgonderzoek nodig is. Ten eerste is het zo dat veel contactonderzoek (inclusief dat van de huidige auteurs) gebaseerd is op cross-sectioneel onderzoek. Het is noodzakelijk om meer longitudinale studies te doen en de uitkomsten hiervan te onderzoeken. Ten tweede dient vervolgonderzoek uit te wijzen wat de effecten van contact nou precies zijn op lange termijn en op het gedrag van de groepsleden. Ten derde moeten er meer analyses komen op verschillende niveaus, zodat de effecten op het individuele niveau kunnen worden onderscheiden van effecten op groepsniveau (zoals de buurt waarin mensen wonen). Individuele processen kunnen mogelijk verschillen van groepsprocessen, waardoor het contacteffect op groepsniveau mogelijk anders in elkaar steekt. Ten vierde moet vervolgonderzoek meer kijken naar de negatieve factoren die soms spelen in contactsituaties, waardoor de relaties tussen de groepen bemoeilijkt kunnen worden. Het verschil tussen positieve en negatieve contacten dient duidelijker in kaart te worden gebracht. Ten slotte hebben maar een paar studies gekeken naar het effect van contact voorafgaand aan het conflict op de groepspercepties en –gedragingen na het conflict. De relaties vooraf kunnen namelijk een belangrijk effect hebben op de vergevingsgezindheid van de groepen. Hier dient nog uitgebreider onderzoek naar te worden gedaan.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: this content refers to
Psychology and behavioral sciences - Theme
Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Check: more related and most recent topics and summaries
Check more: study fields and working areas

Image

Share: this page!
Follow: Vintage Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2731 1
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector