Hoe werken de cognitieve functies in de hersenen? - Chapter 13

Hoe werken lateralisatie en taal?

In de natuur is symmetrie een veelvoorkomend verschijnsel.  Toch is er ook asymmetrie te vinden. Zo zijn de linkerhersenhelft en de rechterhersenhelft van het menselijk lichaam verschillend van elkaar wat betreft hun functies.

De linker- en rechterhemisferen

De linkerhersenhelft van de cerebrale cortex is verbonden met huidreceptoren en spieren, met name met die aan de rechterkant van het lichaam. De rechterhersenhelft is met name verbonden met de huidreceptoren en spieren van de linkerkant van het lichaam. Beide hersenhelften sturen de rompspieren en gezichtsspieren aan. De rechterhersenhelft ziet alleen de linkerkant van de wereld, de linkerhelft de rechterkant. Auditieve informatie komt van beide oren, maar net iets meer van het contralaterale (tegenovergestelde) oor. Reuk en smaak worden niet gekruist verwerkt. Niemand weet waarom elke hersenhelft de contralaterale zijde van het lichaam bestuurt. Het corpus callosum is een bundel axonen die de twee hersenhelften met elkaar verbindt. De twee hersenhelften zijn niet elkaars spiegelbeeld. Voor de meeste mensen is de linkerhersenhelft gespecialiseerd in taal. Lateralisatie is de verdeling van functies tussen de twee hemisferen; de verschillen in specialisatie tussen de beide hersenhelften.

Anatomische verschillen tussen de hersenhelften

Een onderdeel van de temporale cortex, de planum temporale, is bij de meeste mensen groter in de linkerhemisfeer van de hersenen. Daarnaast zijn er nog wat kleinere anatomische verschillen te vinden tussen de hersenhelften, bijvoorbeeld ook bij primaten.

Visuele en auditieve connecties naar de hersenhelften

Het visuele veld is datgene dat op een bepaald moment zichtbaar is. Het rechtergedeelte van het visuele veld projecteert naar het linkerdeel van het netvlies van elk oog. Anders gezegd: naar het neuswaarts (nasaal) gelegen netvliesdeel van het rechteroog en het slaapwaarts (temporaal) gelegen netvliesdeel van het linkeroog. Voor de linkerhelft van het gezichtsveld is dit precies andersom. Het optische chiasme is de plek in de hersenen waar de helft van de axonen van elk oog kruist naar de tegenovergestelde kant in de hersenen. Het auditieve systeem is anders georganiseerd. Elk oor stuurt de informatie naar beide hersenhelften, omdat dat ervoor zorgt dat je het beste geluiden kunt lokaliseren. Als twee oren verschillende informatie krijgen, besteedt elke hersenhelft meer aandacht aan het oor aan de andere zijde.

De corpus callosum en het doorsnijden van de hersenen

Na schade aan het corpus callosum kan elke hersenhelft snel en precies reageren op vragen of stimuli die deze hersenhelft direct bereiken. De antwoorden op een aantal vragen over informatie van de andere zijde gaat langzaam als het corpus callosum is doorgesneden en de communicatie afhangt van de commisura anterior of andere kleine commisures. Het corpus callosum werd soms doorgesneden als behandeling voor ernstige epilepsie, een conditie die gekenmerkt wordt door herhaalde periodes van extreme gesynchroniseerde neurale activiteit, met name veroorzaakt door verminderde vrijlating van de neurotransmitter GABA. Dit kan veroorzaakt worden door een mutatie in een gen dat de GABA-receptor controleert, trauma of infectie van de hersenen, hersentumoren of blootstelling aan giftige stoffen. Soms is de oorzaak niet bekend. De hersenhelften werken afzonderlijk van elkaar. De linkerhersenhelft is belangrijk voor spraak. Spraakbegrip is ongeveer gelijk verdeeld. Een split brain patiënt kan een object benoemen dat in het rechter visuele veld verschenen is en geprojecteerd wordt naar de linkerhersenhelft. Andersom kan dit meestal niet. Ook al zijn de twee hersenhelften van een split brain patiënt soms in conflict, ze vinden altijd een manier om samen te werken en elkaar aan te vullen.

Gescheiden hemisferen: competitie en coöperatie

Als de rechterhersenhelft iets doet, dan weet de linkerhersenhelft niet waarom de rechter helft dit doet. Wat de linkerhersenhelft betreft, was de actie onbewust. Hoe reageert de linkerhersenhelft daarop? Nou, de linker helft is niet verbaasd en het verzint een verklaring. Als de rechterhersenhelft iets lekkers ruikt, dan voelt de linkerhersenhelft dat de stemming is verandert en denkt bij zichzelf ‘wat een lekker gerecht.’ Door bepaalde onderzoeken heeft Michael Gazzinga voorgesteld dat de linker hersenhelft ook gezien kan worden als de interpreter. De linkerhersenhelft heeft volgens hem dus de neiging om verklaringen te verzinnen en te verdedigen voor bepaalde acties. Dit is zelfs het geval wanneer de ware oorzaken onbewust zijn. Dit geldt voor alle personen en niet alleen voor split-brain patiënten.

De rechter hemisfeer

De rechterhersenhelft is dominant voor de emotionele ‘vervoegingen’ van spraak en voor het interpreteren van de emotionele expressie van andere mensen, in spraak of expressie van gezichten. Het is ook meer aangepast aan het begrijpen van ruimtelijke relaties dan de linkerhersenhelft. Met betrekking op visie besteedt het vooral aandacht aan de algemene patronen. De linkerhersenhelft besteedt meer aandacht aan details met betrekking tot visie.

Het vermijden van overstatements

Je kunt niet zomaar uitspraken doen over hersenhelften, waar ze met name in gespecialiseerd zijn en je eigen gedrag. Voor veel dingen gebruik je namelijk beide hersenhelften; ze werken samen of vullen elkaar aan

De evolutie van taal

De niet-menselijke precursors voor taal zijn chimpansees, bonobo’s en niet-primaten.

Chimpansees

Chimpansees kunnen leren communiceren met gebaren en non-vocale symbolen, al lijkt hun output niet op die van mensen.

Bonobo’s

Bonobo’s hebben meer progressie in taal gemaakt dan gewone chimpansees, dankzij verschillen tussen de soorten, eerder beginnen met trainen en andere trainingsmethoden.

Niet-primaten

Wat betreft niet-primaten heeft een dier bij verschillende onderzoeken spectaculaire resultaten gehaald. Een Afrikaanse grijze papegaai (Alex) heeft verrassende taalmogelijkheden laten zien, met een brein dat anders georganiseerd is dan dat van primaten.

Hoe hebben mensen taal ontwikkeld?

De meeste theorieën die verklaren waarom mensen taal ontwikkeld hebben vallen uiteen in twee categorieën:

  • We hebben taal ontwikkeld als bijproduct van algemene hersenontwikkeling.
  • We hebben taal ontwikkeld als een hersenspecialisatie.

Is taal een bijproduct van algemene hersenontwikkeling?

Het meest eenvoudige perspectief is dat mensen grote hersenen hebben ontwikkeld en daardoor een grote intelligentie. Taal heeft zich per ongeluk ontwikkeld als bijproduct van deze intelligentie. In de simpelste vorm heeft deze hypothese grote problemen. Het eerste probleem gaat over mensen met een normale grootte hersenen en toch verstoorde taal. Sommige mensen hebben een normale hersengrootte en normale intelligentie, maar zij vertonen taalgebreken. Een genetische aandoening kan taal verslechteren zonder een negatieve invloed uit te oefenen op andere aspecten van intelligentie. Taal heeft blijkbaar hersenspecialisatie nodig, niet alleen breinexpansie. Het tweede probleem gaat over het Williams syndroom. Kan iemand met een verstandelijke beperking (heel) goed zijn in taal? Psychologen dachten van niet, tot ze het Williams syndroom ontdekten; ondanks vele beperkingen in het verstand kunnen deze mensen vloeiend en grammaticaal correct een taal spreken. De oorzaak is de verwijdering van bepaalde genen op chromosoom 7, waardoor er minder grijze massa is (met name in de gebieden gerelateerd aan visie). Deze mensen zijn niet goed in dingen die gerelateerd zijn aan getallen, visuospatiële vaardigheden en ruimtelijke perceptie. Ze zijn vaak muzikaal, vriendelijk en kunnen gezichtsuitdrukkingen goed interpreteren. Observaties van dit syndroom laten zien dat taal niet simpelweg een bijproduct is van intelligentie.

Taal als specialisatie

Als taal geen bijproduct is, is het dan ontwikkeld als een gespecialiseerd hersenmechanisme? Volgens Noam Chomsky en Steven Pinker hebben mensen een ‘language aquisition device’, een ingebouwd mechanisme om taal te verwerven. Het belangrijkste bewijs hiervoor is de manier waarop kinderen taal ontwikkelen. Kinderen maken gebruik van grammaticastructuren die ze zelf niet vaak gehoord hebben om ze te kunnen leren. De meeste onderzoekers zijn het erover eens dat er iets is dat mensen speciaal hebben ontwikkeld om taal eenvoudig aan te leren. Maar wat is dat? Bepaalde gebieden in de linker temporale kwab en frontale cortex zijn belangrijk voor taal. Ook bij apen zijn deze gebieden voor vocale geluiden, al is de anatomie verschillend. We weten niet hoe en waarom mensen taal ontwikkeld hebben, maar het is waarschijnlijk geen bijproduct van algemene intelligentie. Het is makkelijker om aan te nemen dat algemene intelligentie een bijproduct is van taal. Helaas is het moeilijk om de vroege evolutie van menselijk gedrag te reconstrueren.

Een sensitieve periode voor het leren van taal

Het beste bewijs voor een gevoelige periode van taalontwikkeling is de observatie dat dove kinderen gebarentaal veel beter en eenvoudiger leren als ze dit op vroege leeftijd doen en niet pas later aangeboden krijgen. Er lijkt echter geen groot verlies van taalcapaciteit op een bepaalde leeftijd te zijn.

Hersenschade en taal

Veel kennis over de hersenmechanismen van taal komt van studies van mensen met hersenschade.

Afasie van Broca (ofwel niet-vloeiende afasie)

Afasie is een taalstoornis. Broca rapporteerde mensen met afasie, die een laesie hadden in de linker frontale cortex, meestal veroorzaakt door een beroerte. Het gebied van Broca bevindt zich in de linker frontale cortex. Broca was niet de eerste die liet zien dat dit gebied belangrijk is voor taal, maar wel degene die de meest uitgebreide omschrijving gaf. Deze ontdekking was de eerste stap naar de moderne neurologie. Tegenwoordig weten we dat een groot gedeelte van de linkerhersenhelft wordt geactiveerd bij spraak. De schade aan het gebied van Broca is minder dramatisch dan de schade aan dat gebied en de omringende gebieden. Als mensen met hersenschade verslechterde taalproductie hebben, hebben ze afasie van Broca of niet-vloeiende afasie (ongeacht de locatie van de hersenschade).

Moeite met taalproductie

Mensen met afasie van Broca kunnen zich niet goed en alleen langzaam uitdrukken met betrekking tot alle soorten expressie, zoals praten, schrijven en gebaren maken. Afasie van Broca is gerelateerd aan taal, niet aan de vocale spieren. Mensen met afasie van Broca vermijden voornaamwoorden, voorzetsels, hulpwerkwoorden en voegwoorden. Voornaamwoorden, voorzetsels, hulpwerkwoorden en voegwoorden zijn de ‘closed class’ van grammaticale vormen, omdat die nauwelijks nieuw worden toegevoegd in een taal. Nieuwe zelfstandige naamwoorden en werkwoorden maken deel uit van de ‘open class’. Mensen met afasie van Broca maken allen gebruik van de meest duidelijke gedeeltes van zinnen, net zoals mensen met pijn doen, of ze hebben een beschadigd ‘grammaticagebied’ in de hersenen.

Problemen in het begrijpen van grammaticale woorden en zinspreuken

Mensen met afasie van Broca hebben moeite met het begrijpen van de woorden die ze zelf daarom vermijden als ze spreken. Toch hebben ze niet hun volledige kennis van grammatica verloren. Ze snappen vaak wel dat er iets mis is met sommige zinnen, maar ze weten niet hoe ze het moeten verbeteren. Hun begrip lijkt op het begrip van normale mensen die afgeleid zijn.

Afasie van Wernicke (vloeiende afasie)

Carl Wernicke ontdekte in 1874 dat schade aan een gebied in de linker temporale cortex een ander soort taalgebrek opleverde. Mensen konden wel praten en schrijven maar begrepen niet veel. Schade binnen en rondom het gebied van Wernicke leidt tot de afasie van Wernicke, wat gekenmerkt wordt door slecht taalbegrip en verslechterde mogelijkheid om de namen van objecten te herinneren. Dit staat ook bekend als vloeiende afasie, omdat de patiënt nog steeds vloeiend kan praten. Deze termen worden gebruikt om een bepaald patroon te beschrijven, onafhankelijk van de locatie van de hersenschade, net zoals bij de afasie van Broca. De typische kernmerken zijn als volgt:

  • Gearticuleerde spraak. Patiënten kunnen vloeiend spreken, op de pauzes om na te denken over de naam van iets na.
  • Moeite met het vinden van het juiste woord. Mensen met afasie van Wernicke hebben anomie, moeite met het herinneren van namen van objecten.
  • Slecht taalbegrip. Patiënten hebben moeite met het begrijpen van gesproken en geschreven taal. Ze hebben met name moeite met werkwoorden en zelfstandige naamwoorden. Als je die niet kunt begrijpen, begrijp je nauwelijks wat van zinnen.

Dyslexie

Dyslexie is een specifiek leesgebrek bij iemand die goed kan zien en goede andere academische vaardigheden heeft. Het komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes en wordt gerelateerd aan vier genen die gebreken veroorzaken bij het horen of in cognitie. Dyslexie komt met name voor bij mensen die Engels lezen (en Engels als primaire taal hebben). De natuur van de taal bepaalt welk hersengebied belangrijk is voor taal. Mensen met dyslexie hebben vaker een bilaterale symmetrische cerebrale cortex. Kinderen met dyslexie hebben minder opwinding in de pariëtale en temporale cortex terwijl ze lezen. Het begrijpen van een gesproken taal hangt af van een combinatie van visie en horen. Dysfonetische dyslecten hebben moeite met het uitspreken van woorden. Dyseiditische dyslecten kunnen wel woorden uitspreken, maar kunnen woorden niet als geheel herkennen. De ernstigste gevallen van dyslexie worden veroorzaakt door hersenschade die het visuele veld beperkt. Veel mensen met dyslexie hebben auditieve problemen. Daarnaast hebben ze problemen met aandacht.

Hoe werken bewuste en onbewuste processen?

De relatie tussen de geest en het lichaam

Met het mind-body probleem vragen we ons af wat de relatie is tussen geest en brein. Bij dit probleem zijn twee denkwijzen ontstaan: het dualisme en het monisme. Dualisten zijn er van overtuigd dat geest en lichaam verschillende soorten stof zijn die zelfstandig bestaan. Descartes was een aanhanger van het dualisme. Wel stelde hij dat geest en hersenen communiceren op één punt, de pijnappelklier. Het dualisme is in strijd met een van de hoekstenen van de natuurkunde, bekend als de wet van het behoud van materie en energie: voor zover wij kunnen nagaan, is het totale bedrag van materie en energie in het heelal is vastgesteld sinds de oerknal, toen het allemaal is ontstaan. Materie kan worden omgezet in energie of energie in materie, maar geen van beiden komt uit het niets of verdwijnt in het niets. Aangezien materie alleen verandert wanneer andere materie en energie daar naar handelen, kan een geest dat niet is opgebouwd uit materie of energie niet alles laten gebeuren, met inbegrip van spierbewegingen. Het monisme is overtuigd dat het universum maar uit één stof bestaat. Er zijn verschillende vormen binnen het monisme:

  • Materialisme. Alles wat bestaat is materieel of fysiek. Bij eliminatief materialisme zijn mensen ervan overtuigd dat mentale gebeurtenissen niet bestaan, elke folk psychologie gebaseerd op gedachten en mentale activiteit is principieel onjuist.
  • Mentalisten denken dat alleen de geest echt bestaat en de fysieke wereld niet kan bestaan tenzij een geest ervan op de hoogte was.
  • Identiteit positie. Mentale processen en bepaalde breinprocessen zijn hetzelfde maar in verschillende termen beschreven.

Makkelijke problemen hebben betrekking op vragen als het verschil tussen waken en slapen, moeilijke problemen hebben betrekking op waarom bewustheid überhaupt bestaat.

Bewustzijn van een stimulus

Er is geen goede hypothese waarom hersenactiviteit soms bewust is, maar er kan wel onderzocht worden welke soorten hersenactiviteit bewust zijn. Verschillende data impliceren dat bewustzijn van een stimulus afhangt van de hoeveelheid hersenactiviteit. Je bewust worden van iets betekent dat datgene meer hersenactiviteit gebruikt of verbruikt. Bepaalde instructies kunnen bepaalde gebieden primen waardoor die gebieden hun responsen vergroten. Hier zijn verschillende experimenten over uitgevoerd.

Experimenten die gebruikmaken van ‘masking’

‘Masking’ is een korte visuele stimulus die voorafgegaan word en gevolgd door langere interfererende stimuli. In veel gevallen wordt alleen de latere stimulus gepresenteerd, backward masking genoemd. Bij masking wordt de stimulus vaak niet gezien door de participant. Bij mensen met hersenschade duurt het langer voordat een stimulus bewust wordt, de stimulus moet dus langer getoond worden. Wanneer je je bewust bent van het gebruik van masking wordt de primaire visuele cortex meer gestimuleerd, de activiteit wordt verspreid naar verschillende hersengebieden zoals de prefrontale cortex en de pariëtale cortex. Deze hersengebieden verwerken het signaal. Als je ziet iets en herkent, roept het precies gesynchroniseerde activiteit op in verschillende hersengebieden, in de frequentie van ongeveer 30 - 50 Hz, bekend als gamma-golven.

Experimenten die gebruikmaken van binoculaire rivaliteit

Binoculaire rivaliteit is de veranderende perceptie tussen wat het linkeroog en het rechteroog ziet, wanneer de twee onverenigbaar zijn. Deze percepties hoeven niet gelijk verdeeld te zijn.

Het lot van een stimulus waar je je aandacht niet op richtte

Veel stimuli hebben invloed op ons gedrag, zonder dat we ons daar bewust van zijn. Zelfs voordat een stimulus bewust wordt, verwerkt het brein genoeg informatie om te bepalen of iets betekenisvol is of niet.

Bewustzijn als een grensfenomeen

Komt bewustzijn in verschillende vormen en niveaus? Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, maar een studie geeft de suggestie dat bewustzijn een ja-nee fenomeen en een grensfenomeen is.

De timing van bewustzijn

Ben je je bewust van dingen op de momenten waarop ze gebeuren? Het lijkt erop, maar hoe kun je dat zeker weten? Het phi-fenomeen is de neiging om iets te zien alsof het heen een weer beweegt tussen posities, terwijl de stimulus in feite aan en uit knippert op deze posities. Soms beïnvloedt een latere gebeurtenis onze bewuste perceptie van een stimulus die daarvoor kwam.

Bewuste en onbewuste mensen

Als je het hebt over het bewustzijn van een mens zijn er twee dingen van belang. Ten eerste is het van belang hoe een persoon als hij wakker en bewust is, zijn aandacht kan gaan richten op een bepaalde stimulus. Ten tweede is het van belang hoe de persoon als geheel zich bewust kan zijn van dingen. Dit is vooral belangrijk in het onderzoek naar mensen in coma’s en hoe die weer wakker kunnen worden.

Aandacht

Aandacht is sterk afgestemd op het bewustzijn, ‘inattentional blindness’ of ‘change blindness’ is een fenomeen waarbij je je alleen bewust bent van de dingen waar je je aandacht op richt. Je kunt bewustzijn hebben zonder je aandacht ergens op te richten, maar je kunt niet ergens je aandacht op richten zonder bewustzijn te hebben.

Hersengebieden die aandacht controleren

Psychologen onderscheiden top-down en bottom-up aandacht. Een bottom-up proces hangt van de stimulus af. Wanneer je buiten loopt en er een hond blaffend de hoek om komt rennen, dan zal dat je aandacht trekken. Top-down processen zijn opzettelijk. Wanneer je op een feestje bent en je probeert je vriend in de menigte te vinden, dan maak je dus gebruikt van een top-down proces. Top-down processen hangen af van de prefrontale cortex en de pariëtale cortex. Je kunt je aandacht zelfs besturen, zonder je ogen te bewegen. De vaardigheid om afleidingen te weerstaan fluctueert en het verschilt ook per persoon. Mensen die vaak computer spelletjes spelen, zijn beter op aandachtstaken dan mensen die het niet doen, omdat de eerstgenoemde mensen een betere controle over hun top-down processen hebben.

Ruimtelijk neglect

‘Neglect’ wordt veroorzaakt door een gebrek in aandacht, niet door een gebrek in sensatie. Iemand met ‘ruimtelijk neglect’ kan een hele letter goed genoeg zien om te zeggen wat het is, ook al negeert hij de linkerhelft wanneer hij gevraagd wordt om alle elementen waaruit het is opgebouwd door te strepen. Deze mensen hebben vaak schade aan de rechterhersenhelft. Mensen met sensorische neglect hebben ook moeilijkheden met het werkgeheugen en met het verplaatsen van hun aandacht van de ene naar de andere stimulus, zelfs wanneer de stimuli van links naar rechts niet variëren.

Hoe maken we beslissingen en wat is sociale neurowetenschap?

Het menselijk leven is vol van sociale interacties. Mensen helpen elkaar en maken continu beslissingen over sociale interactie.

Perceptuele beslissingen

Soms moet je feitelijke beslissingen maken. Je weegt dan het bewijs tegen elkaar op en neemt de beslissing. De hersenen doen dit waarschijnlijk door het optellen van informatie die voor een bepaalde keuze is, en informatie die tegen een bepaalde keuze is. Dit wordt ook aangetoond door middel van verschillende onderzoeken bij ratten.

Beslissingen op basis van waarden

Veel beslissingen hangen af van de individuele voorkeuren van een mens. Je gaat schatten wat iedere beslissing voor uitkomst teweeg gaat brengen, en dan beslis je wat het beste voor jou is. Cellen in de basale ganglia kunnen zo leren wat de beste keuze is. De reacties van de basale ganglia worden aangepast door de ventromediale prefrontale cortex. Hierdoor krijg je ook steeds meer vertrouwen in je beslissingen – als ze herhaaldelijk goed uitpakken. De informatie van de ventromediale prefrontale cortex gaat naar de orbitofrontale cortex. Die reageert op basis van de afgewogen beloning ten aanzien van andere mogelijke keuzes.

De biologie van liefde

Sociale neurowetenschap is de studie naar hoe genen, chemicaliën en hersengebieden bijdragen aan sociaal gedrag. Het is een relatief nieuw gebied van wetenschap. Wanneer je verliefd bent op iemand en je kijkt naar zijn of haar foto’s, dan zullen de hersengebieden die actief zijn tijdens beloningen op dat moment ook actief zijn. Dit zijn dezelfde hersengebieden die actief zijn wanneer een verslaafde drugs inneemt. Een foto bekijken van je geliefde zal ook de hippocampus en andere gebieden die belangrijk zijn voor geheugen en cognitie activeren. Dit komt doordat je denkt aan alle leuke dingen die je met je geliefde hebt gedaan. Het lijkt er dus op dat liefde een combinatie is tussen motivatie, herinneringen, cognities en emoties. Vrouwen laten oxytocine vrij vlak voor en na de bevalling. Oxytocine stimuleert de borsten om melk te produceren en spoort de moeder aan om moederlijk gedrag te vertonen. In veel dieren zorgt oxytocine er voor dat moeder en kind een band krijgen. Zowel mannen als vrouwen laten oxytocine vrij tijdens seksuele activiteiten. Oxytocine wordt daarom ook wel de liefdesdrug genoemd. De effecten van oxytocine kunnen onderzocht worden door de helft van de proefpersonen oxytocine te geven en de andere helft een placebo te geven. Er zijn verscheidene onderzoeken uitgevoerd en enkele resultaten zijn dat oxytocine er voor zorgt dat mannen die een partner hebben, trouwer zijn aan hun partner (verder weg staan van een andere vrouw), mensen hun partner aantrekkelijker vinden en het verhoogt het vertrouwen in je in-group. Echter, de effecten van oxytocine zijn niet altijd positief. Uit onderzoek is gebleken dat oxytocine, wanneer mensen zich bedreigd voelen, de aandacht vestigt naar gevaren, stress en boosheid verhoogt en de negatieve reacties naar anderen (vooral onbekenden) verhoogt. Een hypothese is dat oxytocine de aandacht voor belangrijke sociale aanwijzingen verhoogt. Dit resulteert in meer aandacht voor gezichtsuitdrukkingen en positieve responsen voor mensen die we liefhebben, maar meer wantrouwen voor onbekenden of iemand waar je over twijfelt.

Empathie en altruïsme

Beschavingen hangen af van behulpzaamheid. Behulpzaamheid hangt af van empathie. Empathie is de mogelijkheid om je met andere mensen te kunnen identificeren en hun pijn te kunnen voelen, alsof het je eigen pijn is. Empathie komt niet alleen bij mensen voor, maar het is wel sterker bij mensen dan bij andere dieren. De vaardigheid om je in iemand anders te plaatsen, hangt af van het gebied waar de pariëtale cortex en temporele cortex samen komen. Er is geen enkel hersengebied dat verantwoordelijk is voor empathie en moreel gedrag. Meerdere gebieden samen zijn hiervoor verantwoordelijk. Je hoort vaak dat je aardig tegen iedereen moet zijn, maar de meeste mensen voelen toch de meeste empathie voor iemand die ze kennen (familielid of goede vriendin). Evolutionair gezien is het vanzelfsprekend om meer altruïstisch te zijn tegen je familieleden of iemand die op je lijkt (de kans is groot dat iemand die op je lijkt, ook een familielid van je is). Echter, deze in-group bias verschilt per persoon. Mensen variëren in de mate van empathie en altruïsme en deze variaties verschillen ook in hun hersenactiviteit. Zo is het grootste effect zichtbaar door middel van frontotemporale dementia. Dit betekent dat er gebieden uitvallen die ervoor zorgen dat je mogelijke beloningen kan evalueren en expressies van mensen kan interpreteren.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters
Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2721
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector