Vraag 1
Wat houdt een positieve relatie tussen twee variabelen in?
Vraag 2
Wat geeft de covariantie aan?
Vraag 3
Wat is Pearson correlatie coëfficiënt?
Vraag 4
Wat is een bivariate correlatie?
Vraag 5
Hoe onderzoek je de significantie van r?
Vraag 6
Wat is een bootstrap betrouwbaarheidsinterval?
Vraag 7
Waarom is er bij correlatie niet automatisch sprake van causaliteit?
Vraag 8
Wat is het coëfficiënt van determinatie?
Vraag 9
Wat is Spearman correlatie coëfficiënt?
Vraag 10
Wanneer wordt de Kendall’s tau gebruikt?
Vraag 11
Wanneer gebruik je de biseriële correlatie coëfficiënt?
Vraag 12
Wat is de partiële correlatie?
Vraag 13
Wat is het verschil tussen semi-partiële correlatie en partiële correlatie?
Vraag 14
Wat gebruik je om correlaties te vergelijken?
Vraag 15
Wat moet je doen om de effectgrootte te berekenen?
Vraag 16
Welke drie eigenschappen van de relatie tussen X en Y worden er gemeten met een correlatie?
Vraag 17
Variabele x en y hebben een r² van 0.15. Betekent dit een grote, een kleine of een gemiddelde correlatie?
Vraag 18
Wat is het verschil tussen de pearson correlatie en de multipele correlatie R?
Vraag 1
Een positieve relatie houdt in dat een toename in de ene variabele samenhangt met een toename in de andere variabele.
Vraag 2
De covariantie geeft aan of variabelen samenhangen en of deze samenhang positief of negatief is.
Vraag 3
Pearson correlatie coëfficiënt is de gestandaardiseerde covariantie, die ook wordt gebruikt voor het meten van effectgrootte.
Vraag 4
Een bivariate correlatie is een correlatie tussen twee variabelen.
Vraag 5
De significantie van r onderzoek je door gebruik te maken van een t-toets met N-2 vrijheidsgraden.
Vraag 6
Een bootstrap betrouwbaarheidsinterval is een betrouwbaarheidsinterval wat ook accuraat is als de verdeling niet normaal is.
Vraag 7
Er is bij correlatie niet automatisch sprake van causaliteit omdat andere variabelen ook invloed hebben op de correlatie, en de correlatie niets zegt over welke variabele de verandering bij de andere variabele teweegbrengt.
Vraag 8
Het coëfficiënt van determinatie is een maat voor hoeveel variantie de gecodeerde variabelen delen.
Vraag 9
Spearman correlatie coëfficiënt is de niet-parametrische variant van de Pearson correlatie.
Vraag 10
Kendall’s tau gebruik je wanneer je een kleine steekproef hebt met veel gelijke scores.
Vraag 11
De biseriële correlatie coëfficiënt gebruik je als de variabele continu dichotoom is.
Vraag 12
Partiële correlatie is de relatie tussen twee variabelen waarin de effecten van een andere variabele constant worden gehouden.
Vraag 13
Het verschil tussen semi-partiële en partiële correlatie is dat bij semi-partiële correlatie wordt gecontroleerd voor het effect dat een derde variabele heeft op één van de variabelen in de correlatie, en niet op beide variabelen zoals bij de partiële correlatie.
Vraag 14
Om correlaties te vergelijken gebruik je z-scores en t-toetsen.
Vraag 15
Correlaties zijn effectgroottes, dus om de effectgrootte te berekenen heb je geen verdere stappen nodig.
Vraag 16
De richting van een relatie, De vorm van een relatie en de mate van een relatie
Vraag 17
Dit is een gemiddelde correlatie.
Vraag 18
De multipele correlatie heeft altijd een waarde tussen de 0 en 1 en kan dus niet ne-gatief zijn. De pearson correlatie kan van -1 tot 1 lopen.