Open vraag 1 (20 punten)
Per 1 januari 2015 is het waarborgen van jeugdzorg geen taak meer van de provincies, maar van de gemeenten. Het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland zag dat aankomen
en kondigde al in een besluit uit december 2012 aan dat zij de jaarlijkse subsidierelatie met Jeugdzorg Noord-Holland per 1 juni 2015 niet meer zal voortzetten. Dat leidde toen tot veel onrust, omdat er over de situatie vanaf 1 juni 2015 nog veel onduidelijk was.
Open vraag 1a
Waren ongeruste medewerkers van Jeugdzorg, die vreesden hun baan te verliezen, belanghebbenden bij het besluit uit 2012? (6 punten)
Open vraag 1b
Is de periode van twee jaar die nog resteerde tussen december 2012 en 1 januari 2015 in dit geval een ‘redelijke termijn’ in de zin van artikel 4:51 lid 1 Awb? (7 punten)
Open vraag 1c
Had het college in plaats van de subsidie te beëindigen zoals het college nu heeft gedaan, er ook voor kunnen kiezen om de subsidieverlening voor 2015 in te trekken wegens ‘veranderde omstandigheden’? (7 punten)
Open vraag 2 (20 punten)
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt in artikel 1:1 lid 1 Awb onderscheid tussen a-organen en b-organen.
Open vraag 2a
Wat is er, vanuit rechtsstatelijk oogpunt, problematisch aan b-organen met ‘buitenwettelijk openbaar gezag’? (10 punten)
Artikel 110 Wet op het Notarisambt luidt als volgt: Er is een Bureau Financieel Toezicht dat gevestigd is te Utrecht. Het Bureau bezit rechtspersoonlijkheid.
Open vraag 2b
Is het Bureau Financieel Toezicht een b-orgaan? (10 punten)
Open vraag 3 – Regulier (30 punten)
Vogelliefhebber Beer Janssens is gek op roodborstjes. Hij bouwt in zijn achtertuin een roodborstjestoren: een 8 meter hoge vogelkast waar roodborstjes overdag hun toevlucht kunnen zoeken. Buurvrouw Jannie gruwelt van het hoge gevaarte en beklaagt zich bij het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Voorst. Volgens Jannie is de vleermuizentoren zonder de daartoe benodigde vergunning gebouwd en overschrijdt de toren de in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte van 4 meter. Binnen het college bestaat twijfel over de vraag of het gemeentebestuur in dit geval tegen de overtreding dient op te treden.
Open vraag 3a
Beoordeel of het gemeentebestuur in dit geval verplicht is om handhavend op te treden? (5 punten)
Verplicht of niet, de voorstanders van handhaving krijgen uiteindelijk hun zin: het College besluit, na een protesttocht van de buurtvereniging, om handhavend op te treden. Beer Janssens ontvangt een beschikking met daarin de opdracht om ‘binnen 10 maanden te voldoen aan alle op zijn perceel geldende wet- en regelgeving, op straffe van toepassing van bestuursdwang’.
Open vraag 3b
Beoordeel of het besluit juridisch in stand kan blijven. (10 punten)
Naar aanleiding van het handhavingsbesluit nodigt Beer op zaterdag een bevriend ambtenaar van de gemeente uit. De ambtenaar is werkzaam bij de Dienst Milieu en Omgeving. Samen met de ambtenaar loopt hij op zijn perceel rond en bekijken ze de roodborstjestoren. De ambtenaar raadt Beer aan de toren te verlagen tot 4 meter. Als hij dat doet, dan – zo verzekert de ambtenaar hem – voldoet hij aan alle eisen. Het college zal zijn besluit tot bestuursdwang dan intrekken. Beer begint meteen die middag nog met het verbouwen van de roodborstjestoren. Daartoe moet hij zijn roodborstjes onderbrengen in een roodborstjespension. De kosten daarvan bedragen ongeveer 25 euro per dag. Na twee weken is de toren af. De vleermuizen komen terug en Beer neemt contact op met de gemeente (de Dienst Milieu en Omgeving). De gemeente (het college) laat echter weten de last niet in te trekken. Beer heeft de toren nog steeds zonder vergunning gebouwd en hoewel de toren nu wel voldoet aan de regels van de maximale hoogte, zijn er nog andere eisen waar niet aan is voldaan.
Beer meent dat hij mocht vertrouwen op de uitlatingen van de ambtenaar.
Open vraag 3c
Beoordeel Beer betoog (7,5 punt)
Beer neemt het zekere voor het onzekere en breekt de toren geheel af. De roodborstjes gaan terug naar het pension. Tegelijkertijd vraagt Beer een vergunning voor een nieuwe toren aan. Binnen enkele weken wordt de vergunning verleend. Op grond daarvan kan Beer exact dezelfde toren bouwen als hij eerst had (maximale hoogte 4 meter). Beer meent dat nu wel vaststaat dat het eerdere handhavingsbesluit onrechtmatig was jegens hem.
Open vraag 3d
Aannemende dat inderdaad komt vast te staan dat het besluit onrechtmatig was en Beers schade (bestaande uit het afbreken van de toren en het laten opvangen van zijn roodborstjes) inmiddels EUR 16.000,- bedraagt, bij welke rechter zal Beer dan zijn schadevergoedingsclaim moeten indienen? (7,5 punt)
Open vraag 1a
De verontruste medewerkers zijn geen belanghebbenden omdat sprake is van een ‘afgeleid belang’ / ‘niet-rechtstreeks belang’. Motivering: het gaat hen immers eigenlijk om hun baan en niet (rechtstreeks) om de subsidie. Rechtsbron: de OPERA-criteria zoals die worden gelezen in artikel 1:2 lid 1 Awb.
Open vraag 1b
Waarschijnlijk wel. Motivering: in relevant vergelijkbare jurisprudentie is reeds een termijn van één jaar geaccepteerd. ABRvS Stichting Jeugd op Zuid.
Open vraag 1c
In beginsel wel. Motivering: tot het moment van de vaststelling van de subsidie kan de verlening worden ingetrokken wegens veranderde omstandigheden, zoals bijvoorbeeld het verschuiven van de jeugdzorg. Rechtsbron: artikel 4:50 lid 1 sub b. [Voor maximaal 6 punten: het antwoord dat zolang de subsidie niet is vastgesteld het bestuursorgaan de subsidieverlening kan intrekken op grond van artikel 4:48 Awb. Artikel 4:48 kan hier niet toegepast worden, omdat artikel 4:48 Awb de ‘veranderde omstandigheden’ niet als grond voor de intrekking van de subsidieverlening noemt.] [Indien iemand punten verliest maar wel constateert dat de route via 4:50 Awb in plaats van 4:51 Awb de verplichting tot schadevergoeding activeert (artikel 4:50 lid 2 Awb): wordt gecompenseerd tot maximaal 7 punten]
[Het toepassen van artikel 4:49 levert geen punten op].
Open vraag 2a
B-organen zijn slechts bestuursorganen voor zover ze ‘met enig openbaar gezag bekleed zijn’. Doorgaans wordt dit gezag (eenzijdig overheidshandelen) aan de wet ontleend. Soms niet. Dan neemt de rechter vanwege financiële of inhoudelijke relaties ‘buitenwettelijk openbaar gezag’ aan. (+ uitleg ‘buitenwettelijk openbaar gezag’). Rechtsbronnen i.c.m. bovenstaande: art. 1:1 lid 1 onder a resp. b Awb. ABRvS Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schiphol.
Waarom problematisch? Drie mogelijkheden.
- OPTIE 1: Buitenwettelijk is dus in strijd met het rechtsstatelijke legaliteitsbeginsel
- OPTIE 2: de bestuursrechter bepaalt of hiervan sprake is en dat levert een probleem op in het kader van de rechtszekerheid
- OPTIE 3: de bestuursrechter bepaalt of hiervan sprake is en dat levert een probleem op in het van de machtenscheiding. De rechter doorkruist hier telkens het wettelijke stelsel.
Open vraag 2b
B-orgaan staat geregeld in artikel 1:1 lid 1 onder b Awb. Het Bureau Financieel Toezicht is een publiekrechtelijke rechtspersoon (zie ook art. 2:1 BW); het krijgt ex art. 110 Wet op het Notarisambt rechtspersoonlijkheid krachtens de (publiekrechtelijke) wet.
Dan twee mogelijke redeneringen.
- OPTIE 1: het Bureau is de rechtspersoon; en bestuursorganen zijn organen van een publiekrechtelijke rechtspersoon
- OPTIE 2: b-organen en a-organen sluiten elkaar uit, en publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid is het eerste deel van de definitie van een a-orgaan. Zie artikel 1:1 lid 1 onder b Awb: ‘ander orgaan’. Conclusie: het Bureau is geen b-orgaan.