Let op:
Dit is oefenmateriaal gebaseerd op het boek Images of Organization, zoals het gebruikt wordt aan de Rijksuniversiteit Groningen. De behandeling van de stof kan afwijken van die aan de Universiteit Utrecht.
1. Welke fasen onderscheidt de heer Lammers, hoogleraar organisatiewetenschappen, in een mensenleven? En wat was zijn conclusie?
2 .Wat zijn over het algemeen de grootste problemen waarmee de overheid kampt?
3. Wat is de organisatietheorie?
4. Henri Mintzberg onderscheidt 4 inzichten over organisaties. Welke zijn dit en wat wordt hiermee bedoeld?
5. Geef een omschrijving van het begrip organisatie.
6. Wat zijn de 2 centrale vragen in de organisatietheorie?
7. Wat zijn de klassieke theorieën van de industriële tak? En welke theorieën zijn hier weer van afgeleid?
8. Wat zijn de klassieke theorieën van de overheidstak?
9a. Beschrijf het Scientific Management aan de hand van Taylor’s principes.
9b. Geef een beschrijving van de Classical management theory aan de hand van de principes van Fayol.
10a. Wat is de algemene kritiek op het Taylorisme?
10b. Wat is de algemene kritiek op Fayol?
11. Noem twee overeenkomsten tussen de werkmethodes van Taylor en Fayol.
12. Beschrijf de Science of administration aan de hand van L. Gulick en L. Urwick.
13. Noem de vier bestuurlijke richtlijnen in the science of administration.
14. Volgens welke vier principes kunnen taken worden samengevoegd?
15. Beschrijf de 4 experimenten van Hawthorne (van 1924 tot 1932).
16. Geef de algemene conclusies van de Hawthorne experimenten.
17. Wat had Mayo voor hypothese over het mensbeeld? Noem en beschrijf deze.
18. Beschrijf de verschillen tussen theorie X en Y. (voor en na Hawthorne)
19. Wat is de behoeften piramide van A. Maslow (1908-1970)?
20. Wat zijn de methoden van de Human Resources om de intrinsieke motivatie te bevorderen?
21a. Om welke drie redenen wordt de bureaucratietheorie van Weber misbruikt?
21b. Beschrijf het rationaliseringsproces.
22. Welke soorten gezag zijn er volgens Weber?
23. Wat zijn de kenmerken van een bureaucratie volgens Weber?
24. Welke loyaliteitsopvattingen hanteert Bovens?
25. Wat betekent de ijzeren wet van de oligarchie?
26. Volgens welke, door Michels aangegeven, factoren is het proces van oligarchiesering te verklaren?
27. Wat zijn de belangrijkste kritiekpunten van Merton op Weber? M.a.w. de disfuncties van de democratie.
28. Wat staat er centraal in de systeemtheorie?
29. In de systeemtheorie wordt de organisatie gezien als een systeem dat bestaat uit subsystemen, welke zijn dit?
Tot welke twee conclusies hebben de bevindingen van Woodward geleid?
30. Welke tweedeling maken Burns en Stalker in het kader van de contingentietheorie?
31a. Beschrijf het mechanisch regime aan de hand van Burns en Stalker.
31b. Beschrijf het organisch regime aan.....read more