Begrensde rationaliteit | De vaardigheid van redeneren die beperkt is door de beperkingen van de mens zelf; het is onmogelijk om tegelijkertijd alle informatie die relevant is te overdenken en deze informatie te gebruiken om een optimale keuze te maken |
Besluiten, geprogrammeerd | Worden gemaakt in reactie op problemen en mogelijkheden die steeds terugkeren. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een functioneringsprogramma (performance program), een gestandaardiseerde handelingswijze |
Besluiten, ongeprogrammeerd | Worden gemaakt als leden van een organisatie reageren op nieuwe problemen of mogelijkheden. Hierbij zoeken de leden extra informatie |
Besluitvorming | Het proces waarbij leden van een organisatie een specifieke koers van acties kiezen om te reageren op de mogelijkheden en de problemen die zich voordoen |
Besluitvormingsmodel, administratief | Een beschrijvend model: het legt uit hoe mensen werkelijk besluiten maken in organisaties |
Besluitvormingsmodel, klassiek | Een voorschrijvend model: het beschrijft hoe mensen een besluit zouden moeten nemen. Een onrealistisch model, omdat het ervan uitgaat dat men alle informatie heeft om optimale beslissingen te maken, wat meestal niet voorkomt in organisaties |
Brainstorming | Spontane, participerende techniek van besluitvorming die groepen gebruiken om veel alternatieven te produceren voor een besluit wordt gevormd |
Delphi-techniek | Wordt gebruikt als leden elkaar nooit in het echt ontmoeten. Een leider beschrijft een probleem aan verschillende experts, deze vullen een vragenlijst en sturen die terug. De leider maakt een samenvatting van de lijsten en stuurt deze terug naar de experts met vragen, net zo lang tot er een besluit is |
Diffusie van verantwoordelijkheid | De groep als geheel is verantwoordelijk voor het besluit, in plaats van een individu. Moeilijke besluiten worden makkelijker genomen wanneer de verantwoordelijkheid niet volledig op de schouders van één persoon rust |
Escalatie van verplichting (escalation of commitment) | De neiging van besluitvormers om meer tijd, geld of moeite te investeren in wat een slecht besluit bleek te zijn, omdat zij niet willen toegeven dat een slechte beslissing is gemaakt, of omdat er al erg veel geld en bronnen verloren zijn gegaan |
Groepspolarisatie | Groepen maken extremere besluiten dan individuen. Als groepsleden dezelfde denkbeelden hebben, leidt dit tot grotere overtuiging binnen de groep en meer argumenten leiden tot meer vertrouwen in een gekozen alternatief |
Heuristiek, beschikbaarheidsheuristiek | Denken dat een gebeurtenis die makkelijk herinnerd wordt, vaker is voorgekomen dan een gebeurtenis die minder makkelijk herinnerd wordt |
Heuristiek, representatieve heuristiek | Denken dat gelijksoortige gebeurtenissen die plaatsvonden in het verleden, goed de waarschijnlijkheid voorspellen van een aankomende gebeurtenis |
Heuristiek, verankerde en aanpassing heuristiek | De neiging om besluiten te maken gebaseerd op aanpassingen van het aanvankelijke bedrag, dit is alleen nuttig als het aanvankelijke bedrag redelijk is |
Heuristieken | Vuistregels die mensen gebruiken om besluiten makkelijker te maken, vaak onbewust. Ze kunnen ook leiden tot biases |
Leerorganisatie | Een organisatie die bewust stappen onderneemt om leerprocessen te laten plaatsvinden, door de mogelijkheden daartoe te verbeteren en te maximaliseren |
Machtiging (empowerment) | Het geven van autoriteit aan werknemers om besluiten te maken en verantwoordelijk te zijn voor de uitkomsten |
Nominale groep techniek (NGT) | Een groepslid beschrijft het probleem en alle leden krijgen dan een bepaalde tijd om alle ideeën op te schrijven, dit gaat productieblokkade tegen |
Organisatieleren | Het proces waarin managers manieren proberen te vinden om de vaardigheid van besluitvorming van werknemers te verbeteren, om zo de effectiviteit en efficiëntie van een organisatie te verhogen |
Persoonlijk meesterschap | Wanneer een organisatie individuen machtigt om te experimenteren en creëren en exploreren wat ze willen |
Potentieel voor conflict | Groepen verschillen in vaardigheden, kennis en expertise en dit kan leiden tot conflict wanneer groepsleden andere alternatieven kiezen |
Satisficing | Het zoeken van acceptabele oplossingen, die niet noodzakelijk de beste zijn |
Vergelijkend onderzoek, ijking (benchmarking) | Het selecteren van een groep of organisatie die hoog presteert en deze gebruiken als model |