Psychology and behavioral sciences - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 37565 keer gelezen
De onderzoeksresultaten van veel beroemde wetenschappelijke tijdschriften zijn gebaseerd op een zeer specifieke onderzoeksgroep. Deze groep bestaat vooral uit mensen die leven in Westerse, geschoolde, geïndustrialiseerde, rijke en democratische samenlevingen. Deze onderzoeksgroep wordt ook wel afgekort met de term WEIRD (Western, Educated, Industrialized, Rich, Democratic).
Er bestaat substantiële variabiliteit tussen samenlevingen, en de WEIRD-groep is een vrij ongebruikelijke groep mensen vergeleken met de rest van de menselijke populatie. Het blijkt zelfs dat leden van de WEIRD-samenlevingen behoren tot de minst representatieve populaties wanneer het gaat om het generaliseren van resultaten naar de gehele menselijke populatie. De psycholoog Jeffrey Arnett toonde in 2008 aan dat 96% van de psychologische onderzoeken gebruik maakten van een steekproef gebaseerd op een populatie die maar 12% van de gehele wereldpopulatie uitmaakt. De manier waarop de steekproeven worden getrokken is dus verre van representatief. Het gebruik maken van een beperkte database is op zich niet zo erg, als de wetenschappers hun resultaten dan ook niet zouden generaliseren naar de gehele menselijke populatie. Dit doen zij echter vaak wel en zij maken vaak conclusies over de menselijke geest en het menselijke gedrag.
Generalisaties kunnen gemaakt worden wanneer wordt voldaan aan twee criteria. Ten eerste moeten er goede empirische redenen bestaan om aan te nemen dat er weinig variatie bestaat tussen de verschillende populaties binnen een bepaald domein. Ten tweede zou men kunnen stellen dat als de steekproef getrokken wordt uit het midden van de distributie, dat het gevonden patroon representatief zou zijn voor de centrummaat van de populatie.
Er zijn een aantal domeinen waarin de data van geïndustrialiseerde samenlevingen overeenkomt met de data van kleine samenlevingen (zoals bepaalde perceptuele illusies, emotionele expressies, en psychologisch essentialisme). Echter, vergelijkend onderzoek laat ook zien dat in andere domeinen de data van geïndustrialiseerde samenlevingen vooral beschouwd moet worden als bestaande uit outliers. Zo blijkt uit onderzoek naar visuele perceptie dat er populatie-verschillen bestaan in de vatbaarheid voor optische illusies doordat het visuele systeem zich ontogenetisch aanpast aan de terugkerende kenmerken van de lokale visuele omgeving. Ook met betrekking tot fairness en samenwerkingen in economische besluitvormingsmodellen blijken de leden van de geïndustrialiseerde samenlevingen zich aan de einden van de distributie te bevinden.
Als voorbeeld wordt hier gebruikt de representativiteit van WEIRD-leden binnen het domein van de folkbiologie. Folkbiologie is de cognitieve studie van hoe mensen classificeren en redeneren over de organische wereld. De kinderen van WEIRD-ouders groeien meestal op in geürbaniseerde en culturele en experiëntele arme omgevingen, vergeleken met kinderen uit kleine samenlevingen. Onderzoeksresultaten van kinderen uit dergelijke informeel arme omgevingen kunnen niet worden gegeneraliseerd naar kinderen uit landelijke gebieden die zijn opgegroeid met een overvloed aan interacties met de natuurlijke wereld.
Ook hier bestaan er domeinen waarin de data van Westerse samenlevingen overeenkomt met data van niet-Westerse geïndustrialiseerde samenlevingen, zoals met betrekking tot partnervoorkeur, personaliteitsstructuur, en het bestraffen van freeriden. Er zijn echter ook domeinen waarbij de data van Westerse samenlevingen zich aan de buitenkant van de verdeling bevindt. Dit zijn niet altijd alleen verschillen in grootte, maar ook kwalitatieve populatieverschillen. Zo is er met betrekking tot anti-sociale bestraffing en samenwerking een fenomeen waargenomen dat zich alleen voordoet bij Westerse studenten (anti-sociale bestraffing).
Zelfconcepten bevinden zich op een continuüm dat strekt van independentie naar interdependentie en is vergelijkbaar met het individualisme-collectivisme debat. Waar men zichzelf ziet op dit continuüm beïnvloedt hun emoties, cognities, en motivaties. Aan deze zelfconcepten zijn verschillende psychologische patronen verbonden. Zo denken independente mensen vaak positiever over zichzelf, hechten zij meer waarde aan persoonlijke keuze en zijn zij meer gemotiveerd om anders te zijn dan om erbij te horen.
Veel onderzoek heeft al aangetoond dat Westerse mensen zich meer independenter voelen dan niet-Westerse mensen. Zij identificeren zichzelf vaker aan de hand van hun persoonlijkheidskenmerken en attituden, en minder aan de hand van hun sociale rollen en relaties. Zelfverrijking, persoonlijke keuze en de motivatie om te conformeren zijn vaak besproken als zijnde fundamentele aspecten van de menselijke psychologie, terwijl deze veel meer aanwezig zijn bij Westerse mensen dan bij niet-Westerse mensen.
Holistisch denken betreft een oriëntatie op de context als een geheel, met aandacht voor de relaties tussen het focale object en het veld, en een voorkeur voor het verklaren en voorspellen van gebeurtenissen op basis van die relaties. Analytisch denken betreft het onthechten van objecten uit hun context, en een neiging om te focussen op de attributen van een object en het gebruiken van categorische regels om gedrag te verklaren en te voorspellen. Beide cognitieve systemen zijn aanwezig in alle volwassen mensen, maar verschillen in de omgeving, ervaringen en culturen zorgen er voor dat mensen een voorkeur hebben voor een van de twee systemen.
In verschillende populaties hebben mensen een andere voorkeur voor de manier van denken en er is steeds meer bewijs dat de Westerse manier van denken verschilt van de rest van de wereld. Onafhankelijke zelf-constructie is gerelateerd aan een voorkeur voor analytisch denken, terwijl interdependentie is gerelateerd aan holistisch denken. Westerse volwassenen besteden meer aandacht aan objecten dan aan de omgeving, verklaren gedrag vaker in gedecontextualiseerde termen, en vertrouwen meer op regels over gelijkheidsrelaties om objecten te classificeren.
Volgens de Amerikaanse psycholoog Lawrence Kohlberg is de ontwikkeling van de morele redenering afhankelijk van de cognitieve capaciteiten die zich met het opgroeien ontwikkelen. Hij stelde dat mensen door drie fasen gaan. Kinderen beginnen op een pre-conventioneel niveau waarbij goed en fout gebaseerd is op interne standaarden met betrekking tot de fysieke en hedonistische gevolgen van acties. Vervolgens gaan zij naar een conventioneel niveau, waarbij moraliteit gebaseerd is op externe standaarden, die de sociale orde van de groep in stand houden. Tot slot gaan sommigen nog verder naar een post-conventioneel niveau, waarbij moraliteit gebaseerd is op etnische principes met betrekking tot gerechtigheid en individuele rechten.
De verschillende niveaus van morele ontwikkeling zijn herhaaldelijk teruggevonden in WEIRD-groepen, maar het niveau van post-conventiële moraliteit wordt niet altijd in andere populaties gevonden. Niet-Westerse mensen beroepen zich vaker op een groter aantal morele principes. Twee andere ethische normen die in niet-Westerse samenlevingen gevonden kunnen worden zijn de ethiek van de gemeenschap (waarbij moraliteit gebaseerd is op het vervullen van interpersoonlijke verplichtingen die verbonden zijn aan iemands rol in de sociale orde) en de ethiek van het goddelijke (waarbij mensen morele verplichtingen hebben om zich te onthouden van gedrag dat de goddelijkheid aantast).
Aangezien het merendeel van de data gebaseerd is op studenten in de Verenigde Staten kan men zich afvragen of de data van Amerikanen te generaliseren is naar de rest van de Westerse wereld. De Verenigde Staten vertonen enorme verschillen met de rest van de Westerse wereld. Een aspect waarbij zij uitblinken is individualisme. Het extreem individualisme komt op veel demografische en politieke wijzen naar voren en beïnvloedt allerlei zelf-gerelateerde concepten. Met betrekking tot de representativiteit van de Amerikanen worden zij ook wel ‘outliers van de outliers’ genoemd.
De meerderheid van de data voor gedragsonderzoek op niet-klinische populaties in Noord-Amerika wordt geleverd door studenten. De sociale psychologie en de gedragseconomie hebben veel verschillen gevonden tussen studenten en niet-studenten. Zo rationaliseren studenten hun keuzes vaker, scoren studenten hoger op bepaalde aspecten van individualisme, zijn studenten minder gemotiveerd om te conformeren, bevinden niet-studenten zich in nauwere sociale kringen en zijn studenten grotere voorstanders van raciale diversiteit. Ook zijn morele redeneringen van studenten vaker gebaseerd op de ethiek van de autonomie, terwijl die van niet-studenten vaker gebaseerd zijn op de ethiek van de gemeenschap en de goddelijkheid. Tevens lijken studenten minder prosociaal te zijn wanneer het gaat om vertrouwen, eerlijkheid, samenwerking en het bestraffen van freeriden.
Er kunnen zes algemene conclusies worden getrokken:
Ten eerste beveelt men aan dat bij het presenteren van onderzoeksresultaten de generaliseerbaarheid duidelijk besproken wordt. Een onderzoeker mag nooit universaliteit impliceren zonder een empirisch gegrond argument. De editors van tijdschriften zouden bij het publiceren van onderzoeken ook expliciet kunnen vragen om gedetailleerde informatie met betrekking tot de steekproef. Ten tweede zou er meer waardering moeten worden gegeven aan onderzoekers voor het verrichten van vergelijkend onderzoek, daar het vaak een ondergewaardeerd domein is. Tot slot zouden onderzoeksinstellingen en universiteiten onderzoeksverbanden moeten oprichten met verschillende onderzoekspopulaties, omdat er heel erg veel mensen zijn die nooit zijn gevraagd om mee te doen aan onderzoeken terwijl zij daar wanneer om gevraagd wel mee aan zouden doen.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results