Psychology and behavioral sciences - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 37566 keer gelezen
In het begin van de jaren negentig veranderde de Nederlandse aanpak van migranten van een etnische minderheden beleid naar een migranten immigratiebeleid. Dit beleid benadrukt socio-economische participatie in plaats van culturele rechten. Migratie werd geprobeerd te beperken door middel van restrictieve veranderingen van asiel en familiemigratiebeleid, en door het uitsluiten van irreguliere migranten van publieke diensten.
De aanval op de Twin Towers in 2001 en de moord op Pim Fortuyn in 2002 leidde er toe dat Nederlandse politici overgingen naar een hardere aanpak van migranten. Het succes van Pim Fortuyn werd door politici geweten aan hun eigen falen om de bezorgdheid van Nederlanders over migranten aan te pakken. De politici gingen over tot een hardere aanpak met betrekking tot migranten om zo meer stemmen te kunnen winnen. Ondanks intense politieke debatten is het algemene beleid met betrekking tot migranten weinig veranderd en immigratiestromen zijn blijven stijgen. Dit komt mede door de ontwikkelingen in de Europese Unie: de toegang van inwoners uit Centraal- en Oost-Europa en nieuw Europese asiel- en migratiebeleid.
Europeanisering beperkt de bewegingsruimte voor Nederlandse beleidsmakers op verschillende manieren. Met name de rechtse politici hebben een hekel aan het verliezen van de nationale soevereiniteit over immigratie en de obstakels van de Europese Unie bij het invoeren van restrictieve veranderingen. Zo hebben uitspraken van de Europese rechtbank er toe geleid dat Nederland de inkomenseis van familiemigranten moest verlagen, asielzoekers niet langer naar Griekenland mocht sturen, en de administratieve kosten van verblijfsvergunningen moest verlagen. Zowel het Rutte I als het Rutte II kabinet streven naar heronderhandelingen over het Europese migratiebeleid (met name over familiemigratie).
In het begin van de 21e eeuw werd familiemigratie gezien als een van de meest problematische vormen van migratie. Ten eerste omdat familiemigranten zich vaak bevinden in slechte socio-economische posities. Ten tweede omdat familiemigratie de grote culturele en religieuze verschillen tussen Nederlanders en Moslim migranten blootlegt. Beleidshervormingen werden doorgevoerd, zoals het verhogen van de inkomenseis, de minimumleeftijd, en het niveau van de taaltest. Sommige van de ingevoerde hervormingen moesten worden teruggedraaid en andere gewilde hervormingen konden niet worden ingevoerd als het gevolg van regulaties van de Europese Unie.
Het aanvragen van een verblijfsvergunning voor asielzoekers was voor 2000 een langdurig proces dat jaren kon duren. De Nederlandse overheid richtte zich op het verkorten en versimpelen van asielprocedures. Verschillende verblijfsvergunningen voor asielzoekers zijn samengevoegd in een enkele tijdelijke verblijfsvergunning die na vijf jaar kan worden vervangen door een permanente verblijfsvergunning. In 2007 werd een generaal pardon gegeven aan asielzoekers die al voor 2001 hun verblijfsvergunning hadden aangevraagd.
In 2010 is ook een nieuwe procedure ingevoerd die het proces van asielzoekers verkort waardoor ze sneller weten of ze een verblijfsvergunning krijgen of niet.
Arbeidsmigratie in Nederland werd als onproblematisch ervaren tot aan het begin van de 21e eeuw. Een onderzoek wees uit dat, na een hoge mate van Oost-Europese arbeidsmigratie, Nederland niet in staat was om de stroom van arbeidsmigranten in goede banen te leiden. Zorgen werden vooral geuit over de huisvesting van arbeidsmigranten en de groei van malafide uitzendbureaus. Arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie kunnen via simpele procedures naar Nederland verhuizen zolang ze kunnen aantonen dat ze in hoge mate zullen bijdragen aan de Nederlandse economie.
De overheid is in 2006 begonnen aan de Wet Modern Migratiebeleid en deze is in 2013 ingevoerd. Deze wet betreft een modernisering van het migratiebeleid voor vreemdelingen die op reguliere gronden verblijf wensen in Nederland. Op basis van deze wet hebben bedrijven en instituties een verhoogde verantwoordelijkheid voor documentatie en gedrag van hun buitenlandse werknemers, en zijn zij vatbaar voor administratieve en financiële sancties. Werkgevers kunnen worden gelabeld als erkende sponsor na het doen van een solvability- en betrouwbaarheidscontrole. Als erkende sponsor hebben zij toegang tot een versnelde procedure voor het aanvragen van verblijfsvergunningen voor hun werknemers.
Hoeveel migranten er in Nederland zijn is afhankelijk van de definitie die wordt gebruikt. Er kan worden gekeken naar de mensen met een buitenlandse nationaliteit die in Nederland wonen (5%), de mensen die in het buitenland zijn geboren (11%), en de mensen die zelf in het buitenland zijn geboren of van wie één of beide ouders in het buitenland zijn geboren (21%). De vijf grootste groepen migranten bestaan uit Turken, Marokkanen, Surinamers, Indonesiërs en Duitsers. De meeste Turken en Marokkanen zijn gekomen in de jaren zestig en zeventig om te werken, en later zijn hun families ook gekomen. Surinamers en Indonesiërs zijn voornamelijk gekomen toen hun landen onafhankelijk werden (in 1970 en 1950). Een nieuwe groeiende groep sinds 2004 in Nederland bestaat uit Polen.
Immigratie nam toe vanaf 1995 tot aan 2000. De grootste oorzaak daarvan was familiemigratie gevolgd door asielzoekers. De afname van de migratiecijfers vanaf 2000 kan worden verklaard door een verminderd aantal asielzoekers en minder familiemigratie (door nieuw restrictief beleid dat familiemigratie moeilijker maakt). Vanaf 2005 nemen de immigratiecijfers weer toe. Dit kwam gedeeltelijk door een nieuwe stijging in familiemigratie (voornamelijk Oost-Europeanen), maar voornamelijk door een sterke toename van arbeidsmigratie. Er zijn ook meer buitenlandse studenten (bijna drie keer zo veel buitenlandse studenten als asielzoekers). Ten slotte, sinds Polen lid is van de Europese Unie in 2004 is de Poolse immigratie de grootste ontwikkeling in de meest recente migratietrends.
Inburgering is een specifieke en doelgericht gestuurde vorm van maatschappelijke integratie. Een permanente verblijfsvergunning wordt pas gegeven als een immigrant het inburgeringsexamen haalt. Het examen bestaat uit een praktisch deel (taalvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving in praktijksituaties) en een theoretisch deel (basiskennis van de Nederlandse samenleving en taalvaardigheid). Het einddoel van de inburgering is een succesvolle integratie en naturalisatie.
De Koppelingswet is een wet uit 1998 die een relatie legt tussen het verblijfsrecht van vreemdelingen en de voorzieningen die door de overheid worden verstrekt. Het verbindt de gemeentelijke basisadministratie met het vreemdelingen administratiesysteem. Migranten met een permanente verblijfsvergunning hebben toegang tot bijna alle sociale en politieke rechten. Migranten zonder verblijfsvergunning hebben geen recht op voorzieningen, met uitzondering van dringende medische hulp, onderwijs voor leerplichtigen en rechtsbijstand.
In 2002 maakte Pim Fortuyn immigranten en hun integratie het middelpunt van de aandacht. Hij stelde dat Nederland vol was en dat immigratie moest stoppen. Hij ontwikkelde een nieuwe stroming die multiculturalisme koppelde aan politieke correctheid, taboes, en het te zacht zijn voor immigranten. Coïnciderend met de aanvallen op de Twin Towers groeide de angst voor islam en immigratie en won zijn partij aan populariteit. Na zijn moord in 2002 was zijn partij voor korte tijd lid van de regerende coalitie in 2003. Ook al bleef de partij niet bestaan, populisme en anti-immigranten politieke partijen zijn sindsdien aanwezig in de Nederlandse politiek. Met name de partij van Geert Wilders, de Partij van de Vrijheid, deelt de ideeën van Pim Fortuyn en is zeer populair.
De articulatiefunctie van de politiek verwijst naar de taak van politieke partijen om de wensen van hun achterban aan te geven. De landelijke politiek speelt een belangrijke rol door het simpelweg over bepaalde problemen te hebben. Sinds de groei van de kritiek op het multiculturalisme en de groei van populistische partijen is de articulatiefunctie belangrijker geworden in de Nederlandse politiek.
Baukje Prins nam ten tijde van de moord op Pim Fortuyn een discoursomslag waar. De Nederlandse bevolking was overgegaan van een denkwereld waarin kritiek op een gebrek aan integratie van minderheden snel werd uitgelegd als racistisch en intolerant naar een visie waarin dergelijke kritiek juist werd ervaren als open en eerlijk. Het Nieuw Realisme verwijst naar het eerlijk zeggen wat ´iedereen al denkt´.
Controverse in de politiek over integratie en Islam heeft zich sinds 2012 vermindert. Migrantenintegratie wordt vaker niet op zichzelf bekeken, maar in relatie tot onderwijs, huisvesting en arbeidsparticipatie. De media en de politiek geven nu meer aandacht aan de problematiek die is gekomen met de arbeidsmigratie van Oost-Europeanen. Deze problematiek bestaat onder meer uit uitbuiting van migranten op de woningmarkt, het ontstaan van Poolse ´hotels´, alcohol- en misdaad gerelateerde problemen, en de onsuccesvolle pogingen om werkloze Nederlanders banen aan te laten nemen in de tuinbouwsector waar veel migranten werken. De politiek heeft er moeite mee om deze problematiek aan te pakken, omdat deze migranten leden zijn van de Europese Unie en niet kunnen worden gedwongen tot deelname aan inburgeringsprogramma´s.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results