Europees Recht - RUG - Oefententamen 2012/2013 (1) - Exclusive

Open vragen bij oefententamen

Open vraag 1

Week 6, HC11 en HC12, HVII paragraaf 4 en 5.

Marietje Puk heeft haar leven lang gewerkt als advocaat in lidstaat Polsika en besluit op haar 59e een nieuwe uitdaging door een gokbedrijf op te zetten in lidstaat Litouwie. Ongelukkigerwijs staat de wet van Litouwie dit niet toe, zodat Marietje vanuit lidstaat Hongarka, waar dit wel is toegestaan, haar bedrijf opzet dat een website beheert die geheel in het Litouwie is gesteld. Via deze website kan worden deelgenomen aan diverse online kansspelen en kan uiteraard gegokt worden. Om deel te kunnen nemen aan kansspelen is het vereist dat de spelers zich een creditcardnummer opgeven en zich registreren. Conform de wetgeving van Litouwie is het de banken van die lidstaat verboden creditcardtransacties ten gunste van bedrijven uit te voeren die op een zogenaamde zwarte lijst staan. Dit verbod is heeft als doel om de bevolking te beschermen tegen gokverslaving en ongebreidelde goklust. Dit betekent dat het voor Marietje haar bedrijf dat op de zwart lijst staat het niet mogelijk is om aan de inwoners van Litouwie gokdiensten aan te bieden. Het is Marietje gelukt om een bank te vinden (ICE BANK) die wel bereid is om dit soort transacties uit te voeren voor Marietje haar bedrijf. Zodra het duidelijk is dat de wet is overtreden zal ICE bank meteen strafrechtelijk vervolgd worden.

Welke fundamentele vrijheid of vrijheden zijn/is op deze casus van toepassing? Geef hierbij aan waarom één of meerdere vrijheden naar uw mening niet van toepassing is/zijn?

Open vraag 2

Week 6, HC11, HVII paragraaf 5.

Inmiddels is de wetgeving van Litouwie geliberaliseerd. Dat betekent dat ondernemers een vergunning kunnen krijgen om online gokdiensten aan te kunnen bieden. Om voor deze vergunning in aanmerking te komen moeten de ondernemers voldoen aan een aantal vereisten ter zake van de betrouwbaarheid, kundigheid en integriteit teneinde het witwassen van zwart geld en belastingontduiking tegen te gaan. Tevens is het vereist dat de ondernemers in Litouwie gevestigd moeten zijn. Marietje besluit dan ook om een vergunning aan te vragen, maar deze wordt geweigerd enkel en alleen om het feit dat zij niet in Litouwie gevestigd is. Marietje gaat hiertegen in beroep bij de rechter. Litouwie voert bij de rechter aan dat deze regel is gerechtvaardigd door de noodzaak te allen tijde en tegen relatief lage kosten effectief toezicht uit te kunnen oefenen op de aanbieders van online gokdiensten. Litouwie hanteert dezelfde eisen ten aanzien van aanbieders van offline gokdiensten, maar in de afgelopen elf jaar zijn slechts een aantal van deze aanbieders gecontroleerd. Aan de vergunning zijn jaarlijkse leges verbonden die dienen ter dekking van de inspectiekosten.

Wat is uw mening over onverenigbaarheid van deze gang van zaken met recht van de Europese Unie?

Open vraag 3

Week 6, HC11, HVII paragraaf 5.2 randnummer 105 e.v.

Marietje’s in Litouwie woonachtige nichtje Stomka probeert eveneens een vergunning te bemachtigen, maar haar volledig onvermogen haar integriteit te staven en strafblad resulteert dit in een afwijzing van haar aanvraag. Stomka is het hier absoluut niet mee eens en besluit dan ook om in beroep te gaan tegen de in haar ogen onevenredig zware eisen ten aanzien van de integriteit en betrouwbaarheid. Naar haar mening zou op grond van de ‘Europese vrijheid van diensten’ volgen dat alle regels van een lidstaat die de dienstverlening belemmeren objectief zouden gerechtvaardigd moeten worden. Naar Stomka haar mening is deze regel duidelijk niet objectief gerechtvaardigd.

Wat vindt u gelet op het recht van de Europese Unie van de opvatting van Stomka?

Open vraag 4

Week 3, HC5, HV paragraaf 2.4 en paragraaf 3.

Stel dat de Dienstenrichtlijn in 2014 aangepast is zodat deze van toepassing is op gokdiensten, en de lidstaten in staat stelt verschillende eisen te hanteren afhankelijk van het land waar de aanbieder van diensten gevestigd is. De omzettingstermijn voor aanpassing bedroeg zes maanden en binnen deze periode heeft Litouwie haar wetgeving dan ook aangepast en daarbij verscheidende eisen ingevoerd. Vanaf 1 januari 2015 gelden dus binnen Litouwie voor buitenlandse aanbieders van gokdiensten strengere regels dan voor de binnenlandse aanbieders van gokdiensten. Marietje, die inmiddels een vergunning heeft, maar nog steeds in Hongarka is gevestigd wordt dus onderworpen aan strenge eisen en heeft dus hoge kosten dan zijn in Litouwie gevestigde concurrenten.

Welke actie(s) kan Marietje op grond van het recht van de Europese Unie ondernemen tegen deze gang van zaken? Geef dit zo volledig mogelijk aan.

Open vraag 5

Week 1 en week 2, HC2 en HC3, HIV paragraaf 4.1

De Europese Commissie overweegt een voorstel voor een nieuwe Europese Duurzame Energierichtlijn. Deze richtlijn zal het gebruik van gaskool en vlamkool voor de opwekking van elektriciteit verbieden en de richtlijn zal normen bevatten over een minimum percentage duurzame energie maar ook normen over zonne-energie en windmolens. Door deze richtlijn zal de handel en de aansluiting van deze producten vergemakkelijkt worden. Voort heeft het voorstel een bijlage waarin wordt aangegeven in welke gebieden de duurzame energie opwekt mogen worden.

Geef een advies aan de Commissie over de juiste rechtsgrondslag(en) voor dit voorstel.

Antwoordsuggesties bij oefententamen

Open vraag 1

Week 6, HC11 en HC12, HVII paragraaf 4 en 5.

Het aanbieden van gokdiensten zijn onstoffelijke goederen en vallen zodoende onder het vrije verkeer van diensten of de vrijheid van vestiging, dit hangt af van de frequentie en de duurzaamheid waarmee Marietje deze diensten zal aanbieden in de andere lidstaat. Zie hiervoor het arrest Gebhard, r.o. 25-28. Als Marietje in Hongarka wil vestigen zal zij gebruik maken van de vrijheid van vestiging omdat zij vanuit Polsika daarin verplaatst en daar duurzaam aan het economisch leven gaat deelnemen. Het aanbieden van gokdiensten in Litouwie vindt plaats vanuit Hongarka en valt daardoor onder het vrije verkeer van diensten.

Wat betreft de diensten van de ICE BANK zouden onder de fundamentele vrijheden kunnen vallen afhankelijk van de vestigingsplaats van de bank. Als deze is gevestigd in een andere lidstaat dan Hongarka, dan is er een grensoverschrijdend element en is de vraag of de vrijheid van dienstverlening of het vrije verkeer van kapitaal van toepassing is. Het gaat hier niet om een investering en ook niet om betalingen door de ICE BANK aan Marietje haar bedrijf zodat het vrije verkeer van diensten van toepassing zou kunnen zijn.

Omdat er geen stoffelijke goederen de grens over gaan is het vrije verkeer van goederen niet van toepassing en tevens is er geen sprake van vrij verkeer van werknemers. Ook het vrij verkeer van Unieburgers is niet primair van toepassing aangezien Marietje economisch actief wil worden.

Open vraag 2

Week 6, HC11, HVII paragraaf 5.

Marietje is gevestigd in een andere lidstaat dan Litouwie en wil haar diensten dan ook aanbieden in deze lidstaat, hierdoor is het vrije verkeer van diensten van toepassing is zie art. 56 VWEU. Een dienstverlener moet gevestigd zijn in de lidstaat waar zij haar diensten verricht ontmeent het nuttig effect aan het dienstenverkeer. Dit levert een belemmering op, zie Van Binsbergen. Dat een vergunning vereist is, is een belemmering van het vrije verkeer van diensten omdat dit onaantrekkelijk kan zijn om diensten aan te bieden in Litouwie.

Het is een discriminatoire belemmering om de vergunning te weigeren alleen op grond van de vestigignsplaats van Marietje. Het is controverieel of deze belemmering als evenredige maatregel gerechtvaardigd kan worden. Vereist voor evenredigheid is dat de maatregel noodzakelijk is voor het bereiken van de doelstelling en niet verder gaan dan wat strikt noodzakelijk is. Dwingende eisen zijn in verband met gokdiensten geaccepteerd, zoals het tegengaan van criminaliteit en bescherming van de bevolking tegen de gevaren van gokverslving. De maatregelen moeten dan wel evenredig en noodzakelijk zijn, zie Placania.

Ter bereiking van deze doelstelling lijkt het vergunningsvereiste niet verder te gaan dan wat noodzakelijk is, tenzij uit haar thuisland vergunningvereisten buiten beschouwing gelaten worden, dit is naar analogie toegepast van Webb. Doordat Marietje haar bedrijf geweigerd wordt conform handhavingsoverwegingen terwijl minimaal gehandhaafd is in het verleden wijst op onevenredigheid. Dat Marietje leges moet betalen ter dekking van de handhavingskosten, terwijl de inspectiekosten al gedekt worden, wijst ook op onevenredigheid.

Open vraag 3

Week 6, HC11, HVII paragraaf 5.2 randnummer 105 e.v.

Stomka’s situatie is volledig intern waardoor haar opvatting volstrekt onhoudbaar is. Er is geen grensoverschrijdend element omdat zij woonachtig is in dezelfde lidstaat waar zij haar diensten wil aanbieden. Beperkingen van de fundamentele vrijheden moeten objectief gerechtvaardigd zijn, in casu lijkt het voornamelijk dat Stomka haar opvatting hier onevenredig is omdat van degenen die een vergunning aanvragen kan worden gevraagd dat zij aantonen dat zij voldoen aan de voorwaarden, zolang deze noodzakelijk en evenredig zijn.

Open vraag 4

Week 3, HC5, HV paragraaf 2.4 en paragraaf 3.

De strengere regels voor Marietje volgen uit de aanpassing van de Dienstenrichtlijn die discriminatoire regels toe zou staan. Dit lijkt in strijd met het Werkingsverdrag, zodat hij de ongeldigheid van de richtlijn in het licht van het Verdrag zou moeten aantonen. Een rechtstreeks beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 263 VWEU lijkt te mislukken omdat de Richtlijn haar niet rechtstreeks zal raken (De omzettingswetgeving zal alleen doen). Zij wordt rechtstreeks geraakt wordt in haar hoedanigheid van persoon die een economische activiteit uitoefent, zie het arrest Plaumann. Zij kan wel de nationale implementatiewetgeving, of toepassing ervan op haar bedrijf, aanvechten met een beroep op de ongeldigheid van de wetgeving die aan de implementatie ten grondslag ligt. Zo kan Marietje voor de nationale rechter de ongeldigheid van de richtlijn aanvoeren. Dit heeft als gevolg dat de nationale rechter een prejudiciële vraag zal moeten stellen als hij twijfelt aan de geldigheid van de Dienstenrichtlijn, zie het arrest Foto Frost. Een beroep wegens schadevergoeding heeft waarschijnlijk weinig kans van slagen vanwege het feit dat hiervoor een voldoende gekwalificeerde schending vereist is, hetgeen niet snel aangenomen wordt en ook moeilijker is om aan te tonen dan de ongeldigheid.

Open vraag 5

Week 1 en week 2, HC2 en HC3, HIV paragraaf 4.1

Voor een juist antwoord moesten hier drie rechtsgronden besproken worden. Namelijk artikel 192 VWEU inzake milieubescherming, artikel 114 VWEU betreffende de harmonisatie van de interne markt en artikel 194 VWEU inzake energiebeleid.

In de context van artikel 192 moest besproken worden of de voorgestelde maatregel onder artikel 192 lid 1 of artikel 192 lid 2 VWEU valt, omdat bepaalde energiebronnen verboden worden voor het opwekken van elektriciteit zie lid 2 onder c en de maatregelen van invloed zijn op de ruimtelijke ordening zie lid 2 onder b, eerste streepje. Artikel 114 is essentieel aangezien de richtlijn normen bevat ten aanzien van bepaalde producten. Omdat het gaat om een richtlijn inzake duurzame energie is artikel 194 eveneens relevant, zie hier ook de tweede alinea van het tweede lid ivm het verbod kolen te gebruiken voor elektriciteitsopwekking.

Naast de grondslagen moesten ook de redenen voor de relevantie van elk van deze rechtsgrondslagen aangegeven worden. Voorts had het advies ook moeten verwijzen naar de jurisprudentie van het Hof van Justitie over de keuze van de juiste rechtsgrondslag, als voorbeeld had de Tabaksreclame genoemd kunnen worden.

Meer TentamenTests - Vraag 6 t/m 10 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft) 

Exclusive section of this page (for members with extra services and online access)

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help
Share: this page!
Follow: Law Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
3787
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector