Samenvatting verplichte stof deel 2

Deze samenvatting is gebaseerd op het studiejaar 2013-2014.

Hoofdstuk 5

 

Verandering van de omgeving

In dit hoofdstuk wordt een tweede set van beleidsaanbevelingen gepresenteerd. Alle theorieën die tot nu toe gepresenteerd zijn hebben hetzelfde uitgangspunt: een rationele overtreder zoekt een aantrekkelijk doelwit uit die hem de grootste beloning zal geven met de kleinste kans op detentie. Het doel van de aanbevelingen is om het doelwit minder aantrekkelijk te maken voor een overtreder. Sommige zijn klein van aard, zoals meer straatverlichting toevoegen of heggen knippen zodat de straat goed te overzien is. Andere aanbevelingen zijn wat groter, zoals nieuwe gebouwen en zelfs hele buurten met meer toezicht en verminderen van mogelijkheden als belangrijkste aspect. Deze keuzegerelateerde beleidsvormen vallen vaak in drie groepen: verdedigbare ruimte, preventie van criminaliteit door de omgeving op een bepaalde manier te ontwerpen en situationele criminaliteitspreventie.
Jane Jacobs en Oscar Newman
In 1961 kwam het boek ‘The Death and Life of Great American Cities’ van Jane Jacobs uit. Dit boek was een kritiek op de manier waarop steden werden gepland en herbouwd. In haar woorden: ‘Een stad bouwen, op maat voor eenvoudige misdaad is idioot. Maar dat is wel wat we doen’. De argumenten die Jacobs aandraagt komen van observaties die ze in een aantal grote steden heeft gedaan. De onderliggende gedachte waarop haar werk gebaseerd is lijkt erg op de argumenten die door Shaw en McKay zijn aangedragen: Bepaalde gebieden zijn niet vatbaarder zijn voor criminaliteit, omdat daar een ‘criminele klasse’ mensen woont. Jacobs vond buurten met een hoog niveau van informele sociale controle in gebieden waar de bewoners arm waren en/of leden van etnische minderheden. Jacobs zei dat sommige van de veiligste plekken in New York, op ieder moment van de dag, degene zijn waar armeren en minderheden leven. En sommige van de meest gevaarlijke plekken zijn in de straten waar dezelfde soort mensen wonen. Het gaat dus niet om wie er woont, maar om de kenmerken van een plek zelf. Jacobs dacht dat het uiterlijk en ontwerp van een buurt invloed zou hebben op het gedrag van de bewoners.
Oscar Newman
Het boek van Newman werd gepubliceerd in 1972, gedurende een tijd waarin de criminaliteit snel aan het stijgen was. De politie maakte zich in die tijd ernstig zorgen over de criminaliteit, maar er werden vragen gesteld over de effectiviteit van de politie. De theorie van Newman was gebaseerd op het idee dat vele gebouwen (zeker hoge gebouwen waarin veel mensen woonden, zoals een flat) slecht gebouwd waren. Veel van deze gebouwen waren enorm en onpersoonlijk, waardoor het voor bewoners moeilijk te herkennen was wie er wel en wie er niet thuishoorde. Volgens Newman moest het ontwerp van de omgeving veranderen om te zorgen voor meer toezicht en sociale controle. Zijn theorie wordt de defensible space theorie genoemd en heeft 4 elementen:

  • Territorialiteit: plekken moeten een gevoel van territorialiteit opwekken, waardoor bewoners er meer aan zullen doen het te beschermen.

  • Natuurlijk toezicht: een gebouw waarbij alles goed in de gaten gehouden kan worden zal de gevoelens van angst doen verminderen.

  • Beeld: de uitstraling van een gebouw. Een gebouw met een slechte uitstraling zal er voor zorgen dat de bewoners sneller slachtoffer worden van criminaliteit.

  • Omgeving: de plaats waar een gebouw staat.

 

Verdedigbare ruimte (defensible space)

Binnen enkele jaren was de theorie van Newman wereldwijd bekend. In de hele wereld waren architecten, rechtshandhavinginstanties en bouwkundigen bezig met defensible space als antwoord op het criminaliteitsprobleem. De theorie van Newman lijkt zo voor de hand te liggen, maar de vraag is: werkt het ook? Het antwoord hierop hangt af van aan wie je het vraagt.
Sommige studies die de effectiviteit van de defensible space theorie hebben getest kwamen met een positief resultaat, de criminaliteit nam af. Terwijl andere studies met een minder goed resultaat kwamen. Het resultaat was dat of op korte termijn de criminaliteit afnam of het resultaat was zo nihil dat het verwaarloosbaar was.

Newman’s centrale stelling was dat het ontwerp van gebouwen invloed had op het gedrag van de bewoners. Als een gebouw goed was ontworpen met defensible space in het achterhoofd, dan zou dit moeten zorgen voor sociale cohesie en meer sociale controle. Hierdoor zou de criminaliteit afnemen. Helaas was dit niet altijd het geval.
Één van de kritieken op de theorie kwam van Sally Merry. Zij testte de theorie uit in een kleine stad in een buurt met lage inkomens genaamd Dover Square. Dover Square had op veel manieren de defensible space theorie toegepast. De gebouwen waren klein, de ramen aan de kant van de weg en de toegang tot privé ruimtes was beperkt door de toevoeging van verschillende barrières. Ondanks het goede ontwerp van de buurt waren de criminaliteitscijfers hoog en waren de bewoners bang. Merry probeerde uit te vinden waarom dit zo was. Ze kwam er achter dat veranderingen en verbeteringen in de omgeving niet genoeg waren om de criminaliteit te verminderen. Er was maar heel weinig sociale organisatie in Dover Square en dit ging de aspecten van defensible space te boven. De bewoners waren sterk verdeeld binnen de buurt. Dit gebrek aan gemeenschap zorgde er voor dat de defensible space theorie geen positieve impact kon hebben.

Het resultaat van de kritiek van Merry was dat er een nieuwe generatie van defensible space theorieën begon. Er moest meer gefocust worden op sociale interactie en binnen een buurt en een beter gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes. Het is belangrijk te begrijpen dat als al het gevoel van gemeenschap is ingestort in een buurt, veranderingen in de omgeving weinig of geen invloed kunnen hebben op de vermindering van criminaliteit en angst.
Ondanks het beperkte succes van de defensible space aanpassingen in sommige buurten, blijven Newmans ideeen een grote invloed hebben.
Omgevingsontwerpen
De uitgangspunten van Newman werden gebruikt in het ontwerp van de CPTED(Crime prevention through environmental design). Een populaire preventie techniek die door veel wetshandhavinginstanties wordt geprezen. C. Ray Jeffrey gebruikte CPTED als de titel voor zijn boek. In zijn werk betoogt Jeffrey dat het huidige beleid om criminaliteit te controleren niet effectief was. De methode van die tijd was reageren nadat een delict had plaatsgevonden. Dit noemde hij ‘indirect measures’. Voorbeelden hiervan zijn gevangenisstraffen, rechtzaken, arresten, etc. Volgens Jeffrey was de beste manier van criminaliteit aanpakken om directe controle over een buurt te krijgen, voordat een strafbaar feit zich voordoet. Door een omgeving aan te passen zou de criminaliteit omlaag gaan.

 

CPTED
Volgens Crowe zijn er drie strategieën die verbonden zijn aan CPTED:

Access control (ook wel target hardening): de mogelijkheden voor een gemotiveerde dader om in contact te komen met een potentieel doel verminderen. Dit valt in drie categorieën: georganiseerd(bijvoorbeeld bewaking bij de ingang van een buurt), mechanisch(het gebruik van apparaten om de toegang te beperken tot de legitieme bewoners, zoals sloten) en natuurlijk (de ruimtelijke indeling van een buurt).

Surveillance: een plek moet zo ontworpen zijn dat potentiele daders snel opgemerkt kunnen worden. Een rationele overtreder zal niet zo snel een plek kiezen waar hij snel opgemerkt wordt.

Territiorial reinforcement: In hoeverre mensen het gevoel hebben dat de plek ook daadwerkelijk van hun is en ze er dus alles aan doen het te beschermen.

De CPTED strategieën zijn op verschillende plaatsen ingezet, zoals scholen, parkeergarages, parken en recreatiegebieden. In sommige gebieden zijn de agenten zelfs getraind in het gebruik van CPTED. Veel CPTED projecten zijn ingezet in samenwerking met comunity policing. Volgens Het The National Institute of Justice vullen CPTED en community policing elkaar goed aan. Beide kijken naar de omgeving en proberen een oplossing te vinden die in die bepaalde buurt past. Het succes van CPTED hangt af van belanghebbenden die een probleem hebben dat CPTED beoogd op te lossen (op bladzijde 171 van het boek staat een lijst met de oplossingen die CPTED biedt).
De belangrijkste vraag is nu: werkt het? Ook dit antwoord hangt weer af van aan wie je het vraagt. Als je deze vraag stelt aan Timothy Crowe, voormalig directeur van the National Crime Prevention Institute en auteur van vele artikelen en boeken over het onderwerp, dan zou je een duidelijke ja krijgen. Andere onderzoekers zijn minder enthousiast over de invloed van CPTED. Er zijn studies die de invloed van CPTED duidelijk hebben gevonden, maar andere studies die helemaal geen invloed hebben ondervonden. Als voorbeeld: de vader van de auteur (Kim) had een pizzeria. De zaak werd een aantal keer overvallen en op een gegeven moment installeerde hij een aantal CPTED technieken. Meer licht binnenin de zaak en buiten de zaak, de balie verhogen(zodat overvallers er niet makkelijk overheen konden komen), posters van de ramen aan de voorkant verwijderen om meer zicht op de parkeerplaats te hebben, etc. Na het installeren van de CPTED technieken werd er niet één keer meer ingebroken. De vraag is: wat werkte? Waren het de lichten, de verhoging en de andere veranderingen aan de zaak of was iets anders verantwoordelijk voor de afname van de overvallen?
Criminaliteitspreventie
De derde en laatste manier om de criminele mogelijkheden te verminderen is de situational crime prevention. Wat houdt dit precies in? Volgens Ronald Clarke is situational crime prevention het verminderen van de mogelijkheid tot criminaliteit door a) de moeite voor de overtreder te vergroten, b)de pakkans vergroten en c) het verminderen van de mogelijke beloning. Situational crime prevention is niet zo bezig met de relatie tussen veranderingen in ontwerpen en de invloed die dat heeft op de gemeenschap. Deze theorie zegt dat je criminaliteit verminderd door de mogelijkheden te verminderen.
Maar hoe doe je dit? Allereerst is het misschien handig om te weten hoe mogelijkheid en criminaliteit samenhangen:

  • Mogelijkheden spelen een rol bij het veroorzaken van criminaliteit.

  • Misdaadmogelijkheden zijn erg specifiek. Bijvoorbeeld inbraak. Deze vorm van criminaliteit kan niet zomaar op ieder moment worden uitgevoerd.

  • Misdaadmogelijkheden verschillen in tijd en plaats. Bepaalde tijden en locaties zijn gevaarlijker dan anderen.

  • Misdaadmogelijkheden zijn afhankelijk van de dagelijkse bewegingen van mensen.

  • De ene misdaad creëert een mogelijkheid voor een andere misdaad.

  • Sommige producten zijn verleidelijkere mogelijkheden dan andere. Dit heeft te maken met VIVA (Value, Inertia, Visibility en Acces).

  • Sociale en technologische veranderingen zorgen voor meer mogelijkheden.

Mogelijkheden beperken
In eerdere stukken van Clarke kan men lezen dat hij een schema probeerde te maken met twaalf preventiestrategieën. Deze waren gebaseerd op de rationele keuze theorie: zorgen voor een grotere inspanning, het risico vergroten en de beloning verminderen. Het model werd na veel aandacht aangepast. Er waren nu zestien strategieën. Een aantal voorbeelden zijn: doelen verharden, toegang tot doelen beheren, formeel en informeel toezicht, verleidingen verminderen, etc. (Bladzijde 179 geeft de hele lijst weer). Zoals je ziet omdat de situational crime prevention veel van dezelfde strategieën als CPTED.
25 strategieën
In 2003 werd er een derde versie van Clarke’s lijst geïntroduceerd. Deze nieuwe lijst was gemaakt aan de hand van kritiek van Wortley. Begin 1996 begon Wortley met een serie artikelen waarin hij de rol van schuld, schaamte en bezinking bij criminaliteit onderzocht. Wortley vond dat er teveel nadruk lag op de mogelijkheden en te weinig op de filters die zich voor kunnen doen in de setting van een gemotiveerde dader. Wortley zei dat ‘verminderen van mogelijkheden’ er vanuit gaat dat er een gemotiveerde dader is die klaar is voor criminaliteit en dit zal begaan als de mogelijkheid zich voordoet. Volgens Wortley is motivatie niet een gegeven: motivatie hangt van de situatie af. Wortley kwam met vier elementen die er, volgens hem, voor zorgden dat iemand criminaliteit pleegt ook al is er op dat moment geen motivatie.
 

  • Prompts: zijn signalen in een omgeving die crimineel gedrag ontlokken. Bijvoorbeeld een open deur.

  • Pressures: situaties die sociale druk op iemand zetten om criminaliteit te plegen. Bijvoorbeeld groepsdruk van vrienden.

  • Permissibility: een aantal factoren altijd minimaliseren. Dus de legitimiteit van het principe, het niveau van persoonlijke verantwoordelijkheid, of het de moeite waard is, etc. Deze situaties zorgen ervoor dat iemand zijn moraal verlaagt en daardoor kan diegene makkelijke meedoen aan criminaliteit.

  • Provocations: negatieve, emotionele opwinding kan er voor zorgen dat mensen criminaliteit plegen. Bijvoorbeeld woede en frustratie.

Cornish en Clarke reageerde op Wortley’s kritiek en hebben een nieuwe categorie toegevoegd aan hun lijst: het verminderen van provocaties. In tabel 5.1 in het boek is te zien dat de permissebility van Wortley is toegevoegd onder de noemer: verwijderen van excuses.
De Situational Crime Prevention techniek is in verschillende settings gebruikt, zoals op scholen gevangenissen, winkelcentra en zelfs pretparken. Doordat de uitvoering zo succesvol is wordt deze techniek beschreven als een belofte in het verminderen van criminaliteit.
Samengevat kunnen we zeggen dat zowel CPTED als Defensible space en situational crime prevention alled rie als uitgangspunt een gemotiveerde dader hebben. Voorstanders van deze theorieën zeggen dat criminaliteit verminderd door wijzigingen die de kans op het plegen van een delict voor overtreders verminderd.
Kritiek
De meest gehoorde kritiek is die van verplaatsing(displacement). Deze kritiek zegt dat de verschillende technieken die we net hebben besproken niet zorgen van een vermindering van criminaliteit, maar alleen voor een verplaatsing. Er zijn zes verschillende vormen van verplaatsing: tijdelijke(het is verplaatst naar een ander uur van de dag), doel(de criminaliteit verplaatst van een goed bewaakt doel naar een kwetsbaarder doel), ruimte (overtreders verplaatsen naar een andere plek), tactisch (overtreders veranderen hun methoden), dader (als de ene overtreder stopt, komt er een ander voor in de plaats) en type delict (overtreders gaan op zoek naar andere vormen van criminaliteit).
Een andere kritiek is ethisch van aard. Er wordt betoogd dat het vermogen om de criminaliteitspreventie strategieën toe te passen afhangt van iemands sociale klasse. Degene met de middelen kunnen veel wijzigingen aan brengen aan het huis en de armeren kunnen dit niet. Hierdoor zijn de armere een makkelijker doelwit.
Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een artikel van William Sousa en George Kelling. Het gaat over het Alvarado Corridor initiatief. Dit was een initiatief van een politiechef die probeerde de overlast van criminaliteit in het MacArthur park op te lossen. Veel van de problemen(zoals het dealen van drugs en prostitutie) werden hierdoor opgelost.

 

Hoofdstuk 6

 

Criminaliteitsanalyse

Over het algemeen wordt met de term misdaadanalyse een patrouille georiënteerd instrument bedoeld dat door de politie vooral wordt gebruikt om patronen van criminele activiteiten te vinden. Ook wordt het gebruikt om te kijken waar ze het meeste nodig zijn. Dit is een vrij gelimiteerd gebruik van misdaadanalyse. Er zijn nog veel meer toepassingen mogelijk. Volgens Rachel Boba, een voormalig directeur van de politiestichting voor Crime Mapping, kan een misdaadanalyse worden omschreven als: het systematisch bestuderen van criminaliteit, inclusief socio demografische, ruimtelijke en tijdelijke factoren, en het assisteren van de politie bij het verminderen en evalueren van criminaliteit. Deze definitie is wat ingewikkeld en daarom zullen we hem stap voor stap gaan doornemen.
Allereerst gebruikt de misdaadanalyse aan aantal verschillende gegevensbronnen om kennis te krijgen over een bepaalde situatie. Kwalitatieve data bestaat meestal uit niet-numerieke informatie. Het omvat dingen als systematische observatie van een probleemgebied of buurt. Aan de andere kant heb je kwantitatieve data. Hier komt veel rekenwerk bij kijken en wordt dus wel veel gebruik gemaakt van getallen. Het hangt van de situatie af of een misdaad analist gebruikt maakt van kwantitatief onderzoek, kwalitatief onderzoek of van allebei. Bij het verzamelen van de informatie moet gebruik worden gemaakt van de regels van sociaalwetenschappelijk onderzoek.
In Boba’s definitie stonden ook de woorden socio demografisch, ruimtelijk en tijdelijk. Socio demografische factoren omvatten beschrijvingen van individuen en groepen, zoals geslacht, ras, inkomen, etc. Deze factoren kunnen op het individuele niveau wetshandhavers helpen bij de identificatie en aanhouding van een specifieke verdachte. Op het niveau van groepen kan dit helpen bij de uitleg waarom de ene buurt een hoger criminaliteitsgehalte heeft dan een andere buurt. Ruimtelijke factoren zijn belangrijk bij het begrijpen waarom bepaalde gebieden meer last hebben van criminaliteit dan andere. Tijdelijke factoren omvatten criminele patronen op de lange termijn, halflange termijn en patronen op de korte termijn. Om Boba’s definitie af te maken worden er nog de 4 doelen van misdaadanalyse aan toegevoegd: het aanhouden van criminelen, criminaliteit en wanorde verminderen, voorkomen van criminaliteit en evaluatie. Deze doelen zijn duidelijk voor wetshandhavinginstanties. Een groot deel van dit hoofdstuk zal gaan over misdaadanalyse bij de politie, maar het is belangrijk te onthouden dat wetshandhavinginstanties niet de enige gebruikers van de analyse zijn(denk bijvoorbeeld aan managers van een locatie en academici).
De ontwikkeling van de misdaadanalyse
Het verzamelen en analyseren van criminaliteit is iets wat al duizenden jaren gebeurt. Maar in Amerika is het iets wat nog niet zo heel lang wordt gebruikt. August Volmer was hoofd van de politie in Berkeley in Californië van 1905 tot 1932. Volmer probeerde de politie te professionaliseren. Een deel van zijn plan was om de politie efficiënter en effectiever te maken. Hij gebruikte een systematische techniek die Modus Operandi wordt genoem (MO). Dit had hij afgekeken van de Engelsen die al langer gebruikt maakte van deze methode. Bij de MO analyse worden de bijzondere aspecten van een actie van een overtreder opgenomen. Door het gebruik van deze methoden kan de politie verschillende misdaden van iemand onderzoeken en als er zich dan weer een zelfde situatie voordoet kan er sneller een verdachte worden aangehouden. Naast de techniek van de MO wordt Volmer ook gezien als de ontwikkelaar van een beter en meer wetenschappelijk beheer van patrouille procedures, zoals het onderzoeken van ‘calls for service’. Hij onderzocht waar de meeste telefoontjes vandaan kwamen en op die manier kon er beter gebruikt gemaakt worden van de patrouille wagens. Door zijn invloed wordt hij ook wel de ‘Vader van de Amerikaanse politie professionaliteit’ genoemd. Één van zijn studenten, Orlando Wilson, breidde Volmers visie nog verder uit. Het boek dat hij schreef wordt ook wel de bijbel van politiemanagement genoemd.
De groei
Rond 1960 werd de politie zwaar bekritiseerd door burgers. Vooral de minderheden hadden veel commentaar op de politie die hardhandige tactieken gebruikte. De criminaliteit steeg enorm en daarom was er veel kritiek op de politie. Er moest meer training komen voor agenten, meer opleiding en meer professionaliteit. Door deze kritieken werd en veel geld door de overheid gepompt in het verbeteren van de politie. Hierdoor ontstond de LEAA (Law Enforcement Assistance Administration) die erop gericht was de effectiviteit van de politie te vergroten. Zowel de Kansas City Patrol Experiment als een onderzoek gedaan door RAND zorgde voor vragen over de effectiviteit van willekeurige patrouille. Het resultaat van deze en andere onderzoeken was de politie onder veel druk kwam te staan. Er was weinig geld om meer politie in te schakelen en aan te nemen. Hierdoor moest er gebruikt gemaakt worden van de middelen die er al waren. De interesse in misdaadanalyse steeg hierdoor.
Midden jaren ’70 ontwierp Robert O. Heck, een voormalig specialist bij de LEAA, een programma die de nadruk legde op patrouilleren: PEP(Patrol Emphasis Program). Het doel van dit programma was een plan voor agentschappen maken om misdaadanalyse te gebruiken bij het beheer van ‘calls for service’ en om de kwaliteit van strafrechtelijk onderzoek te vergroten. Het programma had redelijk succes en Heck breidde het idee uit tot de ontwikkeling van de ICAP(Intergrated Criminal Apprehension Program). Één van de veranderingen die de ICAP aanraadde was dat de kwaliteit van de registers en het bijhouden daarvan verbeterd moest worden. Hierdoor zou iedereen veel sneller bij de informatie kunnen. In veel agentschappen was belangrijke informatie opgeslagen op kaartjes of papieren rapporten die allemaal met de hand gezocht moesten worden. De reden waarom veel agentschappen niet overstapten op computers was vanwege het gebruiksonvriendelijke systeem.
Gedurende de jaren ’80 groeide de interesse in misdaadanalyse nog steeds. Steeds meer agentschappen begonnen misdaadanalyse te gebruiken, zonder dat ze echt wisten wat de bedoeling was. Er was weinig of geen training voor de mensen die als analist werden aangewezen en soms waren het zelfs agenten die geblesseerd waren, de straat niet op konden en dus maar misdaad gingen analyseren. Als reactie op de vraag naar meer training werden er verschillende organisaties opgericht. Één daarvan was de IALEIA(The International Assosiation of Law Enforcement Intelligence Analysts). Intelligence analyse is een speciale manier van misdaadanalyse. Het wordt vooral gebruikt om grote misdaden op te lossen of als hulp bij het opsporen van georganiseerde criminaliteit. Tegenwoordig heeft de organisatie leden van over de hele wereld en geeft het nog steeds trainingen. In 1989 werd de SCCA (the Society of Certified Criminal Analysts) opgericht om de doelstellingen van de IALEIA aan te vullen.
 

Om een misdaadanalist te worden moet men aan een aantal criteria voldoen, o.a. het voltooien van een aantal trainingen en cursussen, ervaring opdoen als analist en een examen halen. In box 6.2 op bladzijde 214 staat een uitgebreide lijst met criteria.
In 1990 werd de IACA(the International Assosiation of Crime Analysts) opgericht. Deze organisatie is er op gericht om de communicatie tussen analisten te verbeteren en dat ze van elkaar kunnen leren. Ieder jaar wordt er een conferentie georganiseerd waar verschillende trainingen worden aangeboden en waar mensen elkaar kunnen wijzen op de nieuwste technieken.
De uitdagingen en problemen
De misdaadanalyse groeit snel en heeft veel potentie. Vele agentschappen maken al gebruik van deze techniek, maar niet iedereen is zo enthousiast. Er zijn agentschappen die het een modeverschijnsel noemen. Het is interessant om te zien hoeveel verschillende meningen er zijn over misdaadanalyse, soms zelfs binnen hetzelfde rechtsgebied.
Een ander probleem dat zich voordoet is dat ongeveer 1/3 van de wetshandhavinginstanties nog geen computers heeft (dit komt uit een onderzoek uit 1999). Hierdoor kan er ook moeilijk gebruik worden gemaakt van misdaadanalyse. Maar zelfs voor agentschappen die misdaadanalyse al volledig geaccepteerd hebben zijn er een aantal problemen.
Een van de problemen is dat criminelen zich niet houden aan een rechtsgebied. Er zijn dus verschillende agentschappen die te maken kunnen hebben met hetzelfde delict. Om een goede analyse te kunnen uitvoeren moeten analisten toegang hebben tot alle incidenten die zich voordoen. Niet alleen binnen hun gebied, maar ook binnen andere gebieden. Maar het kan voor een analist erg moeilijk zijn om aan data te komen van een ander agentschap. In sommige gebieden is er weinig samenwerking tussen naburige agentschappen. Maar zelfs waar er wel sprake is van samenwerking kan het moeilijk zijn om informatie uit te wisselen vanwege de verschillende registratiesystemen die worden gebruikt.
Het tweede probleem is die van de ‘Dark number’. De analisten hebben alleen toegang tot de informatie die door de politie is verzameld. Niet alle misdaden komen ten gehore aan de politie en dus automatisch ook niet aan de analisten.
Verschillende manieren van analyseren
Er zijn verschillende manieren waarop criminaliteit kan worden geanalyseerd.

  • Administratieve misdaadanalyse: dit is het verstrekken van criminele gegevens aan beheerders, de gemeente en burgers. Er kan deze analist bijvoorbeeld gevraagd worden of hij een rapport wil maken voor de gemeente waarin de haalbaarheid en impact van een bepaald idee tegen criminaliteit worden uiteengezet.

  • Criminele onderzoeksanalyse: Houdt zich vooral bezig met het onderzoeken van seriemoordenaars en wordt ook wel ‘Profiling’ genoemd.

  • Tactische misdaadanalyse: houdt zich vooral bezig met onmiddellijk zorgen. Hij onderzoekt de calls for service, interviewverslagen die in het ‘veld’ gemaakt zijn en andere informatie die kan helpen bij het identificeren van hoe, wanneer en waar de misdaad zich voordeed. Na het bekijken van de informatie probeert de analist een potentieel crime pattern(het optreden van soortgelijke delicten binnen een bepaald gebied) of crime series(een crime pattern waar aanwijzingen zijn dat de delicten door dezelfde persoon(personen) wordt geleegd) te identificeren.

  • Strategische misdaadanalyse: Is meer gericht om criminaliteit op de lange termijn.

Een manier om de verschillende analisten uit elkaar te houden is dat tactische analisten meer gericht zijn op informatie die de afgelopen dagen is verzameld en strategische analisten zich meer richten op informatie die al langer verzameld is.
Hot spots, Hot Routes en Burning times
Volgens Brantingham en Brantingham is de studie naar hot spots één van de meest belangrijke binnen de omgevingscriminologie. Volgens hun wordt een hot spot gedefinieerd als: de concentratie van misdrijven in een ruimte. In andere woorden: criminaliteit doet zich niet random voor. Maar niet alle criminaliteit doet zich voor binnen hot spots. Sommige delicten vinden plaats binnen een bepaald netwerk, zoals een straat of een busroute. Deze gebieden worden dan hot routes genoemd. Als laatste wordt er nog gebruikt gemaakt van het begrip Burning times. Dit zijn tijdelijke clusters van misdaden die op specifieke en herhaalde momenten worden gepleegd.
Er zijn een aantal dingen waar rekening mee moet worden gehouden bij het gebruiken van de verschillende begrippen. Allereerst, niet ieder doel binnen een gebied met veel criminaliteit heeft ook daadwerkelijk last van de criminaliteit. Hoe groot of klein de locaties ook zijn, de ene heeft een hoger criminaliteitsgehalte dan de ander. Ten tweede hoeft een hot spot niet de hele tijd ‘hot’ te zijn. Er moet rekening worden gehouden met locatie en tijd van de dag. Een derde punt is onze kennis met betrekking tot de tijdelijke dimensie van criminaliteit. Er is veel onderzoek gedaan naar hot spots, maar niet zoveel naar hot routes en burning times. Dit komt omdat het moeilijker is informatie te verzamelen over een hot route dan een hot spot.
De oorzaak van hot spot
Hoe onstaat nou zo’n hot spot? Voor het antwoord op deze vraag moeten we terugdenken aan hoofdstuk C. Hierin zeiden de Brantinghams dat nodes gebieden waren waarin mensen van A naar B gingen, zoals school, werk, winkelgebieden, etc. Deze nodes hebben de potentie om hot spots te worden. De Brantinghams hebben drie verschillende soorten hot spots onderscheiden:

  • Crime generators: plekken die een groot aantal slachtoffers en overtreders aantrekken, zoals winkelcentra, sportevenementen, parades en andere festiviteiten. Sommige gebieden, zoals parkeerplaatsen of busplaatsen kunnen crime generators worden, als ze maar groot genoeg zijn en er dagelijks veel mensen zijn. Een oplossing voor deze gebieden zou kunnen zijn dat het niveau van bescherming omhoog gaat door meer politie of beveiliging rond te laten lopen.

  • Crime attractors: zijn wat anders dan crime generators. Een crime attractor locatie staat bekend als een plek waar veel mogelijkheden zijn voor criminaliteit. Overtreders komen alleen naar deze plek om delicten te plegen. Voorbeelden zijn grote, onbeveiligde parkeerplaatsen of plekken waar veel prostituees komen. Om de criminaliteit binnen deze gebieden te verminderen moet het komen van overtreders op een of andere manier ontmoedigd worden.

  • Crime enablers: dit zijn plekken waar weinig of geen regulatie van gedrag is. Het gebrek aan controle verhoogd de kans op criminaliteit. Het zijn vaak plekken met een slechte reputatie waardoor en maar weinig mensen naartoe gaan. Mensen die naar deze plek gaan brengen zichzelf in veel gevaar, want er zijn maar weinig slachtoffers voor de vele overtreders die daar rondlopen. De criminaliteit zou verminderd kunnen worden door het niveau van bescherming en bewaking te verhogen.

Ook zijn er verschillende manieren waarop een hot spot herkend kan worden. Deze manieren vallen in drie categorieën:

  • Global statistical tests: zoals standaard deviatie van afstand en algemene testen voor clustering (Moran’s I en Geary’s C statistic).

  • Hot spot mapping technieken: o.a. verschillende vormen van mapping(point mapping, quadrat mapping).

  • Local indicators of spatial association statistics: Gi en Gi* statistieken.

Bovenstaande technieken hebben een wat verschillende bedoeling, maar ze focussen allemaal op hot spots en proberen beter te begrijpen waar criminaliteit zich voordoet. Geen van deze technieken is de absolute beste manier.
Verschillende hot spot types
Jerry Radcliffe heeft veel onderzoek gedaan naar hot spots en is één van een handje vol onderzoekers die tijdelijke analyse en ruimtelijke analyse heeft gecombineerd.
We beginnen deze discussie met een beschrijving van Ratcliffe’s schema’s. Als een agentschap een hot spot heeft geïdentificeerd, kunnen de daadwerkelijke criminele activiteiten binnen deze hot spot verschillende patronen aannemen, gebaseerd op tijd en locatie. Er zijn drie verschillende categorieën:
 

  • Dispersed: criminele activiteiten zijn verspreid binnen een hot spot.

  • Clustered: één of een paar plekken die verantwoordelijk zijn voor het
    meerendeel van de criminaliteit.

  • Hotpoint: één locatie die leidt tot de hot spot.

Clustered Dispersed Hotpoint

 

Daarnaast werden hot spots door Radcliffe gedifinieerd op basis van hij tijdelijke dimensie. Criminele activiteiten die binnen een hot spot plaatsvinden kunnen in drie categorieen worden verdeeld:
 

  • Diffused: hot spots die gedurende de hele dag last hebben van criminaliteit. Er is geen sprake van een bepaald toppunt.

  • Focused: hot spots die bepaalde tijdsblokken hebben waarin de criminaliteit zich meer voordoet dan op andere tijden.

  • Acute: hot spots die in een klein tijdsblok last hebben van criminaliteit.

Het verschil tussen focused en acute is dat bij acute er maar weinig criminaliteit zich buiten het kleine tijdsblok voordoet en bij focused is dit niet zo sterk.

 

Hot spots herkennen
Lawrence Sherman en zijn collega’s hebben veel onderzoek gedaan naar hot spots en de verdeling van criminaliteit binnen stedelijke gebieden. In een van de studies deden ze onderzoek naar de calls for service van de politie in Minneapolis. Ze vonden dat de helft van de telefoontjes afkomstig waren van maar 3% van alle adressen van de stad. De concentratie werd nog groter als er alleen van delicten als diefstal en strafbare seksuele handelingen werd uitgegaan. Één adres kon voor 810 van de telefoontjes binnen een jaar worden aangerekend. Als de politie zich zou concentreren op de paar herhaaldelijke bellers, dan zou het criminaliteitsniveau en werklast kunnen verminderen. In deze studie werd gebruik gemaakt van een techniek genaamd directed patrol. Bij dit soort patrouille krijgen agenten specifieke instructies over op wie of wat ze hun aandacht moeten vestigen. Sherman en zijn collega’s kwamen erachter dat deze vorm van patrouilleren succesvol was. Ook de burgers binnen een gebied waar deze techniek werd toegepast hadden een lager gevoel van angst, meer tevredenheid over hun buurt en minder last van sociale en fysieke wanorde. Volgens een andere onderzoeken, Koper, was het de bedoeling dat agenten niet langer dan 15 minuten binnen een hot spot moesten patrouilleren. Dit was de meest effectieve hoeveelheid tijd. Daarna moesten ze door naar de volgende hot spot.
Crime mapping en terrorisme
Het volgende deel van het hoofdstuk gaat over terrorisme en de verschillende analyse daarvan (bladzijde 230). Het artikel is geschreven door Patrick Baldwin, Shannon Smith en Marina Gonzalez. Op de verschillende figuren is te zien op welke plekken, binnen de hot spot die ze hebben onderzocht, de meeste propaan tanks zijn gestolen (Dit zijn tanks die vaak bij terrorisme worden gebruikt) of waar de telefoontjes over terrorisme vandaan komen.
Verschillende overtreders.
De belangrijkste conclusie van dit boek is dat criminaliteit niet evenredig verdeeld is tussen personen, plaatsen en tijden. Er kan door analisten worden beslist dat een buurt veel criminaliteit ondervindt. Maar er kan niet met zekerheid worden gezegd of deze hoge mate van criminaliteit komt van ‘’ravenous wolves’’, ‘’sitting ducks’’ of ‘’den of iniquity’’. Bij een wolf probleem is er een hoge mate van gemotiveerde overtreders die verschillende doelen hebben in verschillende gebieden. De bewaking en bescherming binnen dit gebied is niet hoog, waardoor het doel kwetsbaar is voor aanvallen. Een ‘’sitting duck’’ probleem heeft een klein aantal slachtoffers die herhaaldelijk door verschillende overtreders worden aangevallen (bijvoorbeeld een taxichauffeur). Een ‘’den of iniquity’’ probleem doet zich voor wanneer verschillende overtreders en verschillende slachtoffers of doelen zich op één punt bevinden(bijvoorbeeld een winkelcentrum).
Naast de verschillende manieren van analyseren zijn de gezagsgetrouwe inwoners ook een belangrijk onderdeel van de oplossing. De politie kan niet succesvol criminaliteit verminderen en de kwaliteit van leven verbeteren als de mensen die er zelf wonen niet willen meewerken.
SARA
Dit model is het meest gebruikt bij het oplossen van problemen. Dit is een vierstappen model waarin Scanning, Analysis, Response en Assesment centraal staan.
 

  • Scanning: het probleem wordt geïdentificeerd door de beschikbare informatie te beoordelen. Data van verschillende bronnen wordt onderzocht.

  • De Analysis: de zorgvuldige afweging van een aantal informatiebronnen om antwoord te krijgen op de vragen wat, waar, wanneer, hoe en waarom het probleem is ontstaan. Deze fase kan problemen opleveren, doordat het personeel denkt al zeker te weten wat de oorzaak van het probleem is. Hierdoor denken ze dat deze fase een tijdsverspilling is.

  • Response: hierbij werft de politie de inbreng van lokale bewoners, bedrijfseigenaren, scholen, etc. Op deze manier proberen ze een oplossing voor het probleem te creëren.

  • Assessment: de evaluatie van de effectiviteit van de gekozen methode.

Één van de auteurs heeft ervaring met de SARA-methode. Ze werd gevraagd door de Pensacola Police Department om hun te helpen met het COPS(Community Oriented Policing Services) systeem. Er werd gebruikt gemaakt van SARA. Ze wilden meer te weten komen over een gebied genaamd de East King Tract.
Samengevat
Het analyseren van criminele data is een belangrijk instrument voor veel wetshandhavinginstanties geworden. Op deze manier proberen ze de criminaliteit te verminderen en de kwaliteit van leven te verbeteren. Misdaadanalisten kunnen antwoord geven op vragen als wat, waar, wanneer, wie en hoe de problemen zijn ontstaan.
In het laatste deel van het hoofdstuk staat er een artikel over hoe het is om een tactische analist te zijn en waar je allemaal mee te maken krijgt.
 

Hoofdstuk 7

Criminaliteit in kaart brengen

Hoewel het in kaart brengen van misdaad(crime mapping) in de vorm van pin maps al begin 1900 werden gebruikt, is het geautomatiseerde in kaart brengen met gebruik van het GIS(geographic information system) iets wat op dit moment steeds populairder wordt. Toch is tegenwoordig de kans nog steeds groot dat veel agentschappen nog steeds pin maps gebruiken om criminele locaties te identificeren. Hier zitten echter enkele nadelen aan. Het is voor een analist erg moeilijk om een pin map bij te houden met de nieuwste updates. Als een map wordt weggehaald voor opslag, dan is het erg moeilijk om nog verder te gaan voor een analist. Ook is het moeilijk om data van verschillende maanden duidelijk te maken binnen een kaart. Als laatste worden pin maps over het algemeen ook erg groot om duidelijk te zijn. Hierdoor nemen ze veel ruimte in beslag en zijn ze moeilijk te verplaatsen.
Obstakels
Veel van de hiervoor genoemde argumenten gaan ook op voor het GIS systeem. Veel van de vroege software was traag en gebruiksonvriendelijk. Ook waren veel van deze systemen onbetaalbaar. De eerste computer gestuurde kaarten zijn gemaakt gedurende 1960-1970. Ondanks de aantrekkingskracht van automatische kaarten, waren de technologische uitdagingen erg groot en er waren daarom ook maar een paar agentschappen die gebruik maakte van deze techniek.
De interesse in het in kaart brengen van misdaad werd weer aangewakkerd eind jaren ’80. Dit was de tijd waarin the National Institute of Justice een programma oprichtte genaamd the Drug Market Analysis Program. Dit programma zorgde voor partnerschappen tussen wetshandhavinginstanties en academici. Het doel van deze samenwerking was het verbeteren van de analytische methoden. Het succes van dit project resulteerde in een enorme interesse naar het gebruik van GIS. In de jaren ’90 ging er steeds meer geld naar wetshandhavinginstanties om de nieuwe technieken aan te schaffen. COPS financierde veel agentschappen bij de verbetering van hun community policing door de aanschaf en het gebruik van nieuwe technologie.
Ook tegenwoordig moedigt de National Institute of Justice het gebruik van crime mapping nog steeds aan. Helaas is een deel van de financiering terug gelopen na 9/11. Het geld wordt nu op andere plaatsen ingezet.

Het gebruik van crime mapping is tegenwoording nog steeds in zijn kindertijd, maar er zijn tekenen van groei en meer interesse binnen wetshandhavinginstanties. In 2011 is er onderzoek gedaan naar de hoeveelheid agentschappen die gebruik maakten van de technieken. Geschat is dat ongeveer 1 op de 4 agentschappen gebruik maakt van crime mapping aan de hand van computers. De groei is de afgelopen jaren wel minder geworden. Dit kom door een aantal factoren. Allereerst zijn het vooral de grotere agentschappen die de technologie hebben. De kleineren zullen dit waarschijnlijk nooit aanschaffen o.a. door het kleine budget dat ze hebben. Ten tweede is de financiering voor dit soort technologie verminderd sinds 9/11. Steeds meer van het geld gaat naar de bescherming van het vaderland en de preventie van terrorisme.
Het gebruik van kaarten
Door het gebruik van de nieuwe technologie in plaats van het oude crime mapping, is het herkennen van criminele patronen een stuk makkelijker. Het gebruik van de zogenaamde pin maps was het populairste binnen de crime mapping technologie. Dit type wordt soms ook wel descriptive mapping genoemd. Ook kan met deze technologie vergelijkingen worden gemaakt en kan er veel meer data opgeslagen worden.
Beschrijvende kaarten
Één van de voordelen van geautomatiseerde kaarten is dat ze makkelijk geprint en verspreid kunnen worden. In plaats van de kaart uit je hoofd leren, kan hij gewoon worden meegenomen. Ook kan mapping gebruikt worden om alle middelen die beschikbaar zijn beter toe te wijzen. Bijvoorbeeld: de mapping software kan precies vertellen waar de patrouille wagens zijn. Hierdoor kan er veel sneller een auto naar een incident worden gestuurd. Daarnaast is er ook nog het zogenaamde GLS(The Hotspotter Gun Location System). Dit systeem gebruikt sensors om de bron van een geweerschop op te sporen. Hierdoor kan de politie veel sneller ter plaatse zijn.
In andere gebieden wordt crime mapping gebruikt om de adressen van zedendelinquenten te laten zien. Na de verkrachting en moord op de 7-jarige Megan Kanka in 1994 kwam Megans law in werking. Deze wet vereist dat alles zedendelinquenten die een misdrijf tegen kinderen hebben begaan geregistreerd worden en op een openbare site komen te staan. In box 7.4 is een stuk te lezen over onderzoek dat Paul Zandbergen en Timothy Hart hebben gedaan. Het gaat over crime mapping technologie en zedendelinquenten. Ook kunnen geautomatiseerde pin maps laten zien of een interventie heeft geholpen.
Maar die bruikbaarheid van descriptive mapping heeft ook zijn mindere kanten. Allereerst is er altijd sprake van subjectieve interpretatie. Wat de één een belangrijk patroon vindt, kan voor de ander totaal onbelangrijk zijn. Deze subjectiviteit kan zeker erg vervelend zijn bij het identificeren van hot spots. Er zijn een aantal methoden waarop een hot spot kan worden herkend:

  • Repeat adress mapping: alleen de adressen die voldoen aan vooraf ingestelde criteria(wordt ook wel een minimum plot density genoemd) worden weergegeven op de kaart.

  • Kernel smooting: de individuele data punten van misdaadlocaties worden gladgestreken om een afbeelding te laten zien die de gebieden met de hoogste dichtheid of concentratie van criminaliteit laat zien.

  • Standard deviation ellipses: een computerprogramma genaamd STAC(Spatial and Temporal Analysis of Crime) is beschikbaar voor wetshandhavinginstanties. Dit programma analyseert automatisch individueel gecodeerde adressen. De locatie en grootte van de hot spot wordt duidelijk door een ellips dat om de gebieden met het hoogste niveau van criminaliteit heen wordt getekend.

Analytische kaarten
Analytical mapping is wel een stuk minder populair dan descriptive mapping. Dit komt doordat analytical mapping veel meer vaardigheden vereist. Descriptive mapping focust zich op de visuele presentatie van data punten en analytical mapping laat het resultaat van data analyses zien. De punten worden geanalyseerd en daarna in kaart gebracht. Dit is meer werd, maar zorgt wel voor het beter begrijpen van trends en patronen.
In Baltimore gebruikte de politie analytical mapping om hun geweldsprobleem(misbruik van de echtgenoot/echtgenote) beter te begrijpen. Ze wilden weten welke adressen en gebieden een hoog niveau van echtgenootmisbruik ondervonden. Ook wilden ze de gebieden waar onderrapportage het geval was in kaart brengen. Dit laatste bleek erg moeilijk te zijn. Om dit toch voor elkaar te krijgen werd gebruik gemaakt van het multiple regression model. Dit model bestaat uit een wiskundige vergelijking, waarbij het aantal telefoontjes(over misbruik) voorspelt kon worden aan de hand van de demografische kenmerken van een gebied. Aan de hand hiervan kwamen ze erachter dat er een groot aantal zaken nooit werd gemeld bij de politie en dit geeft aan dat er sprake is van onderrapportage.

Profileren
Geographic profiling is een geavanceerde vorm van analytical mapping. Deze manier van criminaliteit in kaart brengen maakt veel gebruik van de crime pattern theorie, routine activiteiten theorie en andere omgevingscriminologische principes. Geographic profiling helpt bij het onderzoeken van criminaliteit doordat het de locatie waar hoogstwaarschijnlijk een crimineel leeft identificeert. Niet alle misdaden zijn geschikt voor deze vorm van onderzoek. Volgens Rossmo(een voormalig detective die geographic profiling heeft ontworpen) moet het delict een serieel karakter hebben, gewelddadig zijn en roofzuchtige handelingen bevatten(zoals moord en verkrachting) die het jachtgedrag van de overtreder laten zien.
Volgens de routine activiteiten theorie heeft criminaliteit de neiging om te clusteren in gebieden waar gemotiveerde daders in contact komen met geschikte doelen. De Brantinghams voegden daar de crime pattern theorie aan toe die zei dat een overtreder een bepaalde activity space heeft waar hij/zij vaak tussen reist(werk, school, thuis). Daarnaast is er de awareness space die vaak groter zijn en bevat locaties waar iemand maar zelden komt. Deze twee dingen samen genomen(activity en awareness) vormen een cognitieve kaart van de stad of het gebied waarin iemand leeft. Voor de meeste mensen is hun huis de belangrijkste plek binnen hun activity space. Dit geldt dus ook voor criminelen. Hierdoor zullen ze delicten vaak dicht bij huis plegen. Dit wordt ook wel de distance decay function genoemd. Dit houdt in dat hoe verder je weggaat van de activity space van een overtreder, des te kleiner is de kans dat de overtreder jou als doelwit voor zijn delict gebruikt.
Dit wetende ontwikkelden Rossmo en zijn collega’s een CGT model(Criminal Geographic Targeting). Dit model analyseert de geografische coördinaten van criminele activiteiten die deel uitmaken van een serie, waardoor er een beeld kan worden geschetst van het ‘jachtgebied’ van de overtreder. Als voorbeeld die van een brandstichter. Hij heeft een aantal brand gesticht op acht verschillende locaties rondom zijn huis. De beste gok waar zijn huis ligt zou in het centrum van alle acht brandstichtingen zijn. Natuurlijk is een goed en accuraat geografisch profiel maken een stuk ingewikkelder. Rossmo betoogt dat er drie overwegingen zijn waar rekening mee moet worden gehouden:
 

  • Crime locations: de meeste literatuur duidt criminele locaties aan als één plek, maar dit is vaak niet het geval. Sommige misdaden hebben meerdere locaties die in ogenschouw moeten worden gehouden(bijvoorbeeld bij een moord. Waar het lijk is gevonden, waar de moord is gepleegd, etc).

  • Target backcloth: is gebaseerd op de ruimtelijke kansen die worden gevormd door de tijdelijke en geografische spreiding van geschikte criminele doelen. Het moge duidelijk zijn dat een geschikt doel verschilt per crimineel.

  • Offender hunting: dit bestaat uit de zoektocht naar een slachtoffer(of doel) en de methode van aanvallen. Volgens Rossmo zijn er vier verschillende methoden om te zoeken naar een slachtoffer(of doel):
    - Hunters: overtreders die erop uit gaan, vanuit hun huis, op zoek naar hun slachtoffer(of doel).
    - Poachers: trekken er ook op uit, maar in dit geval begint de overtreder vanuit een andere locatie dan zijn/haar huis en reist naar een andere stad opzoek naar een slachtoffer(of doel).
    - Trollers: vinden hun slachtoffer(of doel) per ongeluk, terwijl ze zich bewegen binnen de activiteiten van de dag.
    -Trappers: Overtreders die zich een specifieke rol of bezigheid aanmeten, waardoor ze de mogelijkheid om slachtoffers(of doelen) tegen te komen vergroten.
    Dan zijn er nog 3 manieren waarop een overtreder achter zijn slachtoffer aan kan gaan:
    - Raptors: Vallen bijna meteen hun slachtoffer aan als ze hen tegenkomen.
    - Stalkers: volgen hun slachtoffers, wachtend op een mogelijkheid om aan te vallen.
    - Ambushers: de overtreders die hun slachtoffers aanvallen die ze hebben meegelokt naar een bepaalde locatie.

Naast al deze factoren zijn er, volgens Rossmo, nog een aantal dingen waar men rekening meer moet houden bij het opstellen van een profiel. Dit zijn: type dader, patronen van straten, openbaarvervoer plekken, landgebruik en demografische kenmerken van een buurt.

Tijdelijke overwegingen
Veel wetshandhavinginstanties hebben de crime mapping en analyse technieken omarmd, maar er zijn er maar een paar die zich echt hebben gericht op tijdelijke dimensies. Één van de pioniers die zich bezig hield met tijd was Jerry Ratcliffe. In een van zijn recentere werken combineert hij zijn ideeën over tijd met de ideeën van Millers om een tijdelijke meettheorie te ontwikkelen die de beperkingen van patronen van overtreders blootlegt.
We beginnen onze excursie binnen de spatio-temporele overwegingen met een discussie over wat Miller en Radcliffe ‘Classical Time Geography’ noemen. Het begint met het idee dat activiteiten zich voordoen op specifieke locaties voor een relatief beperkte tijdsperiode(bijvoorbeeld het winkelcentrum. Deze is niet de hele dag geopend).
Een belangrijke sleutel bij de tijd geografie is het concept van constraints. Een constraint beperkt jou mogelijkheden tot het reizen naar gebeurtenissen en meedoen aan activiteiten. Er zijn een aantal verschillende constraints. Allereerst, als je geen toegang hebt tot publiek- of privé transport, dan is jou vermogen om naar bepaalde locaties te gaan moeilijker. Ten tweede hebben mensen verplichtingen, zoals werk of school, waar ze naar toe moeten. Dit limiteert de mogelijkheid om dingen te doen, want je kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Een derde type is het constraint van autoriteiten. Jou toegang tot bepaalde plekken kan je worden ontzegt door bepaalde autoriteiten. Als laatste zijn er ook persoonlijke constraints. Bijvoorbeeld eten en slapen. Dit kost tijd, waardoor er minder tijd overblijft om ergens anders te zijn. Al deze verschillende constraints worden door Radcliffe gebundeld in het begrip: temporal constraints.
Tijdsgeografie maakt ook een onderscheid tussen fixed en flexible activiteiten. Fixes activiteiten kunnen niet makkelijk worden herschikt. Je moet daar nou eenmaal op een bepaald tijdstip zijn, want anders volgen en consequenties. Flexibele activiteiten zijn jou wel makkelijk te verplaatsen gedurende de dag of de week.
De behoefte om op een bepaalde plek te zijn voor een bepaald tijdsblok wordt ook wel coupling constraint genoemd. Fixed activiteiten hebben vaker coupling constraint. Flexibel activiteiten hebben, doordat ze makkelijk te verplaatsen zijn, een meer vloeiende coupling.
Naast de ideeën van constraint, zijn de space-time path en de space-time prism ook nog van belang. The space-time path is de beweging van een individu door de tijd en plaats gedurende de dag. De paden vertellen ons over de activiteiten die een individu doet en ook de fixed activiteiten die de ankerpunten zijn van iemand leven. Een space-time prism is een uitbreiding van een space-time path. De prism geeft ons de mogelijkheid om een kaart te creëren over een individu en zijn mogelijkheden om tot bepaalde locaties te komen. Het laat de fixed activiteiten zien. Hierdoor kan men erachter komen waar iemand kan zijn, gebaseerd op waar iemand zou moeten zijn (bladzijde 272 laat een plaatje zien die dit kan verduidelijken). Stel dat iemand om 09.00 uur op school moet zijn. Je weet dat zijn kamer 45 minuten fietsen is. Dan weet je ook dat hij waarschijnlijk rond 09.40 op weg naar school is of al op school is. Zijn tijd bestaat uit een journey time, dit is de tijd die hij daadwerkelijk gebruikt voor het reizen en de reserve time, de tijd die over is voor het geval er onverwachte vertragingen zijn.
Door de activiteiten die mensen dagelijks doen, kan er achter gekomen worden waar iemand is.
Op dit moment kan je jezelf afvragen wat dit te maken heeft met criminaliteit. Ook overtreders hebben tijd constraints, net als niet overtreders. Hun criminele activiteiten moeten passen binnen hun dagelijkse bezigheden.
Het COMPSTAT model

Een van de meest spannende trends die zich nu voordoet binnen de wetshandhaving is de introductie van het COMPSTAT model. Dit model is gemaakt om patrouille operaties te beheren. De afkorting staat of voor ‘Compare Stats’ of ‘Computer Driven Crime Statistics’. De betekenis van de afkorting maakt niet uit, want het doel blijft hetzelfde: de keuzes die de politie maakt moeten gedreven worden door tijdige, accurate data. Het programma vindt zijn oorsprong in New York bij de NYPD.
De beginselen
Het model is gebaseerd op 5 beginselen:
 

  1. Specifieke doelstellingen

  2. Tijdige en nauwkeurige intelligentie

  3. Effectieve strategieën en tactieken

  4. Snelle inzet van personeel en middelen

  5. Meedogenloze opvolging en evaluatie

Het centrale bestanddeel van COMPSTAT is de wetenschappelijke analyse en gebruik van kwaliteits- en tijdige criminele data. De gegevens komen van verschillende bronnen, zowel interne en externe informatie. Interne data bevat dingen als calls for service, misdaad rapporten, etc. Externe data kan van verschillende bronnen komen. Bijvoorbeel informatie dat van andere agentschappen komt of tips van de particuliere beveiligingsbedrijven.
Zodra een patroon of hot spot wordt ontdenkt, moeten patrouille commandanten er iets aan gaan doen. Hij wordt uitgedaagd om uit te leggen waarom de hot spot is ontstaan en hoe het opgelost gaat worden.

Een van de interessantere details van COMPSTAT is dat de tactieken niet worden ontwikkeld op basis van een eenheid, maar op basis van de buurt. Het is de bedoeling dat de verschillende eenheden samenwerken om het probleem op te lossen.
Daarnaast waren de eenheden altijd verdeeld in bepaalde shifts. De commandant die overdag werkte wist van alle criminaliteit die binnen zijn tijdsblok aanwezig was, maar was zich niet bewust van alle criminaliteit die daarbuiten viel. Geografische verantwoording zorgt er voor dat alle commandanten verantwoordelijk zijn voor het bekijken van alle misdaadrapporten die binnen hun gebied vallen, ongeacht de tijd van de gebeurtenis.
Wanneer er een probleem wordt ontdenkt en er een strategie is ontwikkeld, is het de verantwoordelijkheid van de commando supervisor om er voor te zorgen dat de geschikte stappen worden genomen. Bij invoering van de strategie vertelt de COMPSTAT niet wanneer het zal eindigen. Het doel van COMPSTAT is het verminderen van criminaliteit binnen een bepaald gebied, met gebruik van alle mogelijke middelen. In sommige gebieden is COMPTST synoniem geworden met de zero tollerance policing. Dit is een agressieve vorm van wetshandhaving dat de ‘broken windows’ filosofie benadrukt. De reden waarom deze samen gaan is omdat de NYPD beide strategieën tegelijk gebruikte.
Het COMPSTAT model verschilt erg van community policing. Een aantal verschillen zijn:
 

  • Het doel van community policing is erg breed. Er wordt van de politie verwacht dat ze zich bezighouden met de verschillende belangen binnen een gemeenschap. Het doel van COMPSTAT is meer gefocust. Het belangrijkste doel is verminderen van criminaliteit, vooral ernstige misdrijven.

  • Community policing focust zich op de betrokkenheid van de lagere patrouille officieren en sergeanten om lokale problemen op de lossen. COMPSTAT daarentegen is meer een top-down organisatie. De verantwoordelijkheid ligt bij het commando personeel en analisten om problemen op te lossen.

  • Bij COMPSTAT worden strategieën beoordeel en bekritiseerd op vergaderingen die regelmatig plaatsvinden. Bij community policing strategieën wordt er gekeken naar verschillende indicatoren om het succes of falen te evalueren.

Voorspellen
De meeste toepassingen van crime mapping zijn met terugwerkende kracht. Maar op dit moment is er een interesse in het gebruik van crime mapping met voorspellende waarde. Dit terrein is redelijk nieuw, maar de interesse groeit, net als de publicaties. Er is geen beste methode tot nu toe. Het verschilt per delict welke methode het beste past bij het voorspellen.
Samengevat
Crime mapping zorgt er voor dat criminele locaties kunnen worden geïdentificeerd. Meer geavanceerde technieken staan toe dat onderzoekers en agenten een diepere en gedetailleerde identificatie van een locatie kunnen maken. De interesse in crime mapping lijkt te groeien en steeds meer agentschappen willen er gebruik van maken.
In het laatste deel van het hoofdstuk staat een artikel. Dit artikel gaat over crime mapping in verschillende afdelingen en hoe dit hun baan een stuk makkelijker maakt.
 

Hoofdstuk 8

 

Laatste gedachten
De bestudering van ruimte, tijd en criminaliteit wordt tegenwoordig door veel wetshandhavinginstanties gebruikt en toegejuicht. Maar niet alle interesse in de studie is positief geweest. Een aantal onderzoekers zijn erg kritisch op alle theorieën en ideeën die samenhangen met deze studie. Deze mensen zijn aanhangers van de radical criminology. Deze richting hangt samen met de ideeën van Karl Marx.

Radicale criminologie
Radicale criminologen hangen het idee aan dat ongelijkheid in macht de basis is van het criminaliteitsprobleem in de Verenigde Staten. Er wordt gefocust op de achtergestelde, minder machtige groepen in de samenleving. Daarnaast zeggen ze dat criminaliteit verminderd kan worden door de bestaande machtsstructuren te veranderen.
Conflict criminology begint met de veronderstelling dat de samenleving bestaat uit een aantal verschillende groepen die allemaal strijden om controle en macht. Deze groepen hebben verschillende ideeën over wat goed en slecht is en hebben verschillende normen en waarden. De groep die de macht heeft is in staat om de acties van de staat de controleren. Dit houdt in dat ze onder andere de leiding hebben over de inhoud van de wetten en het gedrag en functioneren van de politie en het rechtsstelsel ook in handen hebben. De minder machtige groepen binnen een samenleving hebben gedrag wat voor hun normaal is en dat wordt door de machtigere groepen als crimineel bestempeld. Om dit te verduidelijken het volgende voorbeeld: Christelijke wetenschappers leven met het idee dat men moet bidden om van ziektes af te komen. Ze maken geen gebruik van medische praktijken. Als iemand bijvoorbeeld suikerziekte heeft moet er gebeden worden i.p.v. insuline gebruiken. De groep die dit gelooft is niet erg groot. De machtigere groep (de meerderheid) is het hier niet mee eens en bestempelend die gebruiken dan ook als verkeerd en crimineel. 
Conflict criminologie
Volgens Jeff Ferrel zijn openbare ruimten een slagveld voor de minder machtige groepen. De aanwezigheid van etnische minderheden, armeren en andere groepen die als bedreiging tegen veiligheid worden gezien, moeten scherp in de gaten worden gehouden.
Cultureel erfgoed
‘Street cruising’ is een populair, cultureel evenement in Spaanse en Mexicaans-Amerikaanse gemeenschappen. Jongeren doen veel moeite om hun auto’s in felle kleuren en patronen te verven die symbool staan oor hun cultureel erfgoed. Veel van deze voertuigen worden ook veranderd in de zogenaamde ‘lowriders’. De trotse auto-eigenaren rijden door de stad en laten op deze manier hun afkomst zien. Dit was oorspronkelijk om bendevorming tegen te gaan.
Helaas wordt deze vorm van cultuur uiten niet gewaardeerd door de meerderheid van de Amerikaanse burgers. De activiteiten worden als illegaal en ongepast bestempeld. De machtigere groepen zijn succesvol geweest in het proberen te verminderen en verwijderen van deze ‘street cruises’. Populaire gebieden om rond te rijden zijn afgezet, er is een avondklok ingesteld en er worden boetes uitgedeeld.
 

Graffiti
De manier waarop street cruising voor Spaanse en Mexicaans-Amerikaanse gemeenschappen belangrijk is, is graffiti en Hip Hop dit voor Afro-Amerikaanse gemeenschappen. Graffiti of tagging wordt als crimineel gezien en wordt vaak in verband gebracht met het lid zijn van een bende. Er moet worden opgemerkt dat de ontwikkeling van Hip Hop en Graffiti begon als alternatief voor bendes en conflicten. Helaas voor mensen die via graffiti zichzelf willen uiten: het wordt gezien als één van de eerste en erg negatieve signalen van een gemeenschap die uit de hand loopt. O.a. door de ‘Broken Windows’ theorie wordt graffiti zo snel mogelijk na het aanbrengen weggehaald door de gemeente. Maar ook hier is weer te zien dat de machtigere groep bepaald wat crimineel is en wat niet: In de stad Tampa, Florida, bestaat een team van graffiti verwijderaars. Ze verwijderen alle vormen van graffiti binnen 24-uur na ontdekking. Maar er is één vorm van graffiti die met rust gelaten moet worden. Er komen in Tampa vaak roeiteams van verschillende universiteiten om te oefenen. Deze zetten dan ergens rondom de zeeweringen hun schoolembleem neer. Deze taggs van de rijkeren en machtigere is totaal geaccepteerd en wordt niet als graffiti gezien. Deze worden zelfs als cultureel erfgoed van de stad gezien. Als men nou objectief zou kijken: is er dan wel een verschil tussen deze twee vormen van graffiti, behalve degene die het heeft neergezet?
Wie heeft de macht?

Centraal bij de argumenten van de conflict criminologie staat het vraagstuk van macht. Sommige groepen hebben de macht om invloed te hebben op onze politieke systemen, terwijl veel andere groepen dat niet hebben. De vraag die er gesteld moet worden is dus: waar komt die macht vandaan? Hoe kan het dat de ene groep meer macht heeft dan de andere? De conflict criminologie geeft hier geen direct antwoord op. Daarentegen doet de marxistische criminologie dit wel.
De marxistische criminologie focust zich op de worstelingen tussen de rijken en armen. Marx beargumenteerde dat macht geconcentreerd was en lag bij een relatief kleine groep elite. Voglens hem had deze elite alle macht in handen, zowel sociaal als economisch. Deze elite had zich gevormd door de werking van het kapitalistische systeem. Dit is een erg competitief economisch systeem waarin alleen de sterkste overleven. Dankzij dit competitieve proces werd de bourgeoisie (eigenaars van de productiewijzen, zoals fabrieken en bedrijven) steeds kleiner en de minder succesvolle bedrijven gingen failliet. Hierdoor werd het prolatariaat(groep met groot aantal onderdrukte arbeiders) met onderdrukte  steeds groter. De macht van de bourgeoisie werd dus steeds groter door het monopoly dat ze in handen kregen. De kapitalisten hebben dus de macht in handen. Hun doel is om deze positie te behouden ten koste van het proletariaat.
Radicale criminologie samengevat
Er worden vaak twee soorten onderscheiden: de conflict theorie en de Marxistische theorie. De conflict theorie richt zicht meer op het culturele conflict, terwijl de Marxistische theorie zich richt op de rijk vs. arm problemen. Wel hebben beide theorieën een andere kijk op criminaliteit en criminelen dan de voorgaand besproken theorieën.
Kritiek van Radicale criminologen
Allereerst zeggen radicale criminologen dat er te veel nadruk wordt gelegd op de delicten gepleegd door mensen uit de lagere economische klassen. Het brandpunt van het hele juridische systeem ligt inderdaad te veel op de straatcriminaliteit en niet zo zeer op de delicten die machtigere mensen plegen. Crime analysis, crime mapping en andere manieren om criminaliteit in kaart te brengen zullen nooit delicten als fraude opnemen in hun kaarten. Ook zullen de adressen van deze machtigere criminelen niet bekend worden gemaakt. Toch is het zo dat de samenleving meer geld is kwijtgeraakt aan verduistering, prijsafspraken en misleiding van consumenten dan aan alle vermogensdelicten gecombineerd.
Wederopbouw van gemeenschappen
In de vorige hoofdstukken werden er 2 andere scholen gepresenteerd: de positivistische en de klassieke. Om even het geheugen op te frissen: een positivist zegt dat het mensen geen keuzevrijheid hebben. Iemands acties worden beslist door factoren die buiten onze controle staan. Dit kunnen zowel interne als externe factoren zijn. Voorbeelden zijn psychologische defecten of slechte banden met familie. Ook geloven ze dat er een duidelijk verschil is tussen criminelen en niet criminelen. Er is een duidelijk verschil tussen de plek waar criminelen leven en de plek waar niet criminelen leven. Om de criminaliteit in gebieden te verminderen moet het gevoel van gemeenschap verbeterd worden, opleidingskansen en kansen op een baan moeten worden vergroot en de formele en informele controle moeten verhoogd worden. Hoe kijkt een radicale criminoloog hier tegenaan?
Volgens radicale criminologen zijn projecten als de Urban Jobs en Enterprise Zone en de CAP van Shaw en McKay alleen maar gemaakt zijn om de rijkeren beter te laten voelen en minder schuldig. Deze programma’s leiden de aandacht alleen maar af van het echte probleem: ongelijke verdeling van macht en rijkdom.
Community policing in radicaal licht
Nu gaan we zero tolerance policing(ZTP) en community policing bekijken. ZTP is een agressieve vorm van handhaven waarbij agenten worden gestimuleerd om kleine criminaliteit hard aan te pakken. Één van de doelen van ZTP om verslagen te maken van de mensen die zijn aangehouden. De locatie, naam, adres, etc. worden opgenomen. Als de politie later dit individu moet vinden, dan zal dat een stuk makkelijker gaan. Volgends de radicale criminologen is dit een slecht systeem. De onschuldige worden in de gaten gehouden en gedefinieerd als potentiële daders. Ook worden er meer minderheden aangehouden, waardoor ZTP weer een hulpmiddel is om de niet-machtigen onder controle te houden. Sommige noemen ZTP ook wel intimidatie handhaving. Maar is community policing dan beter?
Ook niet echt. Ook community policing heeft zo zijn nadelen. Er  worden namelijk soms wat twijfelachtige technieken gebruikt. Zo geeft het boek het voorbeeld van een buurt waarin er een sterke buurtwacht was. Er was een complex systeem waar criminele activiteiten werden gemeld aan de bewoners. Bij de ingang van de buurt staat een bord. Aan dit bord wordt zo nu en dan een strik gehangen. Een groene strik geeft aan dat er een diefstal heeft plaatsgevonden, een blauwe dat er problemen met jongeren was. En zo zijn er nog veel meer kleuren die in een nieuwsblad verspreid worden. Op een gegeven moment was een 15-jarige jongen veroordeeld voor zichzelf blootgeven in het openbaar. Deze veroordeling kan op vele manieren tot stand komen, naast die van een kinderlokker. Misschien was de jongen wezen naakt zwemmen of was hij betrapt met z’n vriendin. Zelfs wildplassen valt onder deze noemer. Kijkend naar de leeftijd is de kans groot dat het één van de laatst genoemde incidenten is. Maar de omstandigheden maakten volgens de buurtwacht niet uit. Volgens hen was het een belangrijk alarm en er werden folders verspreid met de informatie: er woont een zedendelinquent in ons midden. De jongen verhuisde kort daarna.
In de ogen van een radicale criminoloog is community policing niks meer dan een excuus om een bezettingsleger binnen gemeenschappen met minderheden los te laten. Hierdoor ondervinden deze buurten weer eens de volle gewicht van het juridisch systeem.
Wieden en zaaien
Het project OWS(operation weed and seed) begon in 1991 en werd ingezet in 18 gemeenschappen. In 2000 was dit al uitgegroeid tot 200 door heel de VS. Tegenwoordig zijn er al meer dan 250 gemeenschappen waar het project plaatsvindt. Het doel van OWS is gebaseerd op zijn naam: eerst moeten de overtreders en drugdealers uit de samenleving gewied worden d.m.v. een agressieve vorm van wetshandhaving. Daarna wordt er gezaaid door verschillende programma’s in te voeren die erop gericht zijn de kwaliteit van leven te verbeteren binnen een buurt. Helaas in het zaaien wat op de achtergrond geraakt. De nadruk ligt vooral op het wieden.
Deze projecten worden vooral ingezet in armere buurten waar veel minderheden wonen. Het was vooral het wieden dat veel zorgen baarde onder de bewoners. Ze waren bang dat het programma alleen maar zorgde voor een uitbreiding van de macht van de politie binnen hun buurt. Het wieden is erg succesvol binnen gemeenschappen, maar het zaaien is een veel grotere uitdaging. Het komt er op neer dat veel agentschappen goed zijn in wieden, maar niet in zaaien.
Radicale kritiek op keuze theorieën
Een klassieke criminoloog gaat er van uit dat mensen een vrije wil hebben bij het maken van keuzes. Er worden verschillende dingen afgewogen en daarna wordt een keuze gemaakt. Radicale criminologen hebben kritiek op het basis idee van de klassieken: de vrije keuze. Radicale criminologen richten zich op de ongelijke verdeling tussen macht binnen een samenleving. Een invloedrijke, blanke man heeft hele andere keuzes en mogelijkheden dan een Afro-Amerikaanse vrouw die binnen een arm gezin in geboren. Keuzes worden gestructureerd op basis van een aantal dingen: sociale klasse, ras, geslacht en andere sociale en demografische kenmerken. Een radicale criminoloog zegt dus dat de aanname van vrije keuze voor iedereen binnen de samenleving geldt absurd is.
Vrije keuze is dus geen gegeven binnen een samenleving. In plaats van vrije keuze hebben minderheden en mensen van lagere sociaaleconomische klasse gestructureerde keuzes. Voorstanders van dit perspectief betogen dat de omstandigheden van individuen het beste kunnen worden begrepen wanneer men bedenkt hoe vaak betekenisvolle keuzes en kansen ook daadwerkelijk beschikbaar zijn voor die persoon.
Verplaatsing
Criminelen kunnen van de ene plek naar de andere bewegen (spatial/territorial displacement), andere tijden kiezen(temporal displacement), een kwetsbaarder slachtoffer kiezen(target displacement), hun methoden wijzigen(tactical displacement) of een totaal andere vorm van criminaliteit gaan plegen. Ongeacht het soort verplaatsing, criminaliteit verminderd niet. Maar rechtshandhavinginstanties besteden hier weinig aandacht aan. Dit komt doordat de verplaatsing hun niet uitmaakt. Als de criminaliteit binnen hun gebied verminderd dan is dat een overwinning, ongeacht wat de oorzaak is.
Criminaliteitspreventie
Een essentieel onderdeel van het verplaatsingsdebat is waar en tegen wie misdaden worden verplaatst. Een radicale criminoloog zou zeggen dar rijke mensen, die bescherming kunnen betalen, zorgen er voor dat de criminaliteit verplaatst naar armere buurten. Hierdoor ondervinden minderheden en mensen uit lagere sociaaleconomische buurten een verhoogd niveau van criminaliteit. De rijkeren genieten meer veiligheid en bescherming ten koste van de armere.
Felson en Clarke, beide aanhangers van de routine activiteiten theorie en situationele criminaliteitspreventie, herkennen de problemen rond verplaatsing van criminaliteit. Om er voor te zorgen dat iedereen evenveel bescherming tegen criminaliteit krijgt hebben Felson en Clarke de volgende principes opgesteld die als leidraad moeten dienen binnen de politie:

  • Situationele preventie mag niet dienen als middel voor een deel van de gemeenschap waarmee het risico op misdaad verplaatst wordt naar een ander deel.
  • Situationele preventie moet niet maar één sociale klasse dienen, noch mogen de kosten worden gedragen door een andere sociale klasse.
  • Situationele preventie moet zorgen voor aandacht voor slachtofferrisico’s van minderheden en voor de machteloosheid van delen van de samenleving.

Toch is het niet zo dat alleen de rijken kunnen profiteren van situationele criminaliteitspreventie. De successen van de verschillende strategieën zijn niet uitsluitend beperkt tot de welgestelde bewoners van een buurt. Minder welgestelde gemeenschappen kunnen ook een diffusion of benefits (verspreiding van voordelen) ervaren.
Sociale preventieprogramma’s die zijn ontworpen om de opleiding, recreatie en het werk te verbeteren moeten een stap terug doen en situationele preventie voor laten gaan. Je kan mensen niet veranderen door meer onderwijs te geven of proberen de economische status te veranderen. Als je criminaliteit wilt voorkomen moet men terug gaan naar basisprincipes: zekere, snelle en evenwichtige straffen(certain, swift and proportionate). Als mensen weten dat ze worden gepakt en gestraft dan zullen ze geen criminaliteit plegen.
Ecologische rechtvaardigheid
Ecologische rechtvaardigheid (environmental justice) geeft een nieuwe kijk op waarom criminaliteit en andere sociale problemen geconcentreerd zijn in lage inkomensgemeenschappen. Deze studie begon eind jaren ’70. Het is een breed gebied die de relatie bestudeerd tussen demografische kenmerken en blootstelling aan gevaren voor het milieu. Deze gevaren zijn dingen als de locatie van een dump voor gevaarlijke afvalstoffen, chemische stoffen, loodvergiftiging en verschillende vormen van vervuiling. Deze vormen van vervuiling en blootstelling aan gevaarlijke stoffen komt vooral voor in de armere buurten. Deze bloostelling is gevaarlijk en kan zorgen voor een aantal dingen: verhoogde kans op bepaalde vormen van kanker, ademhalingsziektes, miskramen en andere gezondheidsproblemen.
Deze blootstellingen zijn ook gelinkt aan veranderingen in het gedrag. In het bijzonder de bloostelling aan lood. Dit is schadelijk voor iedere leeftijd, maar vooral voor de hersenen van kleine kinderen (vooral onder de 5). Er kunnen hersenbeschadigingen optreden, wat weer invloed heeft op verschillende ontwikkelingen in gedrag en sociaal.
Deze bloostelling is niet gelijk verdeeld over alle delen van de samenleving. Kinderen van minderheden hebben meer kans blootgesteld te worden aan lood dan blanke kinderen. Loodvergiftiging komt vooral voor in de binnensteden. Door de sociale ongelijkheden binnen de samenleving worden de kinderen van minderheden meer blootgesteld aan lood. Deze blootstelling is gekoppeld aan lagere IQ scores.
De meest bekende bron van lood is de op verf op basis van lood. Voordat bekend was dat lood schadelijk was, werden huizen met deze verf geverfd. Zodra de verf begon de scheuren vielen er kleine stukjes verf af. Deze werken opgegeten door kleine kinderen die doordoor loodvergiftiging opliepen.
Mensen die in nieuwere huizen wonen hoeven zich niet meer druk te maken over deze blootstelling. Mensen die in oudere huizen wonen, vooral de huizen in de binnensteden, hebben die blootstelling nog wel. Veel minderheden wonen in deze huizen en worden daarom blootgesteld aan een hoger niveau van lood. De overdracht van lood kan ook door de lucht. Sommige plekken hebben een hogere concentratie lood in de lucht en daarom worden deze plekken lood hot spots genoemd.
Artikel
Het laatste deel van het hoofdstuk is een artikel. Dit gaat over zedendelinquenten die op twee momenten worden beoordeelt. De data werd gebruikt om te onderzoeken of de delinquenten ruimtelijk geclusterd waren en of strengere beperkingen hiervoor zorgden. Bevindingen waren dat clustering van de ‘kleinere’ daders voorkwam, maar over het algemeen waren de daders verspreid over het land door de strengere regels.

Image

Access: 
Public

Image

Join WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it support personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Image

 

 

Contributions: posts

Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Image

Image

Follow the author: Vintage Supporter
Share this page!
Statistics
2733
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector