Hoofdstuk 5: De organisatie van de staat: rechterlijke organisatie.
De uitdrukking ‘rechterlijke macht’
In de Grondwet komen we de term rechterlijke macht tegen als de aanduiding van organen die belast zijn met de uitoefening van die functie. De rechterlijke macht heeft de taak van privaat-rechtelijke, strafrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken. De tot de rechterlijke macht behorende gerechten zijn:
De rechtbanken
De gerechtshoven
De Hoge Raad.
De belangrijkste rechterlijke colleges
De rechtbanken behandelen zaken in enkelvoudige kamers, bestaande uit één rechter of in meervoudige kamers, bestaande uit drie rechters.
Het bestuur van de rechtbank stelt voor de behandeling van zaken verschillende sectoren in. Dat zijn organisatorische eenheden zoals strafrecht, bestuursrecht, familierecht en civielrecht.
Elke rechtbank heeft een sector kanton die in enkelvoudige kamers kantonzaken behandelt.
De rechtbanken vormen de kern van de rechterlijke organisatie. Zij zijn in het algemeen in eerste aanleg bevoegd in burgerlijke, bestuursrechtelijke en strafzaken.
Belangrijkste taak: bevordering van de rechtseenheid op het gebied van het burgerlijke, straf- en belastingrecht door middel van de cassatierechtspraak.
De Hoge Raad kan in bepaalde gevallen op verzoek van een lagere rechter antwoord geven op een prejudiciële vraag indien dat antwoord voor de beslechting van een aan deze rechter voorgelegd geschil van belang is.
Kamers van vijf raadsleden.
De bevoegdheid van de rechters: absolute en relatieve competentie
Rechtbanken nemen in eerste aanleg kennis van alle strafzaken, behoudens bij de wet bepaalde uitzonderingen.
Vrijwel alle overtredingen worden berecht door de kantonrechter.
Rechter die zitting heeft in enkelvoudige kamer: politierechter.
Hoge Raad: berechting van ambtsmisdrijven van leden van de Staten-Generaal, ministers en staatssecretarissen.
Rechtbanken nemen in eerste aanleg kennis van alle burgerlijke zaken, behoudens bij de wet bepaalde uitzonderingen.
Kantonrechter: zaken met vorderingen t/m bedrag van €25.000. Verder geschillen over o.a. arbeidsovereenkomsten, agentuur-, huur-, huurkoop- en consumentenkoopovereenkomsten, ongeacht de waarde v/d vordering.
Voorzieningenrechter: behandelt kort geding. Het kort geding heeft het karakter van een spoedprocedure. De voorzieningenrechter geeft een voorlopig oordeel.
Gedaagde heeft geen bekende woonplaats in Nederland > rechter van het rechtsgebied waar de gedaagde werkelijk verblijft is bevoegd.
Recht op een onroerende zaak: eiser heeft de keuze > rechter binnen wiens gebied de zaak ligt bevoegd/rechter van de woonplaats van de gedaagde.
Gedecentraliseerde bestuursorgaan: rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het bestuursorgaan zijn zetel heeft = zetelaanknoping.
Centrale overheid: de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats in Nederland heeft. = woonplaatsaanknoping.
Rechtsmiddelen
Rechtsmiddelen = voorzieningen die erop gericht zijn dat een zaak waarover een rechterlijke instantie zich reeds heeft uitgesproken, wordt heroverwogen door diezelfde of een andere rechterlijke instantie. Schorsende werking van een rechtsmiddel: voor de toepassing van de gewone rechtsmiddelen in burgerlijke en strafzaken geldt dat zij de tenuitvoerlegging van het in eerste instantie gewezen vonnis schorsen. Een rechtsmiddel heeft geen schorsende werking wanneer de rechter (in burgerlijke zaken) in eerste instantie bepaald heeft dat de beslissing bij voorraad uitvoerbaar is. Het instellen van rechtsmiddel in bestuursrechtelijke zaken heeft in het algemeen geen schorsende werking.
Het instellen van gewone rechtsmiddelen is aan termijnen gebonden. Strafzaken 14 dagen, burgerlijke zaken 3 maanden. Een uitspraak heeft kracht van gewijsde wanneer daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer kan worden ingesteld.
Gewone rechtsmiddelen zijn:
1. Verzet
2. Hoger beroep
3. Beroep in cassatie
De buitengewone rechtsmiddelen zijn:
1. Herroeping (in civiele zaken)
2. Derdenverzet (in civiele zaken)
3. Herziening (in strafzaken)
4. Cassatie in belang der wet.
Verzet:
Verzet gebeurt bij burgerlijke zaken wanneer een uitspraak verstek is gegaan = waarin een van de partijen niet verschenen is en de uitspraak dus niet ‘op tegenspraak’ is gedaan.
Verzet gebeurt bij het bestuursrecht om op te komen tegen een beslissing van de rechtbank om een zaak zonder nader onderzoek af te doen.
Verzet gebeurt bij het strafrecht als een verdachte verzet doet tegen een strafbeschikking van de officier van justitie.
Hoger Beroep:
Tegen een rechterlijke uitspraak
De gehele zaak wordt opnieuw behandelt door een rechter of een rechterlijk college dat hoger staat in de rechterlijke hiërarchie.
Devolutieve werking: de gehele zaak wordt opnieuw behandelt.
Verschil met beroep in cassatie: hierbij gaat het alleen om rechtsvragen. Bij hoger beroep kunnen alle feitelijke en juridische aspecten aan de orde komen.
Gerechtshoven behandelen hoger beroep in burgerlijke zaken, strafzaken en belastingzaken die in eerste instantie zijn berecht door rechtbanken in hun geografische rechtsgebied.
Centrale Raad van Beroep: behandelt hoger beroep tegen uitspraken van rechtbanken in bepaalde categorieën van bestuursrechtelijke zaken zoals socialezekerheidszaken, bijstandszaken en ambtenarenzaken.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevoegd tot de behandeling van het hoger beroep tegen uitspraken van rechtbanken op het gebied van het bestuursrecht, voor zover niet een ander rechtelijk college.
Beroep in cassatie:
Om de eenheid in de rechtspraak te waarborgen, is voorzien in de mogelijkheid van cassatie van rechterlijke uitspraken door de Hoge Raad.
De Hoge Raad kan vonnissen van rechtbanken en arresten van gerechtshoven vernietigen wegens vormverzuim en schending van het recht.
Hoge Raad heeft drie mogelijkheden:
In cassatie komen alleen rechtsvragen aan de orde. De Hoge Raad gaat uit van de feiten, zoals die door de lagere rechter zijn vastgesteld (verschil met hoger beroep).
Beroep in cassatie kan pas worden ingesteld als het om zaken gaat waarin geen hoger beroep mogelijk is, of waarin ook reeds in hoger beroep een uitspraak is gedaan.
Beroep in cassatie kan door partijen (in een burgerlijke zaak) of door een verdachte en het OM (in een strafzaak) worden ingesteld d.m.v. het indienen van een schriftuur, waarin een of meer middelen van cassatie zijn opgenomen: gronden die worden aangevoerd waarop de Hoge Raad het voorliggende vonnis of arrest zou moeten casseren.
Buitengewone rechtsmiddelen kunnen, m.u.z. derdenverzet, alleen worden toegepast wanneer er geen gewone rechtsmiddelen meer openstaan (wanneer de betreffende uitspraak kracht van gewijsde heeft). Zij hebben geen schorsende werking.
Herroeping:
Derdenverzet:
Derden die benadeeld zijn door een in een burgerlijke zaak gewezen vonnis in een geschil tussen andere partijen. Het wordt behandeld door de rechter die het vonnis of arrest waartegen het bezwaar zich richt, heeft gewezen.
Kan een schorsende werking hebben.
Herziening:
Met herziening kan opgekomen worden tegen een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke uitspraak ten voordele van de gewezen verdachte. Dat kan wanneer naderhand blijkt van een omstandigheid die ten tijde van de behandeling van de zaak niet bekend was en die ernstige twijfel doet ontstaan omtrent de juistheid van de uitspraak.
In geval van bepaalde ernstige delicten is herziening ten nadele van de gewezen verdachte mogelijk.
Een aanvraag van herziening wordt behandeld door de Hoge Raad.
Cassatie in het belang der wet:
Belangrijkste buitengewone rechtsmiddel: kan tot uitspraken leiden die voor de eenheid en de ontwikkeling van het recht van groot belang zijn.
Wanneer partijen geen beroep in cassatie instellen, dan kan de procureurgeneraal bij de Hoge Raad “cassatie in het belang der wet” instellen.
Dit gebeurt wanneer de procureur-generaal van mening is dat het voor de rechtseenheid noodzakelijk is dat de Hoge Raad een uitspraak doet.
Het Openbaar Ministerie
Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving: de opsporing en vervolging van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van de strafvonnissen. Ook liggen er enkele taken op enkele gebieden van het privaatrecht.
Het OM kan in bepaalde gevallen zelf straffen en maatregelen opleggen.
Organisatie van het OM
Arrondissementsparket: voor uitoefening van taken van OM bij de rechtbanken. Aan het hoofd hiervan staat een hoofdofficier van justitie. Verder zijn er officieren van justitie in verschillende rangen werkzaam.
Ressortsparket: behoort bij de gerechtshoven. Aan het hoofd hiervan staat een hoofd-advocaat-generaal, die leidinggeeft aan de andere advocaten-generaal.
Landelijk parket: ingesteld voor de uitoefening van landelijke taken op het gebied van de criminaliteitsbestrijding.
Hiërarchie bij OM: hoofden van de parketten zijn ondergeschikt aan het College van procureurs-generaal. Binnen een parket zijn de daarbij werkzame ambtenaren ondergeschikt aan het hoofd van het betreffende parket.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad
Nemen van conclusies in strafzaken, civiele zaken en belastingzaken.
Bevoegd tot instellen van het buitengewone rechtsmiddel van cassatie in het belang der wet.
Belast met de vervolging van ambtsmisdrijven en –overtredingen van de leden van de Staten-Generaal, ministers en staatssecretarissen.
Belangrijke uitgangspunten