Aan het hoofd van de discothekenautoriteit staat de raad van bestuur.
De raad van bestuur heeft, tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, tot taak het verstrekken, wijzigen en intrekken van vergunningen voor de diverse vormen van discotheken, exploitatievergunningen en modeltoelatingen voor drankbarren, het bevorderen van het voorkomen en het beperken van alcoholverslaving, het geven van voorlichting en informatie, het toezicht op de naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving en de vergunningen, alsmede de handhaving daarvan.
Artikel 12.4
De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij de aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd. De beslissing wordt alleen verdaagd als de complexiteit van de aanvraag dat noodzakelijk maakt
Op aanvragen om vergunning wordt beslist in de volgorde waarin de aanvragen, met bijbehorende bescheiden, zijn ontvangen.
Artikel 12.5
- De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar.
- In de vergunning wordt de naam van de beheerder(s) vermeld.
- Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:
de sluitingstijden van de discotheek;
het toezicht in de discotheek;
het aantal en type drankbarren dat mag worden opgesteld;
de exploitatie van de hal, waaronder begrepen:
- de zorg voor het voorkomen van nadelen voor de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving;
- het erop toezien dat er geen overmatige alcoholconsumptie plaatsvindt;
- het door middel van stickers op sterke drank waarschuwen voor het risico van alcoholverslaving;
de opleiding van de beheerder en het personeel van de discotheek met betrekking tot opvang en begeleiding van alcoholverslaving; het wijzen van personen waarbij sprake is van overmatig alcoholgebruik op de gevaren daarvan; het daartoe beschikbaar stellen van voorlichtingsmateriaal;
het weren van alcoholverslaafden uit de hal en het verwijzen van hen naar hulpverleningsinstellingen;
de geldigheidsduur van de vergunning.
Artikel 12.6 Weigeren
- De vergunning wordt geweigerd, indien:
het maximum aantal te verlenen vergunningen voor discotheken is verleend;
door de aanwezigheid van de discotheek naar het oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed;
de vrees gewettigd is, dat het verlenen van de vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
De vergunning kan ook worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering ïntegriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Vraag 1
Op zondag 27 augustus 2017 legde een grote brand de discotheek Codex Alera aan de Fred in Den Haag in de as. De brand is zeer waarschijnlijk ontstaan in een koof (een schuin vlak tussen een wand en zoldering) achter de kassa bij de bar op de begane grond. Doordat de brand ontstand in een koof kon de brand zich langere tijd ontwikkelen zonder door de brandmelders gedetecteerd te worden. Deze bevindingen zijn te lezen in het rapport van het Team Brandonderzoek van Brandweer Den Haag over de discotheekbrand.
De afgelopen maanden zijn de restanten van de afgebrande discotheek gesloopt: alleen de parkeergarage onder en achter de discotheek is blijven staan.
Codex Alera heeft de ambitie uitgesproken om zo spoedig mogelijk weer een discotheek in Den Haag te openen, maar tot op heden is nog geen nieuwe (tijdelijke) locatie gevonden. De woordvoerster van de discotheek durft ook niet aan te geven wanneer er wel witte rook te verwachten is.
Sinds 1976 is Codex Alera de enige legale aanbieder van discotheken in Nederland. Ze heeft hiertoe een vergunning verkregen op grond van de Wet op de Discotheken. Leg uit of de raad van bestuur van de discothekenautoriteit een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 Awb is. (5 punten)
Vraag 2a
In de zoektocht naar een nieuwe locatie voor een vestiging van Codex Alera staat het voormalige pand van kledingwinkel Esprit, hoek Aert van de Goesstraat en de Fred, in de belangstelling. Vestiging van de discotheek in dat pand is alleen mogelijk indien het bestemmingsplan wordt gewijzigd. Een mogelijke vestiging van de discotheek op die locatie is tegen het zere been van Jim's verslavingszorg, die in een naastgelegen pand dagbehandelingen voor alcoholverslaafden aanbiedt. De heer Tavi Butcher, lid van de raad van toezicht van Jim's verslavingszorg, vreest dat het risico op terugval bij patiënten toe zou nemen als de discotheek zich zo dichtbij Jim's zou vestigen. Hij stelt zijn zoon, Kitai Butcher, raadslid in de gemeente Den Haag, op de hoogte van de plannen van de discotheek en van de vurige wens van de verslavingszorgorganisatie dat deze plannen geen doorgang vinden.
Leg uit of Katai Butcher mag deelnemen aan de stemming in de gemeenteraad over een bestemmingsplanwijziging die de discotheek in het hoekpand Aert van de Goesstraat en de Fred mogelijk maakt. (2 punten)
Vraag 2b
De Utrechtste stichting Anonieme Alcoholisten (AA) raakt op de hoogte van de mogelijke nieuwe locatie voor een vestiging van Codex Alera en is fel tegenstander van het openen van de nieuwe discotheek in de binnenstad van Den Haag. De stichting richt zich op het voorkomen en terugdringen van alcholverslavingen en biedt hulp aan mensen die willen stoppen met drinken en aan mensen die willen leren omgaan met de alcoholverslaving van iemand die hen lief is. De heropening van de discotheek doorkruist in de ogen van de stichting het specifiek voor Den Haagse alcoholverslaafden opgezette behandelprogramma. Dit bestaat uit een lespakket, te vinden op de website www.drinkenondercontrole.nl, waar onder meer aan de hand van online seminars door medewerkers van AA wordt getracht het alcoholgedrag van de deelnemers te veranderen.
Onder welke voorwaarden kan de stichting AA worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 3 Awb bij de benodigde exploitatievergunning voor de realisatie van de discotheek? (3 punten)
Vraag 3a
Vier ondernemers, Frodo Balings, Rosie Katoen, Arwen Tyler en Mrery Brandebok, lopen elk rond met vergelijkbare plannen voor het openen van een discotheek in het centrum van Den Haag als alternatief voor de afgebrande discotheek. Binnen een periode van een paar weken dienen zij daarvoor elk een eigen aanvraag in voor verlening van een vergunning in de zin van artikel 12.2 APV Den Haag 2009.
De aanvraag van Frodo Balings wordt tot zijn vreugde ingewilligd: hem wordt een vergunning verleend in de zin van artikel 12.2 APV Den Haag 2009. De vreugde van Frodo wordt echter gedempt door één van de vergunningsvoorschriften. Dit voorschrift luidt dat de sluitingstijden van de discotheek moeten aansluiten bij de sluitingstijden van de winkels in het stadscentrum. Concreet betekent dit dat de discotheek dagelijks van 18:00 uur tot 09:30 uur gesloten moet zijn voor publiek, behalve op donderdag omdat op die dag een latere sluitingstijd van 21:00 uur geldt. Blijkens de motivering is voor deze sluitingstijden gekozen om de geluidsoverlast van arriverende en vertrekkende bezoekers van de discotheek te beperken. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de wensen van omwonenden, die veelal boven de winkels in de nabijheid van de discotheek wonen. Frodo vindt het voorschrift ontoelaatbaar en vreest dat het bijna onmogelijk is om binnen de toegestande openingstijden een rendabele discotheek van de grond te krijgen.
Leg uit in welke mate de belangen van omwonenden mee kunnen spelen bij het weigeren of verlenen van een vergunning en/of bij het stellen van voorschriften. (3 punten)
Vraag 3b
Beoordeel of artikel 12.6 lid 1 APV Den Haag 2009 beoordelingsvrijheid bevat. (2 punten)
Vraag 1
Geen sprake van een uitzondering in de zin van art. 1:1 lid 2 Awb (0,5 pt). De raad van bestuur maakt deel uit van de discotheekautoriteit (1 pt). Dit is een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld, zie art. 2:1 lid 2 BW jo. art. 33 lid 3 Wet op de discotheken (1 pt). De raad van bestuur vormt (een onderdeel van) het bestuur van de discothekenautoriteit, zie art. 33a Wet op de discotheken (1,5 pt). De raad van bestuur van de discothekenautoriteit is een bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 lid 1 onder a Awb, een a-orgaan (1 pt).
Vraag 2a
Het goede antwoord moet de volgende elementen bevatten:
- deelname door raadsleden aan een raadsvergadering moet worden beoordeeld aan de hand van de artt. 28 Gemeentewet (0,5 pt) en 2:4 Awb (0,5 pt);
- het is van belang dat de heer Butcher democratisch gekozen is en zitting heeft in een volksvertegenwoordigend bestuursorgaan (0,5 pt);
- daarom wordt vooringenomenheid of partijdigheid volgens jurisprudentie van ABRvS niet snel aangenomen en kan de heer Butcher meestemmen (0,5 pt).
Vraag 2b
Het goede antwoord moet de volgende elementen bevatten:
- de stichting is een rechtspersoon (0,5 pt);
- die algemene belangen behartigt (0,5 pt);
- eigen en persoonlijke belangen ingevuld door art. 1:3 lid 2 Awb (0,5 pt);
- de statutaire doelstelling mag niet te ruim zijn (uitspraak: Stichting openbare ruimte) (0,5 punt);
- er moet sprake zijn van feitelijke werkzaamheden, anders dan louter procederen (uitspraak: Stichting openbare ruimte) (0,5 punt);
- er moet daarnaast worden voldaan aan de criteria: objectief belang, actueel belang, direct belang (0,5 pt).
Vraag 3a
Volgens de gematigde opvatting van het specialiteitsbeginsel, zie art. 3:4 lid 1 Awb, (0,5 pt) vindt bij een beleidsvrije bevoegdheid, zie 12.2 APV Den Haag 2009 (0,5 pt), om een vergunning te verlenen of te weigeren een belangenafweging plaats tussen de specifieke algemene belangen waar de uit te voeren wettelijke regeling zich op richt (doelgebonden bevoegdheid) en het bijzondere, particuliere belang van de aanvrager (0,5 pt). Volgens deze gematigde opvatting kunnen de bijzondere, particuliere belangen van derden – zoals omwonenden – dus niet tot een afwijzing/weigering van de vergunning leiden (0,5 pt). Bij het stellen van voorschriften of beperkingen aan het besluit worden de specifieke algemene belangen waar de uit te voeren wettelijke regeling zich op richt, de particuliere belangen van de aanvrager en de particuliere belangen van derden betrokken. Tot het verbinden van voorschriften en beperkingen is het bestuursorgaan alleen bevoegd indien niet een andere regeling dat belang (uitputtend) beschermt en als het aan de vergunning te verbinden voorschrift niet eigenlijk betekent dat de vergunning wordt geweigerd (‘verkapte weigering’) (1 pt).
Vraag 3b
Van beoordelingsvrijheid is sprake, als de wet impliciet of expliciet, aan het bestuursorgaan, met uitsluiting van ieder ander, de vrijheid biedt om in een concreet geval zelfstandig te beoordelen of aan de voorwaarden voor de bevoegdheidsuitoefening is voldaan. Artikel 12.6 lid 1 sub b APV Den Haag bevat expliciete beoordelingsvrijheid: ‘naar het oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed’ (1 pt). Artikel 12.6 lid 1 sub c APV Den Haag bevat impliciete beoordelingsvrijheid: ‘ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid’ (1 pt).