MC Vraag 1
Adolin werkt voor de stichting De Kholins. Deze stichting stelt zich ten doel de Leidse Mede als cultuurgoed te beschermen en de kennis ervan te vergroten onder bezoekers van Leiden. Daartoe wordt echte Leidse Mede, volgens een middeleeuws recept, gestookt en verkocht aan toeristen voor €25 per liter. De feitelijke werkzaamheden rond het stoken, bottelen en verkopen van dit traditionele ambachtelijke product worden verricht door Adolin, onder dagelijkse instructie van de directeur van de stichting. Adolin krijgt geen geld voor zijn werkzaamheden (hoewel de stichting een flinke winst maakt op de jeneververkoop). Wel mag hij elke vrijdag tien liter Mede mee naar huis nemen die hij, samen met enkele andere liefhebbers, zelf opdrinkt. Wat zijn de fiscale gevolgen voor Adolin?
- Nu de stichting een onderneming drijft, wordt Adolin belast voor een “gebruikelijk loon”; dit bedraagt (tenminste) €45.000 op jaarbasis.
- Adolin geniet loon in de zin van de Wet LB 1964, namelijk de waarde van de flessen Mede die hij krijgt van de stichting. Dit betekent dat de stichting terzake daarvan inhoudingsplichtig is.
- Adolin neemt door zijn vrijwilligerswerk niet deel aan het economisch verkeer en kan de Mede dus belastingvrij genieten.
- Adolin geniet resultaat uit overige werkzaamheden; slechts zijn specifieke kennis en relaties stellen hem in staat om het voordeel – de Mede die hij ontvangt – te realiseren.
MC Vraag 2
Hoe komt de betekenis van art. 94 Grondwet en van art. 104 Grondwet tot uiting in de verhouding tussen belastingwet en belastingverdrag?
- Bepalingen in een belastingverdrag die duidelijk in strijd zijn met bepalingen van Nederlands belastingrecht, blijven buiten toepassing.
- Bepalingen van Nederlands belastingrecht die duidelijk in strijd zijn met bepalingen in een belastingverdrag, blijven buiten toepassing.
- Wanneer een bepaling van een belastingverdrag in strijd is met een bepaling van Nederlands belastingrecht, kan belastingplichtige een beroep doen op de meest gunstige bepaling.
- Wanneer een bepaling van een belastingverdrag in strijd is met een bepaling van Nederlands belastingrecht, dient de rechter te beslissen welke bepaling voorrang heeft.
MC Vraag 3
Shallan maakt graag lange wandelingen in de natuur. Tijdens een mooievoorjaarswandeling vindt zij een koffer in het struikgewas. De koffer bevat contant geld. Shallan sjouwt de koffer mee naar huis en gaat tellen: precies €1.500.000. Zij besteedt al het geld nog datzelfde jaar aan een luxueuzezomervakantie in de duurste hotels wereldwijd. Wat zijn de fiscale gevolgen van een en ander?
- Als het bedrag van € 1.500.000, gezien de bronvoorwaarden, niet in box 1 belastbaar is, moet het op grond van de rangorderegeling worden belast in box3.
- Als het bedrag van € 1.500.000, gezien de bronvoorwaarden, niet in box 1 belastbaar is, blijft het onbelast.
- Als het bedrag van € 1.500.000, gezien de bronvoorwaarden, in box 1 belastbaar is, zal het gaan om resultaat uit overige werkzaamheden. De kosten van de hotels die Shallan bezoekt zijn dan aftrekbare kosten.
- Als het bedrag van € 1.500.000, gezien de bronvoorwaarden, in box 1 belastbaar is, zal het gaan om resultaat uit overige werkzaamheden. De kosten van de hotels die Shallan bezoekt zijn dan niet aftrekbaar op grond van de Cessna-arresten.
MC Vraag 4
Welke van de onderstaande beweringen is juist ten a anzien van derangorderegeling in de Wet inkomstenbelasting 2001?
- Negatief boxinkomen in box 1 wordt op grond van de rangorderegeling verrekend met positief boxinkomen in box 2.
- Op grond van de rangorderegeling zijn vermogensbestanddelen niet belast in box 3 wanneer de inkomsten uit deze vermogensbestanddelen in box 1 of box 2 zijn belast of zijn vrijgesteld.
- Voor de toepassing van de rangorderegeling geldt als voo rwaarde dat sprake dient te zijn van belastbaar inkomen in uit werk en woning.
- Wanneer inkomsten in box 2 worden vrijgesteld, dan zullen deze inkomsten op grond van de rangorderegeling in box 3 worden belast.
MC Vraag 5
Aart (28 jaar) en Bea (27 jaar) zijn ongehuwd en zijn samen ingeschreven op hetzelfde woonadres voor de gemeentelijke basisadministratie sinds 2015. Begin 2016 hebben zij samen een kind gekregen. Zijn Aart en Bea fiscale partners voor de Wet Inkomstenbelasting 2001?
- Aart en Bea zijn geen fiscale partners in 2015 en 2016.
- Aart en Bea zijn in 2015 geen fiscale partners, in 2016 wel.
- Aart en Bea zijn in 2015 wel fiscale partners, in 2016 niet.
- Aart en Bea zijn fiscale partners in 2015 en 2016.
MC Vraag 6
Welke omstandigheid is niet relevant bij het vaststellen van de totaalwinst uit onderneming?
- Het feitelijke gebruik van een vermogensbestanddeel door de ondernemer.
- Het beëindigen van de ondernemingsactiviteiten door de ondernemer.
- Het moment waarop ondernemingskosten worden betaald door de ondernemer.
- Het onttrekken van vermogensbestanddelen door de ondernemer aan de onderneming.
MC Vraag 7
De fiscale winst kan worden bepaald op de volgende wijze:
- Het beginvermogen min het eindvermogen, plus stortingen min onttrekkingen.
- Het beginvermogen plus het eindvermogen, min stortingen plus onttrekkingen.
- Het eindvermogen min het beginvermogen, min stortingen plus onttrekkingen.
- Het eindvermogen min het beginvermogen, plus stortingen min onttrekkingen.
MC Vraag 8
Koos is een werkloze fiscalist. Om naast zijn uitkering wat bij te verdienen, is hij rijke kennissen behulpzaam bij het verplaatsen van hun vermogen naar Zwitserse spaarrekeningen. Hij adviseert hen over de fiscale aspecten, helpt bij het openen van bankrekeningen en rijdt ook met koffers contant geld naar Zwitserland. Voor deze werkzaamheden bedingt hij uiteraard beloningen, die hij contant ontvangt. Op die manier verdiende Koos in 2014 €5.672, in 2015 € 67.889, en in 2016 € 132.005. De zaken gaan dus steeds beter, en Koos maakt lange werkweken. Ook “kennissen van kennissen” weten Koos inmiddels te vinden en Koos heeft een snelle wagen aangeschaft speciaal voor wekelijkse ritjes naar Zwitserland. De inspecteur krijgt kennis van deze feiten. Kan Koos worden belast voor de inkomsten uit deze werkzaamheid?
- Ja. Gezien de feiten drijft Koos een onderneming, zodat hij voor winst uit onderneming in box 1 kan worden belast.
- Ja. Gezien de feiten geniet Koos resultaat uit overige werkzaamheden, waarvoor hij in box 2 kan worden belast.
- Nee. Deze inkomsten zijn niet belastbaar, aangezien ze uit illegale activiteiten (hulp bij belastingontduiking) voortkomen. Uiteraard kan de inspecteur Koos wel strafrechtelijk doen vervolgen.
- Nee. Koos staat in een fictieve dienstbetrekking tot al zijn klanten en de inspecteur zal, zodra hij hun namen weet, bij al die klanten een naheffingsaanslag loonbelasting moeten opleggen.
MC Vraag 9
Wat is de beste formulering van het legaliteitsbeginsel?
- Belastingen worden geheven uit kracht van een wet.
- Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven vannatuurlijke personen.
- Leges mogen niet hoger zijn dan de kosten van de dienstverlening.
- Als jurisprudentie leidt tot een wijziging in opvattingen over materiëlebelastingplicht, moet die jurisprudentie worden gecodificeerd.
MC Vraag 10
Sjoerd is in dienstbetrekking werkzaam bij de schoolvereniging “Ons Ambacht” als leraar bouwtechniek in het middelbaar onderwijs. Daarnaast werkt hij aan het grondig renoveren van een grachtenpandje dat hij heel voordelig heeft kunnen kopen omdat het in vervallen staat verkeerde. Hij past daar dezelfde kennis toe die hij ook als docent aan zijn leerlingen bijbrengt. Elke avond, elk weekend is hij daarmee bezig, tot het na twee jaar hard werken weer een prachtig monumentaal pand is geworden. Hij verkoopt het pand meteen en boekt een mooi resultaat: een half miljoen verdiend! Sjoerd rapporteert dit resultaat op zijn aangiftebiljet als “winst uit onderneming”. Waarom doet hij dat?
- Hij wil vermijden dat zijn werkgever (de schoolvereniging) inhoudingsplichtig wordt over het behaalde resultaat en daarover dus loonbelasting zou moeten afdragen.
- Hij wil zorgen dat het resultaat (tegen een tarief van slechts 25%) wordt belast als vervreemdingsvoordeel in box 2.
- Hij wil vermijden dat het voordeel wordt aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden; dat zou voor hem fiscaal onaantrekkelijker zijn.
- Alleen op die manier kan hij de kosten aftrekken die hij bij de verbouwing heeft gemaakt.
MC Vraag 11
In hoeverre is box 2 te zien als een verlichting van de werking van hetklassieke stelsel?
- Naast de vennootschap zijn ook de aandeelhouders in de vennootschap zelf belastingplichtig.
- Het tarief van box 2 is lager dan het toptarief in box I.
- Naast reguliere voordele n zijn in box 2 ook vervreemdingsvoordelen belast ;deze blijven in de vennootschapsbelasting juist onbelast door de werking van de deelnemingsvrijstelling.
- Alleen in box 2 is de betaalde vennootschapsbelasting verrekenbaar met de inkomstenbelasting.
MC Vraag 12
Welke stelling is juist?
I. Wanneer een bedrag aan winst wordt uitgedeeld door een BV aan haar aanmerkelijkbelanghouders is dat bedrag twee maal belast: zowel bij de BV als bij de aanmerkelijkbelanghouders.
II.Wanneer de BV verkapt dividend uitdeelt, is dat voor de aanmerkelijkbelanghouder een vervreemdingsvoordeel.
- Stelling I is juist, stelling II is onjuist.
- Stelling I is onjuist, stelling II is juist.
- Beide stellingen zijn juist.
- Beide stellingen zijn onjuist.
MC Vraag 13
Welke stelling is juist?
I. Een doel van box 2 is om een specifieke categorie aandeelhouders (namelijk degenen met een aanmerkelijk belang) uit te zonderen van het gunstige regime van box 3.
II. Een doel van box 2 is om directeur-grootaandeelhouders te belasten over hun arbeidsinkomen.
- Stelling I is juist, stelling II is onjuist.
- Stelling I is onjuist, stelling II is juist.
- Beide stellingen zijn juist.
- Beide stellingen zijn onjuist.
MC Vraag 14
Jan heeft gelezen dat het fiscaal aantrekkelijk is om aandelenbelangen in box 3 te laten vallen. Hij heeft daarom de belangen in zijn vennootschap X BV verdeeld in vijfentwintig delen van 4% elk. Deze heeft hij verdeeld onder:
- zijn vrouw Truus,
- de vier kinderen en twaalf kleinkinderen van hem en zijn vrouw,
- zijn broer Pim en diens drie zonen,
- de zuster van zijn vrouw, Joke, en haar twee dochters.
Elk van hen houdt een belang van 4%; ook Jan zelf houdt een belang van 4% (zodat het totaal optelt tot 100%). Wie van hen heeft nu een aanmerkelijk belang in X BV?
- Jan en zijn vrouw.
- Jan en zijn vrouw, hun kinderen en kleinkinderen.
- Iedereen.
- Niemand.
MC Vraag 15
Nadat Jan deze verdeling tot stand heeft gebracht, blijkt dat Pim gaat trouwen met Joke, de zuster van Truus. Verandert dit huwelijk het aantal personen dat een aanmerkelijk belang heeft in X BV?
- Ja, naast Jan en Truus hebben nu ook Pim en Joke door hun huwelijk een aanmerkelijk belang.
- Ja, naast Jan en Truus, hun kinderen en hun kleinkinderen hebben nu ook Pim en Joke en hun kinderen een aanmerkelijk belang door het huwelijk van Pim en Joke.
- Nee, behalve Jan en Truus, hun kinderen en hun kleinkinderen, heeft niemand een aanmerkelijk belang en dat blijft zo na het huwelijk tussen Pim en Joke.
- Nee, niemand heeft hier een aanmerkelijk belang.
MC vraag 1
B
MC vraag 2
B
MC vraag 3
B
MC vraag 4
B
MC vraag 5
B
MC vraag 6
C
MC vraag 7
C
MC vraag 8
A
MC vraag 9
A
MC vraag 10
C
MC vraag 11
B
MC vraag 12
A
MC vraag 13
A
MC vraag 14
B
MC vraag 15
B