Deze samenvatting rond het thema Allergie is geschreven bij hoorcolleges in collegejaar 2012-2013.
Casus
Jongen, 2 jr
Huiduitslag, kortademigheid, Jeuk, uitslag, huiplooien, open plekken door krabben. Neemt toe bij contact hond en vogels, Verkouden met zwaar ademen, piepen
Familie: moeder eczeem, vader contactallergie (ander mechanisme, geen invloed nageslacht)
LO: rhinitis; eczeem, enkele lymfoompjes in de liezen; krabplekken
Lab: IgE RAST sterk positief voor koemelk, soja, kippen-ei (eigenlijk nooit zo positief op jonge leeftijd); IgE>200 (zegt iets over aanleg om allergisch te worden) = nog net binnen normale grenzen maar nog hoog.
Positieve RAST koemelk en kippen-ei met piepende ademhaling leidt op latere leeftijd vaak tot atma.
Allergie reactie op van alles. IgE allergische reactie is atopie
Later:
‘91: Verkoudheid, ademfrequentie 72, intercostale intrekkingen, piepend verlengd expirium - behandeld als astma.
‘98: Kinkhoest
’01: Angioneuritisch of Quincke’s oedeem (lokale reactie op voeding)
’01: Niet-reversibele bronchusobstructie, toenemende prikkelbaarheid
’07: Voortdurend verstopte neus
Allergie
Karakteristiek beloop van allergie: eczeem, darmklachten, astma, rhinitis.
Eczeem neemt meestal al af voor het 4e levensjaar.
Astma neemt toe tot 12e levensjaar en neemt dan af tot 1/3 overblijft.= in perioden, goed te behandelen
Rhinitis neemt pas later toe tot het 20e levensjaar en blijft meestal altijd bestaan.= chronisch, reageert slecht op behandeling
Oorzaken zijn erfelijk of door omgeving (hygiène, allergenen, infecties).
Erfelijke factoren
Specifiek IgE is erfelijk: bij twee ouders met afwijkend IgE heeft het kind meer dan 60% kans op een allergie (bij één ouder is dat 50%, bij geen allergische ouders 30%). Familiair voorkomen van astma of atopie is meestal erfelijk is (grotendeels)het gevolg van genetische overerving. Volgt geen eenvoudig Mendeliaans patroon, meerdere genen, op meerdere chromosomen, invloed omgeving, verschillen tussen populaties. Genetische factoren zijn belangrijk bij het ontstaan van allergie. Maar de gentische factoren kunnen niet de recente sterke toename van allergie en astma verklaren. Daarom spelen omgevingsfactoren ook een rol bij het ontstaan van allergie en astma:
hygiene hypothese (grote gezinnen- minder hooikoorts), meer allergenen, minder infecties.
Filaggrine is een epidermaal barrière-eiwit, dat door 10% van de bevolking niet wordt
.....read more