Begrippenlijst bij Statistical Methods for Psychology van Howell - 8e druk

Inleiding in statistisch onderzoek - Begrippenlijst

  • Populatie: het geheel aan gebeurtenissen waarin men geïnteresseerd is.

  • Steekproef: een groep die gebruikt wordt om uitspraken over de populatie te doen.

  • Externe validiteit: hoe goed je conclusies kunt trekken over de populatie vanuit de steekproef.

  • Interne validiteit: de zekerheid dat verschillen in de afhankelijke variabele veroorzaakt zijn door de onafhankelijke variabele.

  • Variabele: een eigenschap van een object of gebeurtenis die verschillende waarden kan hebben.

  • Onafhankelijke variabele: de variabele die gecontroleerd wordt.

  • Afhankelijke variabele: het resultaat van het onderzoek.

  • Discrete variabelen: variabelen met een beperkt aantal mogelijke waarden.

  • Continue variabelen: variabelen die in theorie elke waarde tussen laagste en hoogste punt kunnen aannemen.

  • Kwantitatieve data: meet-data, het resultaat van een meting.

  • Kwalitatieve data: ook wel frequentie- of categorische data genoemd.

  • Beschrijvende statistiek: gebruikt om data te beschrijven.

  • Inferentiële statistiek: gaat over het maken van inferenties over de populatie op basis van een steekproef.

  • Parameter: een meting die betrekking heeft op de gehele populatie.

  • Statistiek: een meting die betrekking heeft op een steekproef.

Schaalniveaus van meten - Begrippenlijst

  • Nominale schalen: labelen items zonder ordening of waardeverschil.

  • Ordinale schalen: ordenen objecten langs een continuüm, zonder gelijke intervallen.

  • Intervalschalen: schalen met gelijke intervallen, maar zonder absoluut nulpunt.

  • Ratioschalen: schalen met een absoluut nulpunt, waarmee verhoudingen berekend kunnen worden.

  • Nulpunt: het punt waarop de eigenschap niet meer bestaat (bijvoorbeeld bij lengte of tijd).

Structureren en samenvatten van data - Begrippenlijst

  • Ruwe data: verzameling van getallen verkregen uit een meting.

  • Frequentie distributie: geeft aan hoe vaak een bepaalde waarde voorkomt.

  • Histogram: grafische weergave van frequentieverdeling.

  • Intervallen: samengevoegde frequenties om trends duidelijker te maken.

  • Ware grenzen: de decimale waarden tussen de boven- en onderkant van intervallen.

  • Middenpunten: het gemiddelde van de onder- en bovengrens van een interval.

  • Modus: de waarde die het vaakst voorkomt.

  • Mediaan: de middelste score wanneer de scores geordend zijn.

  • Gemiddelde: de som van scores gedeeld door het aantal scores.

  • Spreiding: verschil tussen hoogste en laagste waarde.

  • Variantie: de mate waarin scores afwijken van het gemiddelde, gemiddeld genomen.

  • Standaarddeviatie: de wortel van de variantie.

  • Scheefheid (skewness): mate waarin een verdeling asymmetrisch is.

  • Kurtosis: mate van gepiektheid van een verdeling.

Normale verdeling en standaard scores - Begrippenlijst

  • Normale verdeling: een verdeling die symmetrisch is, klokvormig, en waarin het gemiddelde, de mediaan en de modus gelijk zijn.

  • Z-score: een standaardscore die aangeeft hoeveel standaarddeviaties een waarde van het gemiddelde afligt.

  • Percentielscores: geven aan hoeveel procent van de verdeling onder een bepaalde score ligt.

  • Standaardnormale verdeling: een normale verdeling met gemiddelde 0 en standaarddeviatie 1.

  • Transformatie: een procedure die de vorm van de verdeling behoudt, maar waarden omzet in nieuwe getallen.

Kansen en waarschijnlijkheid - Begrippenlijst

  • Kans: de waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt.

  • Complementregel: de kans dat een gebeurtenis niet optreedt is 1 min de kans dat deze wel optreedt.

  • Additieregel: voor de kans dat één van twee gebeurtenissen optreedt.

  • Multiplicatieregel: voor de kans dat twee gebeurtenissen tegelijk optreden.

  • Onafhankelijke gebeurtenissen: gebeurtenissen waarbij de uitkomst van de ene geen invloed heeft op de andere.

  • Voorwaardelijke kans: de kans op een gebeurtenis gegeven dat een andere gebeurtenis al heeft plaatsgevonden.

  • Kansverdeling: een verdeling die alle mogelijke uitkomsten en hun kansen bevat.

Steekproevenverdelingen - Begrippenlijst

  • Steekproevenverdeling: een verdeling van een statistiek over alle mogelijke steekproeven uit een populatie.

  • Centrale limietstelling: stelt dat de steekproevenverdeling van het gemiddelde normaal verdeeld is bij voldoende grote steekproeven.

  • Standaardfout: de standaarddeviatie van een steekproevenverdeling.

  • Verwachtingswaarde: het gemiddelde van de steekproevenverdeling.

Hypothese toetsen - Begrippenlijst

  • Hypothese: een verwachting die in een onderzoek getest wordt.

  • Nulhypothese (H₀): stelt dat er geen effect is.

  • Alternatieve hypothese (H₁): stelt dat er wel een effect is.

  • Tweezijdige toets: een toets waarbij gekeken wordt naar verschillen in beide richtingen.

  • Eenzijdige toets: een toets waarbij alleen naar één richting gekeken wordt.

  • P-waarde: de kans op het verkrijgen van een effect, of een extremer effect, als de nulhypothese waar is.

  • Type I fout: de kans dat de nulhypothese onterecht verworpen wordt.

  • Type II fout: de kans dat de nulhypothese onterecht behouden blijft.

  • Betrouwbaarheidsinterval: het interval waarin met een bepaalde zekerheid de werkelijke waarde verwacht wordt.

  • Alfa (α): de kans op een Type I fout; meestal op 0.05 gezet.

  • Power: de kans dat een toets een werkelijk effect detecteert.

De t-toets - Begrippenlijst

  • t-toets: een toets die het verschil in gemiddelden evalueert.

  • Onafhankelijke t-toets: vergelijkt twee onafhankelijke groepen.

  • Afhankelijke t-toets: vergelijkt scores van dezelfde personen op twee momenten.

  • Vrijheidsgraden (df): het aantal onafhankelijke datapunten dat bijdraagt aan een schatting.

  • Pooled variance: een gewogen gemiddelde van de spreiding van twee groepen.

  • Cohen’s d: maat voor effectgrootte; verschil in gemiddelden gedeeld door standaarddeviatie.

  • Effectgrootte: maat voor de sterkte van een effect.

Analyse van variantie (ANOVA) - Begrippenlijst

  • ANOVA: analyse die verschillen tussen meer dan twee gemiddelden vergelijkt.

  • Tussen-groepen variantie: variatie veroorzaakt door de experimentele manipulatie.

  • Binnen-groepen variantie: variatie veroorzaakt door verschillen binnen groepen.

  • F-ratio: verhouding tussen variantie tussen groepen en binnen groepen.

  • Post-hoc toets: aanvullende toets om te bepalen welke groepen verschillen.

  • Factor: een onafhankelijke variabele in een experimenteel ontwerp.

  • Interactie: het gecombineerde effect van twee factoren.

  • Hoofdeffect: het directe effect van een factor, onafhankelijk van andere factoren.

Correlatie - Begrippenlijst

  • Correlatie: een maat voor de samenhang tussen twee variabelen.

  • Positieve correlatie: beide variabelen nemen samen toe.

  • Negatieve correlatie: de ene variabele neemt toe, de andere af.

  • Pearson correlatiecoëfficiënt (r): geeft de richting en sterkte van lineaire samenhang aan.

  • Determinatiecoëfficiënt (r²): het percentage verklaarde variantie in de ene variabele door de andere.

  • Outlier: een score die opvallend afwijkt van de andere scores.

  • Spreidingsdiagram (scatterplot): grafiek waarin het verband tussen twee variabelen zichtbaar wordt.

Regressieanalyse - Begrippenlijst

  • Regressie: techniek waarmee voorspellingen worden gedaan op basis van een andere variabele.

  • Regressielijn: de best passende lijn door een wolk van punten in een scatterplot.

  • Intercept: het punt waar de regressielijn de y-as kruist.

  • Richtingscoëfficiënt (slope): de helling van de regressielijn; hoeveel y verandert bij één eenheid x.

  • Standaardfout van de schatting: maat voor de spreiding van de daadwerkelijke scores rond de regressielijn.

  • Multipele regressie: regressieanalyse met meerdere voorspellers.

  • Multicollineariteit: situatie waarin voorspellers sterk met elkaar samenhangen.

  • Tolerantie en VIF: maten om multicollineariteit te beoordelen.

Niet-lineaire verbanden en transformaties - Begrippenlijst

  • Niet-lineaire relatie: verband dat geen rechte lijn vormt.

  • Curvilineaire relatie: een gebogen verband tussen twee variabelen.

  • Logaritmische transformatie: een wiskundige omzetting van data om een lineair verband te verkrijgen.

  • Kwadratische regressie: regressiemodel dat een gebogen lijn volgt.

  • Heteroscedasticiteit: ongelijke spreiding van scores over waarden van een voorspeller.

  • Homoscedasticiteit: gelijke spreiding van scores bij alle waarden van de voorspeller.

Chi-kwadraattoets - Begrippenlijst

  • Chi-kwadraattoets: toetst of geobserveerde frequenties afwijken van verwachte frequenties.

  • Verwachte frequentie: het aantal keren dat een uitkomst verwacht wordt op basis van kans.

  • Geobserveerde frequentie: het aantal keren dat een uitkomst daadwerkelijk voorkomt.

  • Vrijheidsgraden (df): bij chi-kwadraat meestal (aantal categorieën – 1).

  • Onafhankelijkheidstoets: toetst of twee categorische variabelen samenhangen.

Betrouwbaarheid en validiteit - Begrippenlijst

  • Betrouwbaarheid: de consistentie van een meting.

  • Validiteit: de mate waarin een test meet wat hij beoogt te meten.

  • Test-hertest betrouwbaarheid: stabiliteit van een test over tijd.

  • Interne consistentie: samenhang tussen items binnen een test.

  • Cronbach’s alpha: maat voor interne consistentie.

  • Constructvaliditeit: de mate waarin een test het theoretische begrip meet.

  • Criteriumvaliditeit: de mate waarin testresultaten overeenkomen met een extern criterium.

Factoranalyse - Begrippenlijst

  • Factoranalyse: techniek om onderliggende structuren in variabelen te ontdekken.

  • Factor: een niet-geobserveerde variabele die meerdere gemeten variabelen verklaart.

  • Lading (loading): de sterkte van de relatie tussen een variabele en een factor.

  • Eigenwaarde: de hoeveelheid variantie die een factor verklaart.

  • Scree plot: grafiek om het aantal factoren te bepalen.

  • Rotatie: een wiskundige techniek om de interpretatie van factoren te verbeteren.

Herhaalde metingen en gemengde designs - Begrippenlijst

  • Herhaalde metingen design: onderzoeksopzet waarbij dezelfde deelnemers meerdere keren worden gemeten.

  • Gemengd design: combinatie van binnen-subjects en tussen-subjects factoren.

  • Tijd × groep interactie: effect waarbij veranderingen over tijd verschillen tussen groepen.

  • Sfericiteit: de aanname dat varianties van verschillen tussen herhaalde metingen gelijk zijn.

  • Mauchly’s test: toets voor sfericiteit.

  • Greenhouse-Geisser correctie: aanpassing voor wanneer sfericiteit geschonden is.

Covariantie-analyse (ANCOVA) - Begrippenlijst

  • ANCOVA: statistische techniek die variantie controleert voor een andere variabele.

  • Covariaat: variabele die statistisch constant gehouden wordt om zuiver effect van onafhankelijke variabele te bepalen.

  • Gecorrigeerd gemiddelde: gemiddelde dat is aangepast voor de invloed van een covariaat.

  • Regressie-aanname: veronderstelling dat de relatie tussen covariaat en afhankelijke variabele lineair is.

Multivariate technieken - Begrippenlijst

  • MANOVA: multivariate variantie-analyse, waarbij meerdere afhankelijke variabelen tegelijk worden geanalyseerd.

  • Canonische discriminantanalyse: techniek om groepen te onderscheiden op basis van meerdere variabelen.

  • Structuureffect: het effect van meerdere afhankelijke variabelen gezamenlijk.

  • Multivariate normaliteit: aanname dat combinaties van afhankelijke variabelen normaal verdeeld zijn.

  • Lineaire combinatie: gewogen som van variabelen.

Non-parametrische toetsen - Begrippenlijst

  • Non-parametrische toets: toets die geen aannames maakt over de verdeling van de data.

  • Wilcoxon toets: alternatief voor de afhankelijke t-toets.

  • Mann-Whitney toets: alternatief voor de onafhankelijke t-toets.

  • Kruskal-Wallis toets: alternatief voor de ANOVA.

  • Rangordetoetsen: toetsen gebaseerd op de volgorde van scores in plaats van de waarden zelf.

Onderzoeksverslag en interpretatie - Begrippenlijst

  • Onderzoeksrapportage: gestructureerde weergave van opzet, resultaten en interpretatie.

  • Effectgrootte: maat voor de praktische betekenis van een resultaat.

  • Significantie: statistische waarschijnlijkheid dat een effect niet op toeval berust.

  • Transparantie: helderheid en volledigheid in de rapportage van methodes en resultaten.

  • Repliceerbaarheid: de mogelijkheid om een onderzoek op identieke wijze te herhalen.

  • Open science: onderzoekspraktijken gericht op hergebruik, controleerbaarheid en toegankelijkheid.

Image

Access: 
Public

Image

Join WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it support personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Image

 

 

Contributions: posts

Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Image

Check more: related and most recent topics and summaries

Image

Follow the author: Psychology Supporter
Share this page!
Statistics
367
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector