Welk effect heeft opvoeding tijdens de zuigeling- en peutertijd? - Chapter 7

Deze periode loopt vanaf de geboorte tot drie jaar. In deze periode verandert er veel met het kind: het leert lopen, wordt twee keer zo groot, weegt zes keer zoveel, leert praten, emotie expressie, creëert een zelfconcept en wordt steeds beter in sociale interactie. Een kind is een ‘zuigeling’ van nul tot twaalf maanden en een peuter van één tot drie jaar.

Hoe gaat het opvoeden van een zuigeling?

Een van de eerste taken van een ouder is zorgen dat het kind gezond en veilig is. Ouders zorgen hiervoor door het kind de juiste voeding te geven, zorgen dat ze genoeg slapen en met hen naar het consultatiebureau te gaan. Hier wordt gekeken naar de fysieke groei en motorische ontwikkeling van het kind, maar zorgen ze ook dat het kind op tijd vaccinaties krijgt.

Waar moeten ouders rekening mee houden in de dagelijkse routine en bij het huilen van hun kind?

Voor pasgeboren baby's is het belangrijkst dat ze veilig zijn en goed eten. Als ze opgroeien tot zuigeling krijgen de ouders een aantal andere taken, zoals:

  • Zorgen dat het kind voorzien is in levensonderhoud: bijvoorbeeld door het bieden van eten en onderdak, het regelen van goede gezondheidszorg en het bieden van bescherming (bijvoorbeeld door een veilige box of autozitje).
  • Het kind stimuleren en instructies geven: door speelgoed aan te bieden en ze te coachen (door bijvoorbeeld interactieve spelletjes als kiekeboe), maar ook door trots te uiten als een zuigeling iets lukt (bijvoorbeeld kruipen).
  • Socio-emotionele steun geven aan het kind: het geven van liefde, discipline en het modeleren van goed gedrag.
  • Het kind monitoren en in de gaten houden: op hen letten (als ze bijvoorbeeld in de kamer spelen), informatie verzamelen over hoe het met hen gaat (bijvoorbeeld bij het consultatiebureau) en communiceren met het kind.
  • Het bieden van sociale verbinding: in de vorm van familie of vrienden die ook met het kind omgaan of speelafspraken met leeftijdsgenootjes.
  • Het leven van het kind structureren: bijvoorbeeld door structuur in hun omgeving of in hun dag in de vorm van een dagelijkse routine.

Kinderen hebben vanaf de geboorte al een hoop gedragssystemen. Reflexen, sensorische vaardigheden en huilen zijn hier een voorbeeld van. Hierom is het ontzettend belangrijk om routines in hun dag te creëren. Zuigelingen slapen, eten, huilen, lachen, maken geluid en doen aan self-play. Vanaf drie maanden kunnen ze sociaal-lachen en ontwikkelen de geluiden die ze maken. Vanaf zes tot tien maanden beginnen ze met kruipen en vanaf twaalf maanden beginnen ze met lopen en praten. Het grootste gedeelte van een dag slaapt een zuigeling, dit neemt af gedurende het jaar tot het uiteindelijk alleen ’s nachts slaapt. Als ze wakker zijn kunnen ze stil-wakker zijn, waarbij ze slechts naar de omgeving kijken, of actief-wakker, waarbij ze open staan voor interactie met de verzorgers en meer gaan bewegen.

Ophef en huilen (fuss and cry) piekt op zes weken, wanneer ze dit zo’n twee uur per dag doen. 40% van de ophef en het huilen is ’s avonds. Rond de vierde maand is de hoeveelheid huilen gehalveerd vergeleken met de piek. Sommige baby’s hebben last van kolieken, dit ontstaat vanaf twee weken na de geboorte tot vier à vijf maanden. Baby’s die last hebben van kolieken huilen meer zonder ogenschijnlijke reden. Dit is evolutionair adaptief omdat hard huilen een respons van de ouders uitlokt. Echter is het geluid van een huilende baby wel onprettig en ervaren moeders vaak een lagere moederlijke tevredenheid als het kind veel huilt.

Ouders moeten hierom leren hoe ze een kind sussen door te checken of deze honger heeft, de luier verschoond moet worden, door met hen te wandelen of masseren, of visuele stimulatie te bieden. Ouders worden hier langzaam beter in. Als ouders de moed verliezen kan het zijn dat ze het kind schudden om te zorgen dat het stopt met huilen, waardoor shaken baby syndrome ontstaat. Ouders schudden het kind dan zo hard en lang dat er bloedingen in de hersenen ontstaan, wat visuele beperkingen, neurologische schade of zelfs de dood kan veroorzaken. 

Hoe gaat de ontwikkeling van het brein?

Een baby wordt geboren met alle breincellen (neuronen: cellen die zenuwsignalen doorgeven) die hij ooit zal hebben, maar de neurologische verbindingen blijven zich ontwikkelen. Het brein wordt drie keer zo zwaar vanaf geboorte tot de volwassenheid. In de baarmoeder vindt neurogenese plaats, wat betekent dat er neuronen en gliacellen worden gemaakt. Gedurende de eerste negen maanden worden er elke minuut 250.000 neuronen aangemaakt. Het maken van synapsen heet de synaptogenese. Dit gebeurt voornamelijk na de geboorte. Ook dendrieten worden dan aangemaakt: dit zijn de stukken van neuronen die zorgen dat er gecommuniceerd kan worden via synapsen. Na twee jaar zijn er te veel synapsen en vindt synaptisch snoeien plaats. De synapsen die niet gebruikt worden, worden dan verwijdert. Dit kan oplopen tot 20 miljard per dag. De axonen worden bedekt met myeline tijdens de myelinisatie. Dit zorgt ervoor dat ze beter kunnen communiceren met andere neuronen, omdat hun elektrische geleiding beter wordt. Dit proces begint vanaf negen maanden, gaat heel snel tot twee jaar en blijft rustig doorgroeien tot tenminste adolescentie. Als het proces afbreekt ontstaan er problemen, bijvoorbeeld multiple sclerose. Het limbisch systeem (amygdala, hippocampus, cingulate gyrus, hypothalamus, etcetera) is erg belangrijk op deze leeftijd, want het is nodig voor emotie, hechting, lange termijngeheugen en gedrag. Het duurt lang totdat het hele limbische systeem myeline heeft. De neurologische ontwikkelingen in deze tijd verklaren het gedrag van zowel ouders als kinderen en is bi-directioneel.

Hoe kunnen ouders de ontwikkeling van het brein en de cognitieve ontwikkeling stimuleren?

Wat belangrijk is voor de ontwikkeling van het kind is dat de ouders hen passende stimulatie bieden. Kinderbreinen worden gestimuleerd via alle vijf zintuigen door een verrijkende voor het kind te creëren. Een aantal dingen die ouders kunnen doen:

  • Prenataal: vitamines nemen en goed eten, stress zoveel mogelijk minimaliseren.
  • Als het kind zuigeling is: borstvoeding geven, een variatie in dagelijkse ervaringen bieden, alle vijf zintuigen stimuleren en liefdevolle interactie hebben.
  • Peutertijd: goede voeding geven, vitamines geven, verschillende dagelijkse ervaringen hebben waaronder met leeftijdsgenootjes, alle vijf zintuigen stimuleren, het kind voorlezen en kennis laten maken met muziek en andere talen, samen activiteiten ondernemen.

Hoe hechten kinderen zich?

Er zijn veel zorgende verzorgeracties die een baby nodig heeft, zoals voeding en bescherming. Ook sociaal gedrag is belangrijk om zo de emoties van een baby te controleren en sociale interactie aan te leren. Deze sociale verzorging bestaat uit turn-taking (om en om praten), synchroniseren (samen over 1 ding praten), wederkerigheid (gedrag ondersteunt elkaar) en complementair (gedrag vult elkaar aan). Zo leert een kind de beginselen van liefde en ontwikkelen ze hechting. Er zijn vier fasen in de hechtingsrelatie waar een kind doorheen gaat:

  • Tijdens de eerste tien weken zoeken kinderen contact met anderen zonder onderscheid te maken.
  • Gedurende de volgende vier maanden zoeken ze mensen met wie ze contact maken uit op basis van fysieke eigenschappen.
  • Van zes tot dertig maanden leren kinderen een voorkeur te ontwikkelen voor bepaalde verzorgers.
  • In de laatste fase leren kinderen omgaan met gescheiden worden van de primaire hechtingsfiguren.

Ouderlijke liefde is erg belangrijk voor het ontwikkelen van veilige hechting. Deze liefde reflecteert de kwaliteit van de relatie tussen ouder en kind. Het voordeel van deze liefde is dat kinderen het gevoel hebben gerespecteerd te worden en geliefd te zijn en als gevolg leren ze hun ouders vertrouwen wat coöperatie versterkt. Deze liefde heeft ook tot gevolg dat ouders zich schuldig voelen, zorgen maken en verdrietig zijn als het kind angstig is om van hen gescheiden te worden. Deze angst van ouders wordt ook wel scheidingsangst genoemd. 

Wat zijn kinder-effecten en het temperament van het kind?

Het krijgen van een kind heeft grote effecten vooral als dit het eerste kind is. Alles draait dan om het kind. Het kind beïnvloedt dan als het ware het gedrag van de mensen om hem heen, wat ook wel een kinder-effect genoemd wordt. Volgens ethologist Lorenz zorgen de uiterlijke kenmerken van baby’s al voor verzorgende reacties, maar het gedrag van het kind blijft lokt deze reacties beter uit. De stabiele verschillen in dit gedrag tussen pasgeborenen heet het temperament van een kind. Thomas en Chess dachten dat temperament bestond uit negen eigenschappen die te verdelen waren over drie clusters, namelijk lastig, makkelijk en langzaam opwarmend (slow to warm up). Deze typering heeft geen stand gehouden omdat het verschil tussen lastig en makkelijk afhangt van de situatie en een kind als lastig labelen kan leiden tot een zichzelf vervullende voorspelling (self fulfilling prophecy). 

Tegenwoordig zien we temperament als iets dat de fysiologische verschillen tussen kinderen in activiteit en reactiviteit, aandacht en emotionaliteit reflecteert. Voor emotionaliteit is vooral gekeken naar negatieve emotionaliteit: verdriet, agressie en weigeren om gekalmeerd te worden. Het idee is dat kinderen die zo negatief zijn sneller beïnvloed worden door het opvoedingsgedrag van de ouders dan andere kinderen. Ouders doen er goed aan om hun reactie aan te passen op het temperament van het kind, wat ook wel goodness of fit genoemd wordt. Dit betekent dus dat er niet één opvoedingsstijl is die werkt voor alle kinderen, maar dat het ouderlijke gedrag afhangt van het unieke individu. Hierbij zijn er bi-directionele effecten, waarbij het temperament van het kind het gedrag van de ouder beïnvloedt en andersom.

Hoe worden rollen verdeeld en pakken werkende ouders de opvoeding aan?

Vaak zijn moeders de primaire verzorger van een kind, maar ook vaders helpen steeds meer. Goed co-ouderschap is belangrijk voor beide ouders en het hele gezin op zich. Ouders ervaren als gevolg van goed co-ouderschap meer tevredenheid op het gebied van opvoeding maar ook hun huwelijk wordt er beter van. Daarnaast is slecht co-ouderschap niet goed voor kinderen, omdat ouders horen vechten een stressor kan zijn waardoor hun cognitief functioneren achteruitgaat.

Hoe beïnvloedt een werkende moeder het welzijn van het kind?

Opnieuw aan het werk gaan na de geboorte van een kind brengt verschillende uitdagingen met zich mee, zoals voor het geven van borstvoeding en het zoeken naar een oppas, maar ook de emotionele 'kosten' van het missen van het kind. Veel moeders die snel terug aan het werk gaan krijgen last van stress, depressieve symptomen en gezondheidsproblemen. Daarnaast kan het negatieve effecten hebben op het kind omdat moeders als ze terug naar hun werk gaan stoppen met het geven van borstvoeding. Wel zorgen werkende moeders dat ze in het weekend meer tijd met hun kind doorbrengen.

Hoe zorgen ouders voor een zuigeling?

Als het kind één à twee jaar oud is besteden ouders veel tijd aan het zoeken naar alternatieve zorg voor het kind omdat ze beiden werken. Dit kan in de vorm van familie (bijvoorbeeld een oma die oppast), een kinderopvang of een (onbekende) oppas aan huis. De kwaliteit van deze zorg moet goed zijn en het kind veiligheid, maar ook een schone en stimulerende omgeving bieden.

Hoe gaat het opvoeden van een peuter?

De peuterperiode loopt van één tot drie jaar. Gedurende deze periode leert een kind praten, lopen, meer complexe emoties en doelgericht gedrag, maar ook dingen over gender en het zelfconcept. Hier moeten de ouders hun opvoeding dan ook op aanpassen.

Hoe gaat de socialisatie van peuters in zijn werk?

Socialisatie is het proces waarin kinderen vaardigheden, waarden en gedrag om juist te functioneren leren. Ouders doen hier dus hun best om kinderen gedrag aan te leren wat zij gepast vinden, maar werken ook aan emoties, gender en pro-sociaal gedrag. Dit is een bi-directioneel proces waar ouders het kind socialiseren, maar kinderen dit ook doen bij hun ouders. Zij leren de ouder welke ouderlijke gedragingen hen helpen en welke juist niet.

Wat centraal staat in socialisatie is de doelen die ouders hebben voor hun kinderen. Naast pro-sociaal gedrag en culturele normen en waarden aan het kind leren hebben ouders vaak ook nog andere doelen. Bijvoorbeeld: zorgen dat het kind een goede scholing krijgt en dat ze gezonde en onafhankelijke volwassenen worden met een goede baan. Een deel hiervan wordt bereikt door intentionele en directe instructie aan het kind, maar kinderen kunnen ook leren door het gedrag van hun ouders te observeren en te kopiëren. Rond deze periode is het vrij gebruikelijk dat ouders gedragingen aanmoedigen door ze te belonen en gedragingen die ze niet willen zien bestraffen.

Hoe werkt disciplineren?

Disciplineren gebeurt wanneer je iemand traint of instructies geeft over hoe hij of zij zich aan regels houdt. Kinderen hebben heel erg veel training nodig. Dit begint vanaf een maand of vijf, waar ouders het kind vooral dingen verbieden en afleiden, maar ook proberen te redeneren met het kind over hun gedrag. Vanaf ongeveer twee jaar oud gaan kinderen zich echt vaak misdragen en ze testen hier ook uit waar de grens ligt. Dit komt omdat hun prefrontale cortex zich niet snel ontwikkeld, waardoor ze nog niet aan zelfregulatie van gedrag kunnen doen en zichzelf hierin dus ook niet remmen. Naast een onderontwikkelde prefrontale cortex ontstaat wangedrag in kinderen ook omdat de ouders onrealistische verwachtingen hebben. Daarnaast kan het ontstaan omdat de ouder ongepaste opvoedingstechnieken toepast, zoals te vaak ingrijpen als een kind iets aan het doen is, of heel overdreven reageren als een kind iets fout doet.

Om conflict te vermijden gebruiken ouders vaak strategische opvoedingstactieken. Dit wordt ook wel proactieve opvoeding genoemd. Hierbij gaat het om het afleiden van de aandacht van het kind, plekken die het problematische gedrag uitlokken vermijden en het kind dingen geven om mee te spelen. Als conflict niet vermeden kan worden gebruiken ouders een heel aantal andere technieken om het gedrag van hun kind te veranderen. Bij jongere kinderen wordt afleiding, negeren en time-out (een kind weghalen uit een situatie) ingezet. Oudere kinderen reageren beter op het afnemen van privileges (zoals bijvoorbeeld speelgoed). Als dit allemaal niet werkt gaan ouders soms schreeuwen of dreigen, waarbij er soms geslagen wordt. Soms wordt psychologische controle ingezet, waarbij ouders de psychologische en emotionele ervaringen en expressie van het kind beperken, invalideren en proberen te manipuleren. Voorbeelden hiervan zijn het terugtrekken van liefde als een kind iets fout doet of het kind beschamen.

Wat valt onder effectief disciplineren hangt van veel factoren af. Hierbij is het belangrijk dat ouders onnodig conflict vermijden, geen willekeurige eisen stellen of onnodige restricties opleggen en niet afhankelijk zijn van de macht die ze hebben over het kind.

Hoe werkt het bieden van structuur?

Hoe vaak een kind zich misdraagt is een gedeeltelijk gevolg van hoeveel structuur de ouders bieden. Structuur bieden refereert naar de mate waarin ouders een voorspelbare, georganiseerde omgeving creëren waarin een kind het gevoel van stabiliteit, vastigheid/voorspelbaarheid en veiligheid krijgt. Bij kinderen die in armoede leven gaat dit vaak verkeerd. Bepalen wat, wanneer en hoe een kind eet is een vorm van het structureren van de omgeving. Dit kan ook door het slaapschema te bepalen. Een andere vorm van structuur is grenzen bepalen voor bepaald gedrag of wensen die onwenselijk, gevaarlijk, ongezond of niet te combineren zijn met de doelen of waarden van de ouders (bijvoorbeeld televisiekijken). Dit wordt gedaan om het amusant is, praktisch een gratis babysitter is en omdat het leerzaam is. Zo helpt het kijken naar de teletubbies bij het ontwikkelen van een grotere vocabulaire. Naast het structureren van het dagelijkse schema en de activiteiten van kinderen structureren ouders ook hun sociale interacties. Door dit te doen leren kinderen beter hoe ze goed met mensen omgaan. Ook kunnen ouders de situatie of omgeving zo structureren dat het kind veel positieve relaties heeft. Dit doen ze veelal door het kind een positieve activiteit te laten ondernemen voordat ze zich misdragen. Een gestructureerde omgeving helpt met het ontwikkelen van relaties, maar is ook veiliger voor het kind.

Hoe werkt de emotieregulatie van een peuter?

Ouders moeten kinderen leren hun emoties te reguleren. Zuigelingen en peuters zijn hierin nog labiel en wisselen dus snel tussen verschillende emoties, wat laat zien dat ze nog niet goed zijn in het reguleren hiervan. Een ander voorbeeld is de terrible twos, waarin kinderen hele heftige woede-uitbarstingen hebben.

De emotionele reacties van peuters komen voort uit neurofysiologische reacties op de omgeving, hun gedragskenmerken, opvoedingspraktijken, de kwaliteit van de omgeving, de relatie met de ouders en de specifieke situatie. Vanaf een jaar of twee kunnen kinderen hun emoties gedeeltelijk reguleren (bijvoorbeeld als ze bang zijn door zich te verstoppen of hun ogen af te wenden). Ze wenden vaak hun eigen aandacht af om zichzelf af te leiden van wat de emotie veroorzaakt. Daarnaast zoeken ze vaak toenadering tot een hechtingsfiguur zoals een ouder om hun emoties te reguleren. Kinderen leren emotieregulatie doordat ze coping skills ontwikkelen en doordat hun frontale kwab zich ontwikkelt. Daarnaast helpen ouders kinderen met emotie regulatie op vier manieren:

  • Ouders modeleren richting kinderen hoe ze met emoties om moeten gaan.
  • Ouders labelen emoties voor het kind zodat ze leren vertellen hoe ze zich voelen.
  • Ouders kunnen een kind strategieën leren om met stress en impulsen om te gaan.
  • Het emotionele klimaat van de familie heeft invloed op hoe goed een kind wordt in regulatie.

Hoe stimuleren ouders cognitieve ontwikkeling?

Dit doen ouders door kinderen dingen te geven om mee te spelen en ze verhalen voor te lezen, door ze veel ruimte te geven om actief te spelen (rennen bijvoorbeeld) maar voornamelijk door tegen hen te praten. Dit zorgt vaak voor een hoger IQ en betere prestaties op school. Daarnaast zorgt het voor betere sensomotorische ontwikkeling. Wat verder ook helpt is 'doen alsof' met kinderen of ze kennis laten maken met tekenen en muziek. Dit zorgt voor meer fijne motoriek.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2155
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector