Wat is de invloed van sociaal beleid op ouderschap en opvoeding? - Chapter 16
Veel hedendaagse problemen zijn gerelateerd aan hoe een gezin functioneert, specifiek de opvoeding. Hierdoor vragen meerdere beleidsmakers zich af wat de rol van de maatschappij en de regering zou moeten zijn in het promoten en remmen van gedragingen die mogelijk invloed uitoefenen op deze problemen.
Welke veranderingen hebben er plaatsgevonden in het Amerikaanse gezin?
Popenoe heeft een aantal veranderingen in gezinnen geïdentificeerd die lijken te komen door sociale, culturele, economische en gezondheidsveranderingen:
- Er worden minder kinderen geboren. Dit komt omdat mensen gewoon minder kinderen willen, het hebben van kinderen veel kost, mensen niet gelukkig zouden zijn als ouder en omdat er minder stigma is over kinderloosheid.
- Er zijn meer ongetrouwde moeders.
- Er zijn meer werkende moeders met jonge kinderen. Dit komt omdat moeders sneller terug aan het werk gaan nadat hun kinderen geboren zijn.
- Er zijn meer scheidingen.
Voor alleenstaande ouders zijn financiën vaak een probleem omdat de andere ouder geen alimentatie betaalt bijvoorbeeld, maar ook omdat als de ouder werkt, ze alternatieve zorg voor het kind moeten betalen in de vorm van een kinderdagverblijf en dit is vaak erg duur. Als ouders dit niet willen betalen laten ze vaak de kinderen alleen thuis achter. Deze ‘latchkey’ of ‘self-care’ kinderen besteden hun tijd vaak aan het kijken van televisie of het spelen met leeftijdsgenootjes (zonder toezicht). Deze kinderen hebben een grotere kans om emotionele problemen te ervaren of om te experimenteren met alcohol, drugs, stelen of seks. Ook is de kans groter dat zij in gevaarlijke situaties terecht komen. Als kinderen daarentegen naar de buitenschoolse opvang gaan heeft dit positieve academische, sociale en gedragsmatige effecten.
Wat zijn de maatschappelijke kosten van gezinsproblemen?
Wat zijn de gevolgen van tienerzwangerschappen?
Als tieners een kind krijgen hebben ze vaak nog geen schooldiploma of werk. Vaak maken ze school ook later niet af, waardoor ze in armoede blijven leven. Hierdoor ontstaan er financiële lasten voor de maatschappij. Aan de ene kant omdat de tiener haar potentie niet bereikt en weinig bijdraagt en aan de andere kant omdat hun kind vaak heel veel verschillende behoeftes heeft waaraan voldaan moet worden. Daarnaast lopen tieners een hoger risico dat hun kind te vroeg geboren wordt, wat de kosten voor de maatschappij ook hoger maakt omdat deze kinderen vaak last hebben van gezondheidsproblemen en beperkingen. De ziekenhuiskosten lopen dan hoog op.
Wat zijn de gevolgen van onderpresteren en schooluitval?
De kosten van voortijdig schoolverlaten zijn hoog voor het individu en de maatschappij. Dit komt omdat deze individuen vaak minder verdienen, waardoor ze minder belasting betalen. Daarnaast wordt het geassocieerd met tienerzwangerschap, criminaliteit en het krijgen van gevangenisstraffen. Daarnaast gaan ze vaker naar de voedselbank of hebben een gemeente-gesubsidieerd huis omdat ze anders op straat komen te staan.
Wat zijn de gevolgen van vervreemde kinderen en criminaliteit?
Een andere financiële last voor de maatschappij zijn jongeren die niet weten wat ze willen met hun leven, geen doelen hebben, het gevoel hebben dat ze niet nodig zijn en dan vervolgens vervreemd raken van hun familie, school en de omgeving. Deze jongeren misdragen zich vaak ook op school en worden dan zwaar gestraft (vaak in de vorm van schorsing), waardoor ze in aanraking komen met de politie. Dit fenomeen wordt ook wel de school to prison pipeline genoemd. Hierbij negeert de school vaak armoede, trauma of de psychische problemen van een jongere en dit zorgt ervoor dat de jongere in een cyclus van: falen op school - criminaliteit - gevangenis terechtkomt.
Wat zijn de gevolgen van kindermishandeling?
Mishandelde kinderen brengen vaak hoge kosten met zich mee omdat hun fysieke- en mentale gezondheidsproblemen opgelost moeten worden en hun pijn en trauma behandeld moet worden. Als dit niet snel gebeurt dan stijgen de kosten hiervoor. Daarnaast rennen deze kinderen vaker weg van huis, stoppen ze vaker met school, gebruiken ze vaker drugs en eindigen ze vaker in de gevangenis. Dit maakt de economische kosten van kindermishandeling erg hoog.
Hoe kunnen we deze problemen aanpakken met sociaal beleid?
Sociaal beleid verwijst naar de principes die leidend zijn voor beslissingen om op groepsniveau gewenste doelen te bereiken en ongewenste resultaten te vermijden. Veel beleidsmakers hebben in het verleden geprobeerd om opvoedingspraktijken te veranderen.
In vergelijking met andere westerse landen is de Verenigde Staten traag in het bieden van hulp aan gezinnen. Zo is de kwaliteit van de gezondheidszorg aan kinderen slechter dan die in andere landen en ontvangen niet alle zwangere vrouwen medische zorg en financiële ondersteuning. Ook is er in de Verenigde Staten geen sprake van betaald ouderschapsverlof, en worden kosten voor kinderopvang niet gesubsidieerd.
Welke vroege beleidsprogramma’s waren er in de Verenigde Staten?
In de Verenigde Staten bestaat er geen expliciet nationaal gezinsbeleid. In plaats daarvan zijn er wetten op staatsniveau en lokaal niveau. Sociaal beleid dat op kinderen is gericht wordt gekenmerkt door twee tegenstrijdige oriëntaties. Enerzijds is er de doctrine van parens patriae: het idee dat de ouder van ieder kind uiteindelijk de staat is. Deze doctrine was de basis voor kinderbeschermingswetten. In tegenstelling tot interventie door de staat, wordt de andere oriëntatie gekenmerkt door non-interventie: het idee dat de staat niet mag interfereren in het gezin of de familie.
Vijf wetten zijn in de VS vooral belangrijk geweest:
- Keating-Owen wet (1916): deze wet reguleerde het type en de hoeveelheid werk die een kind mocht verrichten. Hoewel deze wet na 2 jaar ongeldig werd verklaard heeft het gezorgd er wel voor gezorgd dat andere wetten die voor een snelle afname van kinderarbeid zorgden werden aangenomen.
- Sheppard-Towner Maternal and Infancy Protection Act (1922): zorgde ervoor dat er klinieken kwamen voor moederlijke- en babyhygiëne zodat preventieve gezondheidszorg op gang zou komen en babysterfte zou verminderen.
- Social Security Act (1935): zorgde voor het ‘Aid to Families with Dependent Children’ (ADC) programma waardoor vaderloze gezinnen financiële ondersteuning kregen. Hierdoor was de moeder in staat thuis bij haar kinderen te blijven, in plaats van te gaan werken. Daarnaast kwamen er hierdoor gezondheidsprogramma's voor moeder en kind en een aantal jeugdzorgprogramma's op gang.
- Fair Labor Standars Act (1938): beperkte kinderarbeid onder andere door kinderen jonger dan 18 jaar te verbieden in gevaarlijke omstandigheden te werken.
- Child Abuse Prevention and Treatment Act (1973): zorgde ervoor dat er een ‘National Center on Child Abuse and Neglect’ kwam, welke betrouwbare statistieken over de prevalentie van kindermisbruik wilde verzamelen, informatie over misbruikprogramma's bij elkaar wilde brengen en onderzoek naar de oorzaken, preventie en behandeling van kindermishandeling wilde sponsoren.
Hoe wordt er gepleit voor de rechten van kinderen en gezinnen?
Sociaal beleid is afhankelijk van de percepties die we hebben over kinderen en hun rechten. Als een natie een kind beschouwt als ‘subpersoon’ met minder rechten dan volwassenen is er minder motivatie om kinderen te beschermen. Daarom hebben de Verenigde Naties het verdrag inzake de rechten van het kind, ook wel het Kinderrechtenverdrag genoemd, aangenomen. In het Kinderrechtenverdrag staan drie thema’s centraal:
- De belangen van kinderen moeten een primaire overweging zijn bij het maken van beleid.
- Kinderen moeten rechten krijgen die passen bij hun ontwikkelende capaciteiten.
- De waardigheid van kinderen moet worden gerespecteerd.
Alleen de Verenigde Staten heeft het Kinderrechtenverdrag niet ondertekend. In de Verenigde Staten geloven sommige politieke en religieuze conservatieven dat dit verdrag mogelijk interfereert met hun eigen rechten als ouders. Anderen stellen dat het Kinderrechtenverdrag strijdig is met de Amerikaanse grondwet. Tegenstanders van het Kinderrechtenverdrag maken zich zorgen om mogelijke beperkingen van de vrijheid van ouders om een kind uit een religieuze cult te verbannen, om fysieke straffen te gebruiken en om een kind thuisonderwijs te geven.
De mensen die proberen te strijden voor de rechten van het kind worden ook wel child advocates genoemd. Deze advocates voor kinderen maar ook voor gezinnen zijn belangrijke bronnen die veranderingen in beleid mogelijk maken.
Welke hedendaagse programma’s bestaan er om gezinnen te helpen?
Tegenwoordig zijn er verschillende programma’s gericht op het helpen van gezinnen. Sommige van deze programma’s zijn preventief en erop gericht de kans op problemen in hoge-risico gezinnen te verminderen. Andere programma’s bieden interventies voor gezinnen die al problemen ervaren in de vorm van gezondheidszorg, educatie, hulp bij budgetteren en programma's waar ouders meer leren over de opvoeding van kinderen. Naast programma's georganiseerd vanuit de regering zijn er ook een aantal non-profit organisaties die deze aanbieden.
Een programma dat inadequate voeding van kinderen probeert te regelen door zwangere- en borstvoeding gevende moeders met lage inkomsten en hun jonge kinderen tot vijf jaar te helpen is het Women, Infants and Children (WIC) programma. WIC zorgt ervoor dat deze moeders bonnen krijgen voor voeding met veel eiwitten zoals melk, kaas en bonen. Daarnaast krijgen ze informatie over gezond eten en wordt de gezondheid van hun kind regelmatig gecontroleerd. Dit programma heeft ervoor gezorgd dat er minder kinderen geboren worden met een te laag geboortegewicht, dat jonge kinderen toegang krijgen tot betere voeding en dat de hoeveelheid kinderen die gevaccineerd wordt omhoog is gegaan. Daarnaast is dit programma erg kostenbesparend, want doordat ouders geld uitgeven aan het programma en beter eten, besparen ze veel geld die anders in de toekomst uitgegeven had moeten worden aan medische kosten.
Een ander voorbeeld van een programma is Project Head Start. Dit begon als een zomerprogramma voor vier- en vijf jarige kinderen uit arme gezinnen. Het programma was ontworpen om ze klaar te stomen om naar school te gaan en de cyclus van armoede te doorbreken. Later werd dit uitgebreid tot een programma van een jaar lang en wordt er nu naast schoolvoorbereiding ook gezorgd voor voedzame maaltijden en medische controles voor de kinderen. De ouders worden hier ook bij betrokken. Uiteindelijk werd ook Early Head Start opgericht voor kinderen onder de drie jaar oud. Dit programma lijkt succesvol te zijn. Kinderen die meegedaan hebben aan Head Start zijn vaak beter voorbereid om naar school te gaan, presteren daar beter en hebben betere cognitieve competenties dan kinderen die het programma niet gevolgd hebben. Ook op de lange termijn draagt het programma bij aan het halen van een diploma en het behouden van werk en zorgt het ervoor dat kinderen niet in aanraking komen met de politie. Daarnaast zorgt het programma voor een verandering bij de ouders, die het kind meer voorlezen en educatief speelgoed aanbieden en ook minder fysiek straffen. Het probleem van dit programma is dat er weinig geld voor is en dat dus niet alle kinderen geholpen kunnen worden.
Welke educatie en interventie is er voor ouders?
Er zijn verschillende programma's om ouders beter te laten functioneren. Het idee is dat doordat de ouders beter worden in hun rol het gedrag van het kind ook verbetert. De programma's variëren in focus, inhoud, methode, intensiteit en doelgroep. Uit onderzoek blijkt dat deze programma's goed zijn voor primaire preventie: het voorkomen van problemen, doordat ze zowel de ouder als het gedrag van het kind veranderen.
Tegenwoordig ligt de focus van deze programma's op huisbezoeken. Het idee is dat ouders hun gedrag aanpassen op basis van de informatie die ze krijgen van degene die het huisbezoek doet en als gevolg daarvan ontwikkelen de kinderen ook ander gedrag. Een voorbeeld van een programma dat deze huisbezoeken doet is het Nurse-Family Partnership Program, waarbij verpleegkundigen op huisbezoek gaan bij arme moeders. Hierbij hebben ze drie belangrijke taken:
- Zorgen dat de moeder positief gedrag vertoond tijdens en na de zwangerschap, de gezondheid van het kind in de gaten houden en de levensloop van de moeder vormgeven.
- Moeders helpen bij het ontwikkelen van ondersteunende relaties met andere volwassenen.
- De moeders en hun gezinnen in contact brengen met de gezondheidszorg en andere diensten die ze nodig hebben.
Een ander voorbeeld van een programma dat gebruik maakt van huisbezoeken is Healthy Families America welke moeders van onder de 21 jaar begeleidt. Dit programma wil kindermishandeling voorkomen, effectieve opvoedingsstrategieën promoten, optimale gezondheid van het kind bereiken, zorgen dat ouders economisch zelfvoorzienend worden en zorgen dat er niet nog een tienerzwangerschap plaatsvindt. Een laatste voorbeeld is Hawaii’s Healthy Start, gericht op het bevorderen van de cognitieve en taalontwikkeling van kinderen, het versterken van de kwaliteit van de thuisomgeving, het voorkomen van psychische problemen en drugsmisbruik en het faciliteren van het gebruik van anticonceptie. Meta-analyses van interventieprogramma’s voor ouders hebben verschillende uitkomsten. Terwijl uit sommige meta-analyses blijkt dat de programma’s een klein positief effect hebben, wijzen andere meta-analyses op sterkere positieve effecten. Vooral interventieprogramma’s die specifiek gericht zijn op het voorkomen van kindermisbruik zijn effectief.
Naast programma's gericht op primaire preventie zijn er ook programma's die inzetten op secundaire preventie: het inzetten van interventies kort nadat er een probleem is geconstateerd om te zorgen dat het probleem aangepakt wordt voordat het erger wordt. Een voorbeeld is Parent-Child Interaction Therapy voor kinderen die al gedragsproblemen hebben om te zorgen dat deze niet erger worden.
Wat zijn Community Learning Centers?
Er zijn veel voorstellen gedaan om het onderwijssysteem te hervormen in een poging geletterdheid en competentie te verbeteren. Zigler, één van de oprichters van ‘Head Start’, heeft een schema ontwikkeld om van openbare scholen te veranderen naar ‘Community Learning Centers’. Zigler stelt dat het onderwijzen van kinderen een belangrijke taak is, maar dat scholen veel meer moeten bieden. Ze zouden zowel voor- als naschoolse programma’s en activiteiten voor leerlingen moeten hebben en zouden ook tijdens de vakanties open moeten zijn. Daarnaast zouden scholen kinderopvang moeten bieden voor de jongere broertjes en zusjes van de leerlingen en zouden ze gezinnen moeten ondersteunen in termen van informatie, educatie en verwijsdiensten.
Welke controversiële ideeën voor sociaal beleid zijn er?
Sommige ideeën voor sociaal beleid zijn vrij controversieel. Een voorbeeld hiervan is de zogenaamde eenkindpolitiek in China. Volgens dit beleid mogen koppels maar één kind krijgen. Het doel hiervan is het verminderen van de Chinese populatie. Dit beleid heeft echter enkele nadelen, waaronder een minder gebalanceerde verdeling van geslacht door geslachtsselectieve abortussen en het verlaten of zelfs doden van meisjes. In de Verenigde Staten gaan de meeste controversiële ideeën over het fysiek straffen van kinderen, verantwoordelijkheid van ouders en het geven van licenties.
Wat zijn de controversiële ideeën over fysiek straffen?
In meerdere landen zijn er twee soorten wetten aangenomen die fysieke straffen verbieden. Het eerste type wet betreft het verbieden van fysiek bestraffen op scholen. Het andere type wet is controversiëler. Om kinderen tegen kindermishandeling te beschermen, hebben meerdere landen ouderlijke disciplinering beperkt door fysieke bestraffing door ouders te verbieden. Dit type wed is ingevoerd op attitudes over fysieke bestraffing te veranderen en om kinderen die een verhoogd risico lopen om mishandeld te worden te identificeren. Dit lijkt effectief te zijn. Het verbieden van alle vormen van het fysiek straffen van kinderen past bij het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties.
Wat zijn de controversiële ideeën over de wetten over ouderlijke verantwoordelijkheid?
Sinds de jaren negentig is er in de Verenigde Staten en andere landen een nieuwe legale benadering van het probleem van delinquent gedrag. Hierbij worden ouders verantwoordelijk gehouden voor de daden van hun kinderen. Het idee dat hieraan ten grondslag ligt is dat ouders hierdoor gemotiveerd zullen zijn om meer betrokken te zijn bij- en verantwoordelijkheid te dragen voor- het gedrag van hun adolescent. Over het algemeen hebben deze verantwoordelijkheidswetten betrekking op niet-gewelddadige misdaden, zoals het drinken van alcohol, risicovol rijgedrag, winkeldiefstal, deelname aan activiteiten van bendes of spijbelen. De wet is gebaseerd op de aanname dat het delinquente gedrag van het kind een gevolg is van een slechte opvoeding. Straffen voor ouders variëren van een kleine boete tot een gevangenisstraf.
De vraag is echter of het eerlijk is om ouders verantwoordelijk te houden voor de daden van hun kinderen zeker als de ouders zich niet bewust zijn dat hun kind iets gedaan heeft of niet in staat zijn hun moeilijke kind te controleren. Bepaalde psychologen stellen dat dit niet eerlijk is omdat ouders naarmate het kind ouder wordt minder invloed zouden hebben op de ontwikkeling. Een ander kritiekpunt op deze verantwoordelijkheidswetten betreft de oriëntatie op bestraffing. De wetten helpen ouders niet om meer vaardig of effectief te worden in het controleren van het gedrag van een tiener. De wetten zouden bovendien vaag en oneerlijk zijn (omdat de ouders strenger worden gestraft dan het kind) en zouden geen rekening houden met de rechten van ouders. Er is nog geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de verantwoordelijkheidswetten.
Wat zijn de controversiële ideeën over de wetten over licenties voor ouders?
Veel sociale problemen ontstaan door verkeerde opvoeding en een voor de hand liggende oplossing zou dus zijn om de kwaliteit van deze opvoeding te verbeteren. Om dit te bereiken is er een controversieel idee voorgesteld waarbij mensen 'licenties' ontvangen voordat ze kinderen mogen krijgen. Toekomstige ouders worden hierbij beoordeeld of ze wel een competente ouder zouden zijn en bij wat hun ideeën precies zijn over de opvoeding van kinderen. Westerman heeft drie eisen beschreven voor het verkrijgen van een licentie:
- De toekomstige ouder moet minimaal 18 jaar zijn.
- De toekomstige ouder moet een overeenstemming tekenen waarin hij of zij aangeeft in te stemmen met het verzorgen van het kind, terwijl hij of zij zich onthoudt van kindermishandeling. De ouder stemt in met de financiële verantwoordelijkheid van het ouderschap en de verwachtingen van ouderlijke competentie.
- De toekomstige ouder zal een opvoedcursus volgen. Dit criterium is optioneel.
Een baby van een moeder zonder licentie zou ter adoptie worden gesteld tenzij de moeder alsnog in staat is een licentie te verkrijgen. Een alleenstaande moeder mag wel een kind hebben, mits ze aan kan tonen dat ze voldoende middelen heeft om aan de behoeften van het kind te kunnen voldoen.
Vanuit het perspectief van ouders is dit idee een schending van het recht om je voort te planten. Echter is niet iedereen het erover eens dat alle individuen het recht hebben om kinderen te krijgen. Het uiteindelijke doel van Westermans voorstel om ouders licenties te geven was niet om de rechten van volwassenen in te perken, maar het veranderen van sociale normen en waarden waardoor het belang van ouderschap en opvoeding verhoogd zou worden. Door dit te doen hoopte Westerman dat kinderen beschermd konden worden van verkeerde opvoeding.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








