Hoofdstuk 18: Voorbereidend onderzoek en eindonderzoek in strafzaken.
Strafproces:
Voorbereidend onderzoek: verzamelen van bewijsmateriaal (a.d.h.v. dwangmiddelen).
Eindonderzoek
Het voorbereidend onderzoek
Dwangmiddelen
Dwangmiddelen zijn strafvorderlijke (onderzoeks)bevoegdheden die naar aanleiding van een redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is of wordt gepleegd tegen de wil van burgers kunnen worden toegepast. Voorbeelden van dwangmiddelen zijn:
Huiszoeking
Fouillering
Inbeslagneming
Doel dwangmiddelen: nodig om strafbare feiten op te helderen + zorgen dat de tenuitvoerlegging van een door de rechter later op te leggen strafrechtelijke sanctie niet wordt verijdeld.
Normering
Dwangmiddelen kunnen inbreuk maken op grondrechten van burgers. Daarom is de mogelijke toepassing van dwangmiddelen geregeld in de wet (Wetboek van Strafvordering en andere bijzondere wetten in formele zin): aangegeven welke dwangmiddelen er zijn en door welke personen en onder welke voorwaarden dwangmiddelen mogen worden gehanteerd.
Voor de toepassing van dwangmiddelen gelden rechtmatigheidseisen, zoals proportionaliteit en subsidiariteit.
Algemene kenmerken van dwangmiddelen:
Toepassing kan plaatshebben tegen de wil van degene tegen wie het dwangmiddel is gericht.
Meer ingrijpende dwangmiddelen mogen slechts worden toegepast in geval van ernstige delicten.
Hoe ingrijpender het dwangmiddel, hoe hoger de autoriteit is die bevoegd is om het dwangmiddel toe te passen.
(Hulp)officier van justitie: inverzekeringstelling (max. 3 dagen + verlening > max. 6 dagen in totaal);
Rechter-commissaris: bevel tot bewaren (max. 14 dagen);
Rechtbank: gevangenhouding (max. 90 dagen);
Als snel handelen in het belang van strafrechtelijke handhaving geboden is, mogen meer dwangmiddelen worden toegepast en zijn meer personen bevoegd tot het toepassen ervan.
Bij onrechtmatige toepassing van dwangmiddelen volgen de volgende consequenties:
De rechter kan de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vervolging verklaren. Dit betekent dat de rechter de strafzaak niet inhoudelijk zal beoordelen > vervolging verdachte is niet meer mogelijk.
De rechter kan het onrechtmatig verkregen bewijst niet meenemen (onrechtmatig verklaren).
De rechter kan de verdachte een lagere straf opleggen.
Dagvaarding
Door de dagvaarding wordt de strafzaak ter terechtzitting aanhangig gemaakt. Zij vormt het sluitstuk van het voorbereidend onderzoek. De dagvaarding heeft drie functies:
Het oproepen van de verdachte om op een bepaalde tijd voor een bepaalde rechter te verschijnen
Het informeren van de verdachte over enkele rechten
Het informeren van de verdachte van welk strafbaar feit hij wordt beschuldigd: de tenlastelegging
De tenlastelegging is een omschrijving van de gedraging van de verdachte, onder vermelding van tijd en plaats. De tenlastelegging vormt de grondslag voor het eindonderzoek: de rechter moet beslissen op de grondslag van de tenlastelegging. De officier van justitie kan een tenlastelegging van tevoren wijzigen, een rechter kan dit niet.
Het eindonderzoek
Het eindonderzoek valt onder het beginsel van externe openbaarheid > controle op eerlijkheid van procedure. De rechter/voorzitter heeft leiding bij onderzoek ter terechtzitting. In het strafrecht gaat het om materiële waarheid: om wat er werkelijk is gebeurd. Wanneer de waarheidsvinding op onrechtmatige wijze plaatsvindt, kan zij leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM, bewijsuitsluiting of strafvermindering. De rechter zorgt ervoor dat iedereen aan het woord kan komen: officier van justitie, verdachte, raadsman, getuigen en deskundigen.
Volgorde van onderzoek ter terechtzitting:
Uitroepen van de zaak
Officier van justitie draagt zaak voor (tenlastelegging)
Getuigen en deskundigen gehoord
Verdachte ondervraagt
Officier van justitie maakt vordering (straf/maatregel) bekend en voert bewijs aan (requisitoir)
Verdachte/raadsman houdt pleidooi
Officier van justitie mag woord voeren (repliek)
Raadsman mag weerwoord geven (dupliek)
Verdachte heeft als laatste recht te spreken
Vonnis
De beslissing van de rechter
De formele vragen gaan vooraf aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak:
Is de dagvaarding geldig?
Nee? > nietigheid
Is de rechter bevoegd?
Kijken naar relatieve en absolutie competentie
Is de officier van justitie ontvankelijk in zijn vordering?
Wettelijke of buitenwettelijke vervolgingsuitsluitingsgrond
Zijn er redenen voor schorsing van de vervolging
Bijv. Als de verdachte door een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen.
Voor deze niet-inhoudelijke einduitspraken geldt niet de bescherming van het ne bis in idem-beginsel, dat inhoudt dat niemand voor hetzelfde feit meer dan eenmaal vervolgd mag worden.
Vervolgens komen de inhoudelijke vragen (eindonderzoek)
Is bewezen dat het ten laste gelegde feit door de verdachte is begaan?
Nee? > vrijspraak
Is het bewezen ten laste gelegde feit strafbaar?
Nee? > ontslag rechtsvervolging
Is de verdachte strafbaar?
Nee? > ontslag rechtsvervolging
Moet er een straf of maatregel worden opgelegd, en welke?
Nee? > schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel
Voor de beslissing ‘bewezenverklaring’ of ‘vrijspraak’ zijn vier vragen relevant:
Voor beslissing ‘strafbaar feit’ zijn twee vragen van belang:
Voor de vraag of de verdachte strafbaar is of dat ontslag van rechtsvervolging wegens niet strafbaarheid van de verdachte moet volgen, is de vraag relevant of er een schulduitsluitingsgrond aanwezig is.
Rechterlijk pardon: als een rechter het raadzaam acht, kan hij in het vonnis vermelden dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Einduitspraken: na een termijn van ten hoogste 14 dagen, neergelegd in een vonnis of arrest, en moet gemotiveerd worden.