Hoofdstuk 13: Burgerlijk procesrecht
Functies van het burgerlijk procesrecht
Het burgerlijk proces dient in de eerste plaats om geschillen over civielrechtelijke rechten en plichten te laten beslechten door een onafhankelijk en onpartijdig staatsorgaan. Ook bevat het burgerlijk procesrecht regels voor procedures waarin de rechter niet als geschilbeslechter optreedt.
Een klein percentage van privaatrechtelijke geschillen komt voor de rechter:
Menig geschil wordt buiten rechte beëindigd: minnelijke schikking, arbitrage, klachtencommissies, mediaton etc.
Burgerlijk recht kent sancties die de burger zelf kan opleggen (bijv. Ontbinden van overeenkomst).
Bronnen van het burgerlijk procesrecht
De belangrijkste bron van het burgerlijk procesrecht is het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV), waarin niet alleen de gewone procedure voor de burgerlijke rechter is geregeld, maar ook de bevoegdheid van de rechter, de tenuitvoerlegging van vonnissen, enkele afwijkende procesvormen en arbitrage. Verder is van belang de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) waarin de bevoegdheid en de organisatie van de rechterlijke macht zijn geregeld. Ten slotte zijn voor het burgerlijk procesrecht de fundamentele beginselen van een eerlijk proces die zijn neergelegd in de mensenrechtenverdragen.
Contentieuze en voluntaire rechtspraak
Contentieuze/eigenlijke rechtspraak:
Burgerlijke rechter houdt zich bezig met het beslechten van geschillen.
Begint met een dagvaarding, soms met verzoekschrift.
Voluntaire/oneigenlijke rechtspraak:
Personen en instanties in het burgerlijk proces
Rechter, griffier:
Specifiek voor privaatrecht: rechter heeft minder invloed op procesverloop dan in het straf- en bestuursrecht (> lijdelijkheid van de burgerlijke rechter). Partijen bepalen inhoud en omvang van het geschil (partijautonomie). De rechter is daaraan gebonden: hij is lijdelijk. De rechter mag niet méér toewijzen dan geëist is. En als een partij een bepaald feit stelt en de tegenpartij betwist dat feit niet, moet de rechter het als vaststaand beschouwen.
Rechter heeft grote invloed op de procesgang: hij kan te allen tijde een schikking tot stand proberen te brengen, bepaalt wat door wie bewezen moet worden, welke waarde hij aan het geleverde bewijs toekent.
Meestal door één rechter gesproken: kantonrechter. Secretarieel bijgestaan door een griffier.
Partij:
Eiser en verweerder.
In een verzoekschriftprocedure heet degene die het verzoek doet requestrant of verzoeker.
In het burgerlijk proces geldt als hoofdregel dat partijen niet zelf in rechte mogen optreden, maar zich moeten laten vertegenwoordigen door een advocaat. Procedures bij de kantonrechter vormen hierop een uitzondering.
Advocaat:
Een advocaat heeft tot taak procespartijen in rechte te vertegenwoordigen en proceshandelingen te verrichten. Ook een andere functie: juridisch adviseur zowel in rechte als daarbuiten.
Ook anderen dan advocaten kunnen juridisch advies en bijstand geven, zoals deurwaarders.
De dagvaardingsprocedure voor de rechtbank
Dagvaarding:
Procedure op tegenspraak en verstekprocedure:
Wanneer gedaagde op het in de dagvaarding vermelde tijdstip niet op de zitting verschijnt, kan de rechter een verstekvonnis uitspreken waarbij hij de vordering zonder nadere procesvoering toewijst.
Verschijnt gedaagde wel, dan is sprake van een procedure op tegenspraak (contradictoir): gedaagde krijgt gelegenheid om schriftelijk en gemotiveerd te reageren in een conclusie van antwoord.
Verder verloop:
Beide partijen krijgen in beginsel één keer de gelegenheid om hun zaak schriftelijk te bepleiten. Daarna beveelt rechter partijen in persoon te verschijnen voor een mondelinge behandeling van de zaak, tenzij hij oordeelt dat de zaak daarvoor niet geschikt is. Als de rechter zich na de mondelinge behandeling voldoende voorgelicht acht en meent dat genoegzaam recht gedaan is aan het recht van hoor en wederhoor, kondigt hij aan vonnis te zullen wijzen.
Vonnissen:
Het kort geding
Een kort geding is een spoedprocedure voor de voorzieningenrechter, die kan worden ingesteld in elke zaak waarin een onmiddellijke rechterlijke voorziening vereist is. Kort geding is informeel en kort:
Oproepen is meestal wel vereist, maar normale termijnen gelden niet;
Procesvertegenwoordiging is alleen voor eiser verplicht;
Er worden geen conclusies genomen: alleen mondelinge behandeling.
Vonnis is voorlopige voorziening, dus geen definitief oordeel. Om deze vast te stellen kan een gewone procedure worden gevoerd (bodemprocedure). Dit komt weinig voor.
Tegen een kortgedingvonnis staan rechtsmiddelen open, net als tegen een vonnis in een bodemprocedure.
Verzoekprocedure
Een verzoekschrift wordt door de verzoeker ingediend bij de griffie. Een afschrift van het verzoek wordt toegestuurd aan belanghebbenden. Een belanghebbende kan een verweerschrift indienen. Wordt geen verweer gevoerd, dan is er sprake van een voluntaire procedure.
De beslissing van de rechter in een verzoekprocedure heet geen vonnis, maar beschikking.
Kosten
Burgerlijk proces is niet kosteloos. Partijen maken kosten, er zijn proceskosten en griffiekosten.