Inleiding Internationaal Publiekrecht - B1 - Rechten - UL Oefententamen 2016

Vragen bij oefententamen

Open vraag 1

Op 15 december 2015 informeerde Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Lodewijk Asscher, de Tweede Kamer over de stand van zaken met betrekking tot de aanpassing van het bilaterale sociale zekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko. Volgens Asscher is Marokko met nieuwe eisen gekomen waar Nederland niet aan kan voldoen.

Stel dat Nederland overweegt om dit geschil met Marokko over aanpassing van het verdrag voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof.

In 1956 heeft Nederland deze verklaring afgelegd met betrekking tot de bevoegdheid van het Internationaal Gerechtshof:

“I hereby declare that the Government of the Kingdom of the Netherlands recognizes, in accordance with Article 36, paragraph 2, of the Statute of the International Court of Justice, with effect from 6 August 1956, as compulsory ipso facto and without special agreement, in relation to any other State accepting the same obligation, that is on condition of reciprocity, the jurisdiction of said Court in all disputes arising or which may arise after 5 August 1921, with the exception of disputes in respect of which the parties, excluding the jurisdiction of the International Court of Justice, may have agreed to have recourse to some other method of pacific settlement.”

U werkt op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Juridische Zaken. De leidinggevende vraagt u een notitie te schrijven over de voorwaarden waaronder Nederland dit geschil met Marokko aan het Internationaal Gerechtshof voor kan leggen.

Opdracht

Schrijf een advies in maximaal 450 woorden, let hierbij op zinsbouw en taalgebruik (hier kan maximaal 2 punten voor worden afgetrokken).

MC vraag 1

Stelling: Als een staat zijn verplichtingen onder een vonnis van het Internationaal Gerechtshof niet nakomt kan de wederpartij een beroep doen op de Veiligheidsraad om maatregelen te nemen om naleving af te dwingen.

  1. Dit is juist.
  2. Dit is onjuist.

MC vraag 2

In oktober 2015 berichtte de krant:

“De Amerikaanse regering is blij met een besluit van het Permanente Hof van Arbitrage over gebieden in de Zuid-Chinese Zee. Het arbitragehof verwierp donderdag de bezwaren van China, dat betoogde dat het in Den Haag gevestigde hof geen rechtsmacht in deze kwestie had. (…) Het kan nog een jaar duren voordat er een (inhoudelijke) uitspraak komt in de zaak. De Filipijnen waren begin 2013 naar het hof gestapt. China kan een uitspraak van het hof terzijde schuiven, maar dat zou het aanzien van de opkomende wereldmacht geen goed doen.”

Het bovenstaande nieuwsbericht is niet juist. Waarom niet?

  1. Het Permanente Hof van Arbitrage voorziet alleen in geschillen tussen private partijen en staten. De auteur bedoelde het Internationaal Strafhof.
  2. Het Permanente Hof van Arbitrage is niet in Den Haag gevestigd maar in Genève. De auteur bedoelde het Internationaal Gerechtshof.
  3. Het Permanente Hof van Arbitrage neemt zelf geen besluiten maar faciliteert slechts geschillenbeslechting. Bovendien is een uitspraak van een arbitragehof bindend en kan niet terzijde worden geschoven.
  4. Het Permanente Hof van Arbitrage neemt weliswaar besluiten maar diens besluiten kunnen alleen terzijde worden geschoven als de Veiligheidsraad daartoe besluit.

MC vraag 3

Welk wilsgebrek is onder het Weens Verdragenverdrag een nietigheidsgrond?

  1. Dwang, uitgeoefend op een staat door bedreiging met of gebruik van geweld (‘coercion’).
  2. Bedrog (‘fraud’).
  3. Dwaling (‘error’).
  4. Corruptie van een vertegenwoordiger van een staat (‘corruption’).

MC vraag 4

In augustus 2015 tekende de Zuid-Soedanese regering een overeenkomst met de gewapende oppositie in Zuid-Soedan teneinde een lang conflict op te lossen en vrede en stabiliteit te bewerkstelligen.

Stelling: Deze overeenkomst kwalificeert als een verdrag in de zin van het Weens Verdragenverdrag.

  1. Dit is juist.
  2. Dit is onjuist.

MC vraag 5

Welk alternatief is onjuist ten aanzien van verdragen?

  1. De inhoud van verdragen is niet aan beperkingen onderhevig.
  2. Een traité-constitution, oftewel constitutioneel verdrag, regelt de oprichting van een internationale organisatie.
  3. De materiële reikwijdte van een verdrag geeft aan welke onderwerpen in het verdrag geregeld worden.
  4. Een regel van verdragsrecht en een gewoonterechtelijke regel met dezelfde inhoud kunnen naast elkaar bestaan.

MC vraag 6

Naar aanleiding van de recente aanslagen in Parijs in november 2015 heeft de Franse president Hollande een toespraak gehouden voor het Franse congres. In deze toespraak verklaarde hij dat de aanslagen zijn “bedacht en gepland in Syrië, georganiseerd in België en uitgevoerd met behulp van Franse medeplichtigen.” Volgens recente berichtgeving hadden de daders onder meer de Belgische en Franse nationaliteit. Onder de slachtoffers bevonden zich Fransen, Algerijnen, Belgen, Tunesiërs, Roemenen, Spanjaarden en Portugezen.

Welke andere mogelijkheid is juist ten aanzien van de potentiële rechtsmacht van staten met betrekking tot de aanslagen in Parijs?

  1. Frankrijk heeft rechtsmacht op grond van het subjectieve territorialiteitsbeginsel en Tunesië op grond van het beschermingsbeginsel.
  2. De Verenigde Staten heeft rechtsmacht op grond van het universaliteitsbeginsel en Roemenië op grond van het actieve nationaliteitsbeginsel.
  3. Frankrijk heeft rechtsmacht op grond van het actieve en passieve nationaliteitsbeginsel en Syrië op grond van het objectieve territorialiteitsbeginsel.
  4. België heeft rechtsmacht op grond van het actieve nationaliteitsbeginsel en Algerije op grond van het passieve nationaliteitsbeginsel.

MC vraag 7

Wat is geen rechtsgevolg van staatsaansprakelijkheid?

  1. De verplichting tot nakoming van de geschonden norm.
  2. De verplichting te voorzien in rechtsherstel.
  3. De verplichting om tegenmaatregelen te nemen.
  4. De verplichting tot beëindiging van de onrechtmatige daad.

MC vraag 8

De periode na 1945 wordt door volkenrechtshistorici aangeduid als de Fase van de Vredelievende Naties.

Stelling: Een belangrijk kenmerk van de Fase van de Vredelievende Naties is dat het gemeenschappelijk uitgangspunt voor de grondslag van de rechtsontwikkeling het natuurrecht is.

  1. Dit is juist.
  2. Dit is onjuist.

MC vraag 9

Oktober 2015 publiceerde de NOS:

“Bewerkt vlees zoals hamburgers, worstjes, ham, bacon en spek kan kanker veroorzaken. Dat zegt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in een vanochtend verschenen rapport. (…) Volgens de WHO verhoogt het dagelijks eten van 50 gram bewerkt vlees de kans op het ontwikkelen van darmkanker met 18 procent ten opzichte van mensen die niet zo veel bewerkt vlees eten.”

De WHO werd opgericht op 7 april 1948 met het doel de gezondheid van de wereldbevolking te verbeteren. Het oprichtingsverdrag van de WHO bepaalt dat de WHO medisch onderzoek coördineert en de resultaten van dit onderzoek deelt met de buitenwereld.

Is het genoemde rapport van de WHO opgesteld en gedeeld met de buitenwereld op basis van een expliciete of een impliciete bevoegdheid van de WHO?

  1. Een expliciete bevoegdheid.
  2. Een impliciete bevoegdheid.

MC vraag 10

Stelling: Een belangrijk uitgangspunt in de internationale rechtsorde is dat beperkingen op de onafhankelijkheid van staten niet voorondersteld worden.

  1. Dit is juist.
  2. Dit is onjuist.

Antwoordsuggestie open vraag

Aan: Directeur DJZ

Betreft: Geschil Nederland/Marokko en de bevoegdheid van het IGH

Geachte heer/mevrouw, beste (..)

In het antwoord op uw vraag onder welke voorwaarden Nederland het geschil met Marokko over aanpassing van het bilaterale sociale zekerheidsverdrag tussen beide staten voor kan leggen aan het Internationaal Gerechtshof (IGH), schrijf ik u over het volgende.

Het IGH is alleen bevoegd om rechtsmacht uit te oefenen over een geschil tussen twee staten, als beide staten expliciet instemmen met beslechting van het geschil door het IGH. Immers, staten zijn soeverein en volgens artikel 36 lid 1 van het Statuut IGH strekt de rechtsmacht van het IGH zich uit tot alle zaken die staten aan het Hof voorleggen en tot alle kwesties die worden genoemd in van kracht zijnde verdragen en conventies. Staten kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om een specifiek verdrag te sluiten waarbij zij het IGH verzoeken zich uit te spreken over een geschil (een zogenaamd compromis). Staten kunnen ook een clausule in een verdrag opnemen waarin zij overeenkomen eventuele geschillen die voortvloeien uit de uitleg of toepassing van dat verdrag aan het IGH voor te leggen (een zogenaamde compromissoire clausule).

Staten kunnen voorts de rechtsmacht van het IGH aanvaarden door simpelweg voor het IGH te verschijnen in een procedure zonder bezwaar te maken tegen de rechtsmacht van het IGH. Deze manier van erkenning van de rechtsmacht van het IGH is gebaseerd op de doctrine van forum prorogatum en werd door het IGH onder meer erkend in de uitspraak van het IGH ten aanzien van het geschil tussen de DRC en Rwanda (Armed Activities case, para. 22). Uit de houding van de desbetreffende staten moet ondubbelzinnig kunnen worden afgeleid dat de rechtsmacht van het IGH wordt aanvaard.

Staten kunnen tenslotte de rechtsmacht van het IGH aanvaarden door het afleggen van een verklaring in de zin van artikel 36 lid 2 Statuut IGH (de zogenaamde facultatieve clausule). Een dergelijk verklaring is eenzijdig en brengt mee dat de staat die de verklaring aflegt de rechtsmacht van het IGH op voorhand erkent voor alle mogelijke toekomstige geschillen met staten die eenzelfde verklaring hebben afgelegd.

Het is niet duidelijk of het sociale zekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko een compromissoire clausule bevat of dat Marokko instemt met beslechting van dit geschil door het IGH op basis van een compromis of op basis van de doctrine van forum prorogatum. Wel is gegeven dat Nederland een verklaring in de zin van artikel 36 lid 2 Statuut IGH heeft afgelegd. Nederland erkent de rechtsmacht van het IGH voor alle geschillen die zich voordoen na 5 augustus 1921 op voorwaarde dat de wederpartij eenzelfde verklaring heeft afgelegd (wederkerigheid) en partijen geen andere methode van vreedzame geschillenbeslechting overeen zijn gekomen. Het geschil met Marokko is van recente datum en past binnen de reikwijdte van bovengenoemde verklaring. De cruciale vraag is dus of Marokko eenzelfde verklaring onder artikel 36 lid 2 Statuut IGH heeft afgelegd en er dus sprake is van wederkerigheid.

Kortom, Nederland kan dit geschil met Marokko over aanpassing van het verdrag alleen aan het IGH voorleggen als het verdrag een compromissoire clausule bevat waarin de rechtsmacht van het IGH wordt aanvaard; als Marokko instemt met beslechting van het geschil door het IGH bij verdrag (compromis) of door te verschijnen (forum prorogatum); of als Marokko ook eenzelfde verklaring als Nederland overeenkomstig artikel 36 lid 2 Statuut IGH heeft afgelegd.

Antwoordindicatie meerkeuzevragen

MC vraag 1. A

MC vraag 2. C

MC vraag 3. A

MC vraag 4. B

MC vraag 5. A

MC vraag 6. D

MC vraag 7. C

MC vraag 8. B

MC vraag 9. A

MC vraag 10. A

Meer TentamenTests - Vraag 11 t/m 40 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft) 

 

Exclusive section of this page (for members with extra services and online access)

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Check: more related and most recent topics and summaries

Image

Share: this page!
Follow: Law Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
4069 1
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector