Wat zijn de dominante theorieën in de ontwikkelings- en levensloopcriminologie? - Chapter 2

Wat komt er in dit chapter aan bod?

In dit chapter worden, net als in chapter 1, theorieën uit de psychologie uitgewerkt. Het gaat in dit chapter om theorieën in de ontwikkelings- en levensloopcriminologie. Eerst wordt de ontwikkelingsgeneigdheid theorie over misdadig gedrag uitgelegd. Deze theorie gaat over de factoren voor het ontwikkelen van misdadig gedrag. Dan wordt ingegaan op het onderscheid van Moffitt over levensloop consistente en adolescentie gelimiteerde antisocialiteit. Kortgezegd gaat dit over hoe lang iemand het ontwikkelde antisociale gedrag blijft vertonen; het hele leven of enkel tijdens de adolescentie.

Vervolgens wordt de interactionele theorie over misdadig gedrag uitgewerkt. Deze theorie richt zich op de verschillende factoren voor antisociaal gedrag en de manier waarop deze factoren met elkaar interacteren.

Dan wordt de informele sociale controletheorie over misdadig gedrag uitgewerkt. Deze theorie legt uit dat sociale bindingen werken als een controlerende factor waardoor antisociaal gedrag zich minder kan ontwikkelen.

Er worden ook psychologische theorieën behandeld over de invloed van een verstoorde aanhechting met de verzorger, een gebroken huis, persoonlijkheidsontwikkeling en sociaal leren en levensstijl voor misdadig gedrag.

Tenslotte wordt de ICAP theorie, de integrated cognitive antisocial potential theorie, uitgewerkt. Deze theorie legt uit wat iemand aan antisociaal potentieel kan hebben en hoe dit over kan gaan in antisociaal gedrag.

Wat zijn ontwikkelingstheorieën en levenslooptheorieën?

Ontwikkelingscriminologie en levensloopcriminologie hebben voornamelijk betrekking op drie onderwerpen: de ontwikkeling van misdaden begaan en van antisociaal gedrag, de invloed van risicofactoren op verschillende leeftijden en de effecten van levensgebeurtenissen op ontwikkeling. Normale criminologische theorieën proberen de verschillen tussen individuen die misdaden plegen uit te leggen, maar ontwikkelingscriminologie probeert de verschillen in een persoon over een bepaald tijdsbestek uit te leggen. Voor onderzoek naar ontwikkelingscriminologie, risico’s en levensgebeurtenissen is het nodig om prospectief longitudinaal onderzoek te doen. Dit betekent onderzoek gericht op de toekomst en op de lengte van de levensloop. In dit chapter worden de belangrijkste dominante theorieën in de ontwikkelings- en levensloopcriminologie uiteengezet.

Wat stelt de ontwikkelingsgeneigdheid theorie over misdadig gedrag?

Lahey en Waldman probeerden de ontwikkeling van gedragsstoornissen en jeugddelinquentie uit te leggen door voornamelijk te kijken naar de kindertijd en adolescentie. Deze onderzoekers kijken niet naar het volwassene leven van een delinquent. Het construct waar deze theorie het meest om draait, is antisociale geneigdheid. Dit is hoe erg iemand neigt naar antisociaal en dus ook naar misdadig gedrag, dus hoe erg iemand zichzelf heeft aangeleerd om egoïstisch, agressief of manipulatief te handelen. Deze antisociale geneigdheid blijft vrij persistent en heeft een grote variëteit van gedragsmanifestaties. Dit reflecteert de verscheidenheid en comorbiditeit van antisociaal gedrag. De belangrijkste factoren die bijdragen aan antisociale geneigdheid zijn lage cognitieve vaardigheden (met name verbale vaardigheid) en drie dispositionele dimensies: prosocialiteit (sympathie en empathie opbrengen), lef (slecht gecontroleerd of onbelet zijn) en negatieve emotionaliteit (gefrustreerd, verveeld of geïrriteerd raken). Deze vier factoren hebben een genetische basis. De onderzoekers vonden dat antisocialiteit of gebrek aan prosocialiteit, lef en negatieve emotionaliteit tijdens het zevende levensjaar delinquentie tussen 11 en 17 jaar voorspelden. Het is wel een vrij beperkt onderzoek. Daarom moet meer onderzoek gedaan worden naar de relatie tussen deze factoren in de kindertijd en delinquentie in de adolescentie.

Wat is het verschil tussen levensloop consistente en adolescentie gelimiteerde antisocialiteit? 

Volgens Moffitt zijn er twee verschillende soorten antisociale mensen: levensloop consistente antisociale mensen en adolescentie gelimiteerde antisociale mensen. De levensloop consistente antisociale mensen beginnen al op jonge leeftijd met verkeerd gedrag en dat blijft aanhouden tot na hun twintigste. Ze begaan veel verschillende misdaden, waaronder geweld. Adolescentie gelimiteerde antisociale mensen hebben een korte criminele tijd die gelimiteerd is tot hun tienerjaren. Zij begaan vaak niet gewelddadige, rebelachtige overtredingen, zoals vandalisme. De belangrijkste factoren die levensloop consistente mensen ‘aanmoedigen’ om overtredingen te begaan zijn cognitieve tekortkomingen, hyperactiviteit, slecht temperament, tienerouders, slecht functionerende families, armoede en een lage socio-economische status. Ook genetische en biologische factoren, zoals een lage hartslag, zijn belangrijk. Keuzes maken gebeurt niet op een rationele manier in deze groep. Volgens Moffit zijn de neuropsychologische en omgevingsfactoren de belangrijkste constructen die ten grondslag liggen aan antisociaal gedrag.

De belangrijkste factoren die adolescentie gelimiteerde mensen beïnvloeden zijn de maturity gap (het niet in staat kunnen zijn om volwassen beloningen te krijgen tijdens de tienerjaren) en invloed van leeftijdsgenoten. Deze mensen stoppen met overtredingen wanneer ze volwassen worden. Ze kunnen makkelijk stoppen omdat ze weinig neuropsychologische tekortkomingen hebben. Het maken van keuzes is in deze groep rationeel en worden het meest beïnvloed door tienerverveling. De theorie van Moffit richt niet zozeer op het proberen uit te leggen waarom overtredingen begaan worden, maar op de ontwikkeling.

Wat stelt de interactionele theorie over misdadig gedrag?

De interactionele theorie van Thornberry en Krohn richt zich op factoren die antisociaal gedrag beïnvloeden op verschillende leeftijden. De drie belangrijkste factoren voor antisociaal gedrag die kinderen tussen nul en zes beïnvloeden, zijn neuropsychologische tekortkomingen en moeilijk temperament, ouderschapstekortkomingen en structurele moeilijkheden (armoede, slechte buurt). Bij kinderen die op oudere leeftijd beginnen met antisociaal gedrag (zes tot 12 jaar), zijn neuropsychologische tekortkomingen minder belangrijk. Familiefactoren en de leefomgeving zijn de belangrijkste factoren op die leeftijd. Tussen 12 en 18 jaar zijn school en leeftijdsgenoten de belangrijkste factoren. Mensen die pas tussen 18-25 jaar beginnen met antisociaal gedrag hebben vaak cognitieve tekortkomingen, maar ze zijn op jongere leeftijd goed beschermd gebleven door een goed gezin. Een belangrijk punt van deze theorie is de wederkerigheid van oorzaken; het een veroorzaakt het ander en vice versa. Bepaald gedrag roept reacties op van ouders en leeftijdsgenoten en dit zorgt voor een versterking van het antisociale gedrag terwijl een goede leefomgeving en familie dit in toom kunnen houden.

Wat stelt de informele sociale controletheorie over misdadig gedrag?

Sampson en Laub dachten dat de belangrijkste factoren voor antisociaal gedrag binding met familie, leeftijdsgenoten, school en later huwelijken waren. Volgens deze onderzoekers wordt antisociaal gedrag belet door de bindingen met de samenleving. De kracht van de bindingen hangt af van aanhechting aan de ouders, school delinquente vrienden en delinquente broers en zussen. Het socialisatieproces van de ouders, zoals discipline en supervisie, is ook belangrijk. De socio-economische achtergrond van een familie en individuele verschillen zoals in intelligentie en temperament hebben een indirect effect op overtredingen begaan, door hun effecten op informele sociale controle. Sampson en Laub kijken naar de hele levensloop. Ze denken dat er verandering is over de tijd heen en geen consistentie. Ze kijken naar gebeurtenissen die later in het leven invloed hebben op gedrag, zoals huwelijk, een baan krijgen en het leger in gaan. Ze ontkennen het belang van verschillende types van overtreders en denken dat overtredingen steeds minder worden begaan als men ouder wordt. De onderzoekers kijken naar waarom er geen overtredingen worden begaan in plaats van waarom er wel overtredingen worden begaan. Er wordt nadruk gelegd op individuele vrije wil en keuzes.

Wat stellen psychologische theorieën over misdadig gedrag?

Psychologische theorieën proberen uit te leggen waarom sommige mensen misdadigers worden en anderen niet. Ze kijken altijd naar individuele verschilfactoren, zoals impulsiviteit en intelligentie, maar ook naar familiefactoren. Ook wordt er gekeken naar situationele factoren.

Wat is de invloed van een verstoorde aanhechting met de verzorger voor het gedrag van het kind? 

Volgens Bowlby was de hechting tussen kind en de primaire verzorger (meestal de moeder) belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. Het is belangrijk voor kinderen om warme, liefdevolle relaties met de moeder te hebben tijdens de eerste vijf jaar van het leven van de kinderen. Met name in de eerste twee jaar is dit belangrijk. Als een kind de eerste vijf jaar van het leven een ‘gebroken huis’ heeft, dan heeft dit negatieve effecten op het kind. Deze kinderen kunnen mensen worden zonder affectie en delinquenten. Uit zijn onderzoek bleek dat veel delinquenten op jongere leeftijd gescheiden waren van hun moeder en dat een groot deel van hen mensen zonder affectie waren. Tegenwoordig wordt dit onderzoek minder serieus genomen, aangezien Bowlby te weinig proefpersonen gebruikte en niet keek naar andere factoren die invloed hebben op misdaad.

Wat is de invloed van een gebroken huis voor het gedrag van een kind?

De meeste onderzoek die kijken naar een gebroken huis, focussen zich op het verlies van de vader, omdat dat vaker voorkomt. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die gescheiden worden van een ouder een grotere kans hebben om misdaden te begaan dan kinderen van intacte families. Volgens een onderzoek is het niet zozeer een gebroken huis, maar het conflict tussen ouders dat meestal een oorzaak is voor een gebroken gezin, dat criminologie veroorzaakt. Dit onderzoek suggereert ook dat een liefdevolle moeder vaak ook kan compenseren voor het verlies van de vader. Een ander onderzoek had ook aangetoond dat er meer kinderen uit gescheiden gezinnen delinquent waren dan kinderen die een moeder of vader hadden verloren. Hertrouwen had ook een negatief effect op kinderen en kinderen met hertrouwde ouders werden ook vaker misdadig.

Verklaringen van de relatie tussen gebroken huizen en delinquentie vallen in drie klassen. Trauma theorieën suggereren dat het verlies van een ouder een schadelijk effect heeft op het kind. Levensloop theorieën focussen op separatie als een consequentie van stressvolle ervaringen en op de effecten van verschillende stressors als ouderlijk conflict en gereduceerde economische omstandigheden. Selectie theorieën beargumenteren dat verstoorde families delinquente kinderen produceren omdat er al reeds bestaande verschillen tussen hen en andere families bestonden. Onderzoek staat meer achter levensloop theorieën dan de andere twee theorieën.

Wat stelt de persoonlijkheidstheorie over misdadig gedrag?

Psychologie denkt dat gedrag tot stand komt door een interactie tussen het individu en de omgeving. Onderzoek laat zien dat gedrag redelijk consistent is over de tijd. Deze consistentie hangt voornamelijk af van onderliggende neigingen om zich op een bepaalde manier te gedragen in bepaalde situaties. Deze neigingen worden persoonlijkheidstrekken genoemd, zoals impulsiviteit en assertiviteit. Eysenck zag misdaden begaan als iets natuurlijks en rationeels, omdat mensen plezier zoeken en pijn vermijden. Gewelddadige acties werden gezien als plezierig en als voordelig voor de geweldpleger. Hij stelde voor dat de neiging om misdaden te begaan geremd werd door het geweten. Volgens Eysenck werd het geweten gemaakt tijdens de jeugd. Elke keer wanneer een kind iets verkeerds doet en gestraft wordt door de ouders, zorgden de pijn en angst van het kind ervoor dat het kind de verkeerde handeling zag als iets pijnlijks. Na een paar keer gestraft te zijn voor een bepaalde handeling, werden kinderen bang om het weer uit te voeren. Volgens de theorie was deze angst het geweten en het zorgt ervoor dat kinderen zich schuldig voelen als ze een verkeerde handeling uitvoeren.

Volgens de theorie van Eysenck zijn overtreders mensen die geen goed geweten hebben opgebouwd. Dit komt doordat ze geen goede conditionering op wisten te bouwen. Volgens Eysenck is dit gelinkt aan drie dimensies van persoonlijkheid: extraversie (E), neuroticisme (N) en psychoticisme (P). Mensen met E hebben een lage corticale arousal, mensen met een hoge N dimensie hebben een hoge level van angst en mensen met een hoge level van P hebben typische karakteristieken die criminelen hebben. Onder P vallen bijvoorbeeld emotionele koudheid, lage empathie en hoge hostiliteit. Volgens onderzoek is hoge N gerelateerd aan officiële overtredingen, hoge E aan zelf-gerapporteerde overtredingen en P aan beide.

Impulsiviteit is een van de meest cruciale persoonlijkheidsdimensies voor het voorspellen van overtredingen. Uit onderzoek is gebleken dat veel jongens die op jonge leeftijd door docenten en ouders als onrustig en niet geconcentreerd werden gezien, later in het leven overtredingen hebben begaan. Volgens een aantal suggesties hangt impulsiviteit samen met tekortkomingen in executieve functies van het brein, gelokaliseerd in de frontale kwabben. Personen met deze neuropsychologische tekortkomingen zullen overtredingen begaan omdat ze een lage controle hebben over hun gedrag. Executieve functies zijn het behouden en richten van aandacht, concentratie, redeneren, planning, zelfbewustzijn en inhibitie van impulsieve gedragingen.

Wat stelt de sociaal leren theorie over misdadig gedrag?

Patterson heeft de sociaal leren theorie opgesteld. Deze theorie kijkt naar de interactie tussen kinderen en ouders. Patterson vond dat ouders van delinquente kinderen geen goede opvoeding wisten te geven. Deze ouders vertelden hun kinderen niet hoe ze zich moesten gedragen, keken niet echt naar hoe hun kinderen zich gedroegen en legden geen regels op. Deze ouders gebruikten meer straffen, maar deden dit niet op een consistente manier. Sociaal leren theorie is vrij simpel: acties die beloond worden zullen vaker voorkomen en acties die bestraft worden zullen minder vaak voorkomen. Ouders horen hun kind goed in de gaten te houden en goed te reageren op het gedrag van de kinderen.

Wat stelt de levensstijl theorie over misdadig gedrag?

Walters kwam met een theorie die gericht was om de ontwikkeling van de criminele levensstijl uit te leggen. Volgens hem bevatte een criminele levensstijl gedrag zoals het breken van sociale regels, onverantwoordelijkheid en misbruik van middelen. Deze levensstijl werd volgens Walters ontwikkeld door hedonistische motivatie, het zoeken naar spanning en defensieve reacties. Defensieve reacties zijn agressie, terugtrekking en immobilisatie. De theorie van Walters richtte zich ook op hoe mensen van crimineel gedrag afstand deden, door te focussen op veranderingen in zelfconcept, een hogere zelfvertrouwen en het nemen van verantwoordelijkheid.

Wat stelt de ICAP theorie over misdadig gedrag?

De ICAP (integrated cognitive antisocial potential) theorie was eerst ontwikkeld om overtredingen bij mannen uit de lagere klasse te testen. Het integreert ideeën van andere theorieën. Het belangrijkste principe uit de theorie is het antisociaal potentieel (AP) en het gaat er van uit dat de vertaling van antisociaal potentiaal naar antisociaal gedrag afhangt van cognitieve processen. Het belangrijkste construct dat ten grondslag ligt aan overtredingen is het antisociaal potentieel. Mensen kunnen op een continuüm van een laag naar hoog AP ingedeeld worden.

De belangrijkste risicofactoren voor latere overtredingen zijn ADHD, lage intelligentie, familiecriminaliteit, armoede en opgebroken families. Antisociale methoden worden gekozen door mensen die het moeilijk vinden om op een legale manier in hun behoeften te voorzien. De methoden die gekozen worden, hangen ook af van fysieke capaciteiten. Ook hangt het lange-termijn AP af van socialisatie processen en aanhechting. Het AP zal laag zijn als ouders altijd goed gedrag belonen en slecht gedrag bestraffen. Overtredingen hangen van deze theorie af van de interactie tussen het individu en omgeving. Het AP zal hoog zijn als kinderen niet gehecht zijn aan de primaire verzorgers. Het lange termijn AP zal ook hoog zijn als mensen blootgesteld zijn aan antisociale modellen, zoals criminele ouders. Het lange termijn AP zal ook hoog zijn voor impulsieve mensen, omdat zij handelen zonder eerst na te denken over de consequenties.

Volgens de ICAP theorie hangen de verschillende types van antisociaal gedrag af van de interactie tussen het individu en de sociale omgeving. Het korte termijn AP varieert binnen individuen volgens korte termijn energie factoren, zoals verveeld, dronken of boos zijn. Een verleidelijke kans kan een verhoging in het AP creëren en dit kan er voor zorgen dat iemand een misdaad begaat. Of een persoon met een bepaald level van AP daadwerkelijk een misdaad begaat in een bepaalde situatie hangt af van cognitieve processen, zoals de subjectieve voordelen en de kosten die het oplevert. Mensen met een laag korte termijn AP zullen geen misdaden begaan. Mensen met een hoog korte termijn AP zullen waarschijnlijk zelfs misdaden begaan die niet rationeel zijn.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Samenvatting van Forensic Psychology: Crime, Justice, Law, Interventions van Davies en Beech - 3e druk

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2779
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector