Hoe verlopen juridische strafprocessen? - Chapter 13

Wat komt er in dit chapter aan bod?

In dit chapter wordt uitgelegd hoe een juridisch strafproces verloopt. Eerst worden verschillende procesvormen geschetst: het accusatoire en inquisitoire proces. Dan wordt duidelijk gemaakt wat de rol is van de rechter en van de jury. De verschillen tussen een strafproces en een burgerlijk proces worden ook opgenoemd om een duidelijker beeld van het strafproces te krijgen.

De psychologische achtergrond van een strafproces wordt laten zien. Hierbij wordt ingegaan op wat er verkeerd kan gaan als juryleden die geen juridische achtergrond hebben, over iemands schuld of onschuld bepalen. Ook rechters kunnen fouten maken, dus deze worden niet over het hoofd gezien. Mensen laten zich nou eenmaal snel leiden door bijvoorbeeld vooroordelen of suggesties. Dit chapter hoopt mensen hier bewust van te maken en mogelijke oplossingen voor verkeerde beslissingen aan te dragen.

Hoe kan het strafproces eruit zien?

De twee belangrijkste procesvormen van het Westen zijn het accusatoir en inquisitoir proces. Het accusatoir proces is gebaseerd op de principes van de algemene wetten die in Engeland ontstonden en nu in veel Westerse landen overgenomen zijn. Het accusatoir proces is een gestructureerd proces waarbij een dispuut tussen twee groepen door de rechtbank (jury, rechter of magistraat) wordt bepaald. In Engeland zijn juryleden niet betrokken bij het onderzoek naar de zaken, maar ze kunnen wel bepalen wat er gepresenteerd kan worden als bewijs. Juryleden kijken als het ware naar de eerlijkheid van de zaak, niet naar de uitkomst. De juryleden of rechters spelen volgens dit model een passieve rol. In andere landen spelen juryleden wel een grotere rol en zij kunnen de uitspraak bepalen. Serieuzere criminele zaken worden dan bepaald door juryleden die geen training hebben gehad in rechten. Hierop is veel kritiek. In veel Europese landen wordt daarom een meer inquisitoir proces gebruikt. Hierbij moeten juryleden achter de waarheid komen door hun eigen onderzoek. Voordat de rechtszaak begint moet er een onderzoek in worden gesteld. Zo moeten de getuigen geïnterviewd worden en de zaak van de verdediging moet bestudeerd worden. Of de zaak verder komt of niet wordt bepaald door de rechter.

De grootste verschillen tussen het inquisitoire en accusatoire proces zijn wanneer en hoe het bewijs gepresenteerd wordt en de rol van de rechter: passief in het accusatoir proces en een leiderschapsrol in het inquisitoir proces. In een inquisitoir proces is de verdachte geen gelijkwaardige procespartij, maar onderwerp van het onderzoek. In een accusatoir proces heeft de verdachte gelijke rechten en bevoegdheden als de aanklager. In een inquisitoir proces gaat de rechter actief op zoek naar informatie en in een accusatoir proces laat hij de procespartijen de informatie aandragen en interpreteert hij deze alleen. In realiteit is geen enkel systeem alleen accusatoir of inquisitoir. In recente jaren hebben sommige accusatoire processen elementen van een inquisitoir proces ingevoerd. Nederlandse processen worden gezien als accusatoir met steeds meer inquisitoire elementen, vaak gematigd accusatoir genoemd.

Wat is het verschil tussen een strafproces en een civiel proces?

Zowel het accusatoir proces als het inquisitoir proces maken een onderscheid tussen strafrecht en civiel recht. Deze twee processen verschillen van elkaar in onder andere regels over het bewijs. Bij civiel recht staan burgers tegenover elkaar en strafrecht gaat over individuen die iets hebben gedaan tegen de Staat, in Nederland vertegenwoordigd door het Openbaar Ministerie. In Engeland is het civiele recht gebaseerd op de balans van kans. Als er gedacht wordt dat iets waarschijnlijker wel is gebeurd dan niet, dan zal het waarschijnlijk wel gebeurd zijn. Bij strafrecht moet er zorgvuldiger omgegaan worden met het bewijs. Men mag na het presenteren van het bewijs niet echt veel twijfelen aan iemands onschuld of schuld. In de meeste Westerse landen geldt de onschuldpresumptie: onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Toch kan er wetenschappelijk vaak niet met zekerheid gezegd worden of iemand schuldig is. In civiel recht worden meestal zaken over persoonlijk materiaal bevochten, bij strafrecht gaat het om iemands schuld of onschuld.

In Engeland en Wales worden de meeste strafzaken in zogenaamde magistrates’ courts gehoord. De minst serieuze delicten worden voor een magistrates’ court gehouden en zelfs de serieuze vergrijpen komen eerst voor een magistrates’ court en gaan vervolgens naar een crown court. Deze twee verschillende systemen hebben een ander dynamiek en de meeste mensen denken dat iemand eerder vrijgesproken wordt door een crown court dan door een magistrates’ court. 90% van de verdachten zegt schuldig te zijn bij een magistrates’ court, in tegenstelling tot 70% bij een crown court. Bij magistrates’ court krijgen alle leden alle stukjes bewijs te horen en kiezen welk bewijs gebruikt zal worden of niet. Of het bewijs nou wel of niet gebruikt mag worden maakt niet zo veel uit. De mensen hebben het al gehoord en hun beslissingen zullen onbewust ook wel het gevolg zijn van de bewijsstukken die niet gebruikt mochten worden. Bij crown courts beslist een rechter welk bewijs naar voren gebracht worden en wat niet. Bij crown courts komt er daardoor ook minder vooroordeel voor.

Wat kan er fout gaan bij de beslissingen over schuld van juryleden? 

Dit boek is geschreven door Engelse auteurs en kijkt vooral naar hoe het gaat in het Verenigd Koninkrijk. Wees ervan bewust dat het volgende stuk dus geldt voor rechtssystemen met een volksjury en dat dit ook meteen is waarom onder andere Nederlandse juristen vaak kritiek hebben op een dergelijk systeem waarbij niet-juristen belangrijke beslissingen nemen in het strafproces. Rechters zijn opgeleid om, tot op zekere hoogte, zonder vooroordelen te kijken naar verdachten, juryleden niet.

Onderzoek heeft uitgewezen dat de aantrekkelijkheid van een verdachte een invloed heeft op de uitspraak. Als een verdachte als aantrekkelijk wordt gezien, dan zal hij/zij eerder onschuldig bevonden worden. De verdachten die schuldig zijn bevonden en aantrekkelijk zijn, zullen minder zware straffen krijgen dan verdachten die dezelfde soort vergrijp hebben gepleegd maar minder aantrekkelijk zijn. Dit wordt ook wel het ‘halo effect’ genoemd en het stelt dat het oordeel over aantrekkelijke mensen meer positief is dan het oordeel over onaantrekkelijke mensen. Dit effect is niet alleen te zien in het strafrecht, maar bijvoorbeeld ook bij sollicitaties waar knappe mensen sneller worden aangenomen en op scholen waar knappe kinderen hogere cijfers krijgen. 

Een onderzoek heeft echter wel aangetoond dat andere factoren dit effect weer teniet kunnen doen, zoals etnische achtergrond, sterkte van bewijs en type misdaad. Bij een gewelddadige verkrachting zal het vooroordeel negatief zijn, ook al is nog niet zeker of de verdachte die verkrachting wel of niet heeft gepleegd. Racisme is ook nog altijd een groot probleem. Dat sterkte van bewijs meespeelt klinkt goed, maar hierbij moet ook in acht genomen worden dat hoe sterk bewijs klinkt meespeelt. Een meer bedreven jurist in de retorica kan een jury makkelijker meekrijgen in zijn verhaal dan iemand anders.  

Er zijn ook andere karakteristieken die ervoor zorgen dat iemand minder snel als schuldig bevonden zal worden. Dit zijn onder andere verdriet en een zichtbare handicap. Mensen die eerder veroordeeld waren en een lagere moraal karakter hebben, zullen juist eerder schuldig bevonden worden. Dit heeft te maken met de gunfactor die iemand heeft; mensen zijn geneigd om voor de 'underdog' te kiezen.

De soorten vragenstijlen die gebruikt zijn tijdens het verhoren van getuigen kunnen de manieren waarop juryleden geloofwaardigheid zien beïnvloeden. Wanneer er moeilijke woorden zijn gebruikt tijdens het verhoren van getuigen, worden de getuigen als minder betrouwbaar gezien. Ook heeft onderzoek uitgewezen dat juryleden een getuige die er zelfverzekerd uitziet eerder geloven. Er bestaat echter geen verband tussen iemands zelfvertrouwen en zijn/haar accuraatheid: een zelfverzekerde persoon kan ook liegen of minder accuraat zijn dan een persoon met weinig zelfvertrouwen. Een ander onderzoek heeft aangetoond dat, ongeacht de vraagstijl, wie als meest betrouwbaar overkomt wordt bepaald door wanneer zijn getuigenis gepresenteerd wordt: mensen geloven over het algemeen het eerste verhaal dat ze horen. Als dit dus het verhaal van de verdachte is, lijkt hij betrouwbaarder dan als ze eerst de beschuldiging horen. 

Elke getuige moet onderzocht worden door alle partijen die betrokken zijn. Wanneer getuigen verhoord mogen worden, dan zal de tegenpartij er alles aan proberen te doen om de getuige als niet betrouwbaar over te laten komen. Ze kunnen hierbij gebruik maken van leidende vragen. Leidende vragen zijn vragen die op zo’n manier verwoord zijn, dat ze het antwoord waar naar gezocht wordt suggereren. Verhoorders mogen vragen die onwaarheden bevatten gebruiken. Zo kan er meer informatie verkregen worden en kan informatie waarover getwijfeld wordt geverifieerd worden. Leidende vragen hebben vaak gelimiteerde mogelijke antwoorden. Verhoorders proberen zo de keuzes te forceren en hopen dat getuigen hun naar de mond praten. Onderzoek heeft uitgewezen dat leidende vragen er voor kunnen zorgen dat getuigen minder accuraat lijken (terwijl de getuigen wel de waarheid spreken). De snelheid waarmee een verhoorder praat kan de getuigen intimideren en verwarren. Een uitgebreide voorbereiding van de getuigen zorgt er voor dat ze meer accuraat lijken en minder fouten maken met complexe vragen.

Het publiek kan over bepaalde zaken veel te horen krijgen via de media. Veel mensen maken zich daarom ook druk over de toegang van juryleden tot het internet tijdens zaken. Juryleden kunnen bepaalde dingen lezen die niet waar of niet relevant zijn en hierdoor beïnvloed worden. Een jurylid kan niet weten of informatie accuraat is of niet, maar onderzoek heeft uitgewezen dat mensen eerder geloven dat iemand schuldig is als hij/zij ook door de media als schuldig wordt afgeschilderd. Juryleden kunnen tegenwoordig blootgesteld worden aan vreselijke beelden en onderzoek heeft uitgewezen dat juist beelden een sterk effect hadden op juryleden. Het wapen of de verwondingen van het slachtoffer te zien krijgen, zorgt er ook voor dat sneller van de schuld van de verdachte wordt uitgegaan. Ook is uitgewezen dat er een toename van schuldig-bevindingen is wanneer juryleden blootgesteld zijn aan negatieve publiciteit voordat een rechtszaak begint. Een reden voor dit vooroordeel is de informationele sociale invloed. Wij mensen hebben de neiging om te conformeren aan bepaalde informatiebronnen omdat we denken dat de interpretaties van anderen accurater zijn dan onze eigen interpretaties. Ook heeft onderzoek uitgewezen dat emotionele opwinding voor meer schuldig-bevindingen zorgt. Daarnaast hebben legale instructies soms een averechts effect op juryleden. Juryleden kunnen gevraagd worden om bepaalde informatie niet mee te rekenen bij hun uitspraak, maar zullen het hierdoor misschien juist doen (omdat die informatie geactiveerd is in hun hersens, "niet denken aan de roze olifant").

Wat kan er fout gaan als rechters beslissingen over schuld nemen?

Bij civiele zaken in Engeland en bij inquisitoire processen op het vasteland in Europa nemen rechters en geen juryleden de beslissingen. Rechters proberen onbevooroordeeld te zijn en baseren hun uitspraak op het bewijs en het recht in dat land. Onderzoek wijst echter uit dat dat niet altijd het geval is. Rechters kunnen beïnvloed worden door zogenaamde anchors. Dit zijn algemene uitspraken waarvan men denkt dat ze waar zijn. Deze assumpties kunnen stereotypes zijn. Een voorbeeld hiervan is dat drugsdealers ook altijd dieven zijn. Zulke anchors zijn impliciet. Anchors ondersteunen bepaalde ideeën en komen tot stand door impressies uit de wereld, maar ze zijn niet per se correct. Een anchor binnen onze Nederlandse regelgeving is dat politieagenten nooit liegen wat werk betreft. Dit suggereert dat een bewering van een politieagent al genoeg bewijs is tijdens een rechtszaak. Ook de geloofwaardigheid van een bewering heeft invloed op de uitspraak. Zelfs groepjes bestaande uit rechters of magistraten kunnen vertekende beslissingen nemen. Zo willen groepsleden vaak aan elkaar conformeren en zullen ze het met elkaar eens zijn over de schuld of onschuld van een persoon.

 

Hoe nemen juryleden precies beslissingen?

In Engeland kunnen psychologen niet direct zien hoe juryleden tot een beslissing komen, want het is verboden voor andere mensen om in de jurykamer te zitten. De gegevens die psychologen weten te verkrijgen zijn geen directe observaties en er wordt vaak gedebatteerd of deze gegevens wel valide zijn. De meeste onderzoekers zijn bezorgd over het feit dat er studenten worden gebruikt bij experimentele studies en dat de studenten dus samenvattingen lezen over de zaken en niet aanwezig zijn bij een echte rechtszaak. Ook weten de studenten dat hun uitspraken en meningen geen ernstige consequenties hebben, zij hebben het leven van een persoon niet in handen. Hypothetische beslissingen zijn anders dan echte beslissingen. De studenten weten dat de toekomst van een persoon niet echt in hun handen is en hun uitspraken zullen daarom misschien minder weloverwogen zijn. Onderzoek heeft verder uitgewezen dat er meer mannen dan vrouwen in de jury zitten en dat er weinig mensen van kleur in de jury zitten. Vrouwen en etnische minderheden worden geminimaliseerd in jury’s. Het systeem waarmee bepaalde mensen opgeroepen kunnen worden of geëxcuseerd worden voor juryplicht kan een invloed hebben op de representativiteit.

Een van de belangrijkste factoren die invloed heeft op de beslissingen van juryleden is het bewijs. Vrouwen zijn ook meer geneigd om iemand schuldig te bevinden door indirect bewijs. De eerste en laatste oordeelvellingen van mannen zijn gelijk, die van vrouwen veranderen echter. Vrouwen kunnen iemand dus eerst als schuldig zien en aan het einde van een rechtsproces niet meer (of andersom). Dit suggereert dat vrouwen meer open staan voor overtuigingen of nog een keer nadenken over de feiten. Ook heeft onderzoek uitgewezen dat witte mensen een groter percentage donkergekleurde mensen schuldig bevinden dan witte of Aziatische verdachten. Daarnaast stellen mannen hogere straffen op dan vrouwen, vooral als het slachtoffer een aantrekkelijke vrouw was. Onderzoek heeft uitgewezen dat moeilijke woorden er voor kunnen zorgen dat juryleden niet meer zo zeker zijn van hun ideeën over schuld en onschuldig. Te veel informatie en moeilijke informatie kunnen voor een hoge cognitieve lading zorgen en hierdoor zullen juryleden door de war raken en de meest logische uitkomst zoeken. Groepsdiscussie zorgt er voor dat de mening van de meerderheid van de groep overgenomen wordt. Dit kan gevaarlijk zijn, want het kan polarisatie veroorzaken. Dat betekent dat een groep extremere beslissingen maakt.

Al met al kan er gezegd worden dat de publiciteit voor een rechtszaak geminimaliseerd moet worden. Juryleden mogen eigenlijk niet dingen lezen op het internet over de verdachte. Zowel de juryleden als rechters moeten in de gaten houden dat er een vooroordeel kan optreden bij het verwerken van de informatie. Het is lastig om uit te vinden hoe juryleden nou echt tot een conclusie komen, omdat psychologen niet bij het beslissingsproces mogen zijn. De aanwezigheid van psychologen zou de beslissingen kunnen beïnvloeden. Zelfs als er camera’s geplaatst zouden worden in de kamer waar de juryleden zitten, zouden ze misschien niet reageren hoe ze zonder camera’s gereageerd zouden hebben. In de toekomst zal er een manier gevonden moeten worden om het daadwerkelijke beslissingsproces van juryleden te onderzoeken.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Samenvatting van Forensic Psychology: Crime, Justice, Law, Interventions van Davies en Beech - 3e druk

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2368
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector