Hoe moet worden omgegaan met misdadigers met intellectuele beperkingen? - Chapter 21

Wat komt er in dit chapter aan bod?

Dit chapter richt zich op misdadigers met intellectuele beperkingen. Eerst wordt de term intellectuele beperking uitgelegd. Dan wordt een antwoord gegeven op de vraag of een intellectuele beperking het risico op misdaad kan vergroten of niet. Hierover zijn de onderzoeken wel wisselend. Daarna wordt uiteengezet hoe misdadigers getest kunnen worden op intellectuele beperkingen. Omdat mensen met een intellectuele beperking kwetsbaarder zijn dan anderen, moet hier voorzichtig mee worden omgegaan. Dit geldt ook voor de behandeling van misdadigers met een intellectuele beperking. Hiervoor worden in dit chapter tips gegeven.

Aan het eind van dit chapter wordt de intellectuele beperking iets losgelaten en wordt gekeken naar autisme. Er is namelijk veel overlap tussen misdadigers met een intellectuele beperking en misdadigers met autisme. Het onderzoek over de invloed van autisme op het risico op misdaad, is ook niet eensgezind, maar de voorzichtige conclusie is dat autisme het risico op misdaad niet vergroot, maar wel invloed heeft op de vorm van misdadig gedrag.

Wie hebben een intellectuele beperking?

De term intellectuele beperkingen wordt gegeven aan mensen voor wie alle drie de volgende voorwaarden gelden:

  1. Het IQ is lager dan 70.

  2. In minimaal twee gebieden van adaptief gedrag zijn tekortkomingen. Adaptief gedrag bestaat uit de vaardigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van dagelijkse handelingen die horen bij het persoonlijk en sociaal functioneren van iemand.  

  3. De tekortkomingen moeten al zijn begonnen voordat iemand volwassen was.

Omdat van alle drie deze voorwaarden sprake moet zijn, kan het lastig zijn om vast te stellen of iemand een intellectuele beperking heeft. Het kan bijvoorbeeld lastig te achterhalen zijn hoe iemand als kind functioneerde. Ook is het soms logistiek moeilijk om iemand zijn IQ te testen.

Kan een intellectuele beperking het risico op misdaad vergroten?

De prevalentie van misdadigers met intellectuele beperkingen is lastig om te bestuderen. Screeninginstrumenten vinden hogere aantallen dan psychometrische beoordeling omdat screeninginstrumenten ontworpen zijn om over-inclusief te zijn. Dit betekent dat er meer valse positieven zijn, om niemand over het hoofd te zien. De criteria die gebruikt worden spelen ook een rol, want sommige studies nemen individuen die borderline hebben met een IQ tussen de 70 en 80 mee bij de studie naar misdadigers met intellectuele beperkingen en andere studies doen dat niet. Een onderzoek liet zien dat de prevalentie van misdadigers met intellectuele beperkingen met een IQ lager dan 70 10% was en dat als individuen met borderline ook mee werden genomen, de prevalentie 30% was. Dat is toch wel een behoorlijk verschil. Ook zijn er veel grote methodologische verschillen tussen studies die ervoor zorgen dat de conclusies over de prevalentie verschillen. De methodes van de beoordeling, de locatie van de steekproef en de grootte van de steekproef spelen een grote rol bij de verschillen die te vinden zijn tussen studies. Deze methodologische verschillen zorgen er ook voor dat er verschillende karakteristieken gevonden zijn van misdadigers met een intellectuele beperking in studies.

Het is dus lastig vast te stellen hoe groot het percentage misdadigers met een intellectuele beperking is. Wel is er door Hodgins onderzoek gedaan naar het risico op misdadig gedrag door mensen met een intellectuele beperking. Hieruit is gebleken dat dit risico hoger is dan voor mensen zonder intellectuele beperking. Er is wel veel kritiek op dit onderzoek omdat de steekproef niet representatief geweest zou zijn en er geen rekening gehouden is met verschillende soorten overtredingen. Verkeersovertredingen vielen hier namelijk ook onder, terwijl er een groot verschil zit tussen een overtreding en een misdaad. 

Hoe kunnen misdadigers op intellectuele beperkingen getest worden?

Het is voor de verdere behandeling van een misdadiger belangrijk om een intellectuele beperking vast te stellen of uit te sluiten. Het beoordelingsproces moet begrepen worden door de cliënten die getest worden. Dit spreekt voor de normale persoon voor zich, maar mensen met een intellectuele beperking hebben tekortkomingen in taalvaardigheden en begrip. Alle beoordelingen moeten daarom in een simpele taal en met simpele concepten gedaan worden. Dit wordt echter niet altijd gedaan. Al het materiaal moet worden voorgelezen en uitgelegd aan de individuen en er moet constant gecontroleerd worden of alles nog duidelijk is door bijvoorbeeld iets in andere woorden te laten herhalen. De consequenties hiervan zijn dat de beoordeling een stuk langer duurt. De persoon die de beoordeling aflegt zal namelijk alles mondeling moeten doen en alle antwoorden moeten aanhoren. De beoordeling zal op deze manier veel tijd vergen maar de integriteit van het proces mag niet verminderd worden door deze aanpassingen.

Onderzoek naar misdadigers met intellectuele beperkingen heeft aangetoond dat woede en agressie de meest voorkomende problemen zijn. Er zijn verschillende schrijvers die een beoordeling hebben ontwikkeld voor dit probleem. Sommige beoordelingsschalen geven informatie over de frequentie en zwaarheid van agressie en anderen kijken naar de vaardigheden die mensen met intellectuele beperkingen gebruiken om woede in specifieke situaties te managen. Sommige behandelingen raden aan om tot tien te tellen, ontspanningstechnieken te gebruiken, hulp te vragen, rustig weg te lopen, assertief te handelen, afleidingsactiviteiten te gebruiken of cognitieve herkadering toe te passen. Tot tien tellen en ontspanningstechnieken worden het vaakst als advies gegeven, maar deze twee technieken werden het minst vaak gebruikt door misdadigers. De meeste beoordelingsmethodes die gebruikt worden blijken efficiënt te zijn.

Ook zijn er beoordelingstests voor seksmisdadigers met intellectuele beperkingen. De Social Sexual Knowledge and Attitudes Tool (SSKAT) kijkt naar kennis en attitudes op verschillende gebieden die gerelateerd zijn aan sociale en seksuele relaties. Zo wordt er bijvoorbeeld gekeken naar romantische relaties, seksuele relaties, adolescente ontwikkeling, voorbehoedsmiddelen, soa’s en seksuele gezondheid. Seksuele kennis is erg belangrijk, want dat is een factor die het verschil kan maken tussen twee groepen seksuele misdadigers met intellectuele beperkingen. De seksuele misdadigers met intellectuele beperkingen die vaak seksuele handelingen uit hebben gevoerd met kinderen weten over het algemeen veel meer van seks af dan individuen met intellectuele beperkingen die in het openbaar gemasturbeerd hebben en bloot in het openbaar verschenen zijn. Deze tweede groep is de groep van naïeve overtreders. Cognitieve vertekeningen zijn belangrijke factoren die leiden tot seksuele misdaden en deze worden dan ook meegenomen in de beoordeling. Er zijn een aantal beoordelingen ontwikkeld voor seksuele misdadigers, maar de taal is moeilijk voor mensen met intellectuele beperkingen. Tegenwoordig zijn er wel beoordelingen voor seksmisdadigers met intellectuele beperkingen en de meest gebruikte is de Questionnaire on Attitudes Consistent with Sexual Offending (QACSO). De QACSO bevat een aantal schalen die attitudes over vrouwen, verkrachting, daten, exhibitie, stalken, kinderen en homoseksuele mishandeling evalueren.

Er zijn weinig studies die gaan over de beoordeling en behandeling van vuurstichters met intellectuele beperkingen. Een van de weinige beoordelingstechnieken is de Pathological Fire-Setters Interview (PFSI). Dit is een gestructureerd interview met informatie van patiënten documenten, observaties van stafleden en patiënt en informant beoordeling. Er werd informatie verkregen over de demografische, persoonlijke, misdaad en familie details. Ook werd er informatie gevonden over persoonlijke, situationele omstandigheden van het misdrijf (vuur starten). De antecedenten, motieven en consequenties van het vuur stichten werden ook behandeld. Andere beoordelingstechnieken kijken naar wat zij denken dat de factoren voor het stichten van een brand zijn: populariteit bij leeftijdsgenoten, een manier om spanning te ervaren, een manier om verdriet te uiten, retributie, een manier om angst te verminderen en mentale ziektes. Uit een onderzoek is gebleken dat vuurstichters met intellectuele beperkingen voornamelijk vuur stichten omdat ze boos zijn, zich genegeerd voelen of zich depressief voelen.

Hoe moeten misdadigers met intellectuele beperkingen behandeld worden?

De meeste rehabilitatieprogramma’s zijn gericht op de verbetering van cognitieve vaardigheden en sociale probleemoplossingen. Cognitieve vaardighedenprogramma’s zijn er op gericht om alternatieve, pro-sociale manieren aan te leren om situaties te benaderen. Deze alternatieve denkstijlen zorgen er voor dat het individu in staat is om het denken dat voor zijn criminaliteit zorgt om te zetten in iets positiefs. Uit onderzoek is gebleken dat programma’s die gericht zijn op de denkstijl een significante reductie opleveren van recidive (7 tot 33% minder recidive). Individuen met intellectuele beperkingen hebben juist tekortkomingen in het sociaal probleemoplossend vermogen en zulke programma’s zijn ook voor hen ontwikkeld. Uit onderzoek blijkt dat deze speciale programma’s er voor zorgen dat misdadigers met intellectuele beperkingen zich positiever voelden over interpersoonlijke problemen, minder impulsief werden en minder negerend in sociale situaties werden.

Voor woede en geweld worden gedragsinterventies het meest toegepast. Een voorwaarde voor gedragsinterventies is dat deze georganiseerd moeten worden op een consistente en betrouwbare manier. Ook moeten ze plaatsvinden in een gecontroleerde institutionele omgeving en dat is vaak heel lastig. Woedebeheersing wordt ook als een goede vorm van behandeling gezien voor deze groep mensen. Vooral woedebehandelingen die in groepsvorm worden gegeven en die psycho-educatie, rollenspellen, opwinding reductie, probleemoplossing en stressvermindering bevatten worden als goed gezien. Er zijn veel verschillende behandelingen voor seksmisdadigers, maar de meest significante ontwikkeling in dat veld is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie.

Een van de eerste interventies voor seksmisdadigers met intellectuele beperkingen was een probleem-oplossende interventie en hierin waren een aantal riskante situaties voorgesteld waarin misdadigers een veilige oplossing voor zichzelf en potentiële slachtoffers moesten verzinnen. Veel misdadigers leerden hierdoor beter te communiceren. Er zijn veel positieve resultaten gevonden van cognitieve gedragstherapie voor individuen met intellectuele beperkingen. De meeste studies rapporteren dat er maar enkele mensen weer de fout in zijn gegaan. Het overgrote deel is op het rechte pad gebleven. Sommige studies moeten echter wel rekening houden met de situatie van de misdadiger, wat nog te weinig wordt gedaan. In een studie werd er namelijk gekeken naar individuen die 24 uur per dag en zeven dagen in de week supervisie kregen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat deze misdadigers niet weer de fout in ging. Dit lag echter misschien niet aan de behandeling die ze kregen, maar aan het feit dat ze de hele tijd gezien werden. De effecten van een behandeling zouden eigenlijk geëvalueerd moeten worden zonder grote variabelen zoals supervisie en escort. In een uitgebreide studie van Lindsay en collega’s werd er gekeken naar seksmisdadigers met intellectuele beperkingen die toegang hadden tot de samenleving en in een bepaalde samenlevingssetting leefden, zoals een familie huis, een flat of een groepshuis. Deze personen hadden onbeperkt toegang tot het gemeenschap (ze werden niet gesuperviseerd) en de onderzoekers zagen dat 23,5% terugviel in seksuele misdaden. Het onderzoek werd nog meer uitgebreid en na 20 jaar werd er gekeken hoeveel mensen er teruggevallen waren in hun oude, slechte gewoontes. Hieruit bleek dat de reductie in recidive 95% was. Dit is een zeer mooi resultaat uit een zeer significante studie met goede effect groottes. De resultaten uit de studie waren dus betrouwbaar en dit is hoopvol voor de toekomst.

Wat is de connectie tussen autisme en misdaad?

De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de rol van autisme in misdadig gedrag. Met autisme wordt de autisme spectrum stoornis bedoeld. De studies hiernaar zijn echter heel uiteenlopend en spreken elkaar tegen. Iedere claim die is gemaakt, bijvoorbeeld dat mensen met autisme gewelddadiger zijn tijdens hun misdaden of dat ze ongebruikelijkere misdaden plegen, is ook weer weerlegd. 

Wel kan gesteld worden dat autisme ervoor kan zorgen dat sociale signalen minder goed begrepen worden. Het wordt hierdoor lastiger om in te zien dat bepaald gedrag verkeerd of sociaal onwenselijk is. Ook kunnen mensen met autisme zich door de maatschappij onbegrepen voelen, wat kan resulteren in meer anti-sociaal gedrag. Ook kunnen emoties minder goed ingeschat worden door mensen met autisme, waardoor het besef dat zij iemand pijn doen, kwetsen of bang maken, te laat kan komen.

Dit lijken echter slechts factoren die een misdaad ernstiger kunnen maken of de behandeling van een misdadiger moeilijker. Autisme lijkt geen risico te vormen voor meer misdadig gedrag. Ook is van de seksuele misdadigers juist een relatief klein deel autistisch.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Samenvatting van Forensic Psychology: Crime, Justice, Law, Interventions van Davies en Beech - 3e druk

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2504
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector