Hoe kan het risico op crimineel gedrag ingeschat en verkleind worden? - Chapter 18

Wat komt er in dit chapter aan bod?

In het vorige chapter is al verteld dat er met behulp van een grote meta-analyse gekeken is naar wat de beste manieren zijn om te werken met misdadigers. Aan de hand hiervan konden risicobeoordeling programma’s opgesteld worden.

In dit chapter wordt nader ingegaan op hoe het risico op crimineel gedrag kan worden ingeschat. Daarvoor wordt risicobeoordeling en de methodes en instrumenten eerst uitgelegd. Dan wordt uiteengezet welke methodes en instrumenten goed werken en welke minder. Het uiteindelijke doel van de risicobeoordeling is uiteraard om het risico te verkleinen. Daarom worden in dit chapter ook de programma’s uitgewerkt die hierbij kunnen helpen. Dit zijn de generale overtreding gedragsprogramma’s, gebaseerd op de cognitieve sociale leertheorie van Bandura: het R&R programma, het ETS programma, het Think First programma, het Thinking Skills programma en het ART programma. Er wordt ook aangewezen wat er fout kan gaan bij het volgen van een generale overtreding gedragsprogramma. Het chapter eindigt dus met suggesties om deze fouten te voorkomen. Zo wordt het risico op misdaad zo goed mogelijk ingeschat en zo veel mogelijk verkleind.

Hoe werkt risicobeoordeling?

Het risico principe stelt dat de level van interventie die een misdadiger ontvangt overeen moet komen met de level van risico die een overtreder heeft. Mensen die een hogere risicolevel hebben, zouden ook een hogere interventielevel moeten krijgen dan mensen met een lage risicolevel. Volgens het noodzakelijkheidsprincipe moeten interventies gericht zijn op alleen die risico factoren die bijdragen aan crimineel gedrag. Zulke factoren worden ‘criminogenic needs’ genoemd. Responsiviteit gaat over de manier waarop de interventie geleverd wordt aan de dader. Het responsiviteitsprincipe stelt dat de programma’s die op een goede manier de stijl en methodes matchen aan de leerstijl van de dader het meest effectief zullen zijn.

Risicobeoordeling met daders werkt ongeveer net zoals risicobeoordeling met andere dingen. Iemand die al jaren zijn rijbewijs heeft en nooit een botsing heeft veroorzaakt, zal minder premie moeten betalen voor de auto dan iemand die net zijn rijbewijs heeft en al twee botsingen heeft meegemaakt. Bij misdadigers moet er gekeken worden naar henzelf en hun omstandigheden om een oordeel te kunnen vellen over toekomstig gedrag. Zulke beoordelingen moeten kijken hoe waarschijnlijk het is dat een dader weer een overtreding zal begaan, anderen pijn zal doen of opnieuw veroordeeld zal worden. De efficiëntie van risicobeoordeling hangt af van de mogelijkheid om zo accuraat mogelijk toekomstig gedrag te voorspellen. Voorspellingen behoren echter niet tot de exacte wetenschap. Er zijn vier potentiële uitkomsten in relatie tot voorspelling. Wanneer een uitkomst voorspeld is plaats te vinden, dan kan het plaatsvinden (uitkomst 1) of niet plaatsvinden (uitkomst 2). Wanneer iets voorspeld is niet te gebeuren, dan kan het wel gebeuren (uitkomst 3) of niet gebeuren (uitkomst 4). De consequenties van incorrecte voorspellingen kunnen groot zijn. Als sociale werkers bijvoorbeeld denken dat iemand geen misdaden meer zal plegen, dan zou deze persoon vrij gelaten kunnen worden. Als de voorspelling incorrect was, dan zal het besluit om hem vrij te laten een grote fout zijn geweest. Er zullen nog meer slachtoffers komen en de samenleving is nog meer geld kwijt. Een vals positieve uitkomst is ook niet gewenst. Een dader wil bijvoorbeeld een begrafenis van een familielid bijwonen, maar mag dit niet omdat hij als gevaarlijk wordt voorspeld. Er moeten dus zoveel mogelijk goede voorspellingen gemaakt en de valse positieven en negatieven moeten geminimaliseerd worden.

Welke methodes van risicobeoordeling zijn er?

Er zijn verschillende manieren om de individuele level van risico te bepalen, maar al deze methoden vallen binnen twee categorieën: klinische en actuariële risicobeoordeling. Klinische risicobeoordeling betrekt de klinische vaardigheden van de werker om de level van risico op te stellen. Professionals moeten informatie over de dader verzamelen en kijken naar zijn gedrag. Deze informatie wordt samen met de ervaring en training van de professional gebruikt om een risico voorspelling te maken. Dit is een diagnostische beoordeling van risico. Actuariële voorspellingen zijn totaal anders dan klinische voorspellingen. Actuariële voorspellingen gebruiken statistische formules om risico scores te vinden. Zowel klinische als actuariële voorspellingen kijken naar verschillende data van het leven van een persoon. Deze gegevens kunnen statisch zijn, zoals het aantal veroordelingen van de persoon, zijn leeftijd en geslacht. Deze dingen kunnen niet veranderd worden door interventies, vandaar de naam statisch. Beide type voorspellingen kijken ook naar dynamische of theoretische factoren, zoals psychologische (attitudes), sociale (de aard van relaties met leeftijdsgenoten) of gedragsmaten (hoeveelheid getoonde agressie). De informatie van de twee types van beoordeling kan overeenkomen, maar de manier waarop de informatie gebruikt wordt verschilt. Onderzoekers zijn het er niet over eens welke methode beter is, maar uit de meta-analyses komen de actuariële voorspellingen als winnaar naar boven. Waar ze het wel over eens zijn is dat actuariële methodes meer objectief zijn en dat klinische methodes subjectief zijn. Dit wil niet zeggen dat klinische methodes afgeschaft moeten worden. Sterker nog, sommige onderzoekers zien actuariële methodes alleen maar als een eerste stap voorspeller en klinische methodes als diepergaand, omdat de conclusies gebaseerd zijn op de expertise en ervaringen van professionals.

Welke instrumenten zijn er om risico op misdaad te beoordelen?

De afgelopen paar jaar is er een toename geweest in het aantal mensen dat gevangen zit. Deze mensen zitten voor uiteenlopende redenen vast. Sommigen hebben fraude gepleegd, anderen iets gestolen en weer anderen zitten vast voor moord. Deze mensen hebben allemaal een ander straf opgelegd gekregen. Risicobeoordeling wordt vaak gedaan voordat er een straf is opgelegd. De straf moet passend zijn bij de risico level van een persoon. Als iemand als erg risicovol wordt gezien en de risico level op het weer begaan van een misdaad ook hoog is, dan besluit men om deze persoon op te sluiten. Wanneer professionals denken dat iemand niet een groot gevaar zal vormen voor de samenleving en de kans op recidive klein ingeschat wordt, dan kan deze persoon een taakstraf opgelegd krijgen. Er zijn verschillende beoordelingsinstrumenten en de drie belangrijkste worden hieronder besproken:

  • The Offender Group Reconviction Scale (OGRS): Deze lijst gebruikt zes delen van de criminele geschiedenis en demografische informatie om de kans te voorspellen dat iemand binnen een of twee jaar opnieuw veroordeeld zal worden. De OGRS wordt vaak gebruikt in het Verenigd Koninkrijk, omdat het gemakkelijk en snel te gebruiken is. Er is echter wel kritiek op dit instrument, want er wordt alleen maar gekeken naar statische, historische en demografische variabelen en niet naar dynamische, sociale en gedragsonderdelen. Toch is de accuraatheid van het instrument goed: 80 tot 84%

  • Level of Service Inventory-Revised (LSI-R): Dit instrument bevat 54 items en is vaak gebruikt in Europa en Noord-Amerika. Dit instrument geeft niet alleen informatie over de kans op recidive, maar ook informatie over de behandeling van de dader. De items bevatten zowel statische als dynamische factoren die tien subcomponenten vormen. Deze componenten geven informatie over de geschiedenis van een dader, zijn genoten opleidingen, banen, financiën, familie, recreatie, vrienden, alcohol/drugs problemen, attitudes en emotionele oriëntatie. Deze scoren krijgen ook een bepaald gewicht door te kijken naar hoe efficiënt ze zijn in het voorspellen van recidive. Dit instrument is valide en betrouwbaar.

  • The Offender Assessment System (OASys): Dit instrument gebruikt zowel statische als dynamische factoren. Dit instrument voorspelt de kans op het weer vervolgd worden (wat een OGP score wordt genoemd) en de kans op het weer vervolgd worden voor een gewelddadige misdaad (deze score wordt een OVP score genoemd). OVP scores voorspellen moord, wapenbezit, het stukmaken van dingen, aanranding en de OGP voorspelt andere, minder ernstige dingen. Daarnaast bevat dit instrument een vragenlijst voor de daders. Hierop wordt gevraagd wat ze zelf denken over hun straf en de kans op recidive. Uit onderzoek is gebleken dat misdadigers te optimistisch zijn over hun kans van wegblijven uit de misdaad. De OASys wordt als een goed instrument beschouwd, maar het afleggen van de OASys duurt heel lang

  • Een beoordelingsinstrument voor gewelddadige misdadigers is de Historical, Clinical, Risk Management-20 (HCR-20). Dit instrument incorporeert klinische beoordelingen om zo het toekomstige gedrag te voorspellen van individuelen in de psychiatrische en forensische populatie. Dit instrument bestaat uit twintig items: tien geschiedenis items, vijf klinische en vijf risico management factoren. Dit instrument heeft een hoog voorspellingswaarde.

  • Ook is er een beoordelingsinstrument voor seksmisdadigers. Relatief gezien zijn er niet veel seksmisdadigers en deze groep is heel erg heterogeen. De Structured Assessment of Risk and Need (SARN) wordt gebruikt om het risico op nieuwe seksmisdaden te voorspellen. Er word eerst gekeken naar statische gegevens: de hoeveelheid veroordelingen die te maken hadden met seksmisdaad, de hoeveelheid veroordelingen voor ander misdaden en de leeftijd van de persoon op het moment dat hij/zij de gevangenis mag verlaten. Daarna wordt er naar 16 dynamische factoren gekeken en deze zijn onder andere de seksuele interesse van de persoon, rare attitudes, emotioneel en sociaal functioneren en zelf management. Ook is er voor misdadigers met een mentale stoornis een meetinstrument ontworpen.

  • Er bestaat een verkeerde opvatting van mentale stoornissen. Veel mensen denken dat alle personen met een mentale stoornis ook gevaarlijk zijn en dat dit gevaar ontstaat door hun mentale stoornis. Dit is niet waar, want er zijn ook mensen met mentale stoornissen die zich wel aan de regels kunnen houden. Er is echter wel een type mentale stoornis die een grotere link heeft met misdaad dan andere: psychopathie. Dit is een mentale stoornis die resulteert in abnormaal agressief of onverantwoordelijk gedrag. De Psychopathy Checklist-Revised (PCL-R) is ontworpen om de psychopathische stoornis te diagnosticeren. Het is niet een risicobeoordelingsinstrument, maar het kan wel gewelddadige recidive voorspellen. Dit instrument kijkt naar demografische, sociale, psychologische en criminologische factoren. Het is een betrouwbaar instrument.

Hoe kan risico op misdaad verkleind worden?

Er zijn heel veel programma’s die gebruikt kunnen worden om misdadigers te helpen. Generale overtreding gedragsprogramma’s (general offending behaviour programmes) zijn gebaseerd de cognitieve sociale leertheorie van Bandura. Deze theorie stelt dat mensen dingen indirect kunnen leren door het observeren van een gebeurtenis. Zo ontstaan er bepaalde gedragspatronen en worden zo ook behouden. Bandura stelde dat er drie groepen mensen waren waar iemand iets van kon leren: familieleden, leeftijdsgenoten en figuurlijke modellen (mensen uit de media). Generale overtreding gedragsprogramma’s proberen slecht gedrag te reduceren door het werven van nieuwe vaardigheden. Overtreders moeten beter worden in het gebruik van hun probleem-oplossende vaardigheden, zodat ze geen alternatief gedrag (crimineel gedrag) vertonen. Deze programma’s zorgen er ook voor dat men sociale interactie vaardigheden krijgt en beter wordt in zelf management. Veel programma’s werken in groepen.

Welke generale overtreding gedragsprogramma's zijn er?

Dit zijn de bekendste generale overtreding gedragsprogramma's:

  • Het R&R programma (Reasoning & Rehabilitation): Dit was een van de eerste programma’s dat gebruikt werd en het is gebruikt in minimaal 17 landen. Dit programma is erop gericht op recidive te voorkomen door de problemen op te lossen die de kans hierop vergroten. Denk bij deze problemen aan trauma, drugsgebruik, een slechte omgeving en een gebrek aan zelfcontrole. Vanaf 2004 verloor het programma aan populariteit omdat er meer specifieke programma's kwamen en R&R gericht is op het oplossen van onrealistisch veel problemen. 

  • Het ETS programma (Enhanced Thinking Skills): Dit programma is ontwikkeld om het R&R programma te ondersteunen. Dit programma is geschikt voor hoge en medium level risico misdadigers. Het programma is erop gericht om de interpersoonlijke probleem-oplossende vaardigheden en de sociale en morele redenatie vaardigheden te vergroten. Er wordt mondeling verteld wat er gedaan moet worden, maar het overgrote deel van het programma bestaat uit interacties, zoals een rollenspel, discussies, groepswerk en groepsoefeningen.

  • Het Think First programma: Dit programma kijkt niet alleen naar de sociale en probleem-oplossende vaardigheden, maar ook naar de misdaad zelf. Door oefeningen moeten misdadigers hun misdaden analyseren en in detail vertellen wat er is gebeurd, wie er betrokken waren, waar het gebeurd is, wat er gebeurd is en waarom het gebeurd is. Zo worden bepaalde gedragspatronen gevonden en kunnen strategieën voor het ontwijken van deze gedragspatronen opgesteld worden.

  • Het Thinking Skills programma: Dit programma is er eerst op gericht om recidive te reduceren door de ontwikkeling van denk vaardigheden en door de management van persoonlijke factoren en de ontwikkeling van beschermende factoren. Het programma helpt de misdadiger ook om pro-sociale doelen op te stellen. Het programma richt zich op de misdaad en misdadigers moeten de patronen van misdaden exploreren om zo er achter te komen wat de risico’s en beschermende factoren in relatie tot hun misdadige gedrag zijn. Er zijn groepssessies en een individuele sessie. De groepslessen kunnen met een vaste groep gegeven worden of met een flexibele groep, waarbij er om de zoveel tijd andere groepsleden bij komen. De andere methoden werken alleen met vaste groepen.

  • Het Aggression Replacement Training (ART) programma: Dit is het meest gebruikte programma voor generaal gewelddadig gedrag. Het was eerst ontwikkeld voor jongeren, maar tegenwoordig is er ook een versie voor volwassenen. Goldstein, die het programma heeft ontwikkeld, stelde dat agressief gedrag door verschillende factoren veroorzaakt wordt. Interne invloeden op het agressieve gedrag van het individu zouden door drie factoren komen; (1) Een tekortkoming in de persoonlijkheid, interpersoonlijke vaardigheden of sociaal-cognitieve vaardigheden. Deze combinatie is verantwoordelijk voor pro-sociaal gedrag als er geen tekortkomingen zijn. (2) Sterk impulsief en agressief gedrag en weinig woedebeheersing. (3) Een onvolwassen, egocentrische en korte termijn manier van moreel redeneren. Het ART programma probeert deze drie factoren te behandelen door woedebeheersing, moreel redeneren training en vaardigheden training. Er wordt veel gebruik gemaakt van rollenspellen en discussie. Personen worden zich meer bewust van de dingen die hun boos maken en de consequenties van agressie. Ze leren om alternatieve, pro-sociale omgangsstrategieën te gebruiken. Het ART programma is getest en het is een effectieve interventie.

Wat kan er fout gaan bij het volgen van een generale overtreding gedragsprogramma?

Als een misdadiger niet betrokken is bij een programma, dan zal dat niet veel opleveren. Er is zelfs een niet-afronding effect. Misdadigers die mee mogen doen aan het programma, maar het niet afmaken, tonen een hogere kans op recidive dan misdadigers die niet eens meegedaan hadden aan het programma. Het is echter niet bekend waarom dit zo is. Programma’s moeten afgemaakt worden en op een goede manier uitgevoerd worden. De verzorgers van de programma’s moeten zich aan de handleiding houden en alles volgens het boekje doen. De methoden mogen ook niet zomaar veranderd worden, omdat kleine veranderingen grote gevolgen kunnen hebben voor de uitkomsten.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Samenvatting van Forensic Psychology: Crime, Justice, Law, Interventions van Davies en Beech - 3e druk

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2763
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector